![]() |
|||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||
Verlangen naar een volle kerkdoor Dick Schinkelshoek29 februari 2008 De kerken maakten zich druk om kernwapens en de wereldwijde armoede,
terwijl de jongeren massaal vertrokken. Eginhard Meijering is er ,,verbijsterd''
over. Hoe een vrijzinnige, remonstrantse theoloog de orthodoxie dicht kan
naderen. ,,Ga alsjeblieft weer het evangelie van Gods genade verkondigen!'
![]() Eginhard Meijering Toenemende desinteresse onder kerkelijke jeugd Van het zelfbewustzijn van de christenen van de eerste eeuwen is in Europa weinig over, signaleert hij tijdens het gesprek. Meijering is ,,verbijsterd'' over de snelle neergang van de kerk. Nederland werd in grofweg vijftien jaar, van 1965 tot 1980, van het meest 'kerkse' land van Europa het meest geseculariseerde. Het is een periode waarin ,,zich meer veranderingen in het kerkelijk leven voltrokken dan misschien wel goed is in een mensenleven''. Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Die vraag dreef Meijering tot een boek dat afgelopen najaar verscheen, Het Nederlands christendom in de twintigste eeuw (Uitgeverij Balans). Het werd een historische studie, waarin hij zo objectief mogelijk het typisch Nederlandse christendom (daarom: 'Nederlands' in plaats van 'Nederlandse') in al zijn facetten probeert de schetsen: naast de kerkelijke en theologische ontwikkelingen ook de confessionele partijvorming, de eigen scholen en het 'geestelijk leven'. Het is een verhaal van neergang. Aan het einde van de twintigste eeuw nemen de tegenstanders van het christendom niet eens meer de moeite om de kerken een voet dwars te zetten, signaleert Meijering. ,,Het is vechten om te overleven geworden, niet in de laatste plaats omdat de eigen, kerkelijke jeugd met toenemende desinteresse van het geloof van hun ouders kennisneemt.'' Hij spreekt uit ervaring. Zijn eigen kinderen, een zoon en een dochter, maken zijn geloof niet meer mee. ,,Voor mijn dochter is het geloof een wereld die mijlenver van haar afstaat. Mijn zoon er is wel in geïnteresseerd, maar dan vooral op het intellectuele vlak. Ik ben zelf een voorbeeld van mensen die het geloof niet hebben kunnen overdragen op de volgende generatie. Of ik dat moeilijk vind?'' Even is het stil. ,,Ja. Tegelijk zou het een wonder zijn geweest als ze voor het geloof behouden waren. Al hun vrienden zijn niet-kerkelijk. En ze hebben destijds op een openbare school gezeten. Ik geloof niet dat een streng christelijke school verschil had gemaakt. Dan was de kans groot geweest dat ze er hardhandig mee hadden gebroken. Nu kunnen we er nog open over praten.'' Blijf bij uw zuil, anders verwatert het De remonstrantse Meijering kan met jaloezie naar behoudende gemeenten kijken. ,,Iemand liet mij onlangs de ledenlijst zien van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) in Leiden: allemaal mensen van twintig, dertig, veertig. De gemiddelde leeftijd in de remonstrantse gemeente waar ik bij hoor, is zeventig. In de Christelijke Gereformeerde Kerk, waar ik regelmatig kom, zie ik hetzelfde. De verwatering en de kerkverlating zijn daar veel minder hard gegaan. Daar zitten nog jongeren, en ze zijn gemotiveerd.'' Meijering schrijft het toe aan de vrijgemaakte en de reformatorische scholen, aan de zuil die er nog steeds staat, aan de onderscheidende identiteit. ,,Alleen rondom de EO en in de reformatorische zuil staat het kerkelijke christendom nog een beetje overeind. Daar zijn de deuren naar de buitenwereld nog niet helemaal opengegooid. Ik roep al die christenen toe: blijf bij uw eigen zuil. Anders treedt de verwatering in.'' Wijzen al die jonge mensen in orthodoxe kerken niet juist op een tegenbeweging? ,,Ik hoop het, maar ik zie die tegenbeweging nog niet. Een socioloog zou spreken van een vertragend effect. De evangelicalisering is een redelijk succes, dat is waar. Tegelijk heb ik de indruk dat evangelische gemeenten vooral mensen uit andere kerken trekken. En dat veel ouderen na verloop van tijd afhaken. Bovendien staat rechtzinnig Nederland de laatste jaren niet stil. De EO, bijvoorbeeld, slingerde vroeger haar boodschap de ether in, onverschillig over de reacties. Nu zijn ze vooral in gesprek met andersdenkenden. De NCRV ging in de jaren zestig en zeventig dezelfde weg en deed nog een stap verder, waarbij de eigen identiteit er helemaal niet meer toe deed. Ik zeg niet dat de EO onvermijdelijk dezelfde kant op gaat. Dat vind ik doemdenken. Maar het is wel een gevaar. Ik heb een keer in een ingezonden brief aan de Visie gezegd: prima dat jullie de dialoog zoeken, maar ga niet verder. Dan ga je de NCRV achterna en houd je zoiets vaags en onbestemds over dat je geen relevantie meer hebt.'' Want dat is er misgegaan: de kerken hebben geen relevantie meer? ,,Ja. Ik heb een tijdje bij de opleiding Klassieke Talen gewerkt en toen wij een keer vergaderden over de grote terugloop van studenten, zei een docent, zelf helemaal niet kerkelijk: 'We moeten niet de fout van de kerken gaan maken en ons gaan prostitueren.' Dat was een heel harde opmerking, maar precies de spijker op zijn kop: wij hebben als kerk ons in de twintigste eeuw uitgeleverd aan de wereld.'' Hoe kon dat gebeuren? ,,Na de oorlog, toen de kerken nog vol actieve mensen zaten, zeiden de theologen: we moeten al die kerkelijke activiteit in dienst aan de wereld steken. Maar toen in de jaren zestig de zuilen opengingen, stak men alle activiteit niet in dienst aan de wereld, maar men stopte er gewoon mee. Want de kerken maakten geen verschil meer: wat je er hoorde, over medemenselijkheid en zo, kon je elders ook horen. Met mijn generatie aan het roer werd de kerk helemaal in beslag genomen door armoedebestrijding, wereldvrede, het milieu. Neem de kernwapenaffaire in de jaren zeventig en tachtig: de kernwapens moesten de wereld uit. Natuurlijk mag je die ideeën hebben, maar als je het christelijk geloof eraan koppelt ('God wil het') en de hausse is voorbij, dan sta je als kerk met lege handen. Het is naar mijn mening een enorme fout geweest om de godsdienst helemaal op te laten gaan in de ethiek, in betrokkenheid op de wereld. Daarin heeft mijn generatie gefaald.'' Kerken hebben geen programma's Wat moet de volgende generatie nu gaan doen? ,,Na de zomer zal een pamflet van mij verschijnen met de titel Het roer moet om. Daarin spreek ik de hoop uit dat de jonge generatie christenen zich gaat bezinnen op haar wortels, heel klassiek: op evangelie en reformatie. En dat ze weer eens met iets substantieels komt, het evangelie van Gods onverdiende genade. Dat hebben wij, druk als wij waren met kernwapens en de wereldwijde armoede, niet of onvoldoende invoelbaar kunnen maken.'' Dus: meer godsdienst en minder ethiek? ,,Inderdaad. Het handelen van een christen is belangrijk, maar altijd het gevolg. Dat kun je als kerk niet programmeren. Programma's zijn voor politieke partijen, en die kun je om de vier jaar daarop afrekenen. Kerken hebben geen programma's. Die moeten het evangelie verkondigen. Natuurlijk heeft dat gevolgen voor je leven. Maar daar moet je niet de nadruk op leggen. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat iemand die in het eeuwige leven gelooft, zegt: ik hoef niet te halen wat er te halen valt, want dit leven is niet alles. Maar dat soort beslissingen kun je als kerk niet aan mensen voorschrijven. Die komen vanzelf.'' De desinteresse heeft toegeslagen, schrijft u. Is er onder de volgende generatie nog wel publiek voor de verkondiging van het evangelie van Gods genade? ,,Ik was een keer op een evangelisatiebijeenkomst van Leidse studenten, waar getuigenissen werden afgelegd van mensen die tot geloof waren gekomen. Het stramien was dat men eerst met zichzelf geen raad wist: 'ik durfde geen tentamen te doen', 'ik durfde geen meisje te benaderen'. Vervolgens bracht het geloof in Jezus ommekeer. De insteek was niet zonde en schuld, waarvoor wij genade nodig hebben, maar gebrek aan liefde, aan aandacht, aan zin. Daar is behoefte aan. Waarschijnlijk bedankt de overgrote meerderheid daar nog steeds voor, maar er zijn mensen die daardoor tot geloof komen.'' Moeten we Jezus als succesformule gaan brengen? ,,Nee, dat zeg ik niet. Gebruik het als invalshoek. En laat de nieuwe gelovigen vervolgens in contact komen met de christelijke gemeenschap, zodat er verdieping kan plaatsvinden. Dan kun je thema's als zonde en schuld aan de orde stellen. Waar ik echt niets in zie, is een aangepast, horizontaal Godsbeeld. Dat brengt mensen niets nieuws. Wie erdoor gesticht wordt, worde erdoor gesticht, maar voor het voortbestaan van de kerk hebben we daar niets aan.'' Soms vraag ik mij af: geloof je het nog? Jarenlang was Meijering bezig met de vroegchristelijke schrijvers, met hun ideeën, hun strijd tegen het heidendom en hun zoektocht om het christelijk geloof begrijpelijk te maken voor hun tijdgenoten. Het maakte hem kritisch op de theologie van zijn eigen tijd, op het vlakke en onpersoonlijke Godsbeeld. De vroege christenen verscherpten en verdiepten bij Meijering het klassieke beeld van God, die oneindig is en alomtegenwoordig, en tegelijk een Persoon, tot wie je je in gebed kunt richten. De moderne theologie nam afscheid van God als persoon. Waarom u niet? ,,We hebben een idee gekregen van de oneindige afmetingen van het heelal, waarin niet alleen wij een stofje zijn, maar ook deze wereld. De dichter van psalm 8, die zich klein voelt onder de sterren, had nog geen idee hoe groot zijn gelijk wel niet was. Natuurlijk wordt het wel eens aangevochten, maar het geloof dat God hier spreekt en handelt, wordt tegelijk een des te groter wonder.'' Of des te onwaarschijnlijker. ,,Volgens mij kun je de onkerkelijkheid niet toeschrijven aan het onvermogen van mensen zich voor te stellen dat er een God is. Het probleem is veel meer dat mensen geen behoefte hebben om contact met die God te hebben. Waarna ze als rationalisatie geven: ik kan mij niet voorstellen dat er een God is, vanwege het heelal, vanwege het kwaad, enzovoorts. Daarom helpt het ook niet om waarschijnlijk te maken dat God bestaat. Ook als mensen daarvan overtuigd zijn, hebben ze nog steeds geen behoefte aan Hem.'' Waarom hebt u die behoefte aan God dan wel? Aarzelend: ,,Omdat ik erin grootgebracht ben?'' Daarna stelliger: ,,Omdat ik het menselijke falen zie: in mijzelf en om mij heen. Mijn eigen oordeel over mijzelf kan alleen maar negatief zijn. Wat zou ik moeten zonder genadige God?'' U gaat 's zondags regelmatig naar de Christelijke Gereformeerde Kerk. Wat trekt u daar? ,,Je zit in een heerlijk volle kerk, en je ziet alle leeftijden. En de preken spreken me regelmatig aan. In minder behoudende gemeenten erger ik me wel eens aan de oppervlakkige verhalen en vraag ik mij voorzichtig af: geloof je het zelf allemaal nog? Maar ik ga ook regelmatig naar mijn eigen, remonstrantse, gemeente in Leiden. En dan kom ik ook meer dan eens gesticht thuis.'' Waar voelt u zich het meeste thuis? Meijering kijkt voor zich uit. ,,Dat vind ik lastig. Laat ik zeggen: in boeken. Bij auteurs waar ik wat aan heb. Bijvoorbeeld Bram van de Beek of de Duitse theoloog Wolfhart Pannenberg. Van een andere generatie: Karl Barth, of Paul Tillich, die zo geweldig de verbinding tussen dieptepsychologie en geloof kon leggen. In hun boeken voel ik mij thuis.'' Zou u zichzelf orthodox noemen? ,,Nee, toch niet. Natuurlijk zeggen mensen wel eens tegen mij: 'u bent orthodox'. Dat begrijp ik best en ik word er niet boos om. Maar de vaste, vanzelfsprekende kaders van de orthodoxie stuiten mij tegen de borst. Ik geloof dingen omdat ik daar persoonlijk van overtuigd ben. Niet omdat het in een bepaalde club zo moet. In die zin noem ik mijzelf vrijzinnig.'' Als ik Hendrikse was, zou ik stoppen Het maakt Meijering wie hij is: ongrijpbaar. Voor een rechtzinnige gelovige klinken zijn woorden vertrouwd. Visies stemmen overeen, een gesprek van hart tot hart is mogelijk. Maar voordat hij in het rechtzinnige kamp getrokken kan worden, draait hij weg. Ondanks zijn pleidooi voor het 'ouderwetse' evangelie, verdedigt hij het bestaansrecht van de vrijzinnigheid in de kerk. En moet hij van leertucht niets hebben. Jonge mensen in de kerk zijn bijna zonder uitzondering orthodox. Dus de toekomst in de kerk is voor de orthodoxie? ,,Dat heb ik wel eens gezegd, en toen stond het de volgende dag triomfantelijk in het Nederlands Dagblad . Maar vergis je niet: al die jonge mensen in de behoudende kerken veranderen ook. Als ze ouder worden, moet je afwachten of ze blijven. Maar inderdaad: de vrijzinnigheid en de middenorthodoxie in de hervormde kerk sterven uit. En buitenkerkelijken praten liever met orthodoxen dan met vrijzinnigen over geloof. Want vrijzinnigen vertellen vaak wat mensen uit zichzelf al weten.'' Dus de kerk van de 21e eeuw kent geen vrijzinnigheid meer? ,,Dat is te snel. In een orthodoxe kerk blijft altijd behoefte aan vrijzinnigheid. Voor buitenkerkelijken heeft de vrijzinnigheid geen aantrekkingskracht, maar wel voor sommige rechtzinnige gelovigen. Iemand als Nico ter Linden bijvoorbeeld, houdt mensen bij de kerk die anders afgehaakt waren.'' Ter Linden? Die staat toch mijlenver af van het klassieke christelijke geloof? Alles is bij hem zo vaag en onbestemd. ,,Noem dan eens iets vaags, iets waarvan u zegt: dat is geen christelijk geloof?' De opstanding bijvoorbeeld. Als je die een metafoor noemt, en niet iets historisch, plaats je jezelf toch buiten de christelijke traditie? ,,Persoonlijk neem ik de opstanding niet alleen als metafoor. Zolang een predikant die het verhaal als metafoor ziet, zich niet als een verlicht mens opstelt, maar zo preekt dat ook mensen zoals ik gesticht worden, heb ik er geen moeite mee. Zodra hij gaat zeggen 'daar geloven wij niet meer in!' doet hij aan leertucht. Dan kom ik niet meer. Dan ben ik blijkbaar niet meer welkom.'' Je kunt toch niet alles zeggen in de kerk, al dan niet bedekt? ,,Nee, er komt een moment dat je jezelf buiten de traditie plaatst. Maar wanneer dat is, moet je aan mensen zelf overlaten. Je kunt wel zeggen: als ik jou was, zou ik ermee stoppen. Dat heb ik tegen Harry Kuitert gezegd, en dat wil ik tegen Klaas Hendrikse zeggen. Maar ze eruit zetten? Daar hebben wij het recht niet toe. Bovendien: iemand als Hendrikse hoopt er misschien juist op dat de kerk leertucht op hem gaat uitoefenen. Dan wordt hij een martelaar en weet ik de titel van zijn volgende bestseller: Hoe het kerkelijke proces tegen mij verliep. Natuurlijk is zijn positie onhoudbaar. Ik vertelde laatst over hem aan een buitenkerkelijke collega en die noemde een atheïstische dominee 'grote flauwekul'. Maar Hendrikse moet zelf die conclusie trekken. Laten we goede trouw veronderstellen: iemand hoort bij de gemeenschap van de kerk zo lang hij dat zelf wil.'' Grote werken en pamfletten Dr. E.P. Meijering (1940) was tot zijn pensionering lector in de theologiegeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden en remonstrants predikant. In Het Nederlands christendom in de twintigste eeuw (2007) schrijft Meijering kort over het NSB-lidmaatschap van zijn vader tijdens de oorlog, waarmee deze ,,de schijn gaf van de aanvaardbaarheid van het systeem''. Het verklaart Meijerings grote aandacht voor politiek. Maar erover praten wil hij niet, geeft hij al tijdens de interviewafspraak aan. Eerder schreef Meijering het goed verkochte naslagwerk Geschiedenis
van het vroege christendom (2003). Zijn ervaringen in de theologie
bundelde Meijering in Vijftig jaar onder theologen (2002). Naast
zijn 'grote' historische werken publiceerde Meijering ook enkele pamfletten,
bedoeld voor een breed publiek. Tegenover allerlei theologische trends
neemt hij het daarin steevast op voor de klassieke theologie. In 2006 verscheen
Wat
verbeelden we ons wel!? ,waarin hij Kuiterts 'geloof als verbeelding'
bekritiseert. Na de zomer komt Meijering met het pamflet Het roer moet
om. Daarin stelt hij dat de kerken weer expliciet Gods genade moeten
gaan verkondigen, willen ze niet hun laatste restje relevantie verliezen.
|
|||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||
| naar boven | |||||||||||||||||
| naar overzicht 'Pers' | |||||||||||||||||
|
voor het laatst bijgewerkt: 26/03/2008 |
|||||||||||||||||