|
Remonstranten geloven te midden van Grunberg
en Jezus
1 maart 2005
Door Emiel Hakkenes
Ze houden niet van belijdenisgeschriften. Toch hebben
de remonstranten een nieuw document gemaakt, omdat het oude 'gelooven'
niet meer past. En om naast vragen ook antwoorden te hebben.
'Vrijzinnig wil zeggen liever leven met vragen dan met antwoorden.''
Deze uitspraak van de beleidssecretaris van de Vereniging van Vrijzinnige
Hervormden (in Trouw, augustus 2001) riep bij -eveneens vrijzinnige -remonstrantse
predikanten vragen op. Zou er niet méér zijn wat (vrijzinnige)
christenen bindt dan slechts de bereidheid vragen te stellen? En welke
zeggingskracht had de remonstrantse belijdenis van 1940 nog?
Tien theologen bogen zich over de belijdenistekst en schreven
een nieuwe. ,,Als de remonstranten nu gaan nadenken over wat hen bindt,
is dat al een heel mooi resultaat van onze inspanningen'', zegt professor
Johan Goud, voorzitter van de commissie van tien. ,,En aan andere kerken
kan de tekst duidelijk maken waar de remonstranten voor staan.''
Goud: ,,We schrijven deze nieuwe belijdenis niet voor.
We geven hem slechts ter overweging, net zoals dat met de vorige belijdenis
ging. Die behoudt gewoon zijn waarde.''
Naast remonstrants predikant is Goud ook docent aan de
theologische universiteit van Kampen, de opleiding van de Protestantse
Kerk in Nederland (waar de remonstranten geen deel van uitmaken). Hij meent
dat de taal uit de remonstrantse belijdenis van 1940 niet meer van deze
tijd is. ,,Een formulering als 'het overwinnend teken des kruises' is erg
triomfalistisch. Wij spreken nu liever van het kruis dat ons van ons stuk
brengt, ons op een andere manier naar de wereld laat kijken.''
De nieuwe belijdenistekst spreekt van de kerken die 'één
van geest' zijn. Is dat geen naïef soort wishful thinking?
,,Eenheid is inderdaad geen prestatie van de kerk zelf'',
zegt Goud. ,,Toch willen we uitdrukken dat we geloven dat er één
Geest werkt, die alle gelovigen verbindt en waar iedereen in kan geloven.''
De kerk is in de belijdenistekst het 'voorlopig teken'
van de vriendschap met Christus, zegt Goud. ,,Het woord 'voorlopig' wijst
vooruit naar een toekomst waarin de vriendschap tussen Christus en de mensen
vanzelf zichtbaar wordt. Tot het zover is zijn we, bij gebrek aan beter,
tevreden met de tussenkomst van een instituut als de kerk.''
De tekst uit 1940 begon met de woorden 'Wij gelooven'.
In de nieuwe tekst (zie hiernaast) komt het 'geloven' pas veel later aan
de orde, de eerste woorden luiden 'wij weten en willen aanvaarden'.
Goud: ,,We vonden het nodig om eerst iets over onszelf
te zeggen, voordat we uitspraken zouden doen over geloven in de Eeuwige.
Geloven is een levenshouding, dat is wat wij 'weten' en 'willen aanvaarden'.
Geloven is een keuze, je moet wíllen dat je niet wordt beheerst
door hebzucht en macht. Dat zit in ons, we ontkennen het niet, maar verwondering
en verlangen zijn fundamenteler.''
De tien auteurs lichten hun belijdenistekst toe in een
essay. Daarin duiken opmerkelijk veel niet-bijbelse bronnen op, van Frans
Kellendonk en Toon Tellegen tot Dostojevski en zelfs Arnon Grunberg. Goud:
,,Ik kan zelf niet anders gelovig zijn dan op een verdeelde manier. Ik
put voor de erkenning van mijn geloof uit de christelijke traditie, maar
ook uit de kunst en filosofie. Die bronnen lijken vaak niet met elkaar
te verenigen, maar dat wil ik toch proberen. Niet-religieuze auteurs stellen
religieuze vragen vaak veel radicaler aan de orde dan allerlei vrome verhandelingen
dat doen. Rutger Kopland beschrijft in een gedicht een tekenaar die aan
het werk is: 'Het wonder groeit onder zijn potlood'. Dat zou je als theoloog
moeten doen: praten en schrijven over God als een groeiend wonder.''
Johan Goud en Koen Holtzapffel (red.): Wij geloven - wat geloven
wij? Een boek over remonstrants belijden in 1940 en nu, uitgeverij Meinema
2004, ISBN 9021139642, 16,50 euro.
De Landelijke algemene vergadering van beraad van de remonstrantse
kerk bespreekt de belijdenistekst op 12 maart 2005 in Amersfoort.
Belijdenis: geloof is vanwege het weten
Fragmenten uit de nieuwe remonstrantse belijdenis:
Wij weten en willen aanvaarden dat onze geest zijn rust niet vindt
in de zekerheid van wat hij weet of belijdt, maar in het verwonderd besef
van wat hem toevalt en geschonken wordt; dat onze wil zijn bestemming niet
vindt in twijfel of onverschilligheid, maar in wakkerheid, vertrouwen en
verbondenheid met al wat leeft; dat ons gevoel niet de gevangene van hebzucht
en heerszucht is, maar zich ontplooien kan in verlangen naar wat anders
is en ongerept; dat ons bestaan niet voltooid wordt door wie we zijn en
wat we hebben, maar door wat oneindig groter is dan wij kunnen bevatten.
Daarom geloven wij in Gods heilige Geest, die al wat mensen scheidt
te boven gaat en hen bezielt tot wat heilig is en rechtvaardig en goed,
opdat zij, van eigendunk bevrijd, biddend, zingend, handelend en zwijgend,
God zullen eren en dienen.
Wij geloven in Jezus Christus, de ware mens, die gekomen is en voorbijging
en mensen liefhad, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij
wandelde met God en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die
van ons voorbij. Hij is ons voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt
ons Gods eeuwige liefde nabij, die vergeeft en verzoent.
Wij geloven dat wij zelf, zo zwak en kwetsbaar als wij zijn, door Gods
genade vriend van Christus mogen heten.
Wij geloven in de toekomst van God en mens, in goddelijk geduld dat
tijd schenkt om te leven, te sterven en op te staan, in het koninkrijk
dat is en zal zijn, waar de wolf en het lam samen grazen en God voor eeuwig
zal zijn: Alles in allen.
Amen. |