Henk van Waveren over preken

Katholieken kunnen ontzaglijk in het rond ouwehoeren

door Bert van der Kruk

Met toestemming overgenomen uit VolZin van 5 mei 2006, pagina 23

Protestantse voorgangers kunnen preken, katholieke niet – zo luidt het vooroordeel. De preekwedstrijd van Trouw en NCRV bevestigt dat: onder de vijf finalisten zit geen enkele katholiek. Of toch wel? Dominee Henk van Waveren (zie foto) was voor zijn overstap in 1972 naar de Remonstrantse Broederschap priester, ja zelfs onder kardinaal Alfrink een tijdje liturgisch consulent. 

Henk van Waveren

U moet dat weten: waar blijven de katholieken bij de Preek van het Jaar?
“Het zal toch niet zijn dat katholieken minder ijdel zijn? Nee, ik denk dat ze zich niet gemotiveerd voelen. Dat heeft een positieve en een negatieve oorzaak. Ik denk dat in rooms-katholiek milieu het besef sterker is dat een preek niet los verkrijgbaar is. De preek komt op uit de liturgie en leidt daar ook weer naar toe. Een preek die niet leidt tot samen vieren en delen is een mislukte preek. Al is dat nooit een excuus voor een slechte preek.”

En de negatieve oorzaak?
“Katholieke voorgangers hebben slecht leren exegetiseren. Ik ben pas na mijn overgang naar de remonstranten Hebreeuws gaan studeren. Geen kwaad woord over mijn opleiding; we kregen naast veel theologie een beetje sociologie, economie, psychologie. Maar dat was ook de zwakte: katholieken kunnen soms ontzaglijk in het rond ouwehoeren. Ook in de preek. Vaak gebruiken ze een tekst om gewoon te illustreren wat ze toch al vonden.”

Hoe is dat verschil tussen protestanten en katholieken zo gekomen?
“Protestanten hebben al eeuwen een woordcultuur. Katholieken zijn kijkers. Maar ze zijn, gedwongen door de afschaffing van het Latijn in de liturgie, serieuzer naar bijbelteksten gaan kijken. Tegenwoordig maken voorgangers wel wat meer werk van de preek. Vroeger waren het echt praatjes.”

Gaat het in de kerkdienst om het gebaar of om het woord?
“Het gekke is: al die momenten buiten de preek zitten ook vol woorden. De rituelen zijn maar een enkele keer zwijgend. Die moeten ook geduid worden, zei Augustinus al. Het is een beetje valse tegenstelling, ze horen bij elkaar. In de slechtste situatie zijn riten alleen maar toneelspel en is de preek een saaie, intellectuele toespraak. Maar een goed verhaal creëert misschien wel zijn eigen rite.”

Waar zijn gebaar en woord op gericht in de liturgie?
“Dat het verhaal aan jou gebeurt… Ja, wat doe je eigenlijk als je liturgie viert? Ik hoop iets van het wezen van de oude verhalen terug te vinden en daarmee naar onze wereld te kijken. Dat er een echo van ons leven in die verhalen klinkt. Een kerk is een soort verhalengemeenschap, een taalveld waarbinnen mensen elkaar verstaan. Dat taalveld komt tot leven waar die verhalen gepreekt, gekoesterd, gezongen en gedaan worden.”

Kunnen remonstranten een beetje preken?
“Over het algemeen wel. Veel voorgangers preken bijna in vraagvorm. Ook hier zie je dat oude culturen lang doorwerken. Remonstranten zijn als kleine vrijzinnige gemeenschap een kerk aan de rand: ze zijn gevoeliger voor duiding van datgene wat we moeten behouden aan geloof voor moderne mensen.” 

En hoe zit het met de rest van de liturgie?
“Het liturgisch besef is nog niet heel diep geworteld, maar de gevoeligheid ervoor is sterk gegroeid. Dertig jaar geleden werd er alleen op Goede Vrijdag avondmaal gevierd, nu meestal maandelijks. Remonstranten zijn, net als andere protestanten, belast door dat vreselijke avondmaal van vroeger met al die lange formulieren. Het is nog steeds moeilijk om er een leuk feestje van te maken.” 

Is de preek als monoloog nog van deze tijd?
“Ach, we hebben in de kerk al zo ontzettend veel gespreksbijeenkomsten. Naar mijn gevoel heeft een goed motiverend verhaal, waarin je als predikant eens lekker uit kunt praten, ook zijn functie. En weet je wat het is, eigenlijk is de preek ook een ritueel. Het hoort er gewoon bij: O wee als er geen preek zou wezen.”

Bron: Volzin
 



naar boven
naar overzicht 'Pers'


voor het laatst bijgewerkt: 09/05/2006