|
Remonstrants pastor P.J. de Jong over
de toekomst van de kerk
De ruimzinnigheid heeft de toekomst
24 juli 2002
Pieter de Jong
Leeuwarden - De huidige tijd is een tijd van religieuze pluraliteit:
religieuze ervaringen zijn veelal individuele ervaringen geworden. Groepsverbanden
zijn versnipperd geraakt. Betekent dat het einde van de kerk? Nee, zegt
remonstrants pastor P.J. de Jong. ,,De hoop is niet verloren zolang er
zielen zijn die verlangen naar de stad van vrede.’’
Als je moet proberen je denkbeelden over een toekomende tijd van de
kerken te verwoorden, zul je toch eerst je dienen te realiseren hoe de
situatie op dit moment is, de tegenwoordige tijd. Daar begin ik dus mee.
De tweede helft van de vorige eeuw kan men typeren als ‘het postmodern
bestaan’ (Lindijer). Het was een tijdvak waarin verschillende maatschappelijke
verbanden, zoals bijvoorbeeld de kerken, een minder belangrijke rol zijn
gaan spelen. Het was de tijd van de ontideologisering: het einde van de
grote verhalen en de levensbeschouwingen die invloed hadden op alle terreinen
van het leven.
Dat was het gevolg van een proces van differentiatie, dat zich in de
samenleving voltrok. Allerlei aspecten en sectoren van het leven zijn zich
in de loop van de tijd gaan verzelfstandigen. Daardoor kregen mensen te
maken met een veelheid van eenheden en/of verbanden die heel specifieke
taken verrichtten en derhalve een heel eigen werkingssfeer hebben.
Dit proces bracht ingrijpende consequenties met zich mee voor het persoonlijk
leven. Mensen leven in uiteenlopende verbanden en ieder verband heeft zijn
eigen waardepatroon. Wij staan in een zekere vrijheid tegenover al die
verbanden en willen zelf uitmaken (en doen dat dan ook!) wat voor ons nuttig
en geschikt is. Onze subjectieve ervaringen zijn daarbij belangrijker dan
wat objectief vaststaat.
Het gevolg van dit alles is geweest dat er een grote mate van pluraliasering
is ontstaan, zowel op maatschappelijk als op persoonlijk niveau. Dat is
heel duidelijk geworden door de instroom van allochtonen. Mede daardoor
is er een culturele pluraliteit ontstaan en onze religieuze pluraliteit
hangt daar zeer nauw mee samen.
In onze dagen, de 21ste eeuw, lijkt er - voorzichtig - enige verandering
op gang te komen. Er ontstaat kennelijk - opnieuw - behoefte aan breed
gedeelde waarden en normen. De vraag naar levensoriëntatie neemt toe.
Dat vertaalt zich echter en helaas nog niet in een toenemende belangstelling
voor de traditionele kerken. Misschien wordt dat veroorzaakt door het feit
dat de meeste kerken weinig ruimte bieden voor godsdienstige pluraliteit.
Bovendien worden de kerken dikwijls geassocieerd met achterhaalde structuren.
Daar moet derhalve verandering in komen.
In zijn boek De stem van de Roepende wijdt prof. dr G.D.J. Dingemans
een zeer uitgebreid hoofdstuk aan wat zijn visie is op een mogelijke toekomst
van de kerken. Hij spreekt van een ‘ronde-tafel-kerk’, de plaats waar de
christelijke gemeenschap bijeenkomt rondom een al dan niet ronde tafel,
waaraan ook werkelijk gegeten, gediscussieerd en gewerkt kan worden. Maar
bovendien: een tafel waaraan iedereen gelijk en gelijkwaardig is. Ieder,
die deel willen hebben aan de kring, is welkom. Aan tafel wordt de herinnering
aan Christus levend gehouden.
Zo’n kerk als tafelgemeenschap - stelt Dingemans - streeft naar eenheid
en een eigen christelijke identiteit, maar evenzeer naar algemeenheid.
De christelijke gemeenschap weet zich geroepen tot eenheid in haar verdeeldheid
en tot een eigen identiteit in haar pluriformiteit. En uiteraard is de
tafelgemeenschap gericht op de onderlinge zorg en de dienst aan de mens
en de samenleving.
Dingemans pleit dus niet voor een kerk die haar eenheid vindt in een
nauwkeurig omschreven en door iedereen aanvaarde dogmatiek op grond van
een uitgewerkte en vastgelegde geloofsbelijdenis. Zijn voorkeur gaat uit
naar een brede ontmoetingskerk, een geloofsgeméénschap waar
alle mensen die willen participeren kunnen meedoen.
Persoonlijk geloof
Vanuit mijn betrokkenheid met de Remonstrantse Broederschap, waarvan
ik lid ben, meen ik dat juist de vrijzinnige, anders gezegd de ruimzinnige
geloofsgemeenschappen - de term is afkomstig van Anne van der Meiden -
een geestelijk huis kunnen zijn voor de mondige, geïndividualiseerde
mensen, omdat deze gemeenschappen van oudsher de nadruk leggen op de ontwikkeling
van persoonlijk geloof en een eigen visie op de inrichting van de samenleving.
Dat geldt voor de dag van vandaag, maar ook en niet minder voor de dag
van morgen, de toekomst.
Bij Wiersinga las ik zoiets als: De toekomst bestaat niet. Je kan die
niet opgraven, je kan er niets uithalen, je kan er ook er ook niet door
achtervolgd worden. Wat wel bestaat, dat is een beeld van de toekomst,
een vermoeden, een idee, een dénkbeeld, meer niet. Dat kan je beangstigen,
maar ook bemoedigen. Hoe de reële toekomst zal zijn, hangt van de
mensen zelf af.
De toekomst ligt niet vast. Zij is het resultaat van grotere en kleinere
keuzes door de mensen. Eigenlijk kun je er niets over zeggen, omdat er
nog geen feitelijkheden zijn. Alles wat je over de toekomst zegt, zeg je
in ‘tweede taal’, dichterlijk. Het hangt allemaal af van in elkaar grijpende
keuzes op individueel en maatschappelijk terrein. De waarheid omtrent de
toekomst is dus altijd relationeel, je bent er zelf bij betrokken, je hebt
er een relatie mee, jóúw relatie.
Een mens kan niet zonder ideeën, denkbeelden, zijn verwachtingen
over de toekomst. Dat moge duidelijk zijn. Die menselijke verwachtingen
over de toekomst, ook over de toekomst van de kerk - en ik ben van mening
dat er wel degelijk een toekomst is voor de kerk -, die menselijke verwachting
kan je positief invullen: dat is de ‘hoop’. En hoop is meer dan een wens.
Het is de verwachting dat het gewenste ook werkelijkheid zal worden. Dat
roeit de onzekerheid, de twijfel niet uit, dat kan ook niet anders: in
hoop ligt onzekerheid ingesloten. Hoop is nooit een verzekering, geen vastliggend
anker! Hoop staat altijd onder spanning van het ‘niet-zeker-weten’, het
‘nog-niet-zien’.
In de hoop schuilt echter nog een ander element, namelijk dat van het
vertrouwen. Niet het vertrouwen van ‘alles-sal-reg-kom’, want er komt een
heleboel nooit terecht. Nee, het gaat hier om het vertrouwen dat gebaseerd
is op de relatie met God, de Geest van liefde. Die zal altijd blijven bestaan,
zingt Paulus in dat bekende hooglied van de liefde. Liefde van en voor
deze Geest, liefde van en voor de mensen, en daar hoor jezelf bij.
Ik eindig met een citaat uit het boek Op Ooghoogte van Herman
Wiersinga. Ik pas het een beetje aan. ,,Deze bijdrage heeft een postmodern,
een open einde, evenals de geschiedenis. Wie zal een laatste woord spreken?
Waarop houden we het als het gaat om een nog niet bestaande toekomst? Zolang
wij levende ‘allerzielen’ zijn, zijn wij zielen die niet vastliggen, die
zich kunnen verzetten, en inzetten op de kaart van de hoop. De hoop is
niet verloren zolang het leven verder gaat. De hoop is niet verloren zolang
er zielen zijn die verlangen naar de stad van vrede.’’
Dat is voor mij de toekomst van de, van mijn kerk.
P.J. de Jong is pastor ad interim van de Remonstrantse Gemeente van
Leeuwarden |