Remonstranten lonken alsnog naar PKN

door Lodewijk Dros

16-01-2004

Vijf jaar draaiden de remonstranten mee met Samen op Weg, om in 1993 af te haken. Maar de zaken waarover zij struikelden, werden alsnog geregeld -dankzij de lutheranen. Nieuwe toenadering tot een kerk met meer ruimte naakt.
'Op 12 december had ik het gevoel dat ik geschiedenis meemaakte'', zegt de remonstrantse predikante Mijnke Bosman over de kerkenfusie van hervormden, gereformeerden en lutheranen in Utrecht. Even hoorden remonstranten er ook bij, maar nu 'stonden wij ernaast', zegt Bosman. Nieuwe toenadering naakt.

Het is 1993. Met een kleine meerderheid besluit de Remonstrantse Broederschap tegen deelname aan het verenigen van de Samen-op-wegkerken. In vijf jaar waren ze erachter gekomen dat voor hen geen plaats was in Sow. Het zegenen van homorelaties: uitgesloten. De houding tegenover Israël: te exclusief christelijk.
Ds. Mijnke Bosman-Huizinga noemt nog iets dat haar Broederschap tegenstond: de Vijf Artikelen.
Dat belijdenisgeschrift markeerde het ontstaan van de Broederschap, begin 17de eeuw. Nog niet bekomen van het verzet tegen Rome, creëerde de calvinistische Reformatie, uit op rechtzinnigheid, haar eerste scheur.
Deze week 385 jaar geleden werden de vrijzinnigen onder aanvoering van Arminius de kerk uitgejaagd. Ze verenigden zich te Antwerpen als 'remonstrantse broederschap', genoemd naar hun protestdocument, de 'Remonstrantie'. Dat was afgewezen door de Gereformeerde kerk (die later Hervormd ging heten) in de 'Vijf Artikelen tegen de remonstranten'.
Remonstranten waren de eeuwen door de chic der natie. Goed opgeleid, geen scherpslijpers, tikje elitair. Het vrijzinnige kerkgenootschap beleefde zijn hoogtij in de 19de eeuw.
Zo somber als de socioloog H. Vuijsje het moderne remonstrantisme schetste -'Net een oud vrouwtje met schitterend antiek, dat zich bezorgd afvraagt welke uitdragers er nog iets voor willen geven'- is het misschien niet, maar ze kampen wel met terugloop en vergrijzing. De Broederschap telt zo'n 8000 leden.
De controverse die aan de wieg van de remonstranten stond, is allang verflauwd. Ze traden in 1988 als waarnemer toe tot Samen-op-weg, toen nog alleen van gereformeerden en hervormden. Ze hadden trouwens al wat gemeenschappelijk: allemaal zongen ze sinds 1973 uit hetzelfde Liedboek voor de kerken.
Het instappen van de remonstanten voldeed aan de wens van de vrijzinnig-hervormde predikant G.W. Reitsema - geestverwant van de remonstranten. Samen konden ze, mét de midden-orthodoxie, een dam opwerpen tegen het aanzwellend fundamentalisme dat zich volgens de linkerflank aan het breedmaken was.
Hoezeer ook hervormden en gereformeerden met brede instemming de erfvijand binnenboord hadden gehesen, het bleef behelpen. Want de remonstranten voelden zich, vertelt Bosman, bepaald ongemakkelijk bij de 'Vijf Artikelen tegen de Remonstranten', die nog altijd geldig waren als belijdenisgeschrift van hervormden en gereformeerden. Orthodoxen die de Artikelen omarmden, waren de remonstranten liever kwijt dan rijk, remonstranten zagen het 17de-eeuwse document graag gewist. Het werd buigen of barsten.
In 1991 stelde een remonstrantse professor in het hol van de leeuw -een predikantenconferentie van de orthodox-hervormde Gereformeerde Bond- een elegante oplossing voor: niets wissen, maar de 'Vijf Artikelen' nevenschikken aan de 'Remonstrantie'.
Het plan viel slecht. Bij aanvaarding, zei een opponent, waren de interne gevolgen niet te overzien. Het was de Gereformeerde Bond die daarom het waarnemerschap van de remonstranten dwarsboomde.
Uit gereformeerde kring kwam steun. Ds. K. Bisschop riep de remonstranten op vooral niet af te haken, ,,anders worden uitgerekend julliezelf er oorzaak van dat het Nederlandse protestantisme er veel fundamentalistischer gaat uitzien dan jullie en ons lief is''.
Het haalde niets uit. Zoals gezegd, de Broederschap haalde in 1993 bakzeil.
Inmiddels had Sow een nieuwe partner: sinds 1990 deed de lutherse kerk mee. Ze móesten wel, zegt Mijnke Bosman, remonstrants predikante, want ze waren zo klein 'dat ze niet meer volledig kerk konden zijn'. Omdat de lutherse kerk niet veel groter is dan de Broederschap, 'kan ook voor ons dat moment aanbreken', zegt Bosman.
De ironie van de geschiedenis wil dat de zaken waar de remonstranten in 1993 over waren gestruikeld, alsnog geregeld werden. Dankzij de afwezigheid van de remonstranten: aan hen zouden de calvinistische reuzen nooit zoveel hebben toegegeven als aan de lutherse dwerg.
Die maakte het voor plaatselijke gemeenten mogelijk om zich alles aan te trekken van de eigen traditie en niets van anderen, om exclusief luthers of gereformeerd te zijn; de rol van de belijdenisgeschriften is sinds 1993 sterk gerelativeerd, zeker die van de Vijf Artikelen. Bovendien maakten de lutheranen van het kerkelijk homohuwelijk een kroonjuweel, zoals de remonstranten dat graag zagen.
Haast met toenadering maakt ze niet, maar, schreef Bosman in het remonstrantse periodiek Ad Rem na de Sow-acceptatie van het homohuwelijk in 2002: in een verenigde kerk met zoveel ruimte voor een eigen vormgeving van het kerkelijk leven moet toch ook een hoekje zijn voor ons, de eerste dissidenten?
'Langs lijnen van geleidelijkheid' wil Bosman de samenwerking met de PKN zoeken. Om samen op te trekken 'bij samenlevingsvraagstukken'. En allereerst om praktische zaken te regelen, over remonstranten die plaatselijk met een gemeenschap samenwerken die deel uitmaakt van de PKN.
Zoals in Maastricht. Daar hebben remonstraten en Sow'ers elkaar gevonden. Het zijn, vindt de hervormde dominee daar, allemaal protestanten, met 'veelkleurigheid en openheid' - het is alsof je een remonstrant hoort.
Amersfoort heeft, zegt Bosman, 'een dorévéha-samenwerkingsverband': doopsgezinden, remonstranten en vrijzinnig hervormden. De laatsten kerken ook in Amsterdam samen.
Eind vorig jaar riep Bosman haar kerkgenootschap op 'te wensen en -wie weet- te bidden' dat de kerkenfusie van 12 december mocht slagen. Die slaagde, Bosman heeft het met 'grote bewondering' bekeken. Maar ook: ,,Hadden wij er niet bij moeten zijn? Wij hadden daar óók kunnen staan. Aan de andere kant: als we waren gebleven, was het voor hen nog veel ingewikkelder geweest.''
Kort na de fusie liet Bosman weten de PKN 'een start' te vinden, want er waren méér protestanten. Zoals de remonstranten, met wie de verhouding tien jaar geleden stukliep. ,,Er kan een nieuwe relatie ontstaan.''
Bosman speelt met de gedachte van verdere toenadering -op termijn. Want de PKN biedt veel meer ruimte aan lokale gemeenten. Zoals het kerkelijk homohuwelijk, dat het dankzij de lutherse inbreng toch gehaald heeft. En de mogelijkheid om vrij om te springen met belijdenisgeschriften, zegt Bosman.

(Voor een reactie van de Commissie tot de Zaken, het landelijk bestuur van de remonstranten, op bovenstaande publicatie, zie: ADREM februari 2004)
 


naar boven
naar overzicht 'Pers'


voor het laatst bijgewerkt: 27/03/2004