|
In 2003 werden twee enquêtes
gehouden onder remonstrantse en vrijzinnge kerkmusici. Hier volgen de resultaten.
Remonstranten en kerkmuziek
Om te beginnen de eerste enquête onder remonstrantse kerkmusici (samenvatting
zie onderaan dit artikel).
• 19% van de kerkmusici heeft jaarlijks een gesprek met de
kerkenraad.
• 38% van de organisten wordt door de eigen predikant gebeld met de
liederen voor de komende zondag.
• 26% overlegt telefonisch met de eigen predikant en heeft daarbij
een eigen inbreng.
• Geen van de organisten krijgt de te spelen liederen pas op zondagmorgen.
• 26% volgt de kerkmuzikale en liturgische ontwikkelingen maar ten
dele.
• 43% van de betrokken kerkmusici is abonnee van adRem.
• 34% leest het kerkmuzikale en liturgische vakblad Eredienstvaardig.
• 19% heeft interesse in een 'orgeldag'.
• 30% heeft interesse in een te organiseren workshop over de eigen
liturgische rol.
• 34% wil meer inzage in beschikbare zang- en/of begeleidingsbundels,
anders dan het meest gebruikte Liedboek voor de Kerken.
Kortom: kerkmuziek lijkt binnen de Remonstranten niet zo'n grote rol te
spelen, de binding van de musici met de betreffende gemeente is soms niet
groot en men weet niet altijd raad met de eigen rol als kerkmusicus binnen
de bestaande liturgie. Er is behoefte aan gedegen informatie.
Nu de uitwerking van de andere enquête. Totaal zijn hier 39 vragenlijsten
van de 60 terugontvangen. Opvallend is:
• dat er in 14 van de 39 gemeentes een zelf samengestelde bundel
in gebruik is,
• het Liedboek voor de Kerken op nummer één staat!
Conclusies
Kijkend naar de eerste enquête kunnen we concluderen dat de kennis
van wat er zoal aan andere liedbundels te koop is gering is. Liturgiecommissies
en kerkmusici uit omliggende gemeenten zouden daarbij wellicht van betekenis
kunnen zijn. Ook de in ontwikkeling zijnde website van de landelijke liturgiecommissie
remonstranten kan daarbij mogelijk behulpzaam zijn.
In 15 van de 39 gemeenten is een cantorij of kerkkoor aanwezig waarvan
- zo toont onderstaande grafiek - de functies divers zijn.
Uit de volgende grafiek blijkt dat het met die belangstelling van kerkenraden
nog wel meevalt…
Veel kerkmusici componeren zelf, wellicht ook voor de diverse 'gemeentebundels'.
Materiaal wat wellicht zeer de moeite waard is maar beperkt toegankelijk.
Reden te pleiten voor uitwisseling, voor overleg en samenwerking en bij
een nieuwe vrijzinnige liedbundel voor een nog bredere aanpak te kiezen.
Verder blijkt dat in alle 39 gemeenten de organist tijdens de viering
van zich mag laten horen. De meeste organisten wisselen literatuurspel
en improvisatie af, voor en na de viering. In 23% zijn er zo nu en dan
kerkmuzikale activiteiten buiten de vieringen. Oefenen van (nieuwe) liederen
gebeurt bij 33% van de gemeenten. Een andere conclusie is dat instrumentalisten
bij grote regelmaat een rol spelen, slechts 35% van hen krijgt daarvoor
echter een vergoeding. Zelden worden de titels van de gespeelde (orgel)werken
vermeld, gelukkig wordt de herkomst van het repertoire wel vaker aangegeven
in een gedrukte 'orde van dienst'. Voor stilte is ruimte tijdens vrijzinnige
vieringen, in 79% is er een moment daarvoor.
Riskant spel
Tot zover de cijfers. Duidelijk is dat er flink gewerkt moeten worden
aan communicatie en samenwerking tussen kerkmusici en kerkenraden, tussen
liturgiecommissies en predikanten en zeker ook met de Landelijke Liturgie-Commissie
(LLC) die hier van harte toe bereid is. De LLC hield zich intensief bezig
met de Liturgieklapper en de bundel Tussentijds, die veel in remonstrantse
gemeenten worden gebruikt. Zij organiseert ieder jaar een liturgiedag.
Liturgie is soms, aldus de titel van een boek van prof. dr. G.J. Hoenderdaal,
een 'riskant spel'. Van woord en gebed, van stilte en muziek. Lang niet
zo wereldvreemd als velen mogelijk denken. Iedere kerkganger, kerkmusicus
en voorganger draagt zijn of haar steentje bij aan dat spel, dat we niet
zomaar spelen, nee, we doen dat voor de Allerhoogste en dan is kwaliteit
belangrijker dan kwantiteit… Het zou prachtig zijn als hier de grotere
gemeenten (waar doorgaans de beroepsmusici werkzaam zijn) de kleinere behulpzaam
kunnen zijn. De vrijzinnigheid heeft baat bij kerkmuziek van professioneel
niveau.
Twee enquètes, één belangwekkende conclusie: samen
vieren kan alleen door samen te werken aan liturgie en kerkmuziek. Goede
voorlichting, goede scholing en goede communicatie dragen daar aan bij.
Schroom niet de (landelijke) liturgiecommissie te benaderen om tips, kijk
op internet en bovenal: probeer als kerkmusicus of voorganger niet altijd
zelf het wiel uit te vinden… En de kerkganger? Zingen en vieren dat het
een lieve lust is, zich gesteund wetend door een liturgisch ingesteld team!
Als het op kerkmuziek en liturgie aankomt is kortom goede communicatie
en samenwerking een vereiste. Daarmee doen we ook recht aan de kwaliteiten
die we als kerkganger, voorganger en kerkmusicus in huis hebben
Roelof van Dijk, Lid Landelijke Liturgie Commissie
Remonstranten
(uit ADREM
van december 2003, blz. 4) |
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Samenvatting
enquete cantores/organisten remonstranten
| De vragen met de verschillende antwoorden |
Totaal |
| Naar wat voor een soort workshop gaat uw interesse uit? |
|
| Over het maken van voorspelen |
6 |
| Over improviseren |
6 |
| Over het harmoniseren van liederen |
5 |
| Over het spelen van literatuur voor, tijdens en na de dienst |
5 |
| Over uw liturgische rol binnen het geheel |
8 |
| Niets ingevuld/geen interesse |
5 |
| |
|
| Hoe krijgt u de te begeleiden (en te zingen) liederen aangereikt
door de eigen predikant(e)? |
|
| Ik krijg op zondagmorgen een ‘orgelbriefje’ |
2 |
| Ik word doordeweeks door de predikant gebeld en de liederen worden
aan mij doorgegeven |
10 |
| Ik overleg telefonisch met de predikant en heb daarin een eigen inbreng |
7 |
| Via het dienstdoende kerkenraadslid |
6 |
| Ik wacht het iedere week maar opnieuw af wat er gaat gebeuren |
1 |
| |
|
| Hoe krijgt u de te begeleiden (en te zingen) liederen aangereikt
door een gastpredikant(e)? |
|
| Ik krijg op zondagmorgen een ‘orgelbriefje’ |
0 |
| Ik word doordeweeks door de predikant gebeld en de liederen worden
aan mij doorgegeven |
8 |
| Ik overleg telefonisch met de gastpredikant en heb daarin een eigen
inbreng |
3 |
| Via het dienstdoende kerkenraadslid |
11 |
| Ik wacht het iedere week maar opnieuw af wat er gaat gebeuren |
3 |
| |
|
| Is er communicatie met de kerkenraad en, zo ja, hoe loopt dat? |
|
| Er vindt jaarlijks een gesprek plaats |
5 |
| Ik spreek af en toe eens iemand informeel |
8 |
| Er is geen officieel contact met de kerkenraad |
7 |
| Alleen als er positief of negatief commentaar is |
1 |
| |
|
| Hoe blijft u op de hoogte van de diverse kerkmuzikale en liturgische
ontwikkelingen? |
|
| Ik lees het tijdschrift ‘Eredienstvaardig’ |
9 |
| Ik lees het tijdschrift ‘Organist en Eredienst’ |
2 |
| Ik lees een ander vakblad |
9 |
| Ik volg het maar ten dele |
7 |
| |
|
| Wat voor informatie zou u willen aantreffen in een evt. in te richten
‘marktkraam’ op de liturgiedag? |
|
| Over de diverse tijdschriften |
6 |
| Over diverse (kerk)muzikale cursussen |
8 |
| Over de Remonstranten in het algemeen |
4 |
| Over verschillende zang en/of begeleidingsbundels |
9 |
| Niets ingevuld/geen interesse |
7 |
| |
|
| Werkoverleg |
|
| Ja |
10 |
| Nee |
9 |
| Soms |
2 |
| Niet |
1 |
| |
|
| Interesse Werkdag Liturgie |
|
| Ja |
14 |
| Nee |
8 |
| |
|
| Interesse Orgeldag |
|
| Ja |
5 |
| Nee |
3 |
| Niets ingevuld |
14 |
|
|
| Abonnee ADREM |
|
| Ja |
5 |
| Nee |
15 |
| Niets ingevuld 2 |
2 |
Conclusie
Zeker gezien het beleidsplan 2002-2010 (punt IV B) zal er nog hard
gewerkt moeten worden wil het daar genoemde beleidsvoornemen (zie noot)
werkelijkheid worden.
Organisten zijn duidelijk geïnteresseerd in workshops en andere
vakinformatie, kennelijk zijn ze minder geïnteresseerd in het Remonstrante
wel en wee en een gedeelte volgt amper de liturgische en kerkmuzikale ontwikkelingen.
Men vraagt zich wel af wat zijn of haar liturgische rol is, men geeft aan
interesse te hebben voor de Werkdag Liturgie. Bij matig besef van liturgische
rol zal het niet mee vallen met predikant en/of kerkenraad zinvol van gedachte
te wisselen over de kerkmuzikale en liturgische praktijk ter plaatse.
Er zijn veel goed opgeleide mensen aangesteld.
Noot
'versterkte aandacht voor de kwaliteit en de vernieuwing van de kerkdiensten,
o.a. op het gebeid van de - kerk - muziek. Een regelmatig overleg terzake
tussen predikanten, organisten, cantores en de liturgiecommissie wordt
ingesteld, te beginnen in 2002'
|
|