|
Juliana had lijntje met God
3 april 2004
Interview door onze verslaggever Jan Hoedeman
De predikante Hudig leerde Juliana kennen via een vriendin. Van 1994
tot 1998 sprak ze met de prinses in weekends over religieuze zaken. 'Ik
denk dat ik een open blik heb en niet vastzit. Prinses Juliana herkende
dat.'
Het is enkele dagen na de bijzetting van prinses Juliana, maar Welmet
Hudig-Semeijns de Vries van Doesburgh (60) heeft de video band van de dienst
die zij leidde, nog niet bekeken. En ze aarzelt of ze dat ook zal doen.
'Dan ga ik me ergeren aan gebaren die ik wel of niet maakte. Op dit moment
denk ik: het was goed. Meer kon ik niet.
'In zo'n grote kerk praat je ook langzamer. Wat ik heel belangrijk
vind, is dat ik niet gespannen was . Ik vermoed dat ik mijn stress-reductiecursussen
mag blijven geven op het Helen Dowling-instituut.' (HDI, red.)
Hudig werkt als oncologisch therapeut aan het HDI in Utrecht om kankerpatiënten
te leren omgaan met hun ziekte. Ze heeft er haar predikantschap voor opgegeven.
Ze staat liever naast mensen dan alleen op de kansel. 'In een niet religieuze
omgeving, ondervind je ook veel spiritualiteit', is haar ervaring.
De patiënten met wie ze werkt, hebben hun eigen worsteling, hun
eigen pijn en vertrouwen. Hudig onderzoekt dat met de zieke. 'We leven
in een tijd, waarin men zegt dat je positief moet denken. Waarin je het
bij wijze van spreken over de bloemetjes en de vogeltjes moet hebben. 'Oh,
wat is het leuk en oh, wat is het heerlijk!' Maar wie een levensbedreigende
kanker heeft, is natuurlijk angstig. Samen met kankerpatiënten probeer
ik greep te krijgen op de situatie. Als je er samen naar kijkt, wordt het
ook allemaal beter behapbaar.'
Prinses Juliana leerde ze kennen via een vriendin. Van 1994 tot 1998
sprak ze met prinses Juliana in weekends over religieuze zaken. 'Het klikte.'
Wat zag u in elkaar?
'Ik denk dat ik een open blik heb. Ik zit niet vast in één
systeem. Prinses Juliana herkende dat. In haar geloof waren twee dingen
heel belangrijk. De sociale kant: de gerechtigheid en de vrede. Maar dat
mocht niet alleen maar een mooie theorie zijn. Ze wilde ook graag bij mensen
in nood zijn. Die praktische toepassing van het geloof zag ze op het Sofia-kinderziekenhuis
waar ik werkte, maar ook op het Helen Dowling Instituut.
'Het andere dat voor haar heel belangrijk was, is het rotsvaste vertrouwen
dat zij had. Ik denk dat zij dat van haar moeder had, dat vertrouwen zat
heel diep. Juliana had haar eigen lijntje naar God. En vanuit dat vertrouwen
onderzocht ze de diverse vormen. Zij was geen zoekende ziel, maar ze was
nieuwsgierig. Vanuit dat basisvertrouwen wilde ze graag uiteenlopende dingen
meemaken.'
In uw preek citeerde u prinses Juliana een aantal keren. Heeft u ook
met de prinses gecorrespondeerd?
'De citaten kwamen uit haar aanwijzingen van het lijstje voor de dienst
en uit haar kersttoespraken. Dat was heel bloemrijk, daarom heb ik er ook
veelvuldig uit geciteerd. Ze heeft een heleboel zelf gedaan.
'Verder heb ik er veel met haar dochters over gesproken. Juliana had
het lijstje en de muziekkeuze al helemaal klaar voordat ik haar op haar
84ste leerde kennen. Voor de toon van de dienst was die muziek heel belangrijk.
In de preek ben ik overigens echt volkomen vrij geweest. '
Hoe zou Juliana de dienst zelf gevonden hebben?
'Dit was echt in de stijl van Juliana. Ze was niet bang voor de dood,
het zou een nieuw begin zijn, daar was ze rotsvast van overtuigd. Ik denk
dat ze het heel fijn vond dat de hele familie bij elkaar was en dat de
kleinkinderen aan het begin van de dienst om haar heen stonden. Juliana
wilde met deze dienst boven de partijen staan. Dat wilde ze ook: niet in
het hokje van één kerk. Net zoals toen ze staatshoofd was.'
Was deze dienst haar laatste verzetsdaad?
'Verzet klinkt negatief. Het was een positieve keuze. Waartegen moest
ze zich verzetten? Zij koos voor een vrouwelijke predikant, omdat ze zich
daar prettig bij voelde. Dat stond ook boven aan haar lijstje: geestverwante
vrouwelijke predikant. En op het moment dat de kist de grafkelder in ging,
wilde ze niet dat daar het aura om heen hing, dat ze naar de grauwe vergetelheid
ging. Want zo ervoer ze dat helemaal niet. De dood is een nieuw begin.'
Hebt u het feit dat u in deze dienst predikte, als een breuk met een
eeuwenoude traditie ervaren?
'Het is een feit dat het iets nieuws was. Dat is gewoon zo.'
Wat vindt u ervan dat de preciezen in kerkelijk Nederland hier moeite
mee hebben?
'Dat is logisch, zo denken zij. Zij vinden dat vrouwen de gemeente
niet moeten toespreken. Ik ben oorspronkelijk hervormd, ik herken dit.
Als ik preekte, dan kwamen de gereformeerde bondsouderlingen niet opdraven.
Dat maak ik al dertig jaar mee, dus ik raak daarvan niet meer van mijn
stuk.'
Wat kunt u zeggen over de relatie van het Huis van Oranje-Nassau met
het geloof?
'Wat ik heel belangrijk vind, is dat leden van deze familie heel bewust
hun eigen weg gaan. Ze hebben een persoonlijke beleving. Dat zie je ook
bij de kerkelijke inzegening van de huwelijken. Ze beleven de religie niet
alleen vanuit een traditie: zo moet je geloven. Die persoonlijke beleving
is in deze tijd essentieel. Daar gaat het voor heel veel mensen om. Daarin
zijn de leden van de koninklijke familie misschien wel heel goede vertegenwoordigers
van hun volk.'
|