Nederlands
Dagblad
![]() |
|
||||||||
|
|
|||||||||
| Piet, vrijzinnig, is lid van de EO
11 april 2002 Van onze redacteur Reina Wiskerke LEIDEN - Piet, vrijzinnig en remonstrants, is lid geworden van de orthodox-christelijke Evangelische Omroep, die nu gelukkig ook andersdenkenden aan het woord laat. "Wil de vrijzinnigheid enige toekomst hebben, dan is een sterke orthodoxie daarvoor voorwaarde." Piet figureert in Vijftig jaar onder theologen, geschreven door dr. E.P. Meijering, tot voor kort lector in de theologiegeschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Op de laatste bladzijden evalueert hij de ontkerkelijking in Nederland. Met de ontzuiling, inclusief de uitholling van het christelijk onderwijs, ging veel van het christendom verloren, is conclusie. "De EO is inderdaad het bewijs dat het christendom daar nog redelijk overeind staat, waar het ook nog een soort zuil is. Zelf leeft Piet niet meer in zo'n hechte kerkelijke kring en hij heeft zijn kinderen, die inmiddels buitenkerkelijk zijn, er niet in willen opvoeden. Toch ziet hij er de waarde van: "Je kunt in ieder geval van hen leren dat je als kerk ook naar binnen gericht moet zijn, dat wil zeggen dat je aan 'bodybuilding' moet doen, in de zin dat je ervoor zorgt dat je überhaupt een body hebt. Pas dan heeft het zin om je ook naar buiten te wensen. Ze houden zich bij de EO met het persoonlijke geloof van de mensen bezig. Daarmee moet het inderdaad beginnen en dat geloof moet substantie hebben, anders kunnen we de rest wel vergeten. Na de oorlog had het zin om tegen de miljoenen binnen de maatschappij geïsoleerde christenen te zeggen dat ze naar buiten moesten treden. Tegenwoordig heeft het eerder zin om ervoor te zorgen dat er überhaupt christelijke gemeenschappen, die ook een zekere geslotenheid vertonen, zijn." Je kunt het boek van boek Meijering moeilijk een roman noemen. Het schetst, weliswaar vanuit een persoonlijk perspectief, toch vooral theologische en kerkelijke ontwikkelingen. Dat daarin ene Piet als 'hoofdpersoon' optreedt en niet de op hem gelijkende E.P. Meijering, doet wonderlijk aan. Een verantwoording ontbreekt. Alle vrijheid dus om het meest aannemelijke te doen: Piet identificeren met Meijering. Piet Meijering is vrijzinnig in de klassieke zin des woords. Vrijzinnigen,
als stroming in de 19e eeuw ontstaan in met name de Hervormde Kerk, willen
zich niet opsluiten in het orthodoxe denken, maar ze kunnen wel orthodoxe
ideeën hebben. Cruciaal is openheid en tolerantie. Vrijzinnigen willen
in eigen verantwoordelijkheid en niet op gezag van anderen (van een belijdenis)
hun geloof invullen. Daarom is het niet voor iedere vrijzinnige evident
dat een theoloog als Harry Kuitert, hoe modern die ook is, vrijzinnig mag
heten. Kuitert is wel verweten dat hij het orthodoxe geloof onwaar noemt
en dat past een vrijzinnige niet.
Gereformeerd
In Vijftig jaar onder theologen ontvouwt zich het krachtenspel tussen vrijzinnigheid en de middenorthodoxie in vooral de Nederlandse Hervormde Kerk. Theologen blijken net kinderen die ieder op hun eigen plekje in de speelzaal het mooiste bouwwerk proberen op te trekken. Toppunt van genoegen is op een gegeven moment andermans studenten choqueren met onorthodoxe standpunten. In de jaren zestig en zeventig krijgt Piet het moeilijk. De theologie van de revolutie komt op. Geloven betekent vooral maatschappijkritisch zijn. Dominees vertolken gretig het evangelie van Marx. "In Leiden spreken theologische studenten met elkaar af om naar kerkdiensten toe te gaan en, als er geen actuele politieke kwestie in de preek aan de orde is gesteld, tegen het einde van de dienst op te staan en te vragen van wat de maatschappelijke relevantie van deze dienst was." De solidariteit met de onderdrukten komt er niet best van af. Aan farizeïsme geen gebrek. Meijering signaleert dat maatschappijkritisch bidden in zwang komt, "het liefst voor tv-camera's". Hij verhaalt van de Nederlandse theoloog Berkhof, die verdrietig is geworden van een bezoek aan de radicaal linkse theoloog Gollwitzer. De levensstijl van de Duitse Gollwitzer - hij beschikte onder andere over een privé-zwembad in zijn tuin - was voor het gevoel van Berkhof gênant luxueus. De roep om democratisering van de kerken breekt door. Eind jaren zestig
bepleiten grote delen van de Gereformeerde Kerken, de Rooms-Katholieke
Kerk en de middenorthodoxie in de Hervormde Kerk wat de vrijzinnigheid
al sinds honderd jaar heeft gezegd, aldus Meijering. Zijn leermeester,
de remonstrantse professor Van Holk uit Leiden, is er huiverig voor. "Dit
lijkt de overwinning voor de vrijzinnigheid, maar Van Holk voelt de gevaren,
die hier dreigen scherp aan." Van Holk waarschuwt de vernieuwers: "Mag
ik u als lid van een kerk die al jaren lang heeft waarnaar u streeft ook
waarschuwen dat hier grote nadelen aan vastzitten? Als er geen gezag meer
is in de kerk, dan dreigt er erg veel mis te gaan."
Onverdachte getuige
Dat dergelijke analyses goed vallen in het orthodoxe kamp, weet Meijering. Hij ervoer het toen hij in 1995 opmerkte dat de orthodoxie het binnen de kerken langer zal volhouden dan het liberalisme van Kuitert. Het Nederlands Dagblad citeerde dit in zijn ogen veel te triomfantelijk. "'Je moet niet de functie krijgen van onverdachte getuige', dacht Piet toen hij dat las." De verhouding van Meijering tot de orthodoxen is boeiend en onbevredigend. Sociologisch gezien heeft hij helemaal gelijk. Er zit evenwel iets parasitairs in als een vrijzinnige de orthodoxie koestert voor het voortbestaan van zijn eigen soort. N.a.v. Vijftig jaar onder theologen, uitg. Meinema, € 16,90 © 2002, Nederlands Dagblad |
|||||||||
|
|
|||||||||
| naar boven | |||||||||
|
voor het laatst bijgewerkt: 25/03/2005 |
|||||||||