Denken ze niet dat ik een terrorist ben?

door onze redacteur Herman Amelink 

18-07-2007

Een groep studenten aan de Islamitische Universiteit verdiepte zich de afgelopen maanden in het christendom. “Jammer dat Nederlanders zo weinig over hun eigen religie weten.”

Rotterdam. Youssef el Hachioui (28) heeft zich goed voorbereid op het gesprek met de voorganger van de pinkstergemeente. “Ik zag dat u na de kerkdienst de handen op het hoofd van iemand legde en tegen hem sprak. Wat zegt u dan tegen die persoon?” “Bidt u tot God of tot Jezus?” “Geeft u jongeren in de kerk ook advies, zoals de imam doet?” Dick van Steenis, voorganger van de Rotterdamse Pinkstergemeente Kom en Zie, geeft uitgebreid tekst en uitleg, terwijl Youssef korte aantekeningen maakt voor het verslag dat hij moet schrijven. 

Youssefs bezoek aan de pinkstergemeente is onderdeel van zijn opleiding aan de Islamitische Universiteit in Rotterdam. Hij immigreerde 22 jaar geleden met zijn ouders uit het Rifgebergte in Marokko en zit nu aan het eind van het eerste jaar van zijn studie. Een van de verplichte vakken is Geschiedenis van het christendom. Gastdocent Johan Goud, remonstrants predikant en hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht, behandelde de afgelopen maanden onder meer de christelijke feesten, de grote variatie aan christelijke kerken en stromingen in de wereld, de oecumene en de dialoog met andere godsdiensten.
Goud brengt zijn studenten in opperste staat van opwinding als ze horen dat ze voor het tentamen een bezoek moeten brengen aan een kerk en daar moeten spreken met de voorganger. Het verslag ervan telt mee voor het tentamen. “Kan ik zo maar naar binnen in een kerkdienst? Word ik dan gecontroleerd? Zullen ze niet denken dat ik een terrorist ben?”
Youssef heeft gekozen voor de Rotterdamse pinkstergemeente, vlak bij zijn huis. “Ik kom er vaak langs en een collega bij de boekhandel waar ik gewerkt heb, gaat hier ’s zondags heen.” Zijn eerste vraag aan voorganger Van Steenis: “Op het kerkgebouw staat ´Kom en Zie, God roept ook U’. Waar komt dat vandaan?” De voorganger leest het bijbelgedeelte (Johannes 1,47) voor waaruit de woorden komen. Daarna geeft hij uitleg over de herkomst van de gemeente, de zondagse bijeenkomsten, de huiskringen die elke dinsdag bijeen komen, de cursussen, de muziekgroep.
Aan de rand van het doopbassin in de kerkzaal vertelt Van Steenis dat pinksterkerken alleen de volwassenendoop kennen. “De doop door onderdompeling in het water is het teken dat de gedoopten zijn gereinigd van hun zonden, ze worden als het ware nieuwe mensen”, zegt hij. Youssef herkent dat: “Dat moet het gevoel zijn dat ik een paar jaar geleden had, toen ik terugkeerde van de hadj, de reis naar Mekka; ik had het gevoel helemaal schoon te zijn.” De islam kent ook een ritueel dat doet denken aan het zogeheten opdragen van pasgeboren kinderen in de kerkdiensten van pinkstergroeperingen. Youssef: “Als een moslimkind pas geboren is, wordt in het linkeroor de spreuk gezegd Allah u Akhbar (Allah is groot) en ´Er is geen andere god dan God, en Mohammed is zijn profeet.’ De vader moet dit in het oor van de baby fluisteren. Omdat sommige jonge moslims die spreuk niet meer kennen, roepen ze mij soms bij een pasgeborene om die spreuk in te fluisteren.”

  
De Islamitische Universiteit werd in 1997 opgericht door moslims uit Turkije, Marokko, Egypte, Palestina, Suriname en Somalië. Ze stelt zich ten doel een bijdrage te leveren aan het leven als burger in Nederland en aan het leven als moslim die in een goede relatie staat tot zichzelf, zijn medemens en Allah. De nog niet erkende opleiding bevat drie studierichtingen: islamitische wetenschappen; talen en beschavingen; islamitische kunst. Mogelijke beroepsperspectieven: geestelijk verzorger, vertaler bij een rechtbank.
  
Voor een deel van de moslimstudenten zijn de lessen niet eenvoudig. Ze hebben niet alleen moeite met de stof, maar ook met het onderscheid dat Goud maakt tussen opvattingen en feiten. Hij probeert ze uit te leggen welke status godsdienst in deze geseculariseerde samenleving heeft. Ter verduidelijking provoceert hij: “´Er is geen andere god dan Allah’ is een mening, maar de dood van miljoenen joden in de Tweede Wereldoorlog is een feit.” Het werkt: zijn studenten protesteren heftig: “Het is precies andersom”. Toch vinden ze zijn lessen zinnig, want hoe meer je van elkaar weet, des te toleranter ben je, vinden ze. Youssef: “Je hebt al gauw verkeerde beelden van elkaar.” 
Nassira el Tarrahi (28), tweedejaars, ook uit Marokko, heeft een verslag geschreven van haar bezoek aan de doopsgezinde gemeente in Rotterdam. Haar is opgevallen dat in de kerkdiensten mannen en vrouwen door elkaar zitten en dat de helft van de doopsgezinde voorgangers vrouw is. Het lidmaatschap van de kerk krijg je pas door een persoonlijk geschreven verklaring waarin je je uitspreekt over je verbondenheid met God. “Je wordt lid van de gemeente op basis van je eigen geschreven belijdenis en die belijdenis wordt dan bekrachtigd door de doop”, noteert ze in haar verslag.
Nassira zegt zich te verbazen dat veel Nederlanders zo weinig van hun religieuze achtergrond weten. “Ik heb gelezen dat 80 procent niet naar de kerk gaat! Veel mensen vieren wel kerstfeest, maar ze kunnen je niet zeggen wat dat betekent. Dat is toch jammer, want het is toch je eigen religie.” Youssef reageert: “Er zijn ook veel moslims die weinig van hun geloof afweten.”
Nassira en Youssef zijn inmiddels beiden voor hun tentamen geslaagd. Goud: “Na het laatste college ben ik uitgebreid bedankt door de studenten.”

 


naar boven
 


voor het laatst bijgewerkt: 31/07/2007