Donderdag 5 oktober 2006

Van een medewerker

„Geloof van verbeelding levert geen houvast”

Prof. Kuitert en dr. Meijering in debat over aard geloofsuitspraken

LEIDEN - „Als ik Kuitert was, zou ik gestopt zijn met preken”, zei dr. E. P. Meijering woensdag tijdens een debat met prof. dr. H. M. Kuitert. In een overvolle zaal van de Universiteit Leiden gingen de twee in discussie over Kuiterts laatste boek. Een remonstrant die de klassiek-gereformeerde theologie verdedigt en een gereformeerd theoloog die haar aanvalt. 

Dr. Meijering, tot zijn pensionering remonstrants predikant en lector theologiegeschiedenis aan de Leidse universiteit, kon jarenlang met prof. Kuitert door één deur. „Vanaf de jaren ’90 zag ik echter de wegen uiteengaan en sinds 2000 hebben we weinig meer gemeen.” 

LEIDEN – „Alle spreken over God komt bij mensen vandaan”, is de stelling van prof. dr. H. M. Kuitert (vooraan op de foto). Zijn opponent, de remonstrantse theoloog dr. E. P. Meijering (eveneens staand), gaf woensdag in Leiden weliswaar toe dat in de Bijbel mensen aan het woord zijn, maar wil tegelijk geloven dat achter dat menselijk spreken over God God Zélf zit. „God onttrekt Zich aan wetenschappelijk onderzoek, maar in de christelijke gemeente gelóven we in Hem. Als ik prof. Kuitert was, was ik daarom gestopt met preken.” (Foto Sjaak Verboom)

Dr. Meijering vindt dat prof. Kuitert „ketters” bepaalde deelwaarheden van het christelijk geloof een absolute status toekent. „Dat God in ons en in onze ervaring woont, is een oude christelijke waarheid. Maar nu zegt prof. Kuitert dat God daar alléén te vinden is. En als wij mensen er niet meer zijn, dan is God er ook niet meer.” 

Prof. Kuitert wil uitspraken over God niet langer als feitelijke uitspraken, „is-zinnen”, beschouwen: „Ze zijn van een ander genre. Geloofsuitspraken leveren geen informatie, maar zijn een product van de verbeelding van onze voorouders toen ze een weg zochten in de chaos. Op zoek naar antwoorden heeft de mens God uitgevonden.” 

De belangrijkste stelling van de emeritus hoogleraar is dat alle spreken over „boven” van beneden komt. „Alle spreken over God komt bij mensen vandaan. Wij worden niet door God gebeld, ook mensen in de tijd van de Bijbel niet.” 

Artikel 1 NGB 
Dr. Meijering gaf weliswaar toe dat in de Bijbel mensen aan het woord zijn, maar wil tegelijk geloven dat achter dat menselijk spreken over God God Zélf zit. „God onttrekt zich aan wetenschappelijk onderzoek, maar in de christelijke gemeente gelóven we in Hem. Als ik prof. Kuitert was, zou ik daarom gestopt zijn met preken.” 

Dr. Kuitert: „Als ik preek, dan zeg ik: Lieve mensen, laat je geen oor aannaaien. We hebben een prachtige serie verhalen en daar kunnen we mee ’spelen’. Ze helpen ons onze gevoelens van vreugde en droefheid te uiten. Daar zijn ze goed voor. Maak er alsjeblieft geen waarheden van, zoals in artikel 1 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: God als eeuwig, onkenbaar wezen. Dan lees ik liever over Abram en hoe God bij hem kwam eten. Dát is mooi! Maar ga er geen realiteit achter zoeken.” 

Dr. Meijering „peinst er niet over” om artikel 1 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis te laten varen. „Preken over een eeuwig, onkenbaar wezen stichten niemand. Maar bij een tekst uit de Bijbel waar ik dan wél over preek, geloof ik: dit gaat over een God buiten ons, de God van artikel 1. Anders zou ik de Bijbelverhalen laten voor wat ze zijn. Dan kun je net zo goed sprookjes in de kerk lezen.” 

Eeuwig leven 
De remonstrantse oud-docent constateerde dat bij prof. Kuitert de religie tot ethiek verschraald is: „Hulp geven in tijden van rampen. Dat is voor Kuitert de ware religie geworden. Maar dat doet toch ieder fatsoenlijk mens? Waar is de kerk dan nog voor nodig?” 

Dr. Meijering stond verder stil bij de door prof. Kuitert afgewezen leer van het eeuwige leven: „Als er geen leven na dit leven is, dan heeft de beul een eeuwige voorsprong op zijn slachtoffer! Daar kan een christen niet mee leven. Zonder het eeuwige leven valt het fundament onder het christelijk geloof vandaan.” 

Prof. Kuitert: „De eeuwige voorsprong van de beul, daar kan geen méns mee leven. Daarom vonden we de hemel uit. Daarom zeggen we: Oma is naar de hemel. Dat is verbeelding. Zeggen dat de hemel en het eeuwige leven echt zijn, kunnen we niet. Dan gaan we over een menselijke grens heen. Eerst waren er mensen, toen waren er goden, toen pas kwam God. „Maar God was er toch eerst?” Wie zeggen dat? Precies: mensen.” 

Houvast 
Prof. Kuitert heeft er geen probleem mee als mensen de traditie volmondig willen bijvallen: „Maar dan wel met het besef dat het verbeelding is. Anders krijg je zoiets als bij de islam: ik moet dit van mijn geloof doen, ik moet dat van mijn geloof denken. Verschrikkelijk! Beroof mensen toch niet van hun vrijheid. Laat het geloof toch van verbeelding zijn.” 

Maar voor dr. Meijering verliest zo’n geloof alle houvast: „Persoonlijk zou ik op zondagmorgen in die lege kerk helemaal geen troost meer hebben als ik niet zou geloven dat er een God buiten mij bestaat.” 

Directe aanleiding voor het debat was een onlangs verschenen pamflet ”Wat verbeelden wij ons wel” van dr. E. P. Meijering, waarin hij de denkbeelden van prof. Kuitert bestrijdt. In het boek ”Hetzelfde anders zien” betoogt prof. Kuitert dat alle geloofsuitspraken producten van verbeelding zijn: „God hebben we als mensen zelf bedacht.”
 


naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 12/10/2006