De bonder, de remonstrant, de Profeet en de ketter

4 februari 2008

Van onze verslaggever 

’Niemand liegt meer dan de verontwaardigde, zei Nietzsche. En gelijk had hij, zegt de remonstrantse professor Johan Goud. „Wie zich gekwetst voelt omdat zijn God beschimpt wordt, gebruikt zijn verontwaardiging vaak als dekmantel voor eerzucht en verlangen naar macht.” 

Johan GoudVolgens Goud (zie foto) beschermt het relativeren van religie tegen zelfvoldaan geloof. „Grote schrijvers bedienden de relativering om de menselijke maat te benadrukken, de humor om belachelijkheid aan te tonen, ironie om pretenties te ontleden, en spot om hypocrisie te ontmaskeren.” Goud moet daarom niets hebben van oproepen van gelovigen om bespotters van ’heilige zaken’ te muilkorven. 

Vrijdag had hij daarom de Gereformeerde Bondstheoloog Jan Hoek uitgenodigd om met hem te discussiëren in de Lokhorstkerk in Leiden. Hoek vindt het de taak van de overheid om iedere spot van wat de gelovigen intens dierbaar is zelfs ’preventief’ de kop in te drukken.

„Wanneer de samenleving mij de eis van relativering stelt, stelt zij mij de eis om mijn identiteit op te geven”, stelde hij onlangs in een artikel. Gelukkig ziet Hoek steun uit onverdachte hoek: „Als de maat vol is, doet God zijn toorn komen over de onbekeerlijken.” Zolang Gods maat kennelijk nog niet helemaal vol is moeten wij ons afvragen of ’venijnige en vileine spot geen tegengeweld oproept’.

Hoek had op het laatste moment afgezegd. Hij werd vervangen door Willem Maarten Dekker, eveneens een ’bonder’. Dekker begrijpt wel dat Hoek theologen die blasfemie billijken niet begrijpt. Hoek schreef: „Wanneer over hun vrouw of dochter pornografische taal wordt geschreven, zouden ze door het lint gaan. Maar nu het gaat over de Here God, vergoelijken ze zulke taal met een beroep op artisticiteit en vrije meningsuiting.” 

De pijn die ook Dekker voelt als zijn God wordt beledigd is ’vergelijkbaar met de aanranding van een familielid’. Maar hij geeft er een verrassende draai aan: „God tekende met de gekruisigde een spotprent van zichzelf. Dan is het niet vreemd dat Hij vervolgens door ongelovigen wordt bespot. Het christendom vraagt om spot. De spot herinnert eraan hoe bijzonder je geloof is en dat het niet bij de wereld past.”

Goud is wars van zulk ’triomfalisme’. „Dan ga je ervan uit dat jij aan de goede kant staat, en dat ironie over jezelf dus niet nodig is. De aandacht moet niet gericht zijn op de lasteraars maar op de zich belasterd voelende gelovige. Nauwkeurig zelfonderzoek is nodig.”
Blasfemie is nooit goed vast te stellen, aldus Goud. In het verleden werd ketters vaak blasfemie verweten. Wie niet de juiste leer aanhing moest gemuilkorfd worden. 

Wat voor de een godslasterlijk is, is voor de ander een inspirerende getuigenis. Bij het ezelt-proces in de jaren zestig, waarin gelovigen Gerard Reve beschuldigden van godslastering, stonden er theologen op die in Reves beschrijving van de liefdesdaad met een als ezel vermomde God een krachtige uiting van liefde voor het Opperwezen zagen. 

Niet dat Goud staat te schuddebuiken bij elke min of meer flauwe grap. „Maar je kunt niets meer doen dat een oproep aan de grappenmakers.” Dekker houdt zich op de vlakte over de vraag of goden en hun aanhangers die niet van bespotting houden wettelijke bescherming zouden moeten genieten. 

„Je kunt niet zeggen dat God niet mag worden bespot. Het gaat om de vraag: welke God? De christelijke God kan wel spot verdragen. Maar Allah is niet machteloos maar oppermachtig. En zal dus wel minder spot verdragen.”

Volgens Goud is het uitbeelden van de profeet Mohammed met een bom-tulband een ’bespotting van een mening’, maar is de uitbeelding van Anne Frank in bed met Hitler een bespotting van een feit. Tegen het laatste moet worden opgetreden. 

„Onze pluralistische samenleving vraagt een ingewikkelde denkbeweging van ons: te begrijpen dat wat voor mij als gelovige een feit is, in sociaal verband een opinie naast talrijke andere is.” Iedereen moet het recht hebben om de meest obscure en evident onware meningen te ventileren, vindt Goud. Alles moet ’onbevreesd uitgedaagd kunnen worden’. 

Copyright: Trouw


naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 04/02/2008