September 2006

Twee remonstrantse cadeaus

De afgelopen maanden is kerkelijk Nederland verrijkt met twee bijzondere gebeurtenissen, die her en der aandacht hebben gekregen. Het zou jammer zijn als het predikantenblad van de BNP daaraan zou voorbijgaan.

Beide gebeurtenissen vonden plaats in de kring van de Remonstrantse Broederschap, één van de kleinere kerken in ons land, maar wel één met een lange en bewogen geschiedenis.
Het eerste cadeau is een dik boek. Het is de dissertatie van de Rotterdamse gemeentepredikant (en penningmeester van het bestuur van de BNP) Tjaard Barnard. Hij promoveerde op 24 mei jl. aan de universiteit van Leiden tot doctor in de theologie. In een indrukwekkende en eerbiedwaardige senaatskamer verdedigde hij onder het toeziend oog van het hooggeleerd voorgeslacht (onder wie Arminius) zijn proefschrift, getiteld Van ‘verstoten kind’ tot belijdende kerk. De Remonstrantse Broederschap tussen 1850 en 1940 (*1).

Barnard onderscheidt in die 90 jaar drie perioden:
1. die van 1850 tot 1880, waarin de Broederschap kiest voor het modernisme; daarover gaat het eerste deel van zijn boek, getiteld Het verstoten kind.
2. die van 1880 tot 1905, de bloeitijd van het (oud)modernisme; het tweede deel draagt het opschrift De gulden middenweg tussen ongeloof en dogmatisch christendom.
3. die van 1905 tot 1940, waarin de Broederschap een vrijzinnige, belijdende kerk wordt; het derde deel is getiteld Van modern genootschap tot belijdende kerk.

Op boeiende wijze beschrijft Barnard de ontwikkeling, die de Broederschap in deze negentig jaar heeft doorgemaakt. De titels van de drie delen geven kernachtig aan welke weg is gegaan.
Dat wordt zichtbaar in de lotgevallen van de gemeenten, in de vragen en kwesties die daar spelen en aan de wijze waarop die tot een oplossing worden gebracht. Daarin speelt de verhouding tot de Nederlandse Hervormde Kerk een belangrijke rol. In de eerste periode ziet de Broederschap zich vooral als een onderdeel van de Hervormde Kerk. Uit die periode komt de benaming ‘verstoten kinderen’: hervormden in ballingschap. Vervolgens groeit er afstand en wordt de Broederschap een aantrekkelijk alternatief voor ontevreden hervormden. Dat heeft gevolgen voor het zelfverstaan en de ecclesiologie. Typerend is een kwestie die aan het begin van de twintigste eeuw speelt. Eén van de predikanten wekt met Pasen de indruk dat hij gelooft in de lichamelijke opstanding van Jezus Christus. In de eerder zo tolerante Broederschap waait nu een andere wind. Zijn uitlatingen roepen grote weerstand op en na enkele jaren besluit de predikant ontslag te nemen. In de derde periode ontwikkelt de Broederschap zich tot kerk met een nieuwe beginselverklaring in 1928, nieuwe liturgische formulieren en de belijdenis van 1940.

Met zijn uitvoerige studie heeft Barnard kerkelijk Nederland een mooi cadeau geschonken: een boeiende beschrijving van de ontwikkeling van de Remonstrantse Broederschap.
Daarnaast is een compliment op zijn plaats. Barnard verrichtte zijn studie naast zijn werk als gemeentepredikant. Dat hij erin slaagde onlangs zijn studie te voltooien met dit mooie boek is zeker lof waard!

Het tweede cadeau is door het Convent van remonstrantse predikanten in juni jl. aangeboden aan de Remonstrantse Broederschap. Het is een Belijdenis. In een begeleidend boek (*2) stelt het Voorwoord dat er situaties zijn ‘waarin een antwoord moet worden geformuleerd. Al is met maar om een relativisme te doorbreken dat principieel twijfelt aan de zin van alle keuzes en overtuigingen.’ (7). Het boek geeft een tweetal inleidende artikelen bij het tot stand komen van deze belijdenis, negen spirituele reflecties en vier reacties. De bijdragen aan dit boek zijn van de hand van verschillende auteurs. Dat is goed te merken. De ene bijdrage graaft dieper dan de andere en de ene prikkelt ook meer tot de verbeelding en tot nadere reflectie dan de andere. Stuk voor stuk zijn nodigen zij uit de woorden van de Belijdenis op de tong te nemen en te (be)proeven.

Voor wie nu nieuwsgierig geworden is naar de Belijdenis volgt hier de tekst.

Belijdenis
Wij beseffen en aanvaarden

dat wij onze rust niet vinden in de zekerheid van wat wij belijden,
maar in verwondering over wat ons toevalt en geschonken wordt;
dat wij onze bestemming niet vinden in onverschilligheid en hebzucht,
maar in wakkerheid en verbondenheid met al wat leeft;

dat ons bestaan niet voltooid wordt door wie we zijn en wat we hebben,
maar door wat oneindig groter is dan wij kunnen bevatten.

Door dit besef geleid, geloven wij in Gods Geest
die al wat mensen scheidt te boven gaat
en hen bezielt tot wat heilig is en goed,
opdat zij, zingend en zwijgend,
biddend en handelend,
God eren en dienen.

Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens,
het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust.
Hij had de mensen lief en werd gekruisigd
maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij.
Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed
en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.

Wij geloven in God, de Eeuwige,
die ondoorgronde liefde is,
de grond van het bestaan,
die ons de weg van vrijheid en gerechtigheid wijst
en ons wenkt naar een toekomst van vrede.

Wij geloven dat wij zelf,
zo zwak en feilbaar als wij zijn,
geroepen worden om
met Christus en allen die geloven verbonden,
kerk te zijn in het teken van de hoop.

Want wij geloven in de toekomst van God en wereld,
in een goddelijk geduld dat tijd schenkt
om te leven en te sterven en om op te staan,
in het koninkrijk dat is en komen zal,
waar God voor eeuwig zijn zal: alles in allen.

Aan God zij de lof en de eer
in tijd en eeuwigheid.

Amen

Twee remonstrantse cadeaus. Zo ervaar ik deze beide gebeurtenissen. Met genoegen heb ik ze uitgepakt en er kennis van genomen. En zoals het hoort bij een mooi cadeau zeg ik nu heel graag: dank jullie wel! 

Richard Vissinga

Noten

(*1) Tjaard Barnard, Van ‘verstoten kind’ tot belijdende kerk. De Remonstrantse Broederschap tussen 1850 en 1940. De Bataafse Leeuw. Amsterdam 2006

(*2) Een weg van vrijheid. Reflecties bij de nieuwe remonstrantse belijdenis. Onder redactie van Mijnke Bosman, Johan Goud en Marius van Leeuwen. Meinema, Zoetermee 2006.
  


naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 06/10/2006