Nederlands Dagblad
 
Remonstranten scoren niet

8 april 2000

Van onze redactie kerk

HOORN - ,,Eigenlijk wonderlijk: in een tijd van individualisering zou zo'n kerk goed moeten scoren. Maar dat valt tegen in de praktijk.'' Een voorzichtige conclusie van dr. Nanne Haspels, die een vrij breed motievenonderzoek onder remonstranten verrichtte. De onderzoeker van de Vrije Universiteit enquêteerde 256 toetreders, 64 bedankers en 110 blijvers.

De respons van 43 procent noemt hij redelijk. De docent gemeenteopbouw promoveerde afgelopen jaar op een soortgelijk onderzoek, maar dan onder synodaal-gereformeerden (Binding en verbond; over de veronderstelde en de gewenste betrokkenheid bij kerkelijke gemeenten). Dr. Haspels licht vandaag op de Remonstrantendag in Utrecht - een familiedag met plaats voor ontmoeting en discussie - een tipje op van zijn onderzoek. In augustus is zijn rapport klaar.

Toetreders
De Remonstrantse Broederschap telt 47 gemeenten en een kleine tienduizend leden die zeer verspreid wonen. Ook al kent de kerk toetreders, het ledental van de vergrijsde vrijzinnige gemeenschap daalt sterk. Haspels constateert dat de toetreders deze kerk aantrekkelijk vinden vanwege de ruimte, de openheid en de tolerantie. Van de toetreders was 8 procent rooms-katholiek, 25 procent hervormd, 10 procent gereformeerd, en 13 procent schaart zich onder 'overigen'. Ruim 41 procent was buitenkerkelijk. Haspels merkte na uitsplitsing van de cijfers dat in de grote steden het percentage buitenkerkelijke toetreders met 53 procent groter is dan daarbuiten (kleinere plaatsen; platteland), namelijk 33 procent. Op het platteland komt de instroom weer meer van de kerkelijken, mogelijk omdat daar meer 'steilere' kerken zijn en mensen een vrijzinnige godsdienst verkiezen. In de steden is een kerkelijke overgang minder noodzakelijk voor 'rekkelijken', omdat daar de grote kerken meestal al vrijzinnig zijn.Het viel Haspels op dat de moderne maatschappelijke betrokkenheid (bijvoorbeeld de mogelijkheid van inzegening van een homorelatie bij de remonstranten) niet de hoofdreden vormt om toe te treden. ,,Wel dat mensen hulp verwachten bij hun zoektocht naar God.''

Afhakers
Verder onderzocht hij de motieven van de bedankers. Ruzie en onmin scoren daarbij hoog. Haspels: ,,Grappig: met al hun openheid verschillen ze dus niet van orthodoxe gemeenten.'' Verder haken veel remonstranten af na verhuizing, omdat er geen gemeente in de nieuwe woonomgeving te vinden is. Ze worden dan doopsgezind of vrijzinnig hervormd, maar de meesten worden buitenkerkelijk. Haspels vindt dat logisch, omdat de binding aan de remonstrantse kerk toch al heel gering was. ,,Ze zijn eigenlijk het meest geïndividualiseerde kerkgenootschap.''En dan de motieven van de blijvers. 'Vrijheid ervaren' is een centraal begrip onder hen, en 'ruimte voor verscheidenheid, openheid'. In 87 procent is dit het motief (bij de toetreders was dit 88 procent). 'Stimulans voor persoonlijk geloven' telt voor 67 procent van de blijvers en bij 71 procent van de toetreders.

Toekomst
Dr. Haspels zegt niet te zijn ingehuurd om de toekomst te voorspellen, maar wil desgevraagd wel kwijt, dat wie eenmaal in de ban is geraakt van het individualisme, zich niet snel meer zal aansluiten bij een kerk. ,,Ze willen nog meer op afstand met geloof en religie bezig zijn. Mogelijk dat na een paar jaar, als er bijvoorbeeld kinderen zijn gekomen en de geloofsopvoeding gaat meespelen, wel de vraag kan gaan rijzen: wat doen we nu?'' Zolang er nog mensen toetreden, lijkt er enige toekomst voor de Remonstrantse Broederschap te zijn weggelegd. Maar de aantallen vallen tot dusver tegen, vindt dr. Haspels. ,,Die verjonging moet wel snél plaatsvinden, willen de remonstranten het niet gaan verliezen.''

© 2000, Nederlands Dagblad


naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 25/03/2005