|
Herstel vrijzinnigheid in ere
door Wibren van der Burg
25-10-2005
Harde taal van nu staat haaks op een eeuwenoude
Nederlandse traditie
Wat onze multiculturele samenleving nodig heeft, is een tussenweg
tussen religieus fundamentalisme en radicaal secularisme. En dat vereist
een vrijzinnige visie waarin tolerantie en dialoog vooropstaan,
meent Wibren van der Burg.
Het pleidooi van Femke Halsema, fractievoorzitter van GroenLinks in
de Tweede Kamer, voor een vrijzinnig-linkse politiek veroorzaakte vorige
week nogal wat ophef. Dat verbaasde ook haar, want ze heeft dit pleidooi
al vaker gehouden. De vraag rijst dan waarom nu ineens zoveel aandacht
is voor dit geluid.
Halsema grijpt terug op de oude term vrijzinnigheid, die tegenwoordig
vrijwel alleen naar een kerkelijke stroming verwijst. Tot de Tweede Wereldoorlog
was het ook een gangbaar politiek begrip.
Nadat de vooroorlogse Vrijzinnig Democratische Bond was opgegaan in
de Partij van de Arbeid, raakte het begrip in onbruik. Alleen D66 hield
het nog in ere. Maar de politieke vrijzinnigheid is veel breder en kent
een lange traditie in Nederland, met denkers als Erasmus, Coornhert en
Hugo de Groot. Vrijzinnigheid is zelfs een kenmerk van de hele Nederlandse
samenleving.
Ons beleid met betrekking tot drugs en euthanasie en onze voortrekkersrol
bij het huwelijk voor homoparen geven daar blijk van. Die vrijzinnigheid
blijkt ook uit de manier waarop met verschillen wordt omgegaan. Tolerantie,
polderen, streven naar een breed gedragen consensus en voor iedereen aanvaardbare
compromissen, respect voor minderheden - het is wezenlijk voor de manier
waarop in Nederland altijd politiek is bedreven. Nederland is een land
van minderheden.
Daardoor wijkt onze democratische cultuur af van die in andere landen.
Wij kennen geen tweepartijenstelsel waarbij de winnende partij zijn wil
doordrukt zonder naar de oppositie te luisteren.
Ons systeem van evenredige vertegenwoordiging vermindert soms de slagkracht
waardoor besluitvorming langer kan duren, maar daar staan een groter draagvlak
en meer maatschappelijke samenhang tegenover.
Ook in de omgang met godsdienstige verschillen kent Nederland een eigen
traditie, waarnaar buitenlanders - tot voor kort - vaak vol bewondering
keken. De neutraliteit van de staat was en is het liberale vertrekpunt.
Maar anders dan in Frankrijk is dat nooit geïnterpreteerd als het
uitsluiten van religie uit de publieke sfeer. Integendeel, als mensen scholen
of partijen op religieuze grondslag wilden oprichten, kregen ze daarvoor
de ruimte.
Femke Halsema heeft deze vrijzinnigheid opnieuw op de agenda gezet.
Vrijzinnigen zijn in een breed spectrum van de Nederlandse politiek
te vinden, van GroenLinks en de PvdA tot D66 en VVD. Het zou daarom jammer
zijn als dit pleidooi voor vrijzinnigheid beperkt zou blijven tot het linkerdeel
van de politiek. Politieke vrijzinnigheid wordt gekenmerkt door een open
en ondogmatische opstelling en door pragmatisme.
Vrijzinnigheid richt zich ook op inhoudelijke waarden als individuele
zelfontplooiing, principiële gelijkwaardigheid, democratie en verdraagzaamheid.
De overheid moet deze inhoudelijke waarden beschermen door de waarborgen
van de democratische rechtsstaat, door grondrechten en door het bestrijden
van discriminatie. Maar ze moet zich niet paternalistisch of moralistisch
opstellen. Burgers moeten de vrijheid hebben hun leven in te richten zoals
zij dat zelf willen. Deze vrijzinnige traditie blijkt op dit moment kwetsbaar.
Blijven we een samenleving waarin alle minderheden zich thuis voelen?
Of willen we een nationale canon van normen en waarden waaraan iedereen
zich moet aanpassen? Geven we onze traditionele verdraagzaamheid op voor
een radicaal antireligieus secularisme en voor de Franse laïcité?
We zien een toenemende verontrusting over de onverdraagzaamheid en
verharding in de Nederlandse samenleving. Dit verklaart waarom het pleidooi
van Halsema nu zo sterk de aandacht trekt.
Wat onze multiculturele samenleving nodig heeft, is een tussenweg tussen
religieus fundamentalisme en radicaal secularisme. En dat vereist een vrijzinnige
visie waarin tolerantie en dialoog vooropstaan.
Vrijzinnigheid leidt niet tot simpele slogans.
Vrijzinnigheid is de houding van de nuance, van het enerzijds, anderzijds.
Die nuance blijkt bijvoorbeeld uit de vonnissen van de Haagse rechtbank
met betrekking tot de SGP. De staat mag discriminatie van vrouwen niet
steunen en daarom moet de subsidie aan de SGP beëindigd worden. Dit
past in de vrijzinnige nadruk op een principiële gelijkheid van man
en vrouw. Maar een verbod van de SGP zou een heel drastisch middel zijn
en is voor de rechtbank terecht een stap te ver. Een nuchtere, verdraagzame
houding past ook tegenover orthodoxe joden en moslims die iemand van het
andere geslacht geen hand willen geven. Het is diep triest dat nota bene
de minister van Integratie de tegenstellingen aanwakkert door hierover
de confrontatie te zoeken. De ophef over het ongemengd zwemmen wekt al
evenzeer verbazing. De behoefte hieraan heeft niets te maken met ongelijkwaardigheid
tussen mannen en vrouwen, maar met een bepaalde seksuele moraal. Dat betekent
niet dat de overheid iedere seksuele moraal moet tolereren. Homohaat, gedwongen
huwelijken, vrouwenbesnijdenis en eerwraak maken, anders dan hoofddoekjes
of gescheiden zwemlessen, daadwerkelijk slachtoffers.
Vrijzinnigen bestrijden daarom wel de fundamentele ongelijkheid tussen
mannen en vrouwen in sommige minderheidsculturen, maar ze doen dat met
doordacht beleid en niet met de botte bijl. Ze bestrijden niet de bouw
van moskeeën, godsdienstvrijheid is immers een fundamenteel mensenrecht.
En ze weren evenmin buitenlandse priesters en imams. Maar ze eisen wel
van die Poolse priesters en Marokkaanse imams dat zij een inburgeringscursus
volgen die hen in staat stelt om ook echt steun te bieden aan gelovigen
in de Nederlandse samenleving.
De nieuwe hardheid in ons maatschappelijk debat sluit minderheden uit.
Het bevordert het denken in termen van `wij tegen zij'. Daarmee vervreemdt
de samenleving juist de minderheden van zich waarvan ze hoopt dat ze sterker
integreren. Vrijzinnigen stellen daar een zogeheten inclusieve houding
tegenover. Zij vragen niet van minderheden om zich helemaal aan te passen
aan de meerderheid. Ze laten zowel de Gay Parade als de hoofddoekjes toe,
ze tolereren de Walletjes en de softdrugs en maken ruimte voor de moskee.
De burgemeester van Amsterdam die probeert de boel bij elkaar te houden
en de religieuze identiteit van minderheden serieus neemt, is hiervan een
goed voorbeeld.
In de afgelopen eeuwen is in Nederland een vrijzinnige cultuur ontstaan.
Poldermodel en tolerantie, godsdienstvrijheid en erkenning van gewetensbezwaren,
het zijn allemaal waardevolle kenmerken van onze traditie. Een inclusieve
democratie die minderheden laat weten dat ze erbij horen, levert een grotere
bijdrage aan sociale integratie dan de huidige harde taal.
Het wordt tijd dat we die vrijzinnige traditie opnieuw ontdekken en
waarmaken.
|