 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
home
beginpagina G&S
webmaster |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| ` |
Taakgroep Binnenlands Diaconaat
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Gedetineerd zijn doe je
niet alleen
|
Het inhoudelijke deel van de jaarlijkse
plenaire bijeenkomst van Geloof en Samenleving (op 16 november 2007) stond
in het teken van gedetineerden en de relatie tot hun familieleden. Uit
de bijdragen van Winnie van Hanekamp en Jacques van Houte blijkt dat er
veel verborgen leed is, juist ook bij de familie en vrienden. Wij zijn
hier soms direct of indirect bij betrokken maar het valt niet mee hierover
te spreken en gevoelens van onmacht en verdriet te delen. Daarom vindt
Geloof en Samenleving het belangrijk verslag te doen van deze bijeenkomst.
Lees verder >>>
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Integratie
|
Integratie
van mensen met een handicap
De Interkerkelijke Commissie Integratie Gehandicapten
(ICIG) is een project waar de Taakgroep Binnenlands Diaconaat al jaren
een financiële bijdrage aan geeft. Sinds 1981 nemen de remonstranten
deel aan deze commissie. Steekwoorden voor het werk van de ICIG zijn: gelijkwaardigheid,
emancipatie, participatie, advisering, toerusting, mentaliteit, eigenheid
en dienstverlening. Zo overlegt en adviseert ICIG gevraagd en ongevraagd
de diaconale organen van de kerken. In brochures en artikelen gaat ICIG
in op de omgang met en de zorg voor mensen met een handicap. Voor dit project
vragen wij dit jaar extra aandacht, niet alleen in de vorm van financiële
bijdragen, maar ook door in uw eigen kerk te letten op beperkingen voor
mensen met een handicap.
Steekwoorden
Voor de deelname aan het kerkelijk leven van
mensen met een handicap zijn de volgende uitgangspunten essentieel.
Gelijkwaardigheid
Mensen met een handicap zijn gelijkwaardig aan
alle andere mensen. Zij hebben een handicap maar zijn vooral en in de eerste
plaats mens. Ook in de kerk.
Participatie
Mensen met een handicap kunnen heel veel, al
is er vaak enige aanpassing voor nodig. Ook in de kerk.
Advisering
Mensen met een handicap willen serieus worden
genomen. Zij willen dat er naar hun mening wordt gevraagd en dat er naar
hen wordt geluisterd. Ook in de kerk.
Toerusting
Mensen met een handicap zijn ervaringsdeskundigen.
Zij weten waar ze over praten en kunnen anderen daarmee toerusten en wijzer
maken. Ook in de kerk.
Eigenheid
Mensen met een handicap bewegen vaak anders,
zien er vaak anders uit. Maar zij komen op voor hun eigenheid en voor hun
zelfstandigheid. Ook in de kerk.
Drempel verlagen
Wat kan de kerkelijke gemeente doen om de drempel
te verlagen voor participatie van mensen met een beperking?
Slechthorend en doof
Men kan de liturgie en de preek in grote lijnen
op papier zetten. De mond van de voorganger moet goed zichtbaar zijn en
niet schuil gaan achter een microfoon. Een goede lichtval en iemand die
de regels van de liederen aanwijst zijn ook van belang.
Rolstoel en rollator
Goede doorgangsmogelijkheden. Hellingbaan bij
ingang en bij een verhoogd liturgisch centrum. Geen drempels. Een aangepast
toilet en/of rolstoeltoilet.
Rugklachten
Enkele comfortabele stoelen verspreid zodat men
niet ‘apart’ hoeft te zitten. Steun of standaard waarop het liedboek neergelegd
kan worden.
Slechtziend en blind
Obstakelvrije doorloop (ribbeltegels). Liedboek
met grote letter of vergrote kopieën van de te zingen liederen. Liturgie
en tekst in extra groot lettertype.
Dyslexie
Tekst (bondig) in groot en helder lettertype,
eventueel met ondersteunend beeldmateriaal. Tekst die uitdaagt tot verder
lezen, die nieuwsgierig maakt.
Wat kan ICIG voor uw gemeente doen?
ICIG bestaat uit mensen die of zelf een handicap
hebben of op een of andere manier bij mensen met een handicap betrokken
zijn. Zij weten in elk geval waar het over gaat. ICIG ontwerpt materiaal
voor de toerusting van gemeenteleden. Ook zijn leden van de commissie bereid
over hun werk verhalen te vertellen waar mensen daarom vragen.
En verder…
Ga met elkaar na of er met simpele en kleine
veranderingen in uw kerk aanpassingen wenselijk en mogelijk zijn. Kijk
kritisch naar uw eigen omgeving. Zaken lijken soms zo vreselijk vanzelfsprekend.
Neem ICIG op in uw collecterooster.
ICIG, p/a Dienstenbureau Christelijk Gereformeerde
Kerken in Nederland Postbus 334, 3900 AH Veenendaal, telefoon 0318 58 23
69
(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving,
in: ADREM,
januari 2008)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Memory-project |
De Taakgroep
Binnenlands Diaconaat vraagt uw aandacht voor het Memory-project
van Stichting De Vrolijkheid.
Aanleiding
Jonge vluchtelingen leven in bijzondere omstandigheden.
Ze wonen in Nederland, maar hun bestaan is zeer onzeker: mag ik blijven,
of niet. Hun herinneringenzijn vaak getekend door oorlog en geweld. De
Vrolijkheid wil hen nieuwe ervaringen bieden om hun veerkracht te versterken.
Lees verder
>>>
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Gedetineerd zijn doe je niet alleen |
Jacques van Houte is sinds 10 jaar
werkzaam in het justitiepastoraat als nazorgpastor. Els van Dunné
interviewt hem over de gevolgen van detentie voor de familie van de gedetineerde.
‘Twee voorbeelden om te laten zien wat detentie van
bijvoorbeeld. een partner voor de omgeving betekent.
Een oudere man is gedetineerd; zijn vrouw moet
vanwege de oplopende kosten voor juridische bijstand hun huis verkopen
en is verhuisd naar een kleine flat. De kleinkinderen (niet betrokken in
de zaak) worden bij opa weggehouden. De vrouw woont in een kleine plaats.
Mensen ontwijken haar, spreken haar regelmatig erop aan dat ze niet van
haar man scheidt of gunnen haar niet dat ze staande blijft. Eén
goede vriendin is gebleven.
Een jonge knul heeft een vriendin, die tijdens
zijn detentie is bevallen. Hij heeft erg veel moeite zich te hechten aan
zijn kind. De geestelijke verzorging heeft bemiddeld met als resultaat
dat zijn vriendin vaker met de baby op bezoek mag komen.’
Hoe kom je in contact met familie van gedetineerden?
‘Mensen lopen er niet mee te koop. Familie van
gedetineerden kan zelf contact zoeken met een hulpgroep. Vaker is het een
geestelijk verzorger die het contact legt, omdat die door gesprekken met
gedetineerden inzicht heeft in de omstandigheden thuis. De geestelijk verzorger
kan b.v. een vrijwilliger vragen om iemand voor bezoek aan de gedetineerde
partner te willen rijden of om iemand thuis een bezoek te brengen.
Om gedetineerden heen zie je altijd een cirkel
van mensen met problemen: financieel, de kinderen worden gepest, of iemand
moet op zijn werk uitleggen waarom hij op andere tijden wil werken om bij
zijn partner op bezoek te kunnen gaan. Detentie kan dus voor de partner/
familie heel ontwrichtend zijn en leiden tot een isolement. Schuldgevoelens
en schaamte spelen daarbij vaak een grote rol. In dit soort situaties kan
contact met een vrijwilliger van grote betekenis zijn om er emotioneel
weer bovenop te komen.’
Wat is er nodig?
‘Dat is heel individueel bepaald, omdat bij iedereen
de problemen en daarmee de behoeften anders zijn. Om dan toch een gemene
deler te noemen: partners/andere familieleden van gedetineerden kunnen
vaak nergens terecht en veel, zo niet alle sociale contacten vallen weg.
Dan is doorbreken van het sociale isolement door gewone medemenselijkheid
het belangrijkste. Vaak hebben partners/familieleden van gedetineerden
tijd nodig om met een vrijwilliger een vertrouwensband op te bouwen. Daarom
zal een vrijwilliger soms merken dat de problemen groter zijn dan mensen
in eerste instantie aangeven.
Als je de partner of familie van een gedetineerde
wilt ondersteunen, ga dan niet opnieuw het wiel uitvinden of zelf pionieren.
Er is een landelijk netwerk van groepen die gedetineerden en of hun partners
ondersteunen; deze groepen hebben met elkaar een schat aan ervaring en
expertise. Neem met een nazorggroep contact op; die helpen je verder.’
Welke rol zie je voor de kerken weggelegd?
‘De rol van de kerk zie ik als een open mind
en een echte open deur en actief in het zoeken van de doelgroep, bijvoorbeeld
via een lokale Kerk met Stip.’
Els van Dunné-de Bijll Nachenius
Secretaris Taakgroep Binnenlands Diaconaat
| Voor meer informatie over ondersteuning van (ex-)gedetineerden
en hun familie: Stichting Exodus www.stichtingexodus.nl
of tel 071 516 19 50. Hier vindt u o.a. informatie over het Ouders Kinderen
en Detentieproject (OKD) en over Kerken met Stip. |
(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving,
in: ADREM, september 2007)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Minderjarige asielzoekers |
Ook minderjarige asielzoekers worden
uitgezet. Remonstranten kunnen iets voor ze doen. Informatie over het ‘Afscheidsproject
Memory’.
Elk afscheid is de geboorte van een
herinnering
Bij het schrijven van dit artikel is juist bekend
dat een krappe meerderheid in de Tweede Kamer (75 tegen 72 stemmen) heeft
bereikt dat het uitzetten van asielzoekers zonder status, binnengekomen
voor 2001, voorlopig – voor een op dit moment nog niet exact bekende categorie
van deze asielzoekers – wordt stopgezet. Wanneer u dit stuk leest, is ongetwijfeld
meer duidelijk over de gang van zaken. Er zullen in ieder geval nog steeds
asielzoekers, waaronder minderjarige, worden uitgezet die later zijn binnengekomen.
Sommigen van hen zijn ook al jaren in Nederland en het afscheid zal hen
niet gemakkelijk vallen.
Persoonlijk aandenken
Voor de taakgroep Binnenlands Diaconaat was de
column
van Anje van Noorden in ADREM (april 2006) aanleiding
om iets te gaan ondernemen, met name voor minderjarige asielzoekers die
in detentie verblijven. Om tot iets te komen binnen haalbare kaders bleek
geen sinecure. Een plan om hun een vakantieperiode aan te bieden, bijvoorbeeld
op de Hoorneboeg, was onhaalbaar. De taakgroep is dan ook verheugd u nu
een concreet plan voor te kunnen leggen, waarbij wij hopen op een inbreng
van uw kant. Overleg met en steun van de Nationale Stichting ter Bevordering
van de Vrolijkheid – bij velen van u reeds bekend – was daarbij zeer welkom.
De BV Vrolijkheid – zoals de stichting kortweg
genoemd wordt – heeft een ‘Afscheidsproject Memory’ ontwikkeld en in de
praktijk reeds veelvuldig gebruikt. Het project bestaat uit het samen met
jongeren werken aan een persoonlijk aandenken aan de plek die zij achter
moeten laten en de mensen van wie zij afscheid moeten nemen bij een niet
meer tegen te houden uitzetting. Het persoonlijk aandenken bestaat uit
een koffertje, gevuld met herinneringen. Dit kunnen foto’s, tekeningen,
een gedroogde bloem of andere hele gewone zaken zijn. Waar mogelijk wordt
met een aantal jongeren een groep gevormd. Voor zo’n groep start en eindigt
het project met een feestdag. Van belang is dat de groep veilig en vertrouwd
is en dat de kinderen in de groep de ruimte krijgen om zich te uiten.
Vrijwilligers gevraagd
Voor de ‘workshops’ zijn vrijwilligers nodig:
personen die stevig in hun schoenen staan en mentaal tegen een stootje
kunnen. Daarvoor kloppen wij bij u aan. Per groep zijn er tien workshops.
Wanneer iemand a zegt, zullen b, c en de rest moeten volgen. Daadwerkelijk
meedoen vraagt dus – naast een zekere mate van geschiktheid – ook tijd.
Wie meedoet, zal moeten reizen naar verschillende uitzetcentra of plaatsen
van detentie. (Of voor dit project ruimte door het gevangeniswezen zal
worden gegeven is op dit moment nog niet duidelijk. Het gevangenispastoraat
wordt hierbij vanzelfsprekend betrokken). De BV Vrolijkheid beschikt over
een profiel voor workshopleiders en is bereid om te helpen bij selectiegesprekken
en trainingen. Ook staat ‘Vrolijkheid’ te zijner tijd klaar als ‘achtervang’
voor tips, advies enz. Niet iedereen zal gelegenheid hebben om aan de workshops
mee te doen. Voor het ‘Afscheidsproject Memory’ is ook financiële
steun nodig voor de aanschaf van werkboeken, koffertjes en creatief materiaal.
Beschikbaar zijn voor vervoer en andere hulp ‘op afstand’ is eveneens een
zeer welkome bijdrage aan het afscheidsproject.
Kortom: meldt u aan bij de Taakgroep Binnenlands
Diaconaat met opgave waarvoor u zich beschikbaar kunt én wilt stellen.
En eigenlijk kan iedere remonstrant in enige vorm een bijdrage leveren.
Het is niet mogelijk om in het bestek van dit artikel alles te vertellen,
uit te leggen of op te sommen. Maar telefoon en e-mail van de leden van
de taakgroep Binnenlands Diaconaat zijn beschikbaar. Lager kan de drempel
om mee te doen nauwelijks zijn. Wij rekenen op u.
Taakgroep Binnenlands Diaconaat
Hein Heuff, 020 620 46 25
e-mail: hauadam@xs4all.nl
Els van Dunné, 010
473 66 04
e-mail: els@vandunne.com
Willem van Spaendonck, 026
443 51 19
e-mail: willem.vanspaendonck@wolmail.nl
(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving,
in: ADREM,
januari 2007) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Zwerfjongeren |
In 2005 heeft de taakgroep Binnenlands
Diaconaat besloten om de Stichting Zwerfjongeren Nederland tot een van
haar speerpunten te maken in het kader van de portefeuille Jongeren. Een
gesprek met Hella Massuger over deze stichting.
Zwerfjongeren moeten een veilige
plek krijgen
Voor de verbetering van de situatie van zwerfjongeren
heeft de Stichting Zwerfjongeren Nederland drie doelstellingen, aldus Hella
Massuger.
‘Wij stimuleren initiatieven op het gebied van
Wonen-Leren-Werken. In de opvanghuizen is momenteel plaats voor 1 op de
10 jongeren. De Stichting streeft naar een regionaal dekkend aanbod van
voorzieningen, dat aansluit bij de vraag en behoefte van jongeren.
Ons tweede doel is stimuleren van kennisbundeling
en deskundigheidsbevordering. Hiertoe hebben wij dit jaar de website www.zwerfnet.nl
opgezet. Uitgangspunt daarbij is de behoefte van hulpverleners en beleidsmakers
aan het bundelen van kennis en ervaring op het gebied van dak- en thuisloze
jongeren. Zwerfnet moet op termijn uitgroeien tot een kennisnet. De website
is door deskundigen geheel belangeloos opgezet.
Tenslotte willen wij de problematiek van zwerfjongeren
aan de orde stellen in het publieke debat en zo de publieke opinie en de
politiek beïnvloeden.
In het Plan van aanpak Maatschappelijke Opvang
van de overheid wordt 170 miljoen euro uitgetrokken voor volwassen dak-
en thuislozen. Zwerfjongeren komen er in het rapport bekaaid af, terwijl
hun aantal groeit. Eind 2005 meldde de Algemene Rekenkamer dat er ruim
5000 zwerfjongeren zijn in Nederland en dat naar verwachting dit aantal
zal toenemen.
De wachttijd voor een vaste slaapplek voor deze
jongeren (15-23 jaar) is drie maanden. Dan pas kan met adequate opvang
worden gestart. Wij willen dat zwerfjongeren als een aparte doelgroep worden
beschouwd en dat er voor hen meer opvangmogelijkheden komen met kortere
lijnen naar de hulpverlening.’
‘Mijn
vader zette mij op mijn elfde het huis uit omdat ik niet kon opschieten
met zijn nieuwe vriendin. Ik kwam in de volwassenengevangenis terecht,
tussen moordenaars!
In het pension heb ik de rust om alles op een
rij te zetten.’
Paula |
Motivatie
Hella Massuger noemt als persoonlijke motivatie
om bij Stichting Zwerfjongeren Nederland te werken het feit dat zij enorm
geschrokken is van het aantal dakloze jongeren. ‘Ik vind dat je als je
jong bent bezig moet zijn met toekomstplannen. Daarom moeten jongeren een
veilige omgeving hebben waar ruimte is voor experimenten en waarin ze fouten
mogen maken en durven twijfelen. Maar voor zwerfjongeren bestaat zo’n omgeving
niet. Door omstandigheden zijn ze gedwongen zich juist in allerlei onveilige
situaties te begeven, waardoor ze niet meer kunnen geloven dat perspectief
en zin in leven ook voor hen bestaan. Het is van groot belang dat deze
jonge mensen zo snel mogelijk een veilige plek krijgen waar naar ze wordt
geluisterd en waar ze vertrouwen in de toekomst krijgen.
De politiek is inmiddels op de hoogte van het
bestaan van dak- en thuisloze jongeren. Maar om te zorgen dat deze jongeren
de zorg krijgen die ze nodig hebben moet er steeds opnieuw aandacht worden
voor ze worden gevraagd. Zij vallen tussen wal en schip, omdat zij zich
bevinden op het grensvlak van jeugdzorg en maatschappelijke opvang. Over
de jeugdzorg heeft de provincie de regie en de gemeente voert de regie
over de maatschappelijke opvang. Aan de basis van alle knelpunten ligt
de gebrekkige samenwerking tussen de betrokken partijen en het gebrek aan
goede informatie over zwerfjongeren.
Wat wij om ons heen zien is dat de projecten
die worden opgezet vooral uit het veld geïnitieerd worden. Wij hopen
op meer toegespitste inzet van de overheid en ook niet te vergeten van
het bedrijfsleven en woningcorporaties. Zodat een sluitende aanpak in het
verschiet komt.’
Remonstrantse gemeenten
Wat kunnen remonstrantse gemeenten doen? ‘Zij
kunnen in ieder geval collecteren. Veel pensions kunnen geld gebruiken
voor de aanschaf van verzorgings- en starterspakketten. Deze pakketten
worden uitgereikt aan jongeren die in de pensions terecht komen of juist
zelfstandig gaan wonen. Daarnaast is immateriële steun mogelijk, bijvoorbeeld
door buddy te worden. Meer informatie hierover staat op onze website: www.zwerfjongeren.nl.
Ook kunnen individuele gemeenteleden donateur worden.’
De taakgroep Binnenlands Diaconaat ondersteunt
de Stichting Zwerfjongeren Nederland met een bedrag van € 1.750,00.
Willem van Spaendonck,
taakgroep Binnenlands Diaconaat
Wie worden zwerfjongeren?
De helft van de jongeren is door de ouders op
straat gezet.
Het gaat mis door
• conflicten met (stief) ouders
• criminele of verslaafde ouders
• overlijden ouder
• een streng (religieus) regime
• incest, mishandeling of verwaarlozing
Zwerfjongeren komen uit alle lagen van de bevolking. |
(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving,
in: ADREM, september 2006) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Begeleiding ex-gedetineerden
en hun familie |
Jacques van Houte, lid van de Remonstrantse
Gemeente Twente, begeleidt al enige jaren ex-gedetineerden. Hij begon hiermee
in het kader van een ISNA (Interkerkelijke
Stichting
voor
Nazorg aan
ex-gedetineerden)-groep; tegenwoordig is ISNA de sector Vrijwilligers en
kerkzaken van de Stichting Exodus Nederland.
Veel behoefte aan contact
De behoefte aan begeleiding ‘buiten’ is groot; veel
gedetineerden zijn angstig zodra de invrijheidsstelling dichterbij komt.
Pastores van ‘binnen de muren’ doen dan een beroep op de vrijwilligers.
Dit is de laatste jaren sterker geworden omdat de reclassering partij is
geworden; deze rapporteert nu en beheert b.v. elektronisch huisarrest.
Bovendien richt de reclassering zich steeds sterker op een zeer beperkte
groep ex-gedetineerden die een goede kans maakt zelf een goed bestaan op
te bouwen. Veel mensen vallen hier buiten.
Werkterrein breidt uit
“Ik zie het als mijn opdracht om ook aandacht
te geven aan de impact die een detentie heeft op de familie van een gedetineerde,”
zegt Jacques van Houte. Soms moet vanwege claims het woonhuis worden verkocht
en niet zelden vereenzamen mensen omdat de buren je ineens raar aankijken
en familie niets meer met je te maken wil hebben.
Hoe kan deze aandacht concreet vorm krijgen?
“Het is belangrijk om de partners van gedetineerden
meer in beeld te krijgen, hier zit veel verborgen leed. Schuld en schaamte
spelen daarbij een grote rol.” Jacques van Houte beschouwt dit als een
terrein waar echt iets moet gebeuren. De familie van een gedetineerde is
vaak eenzaam; er is veel behoefte aan contact zodat mensen minder geïsoleerd
hoeven te leven. Het contact kan b.v. bestaan uit: iemand naar een gemeente-
of parochieavond brengen, iemand begeleiden naar de plek waar de partner
gedetineerd is, zorgen dat kinderen hun vader kunnen bezoeken of
regelmatig een praatje maken. Jacques wil het daadwerkelijke contact via
diaconieën en andere kerkvrijwilligers laten oppakken. Hij heeft ondervonden
dat een concrete contactvraag die neergelegd wordt bij een gemeente of
parochie, zonder dat alles uit de doeken gedaan hoeft te worden, eigenlijk
altijd wel goed uitpakt.
In het leggen van contact ziet Jacques een belangrijke
rol weggelegd voor de geestelijk verzorgers in de Penitentiaire Inrichtingen:
“Meestal gaat het gesprek met de gedetineerde over zijn persoonlijke situatie.
Ik denk dat ook steeds de vraag gesteld moet worden: en hoe gaat het thuis?”.
Lotgenotencontact
Het valt Jacques op hoeveel behoefte er is aan
lotgenotencontact. “Er is een enorm hoge drempel om op iemand af te stappen
als je partner of iemand anders uit je familie gedetineerd is.” Jacques
wijst op de werkgroep ‘Schuld en schaamte’ die ervaring heeft met het op
het spoor komen van mensen, die ook familie hebben die gedetineerd is en
die ook met lotgenoten van gedachten zouden willen wisselen.
Ex-gedetineerden naar de kerk?
Jacques wijst ook op het initiatief ‘Kerken met
Stip’; Het gaat daarbij om kerken, die het op een laagdrempelige manier
mogelijk maken dat ex-gedetineerden de kerk bezoeken. Dat ex-gedetineerden
er dan zonder al te veel plichtplegingen naar toe kunnen en een praatje
kunnen maken.
Els van Dunné-de Bijll Nachenius
Taakgroep Binnenlands Diaconaat |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Kerken met Stip
inventariseert gastvrije, laagdrempelige parochies en gemeenten waar
ex-gedetineerden welkom zijn en zich op zondag en door de week kunnen thuis
voelen. Kerken met Stip is een initiatief van enkele Justitiepastores om
mensen ook na hun detentie geestelijk gesproken een dak boven hun hoofd
te geven en een gemeenschap die steun biedt. Informatie: www.gevangenispastor.nl/zandschrift;
scroll naar: Berichten. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Als u als familielid
van een gedetineerde behoefte hebt aan lotgenotencontact of iemand behulpzaam
zou kunnen zijn met het leggen van contact, neemt u dan contact op met
de geestelijke verzorging van de inrichting waar de partner gedetineerd
is. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Maar toch... |
De taakgroep Binnenlands Diaconaat
is met o.a. de burgerlijke gemeenten bezorgd over de positie van de uitgeprocedeerde
asielzoekers die op straat komen te staan.
Ongedocumenteerden is een nieuw, afstandelijk begrip,
door de overheid in toenemende mate gebruikt. Het probleem is daarmee niet
minder complex. Een nieuwe woordkeus om nog duidelijker te zijn en niet
steeds beladen benamingen als vluchteling, asielzoeker, uitgeprocedeerde
of illegaal te bezigen. De minister bijt door met haar beleid, commotie,
signalen en vragen ten spijt. Ik zou niet graag in haar schoenen staan.
Het is a hell of a job. Bij de eerstkomende verkiezingsronde zal
mogelijk blijken of ook zij op deze portefeuille is aan- of opgebrand.
Denk aan haar voorgangers. Maar toch…
Appels en peren
Het wegvoeren van o.a. kinderen in de Tweede
Wereldoorlog: van de ene op de andere dag een lege plaats in een schoolbank.
Telkens de confrontatie voor klas– of schoolgenoten op een onverwacht moment.
Vragen die maalden en die thuis mogelijk wel gesteld konden worden. Maar
toch … zelfs voor ouders vaak moeilijk goed uit te leggen. Waarom, waarheen,
voor hoe lang? En dan schoolkinderen anno 2005. Een school waar na de vakantie
26 leerlingen niet in de klas terugkeren. Dat wil zeggen: het is ze aan
het begin van dit nieuwe schooljaar een dag toegestaan om van de school
afscheid te nemen. Over en weer. Kinderen zijn een heel stuk mondiger dan
in de jaren 40/45. Zeker ook al op de basisschool. Ze zien en horen meer
dankzij kinderjournaals of beelden die ze bij het grote-mensen journaal
oppikken. Ze weten in doorsnee met betrekking tot ‘actualiteit’ verschrikkelijk
veel meer dan kinderen toen. Maar toch …
Uitgeprocedeerde ouders, murw, moedeloos. Voor
de kinderen een onbekende bestemming, waar nauwelijks eigen beelden of
ervaringen aan hangen. Hooguit iets uit verhalen van ouders, familie of
anderen. Is het thuisland werkelijk veilig? Vergelijk ik te ongenuanceerd
appels met peren? Misschien wordt mij een hang naar effectbejag verweten?
Maar toch …
Komkommertijd voor het nieuws?
Berichten van de afgelopen twee, drie maanden
waaruit een willekeurige greep.
Bijstand 11.8: Verschillende steden hebben
de afgelopen dagen besloten gezinnen zonder verblijfsvergunning bijstand
te verlenen als zij daarom vragen.
De bijstand is alleen bedoeld voor de kinderen. Gemeenten mochten aanvragen
van illegalen niet in behandeling nemen. De Koppelingswet staat dat niet
toe. Op 9 augustus oordeelde de Centrale Raad van Beroep in een zaak uit
Zaanstad dat deze wet strijdig is met het Internationaal Verdrag voor de
rechten van het Kind.
Gemeenten 11.8: Alle 467 gemeenten hebben
problemen met Verdonks (zie foto) aanpak. Elke gemeente heeft tenminste
twee klachten bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gedeponeerd.
De aanpak van de minister werkt niet. Steeds vaker verdwijnen uitgeprocedeerden
op straat. Gemeenten vinden dat ze een zorgplicht hebben voor deze mensen.
De minister heeft met de gemeenten afgesproken dat uitgeprocedeerden niet
op straat terecht zullen komen, maar dat blijkt niet altijd te lukken.
Om hoeveel personen van de 26.000 het gaat is niet bekend en ook niet na
te gaan.
Uit de praktijk: “Veel huisartsen, tandartsen
en vroedvrouwen weigeren patiënten zonder verblijfsvergunning te helpen.
Ze vinden het teveel gedoe. De in 1998 in het leven geroepen Stichting
Koppeling zorgt dat gemaakte kosten voor verleende diensten bij eerstelijnshulp
door huisartsen, tandartsen en vroedvrouwen betaald worden. Na 2001 is
de sfeer verhard als het gaat om allochtonen in het algemeen en illegalen
in het bijzonder. […] Wat ik zorgelijk vind is dat de verantwoordelijke
bewindspersonen volhouden dat niemand die ziek is in de problemen hoeft
te komen en dat voor illegalen opvang is geregeld. Dat blijkt in de praktijk
helemaal niet zo te werken.” [Huisarts Maria van Muijsenbergh, Nijmegen]
“Maar een illegaal mag hier per definitie niet
zijn?” “Niemand is illegaal. Dat bestaat niet. Die man heeft geen geldige
verblijfspapieren, maar hij is gewoon een bewoner van deze aardbol en heeft
net zoveel recht op zorg als wij.” [Huisarts Kea Fogelberg, Leiden]
Maar toch…wat kunnen we doen?
Zodra iemand of een gezin uit een uitzetcentrum
verdwijnt, ontstaat er een financieel probleem. Hoe kom ik aan een bed,
een dak boven m’n hoofd, eten, kleding enzovoort? Vluchtelingenwerk Nederland
kan daar geen hulp meer bieden. Wel bij voorbeeld bij de circa 3000 ‘29d-cliënten’.
Dit verwijst naar het betreffende artikel in de Vreemdelingenwet. Een groep
waar de overheid van vindt dat terugkeer mogelijk is: de situatie in het
thuisland is veilig! De risico’s voor vervolging op verschillende gronden
zijn echter nooit of in te onvoldoende mate onderzocht en/of getoetst.
Ook de verschillende mensenrechtenorganisaties hebben hierbij zeer grote
en onderbouwde twijfels. Voor deze groep kent Vluchtelingenwerk een apart
‘Steunfonds 29-d-cliënten’ (giro 1234888 o.v.v. ‘Steunfonds 29-d cliënten’).
Voor hen die de illegaliteit zoeken om welke
reden dan ook: zij verdwijnen letterlijk met lege handen uit zicht. Lokaal
bestaan er wel acties of stichtingen die zich op die groep richten bij
het verlenen onder andere van financiële hulp. Een landelijke organisatie
hiervoor bestaat echter (nog) niet. Alertheid vanuit diaconale commissies
om eventueel bij te springen wanneer men kennis krijgt van dit soort hulpverlening
kan, om het eufemistisch te zeggen, geen kwaad.
Hein Heuff
Taakgroep Binnenlands Diaconaat
(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving,
in: ADREM, september 2005)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Armoede |
Bondgenoot worden van mensen in
armoedesituaties
Ook in het nog altijd welvarende Nederland
zijn er mensen die weinig middelen tot hun beschikking hebben, zeg maar
arm zijn. Door maatregelen van de huidige regering bestaat de kans dat
zij nog armer worden, al heeft het kabinet inmiddels gelukkig wel besloten
mensen die leven van een sociaal minimum in de volgende bezuinigingsronde
te ontzien. Toch staan er nog allerlei maatregelen op stapel die de situatie
van mensen in armoedesituaties kunnen verslechteren. Een belangrijke factor
daarbij is dat allerlei regelingen, die tot dusverre landelijk werden uitgevoerd,
gedecentraliseerd worden naar het niveau van de gemeenten. Daardoor zullen
er bij de uitvoering van regelingen grote verschillen ontstaan. Wat in
de ene gemeente wel wordt toegekend, zal de andere weigeren. Dit heeft
ook te maken met de financiële situatie van de gemeenten. Deze krijgen
een rijksbijdrage voor de uitvoering van verschillende wetten, zoals de
Wet Werk en Bijstand (2003) en de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning,
die in 2006 van kracht wordt. Deze bijdrage komt niet binnen als doeluitkering
en kan dus ook voor andere gemeentelijke taken worden gebruikt. De taakgroep
Binnenlands Diaconaat heeft aan de diaconale commissies de vraag voorgelegd
of zij bondgenoot willen worden van mensen in armoedesituaties. Daartoe
worden vier stappen onderscheiden: nagaan welke vragen op de eigen diaconale
commissie afkomen, contact zoeken met diaconieën van andere kerkelijke
gemeenten, contacten leggen met belangengroepen, bijvoorbeeld cliëntenraden
van gemeentelijke sociale diensten; de gemeentelijke overheid regelmatig
benaderen om de armoedeproblematiek onder de aandacht te brengen.
Bondgenoot met de Vierde Wereld
Geloof en Samenleving geeft landelijk het bondgenootschap
met mensen in armoedesituaties vorm door aandacht voor ATD-Vierde Wereld,
(ATD: Aide à toute Détresse), een organisatie die zich vooral
richt op gezinnen die het meest lijden onder armoede en sociale uitsluiting.
Het gaat meestal om gezinnen die ‘erfelijk’ in deze situatie verkeren.
De armoedesituatie gaat over van ouders op kinderen en zij ervaren deze
vaak als een onontkoombaar lot. Het gaat niet alleen om gebrek aan geld,
maar ook om onzekerheid op verschillende levensgebieden: geen of slecht
betaald werk, weinig kans op goed onderwijs, slechte behuizing en woonomgeving,
hun gezondheid laat veel te wensen over. Ook moeten vele van deze gezinnen
vechten om niet uit elkaar te vallen. Door dit alles kunnen zij nauwelijks
deelnemen aan het maatschappelijk leven, laat staan aan recreatie en toerisme.
Dit verschijnsel komt in alle ontwikkelde landen voor ongeacht de economische
situatie. Geschat wordt dat 3% à 5% van de bevolking zucht onder
dit lijden. ATD-Vierde Wereld probeert deze gezinnen uit hun isolement
te halen o.a. door een vakantieweek op de vakantieboerderij ’t Zwervel
in Wijhe aan te bieden. Het is vaak hun eerste vakantie! Daar komen zij
in contact met lotgenoten en wordt er een begin gemaakt met de bewustwording
dat zijzelf iets aan hun situatie kunnen doen. Met deze gezinnen wordt
ook na deze week contact gehouden. De kosten van één vakantieweek
voor een gezin van vier personen bedragen ongeveer EUR 850,00.
Nadere informatie is te verkrijgen bij ’t Zwervel,
tel. 0570-521999; e-mail:
atd.wijhe@hetnet.nl
. Giro 3577454 tnv. ATD- ’t Zwervel te Wijhe.
Of bij Ries Kassens. E-mail: kasberk@hetnet.nl
(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving,
in: ADREM, september 2004)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Vakantie |
Margreet Jonkers bericht
over een unieke camping voor mensen mèt èn zònder
beperkingen en hun familieleden of vrienden op het Île
d'Oléron, een eiland ten noorden van Bordeaux.
Camping l'Accolade
Nauwelijks was ik deel gaan uitmaken van de taakgroep
'binnenlands diaconaat' van Geloof & Samenleving of ik mocht beslissen
waar het geld bestemd voor 'integratie gehandicapten' in 2003 naartoe zou
gaan. Geen moment aarzelde ik: "naar camping L'Accolade!" Waarom? Omdat
daar de mogelijkheid voor mensen mèt èn zònder beperkingen
om met elkaar te communiceren zo prachtig aanwezig is.
L'Accolade betekent letterlijk 'de omhelzing'
en is de naam van een door mevrouw Monique Schieman met behulp van vrijwilligers
uit de grond gestampte camping voor gehandicapte mensen en hun familieleden
of vrienden op l' Île d'Oléron, een eiland ten noorden van
Bordeaux dat evenveel zon heeft als de Middellandsezeekust. De camping
ligt vlakbij zee en dichtbij een gezellig Frans dorpsmarktje. Als je flink
doorrijdt vanuit Nederland ben je er in één dag. Er is een
groot magazijn met hulpmiddelen zoals tilliften en er zijn vrijwilligers
die de dagelijkse verzorging over kunnen nemen. Zo heeft iedereen vakantie!
De bungalows en staplaatsen voor caravans hebben privacy terwijl het verwarmde
zwembad temidden van terrassen een soort plein vormt waar men elkaar kan
ontmoeten.
Openluchttheatertje
Er is een klein openluchttheatertje, L'Accolise,
waar elke dag alle aanwezige kinderen een uurtje worden voorgelezen en
waar zij een toneelstuk voorbereiden. Behalve gewone schommels is er ook
een rolstoelschommel. De camping ligt 500 m. van zee en er ligt een nylon
tapijt op het strand waardoor je zelfs met een electrische rolstoel op
het zand kunt rijden.
Toen mijn man en ik er een weekje gebivakkeerd
hadden nam ik een rijke schat aan ervaringen mee naar huis. In de bungalow
naast ons logeerde een meisje van 5. Ze had behalve een electrisch rolstoeltje
een trippel- en een gewone rolstoel. Ze kon moeilijk spreken, maar oefende
hard op het ene zinnetje in het toneelstuk, dat ze als prinses moest uitspreken.
Gehuld in tule gelukte het de prinses! Vaak kwam ze even buurten bij ons,
want ik – volwassen vrouw in een electrische rolstoel – was een soort rolmodel
voor haar.
Niet gesubsidieerd
Ik zwom elke dag in het zwembad. Een paar tienermeiden
met een vader die spierdystrofie had gingen nogal wild te keer in het water.
Ik hoefde maar één zinnetje te zeggen of ze begrepen dat
ze in mijn buurt voorzichtig moesten zijn. Er was een jongen met spierdystrofie
met zijn ouders die zich nooit onder de mensen begaf. Op een dag had hij
een lekke band. Twee vrijwilligers – stagiaires verpleegkundigen – repareerden
z'n stoel in de werkplaats vlakbij het zwembad. Ik hoorde hen zeggen, wijzend
op mij: "gisteren zijn we met die mevrouw in zee geweest; dat willen we
ook wel met jou, hoor, en dan sleutelen we net zo lang aan de kussens in
je stoel tot je goed zit". De volgende dag trof ik de jongen voor het eerst
in het zwembad! Er was een oude meneer uit een verpleeghuis die met zijn
dochter en haar gezin voor het eerst na jaren op vakantie was. Toen hij
al die kinderen plezier zag maken, realiseerde hij zich wat een goed leven
hij achter de rug had…
Natuurlijk wilde ik de rolstoelschommel uitproberen,
maar mijn echtgenoot vond dat ik me niet als een kind aan moest stellen.
De volgende dag kwam een ander buurmeisje, 3 jaar oud, die met haar moeder
naar de wasserette ging, langs de schommel en vroeg aan mij of ik erin
wilde gaan, zodat zij het touw kon bedienen. Dan ga je dus toch…! Zo wemelde
het van de grote en kleine communicatieve ervaringen, en dat alles in een
vakantiesfeer van vrijheid en blijheid.
L'Accolade wordt niet gesubsidieerd. Jaarlijks
gaat er een ploeg vrijwilligers onderhoud plegen voor het seizoen begint.
Door het arsenaal hulpmiddelen hoeven mensen niet zelf met een vrachtauto
op vakantie te gaan en door de hulp van vrijwilligers wordt het mogelijk
dat alle gezinsleden van de vakantie kunnen genieten!
Margreet Jonkers
Informatie over L'Accolade is te krijgen bij:
Stichting L'Accolade, Postbus 181, 6860 AD Oosterbeek, tel. 026 44 56 800,
rek.nr. ING bank 66.79.84.712.
(uit: ADREM
van maart 2004)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Interview |
Interview met Jacques van Houte, vrijwilliger
bij ISNA, die pleit voor nazorg ‘buiten de muren’.
Nazorg aan ex-gedetineerden
“Vrijwilligerswerk voor ex-gedetineerden ligt niet
voor iedereen voor de hand. Toch is het van groot belang om het op te pakken.”
Volgens Jacques van Houte is de nood - binnen en buiten de muren van de
gevangenis - zeer hoog. “Er tekent zich op allerlei terreinen in de maatschappij
een verharding in beeldvorming en bejegening af, en dat zie je ook ‘binnen’.
Het aantal gedetineerden uit zwakkere groepen stijgt: allochtonen, mensen
met een psychische stoornis of met drugsgerelateerde delicten. Door de
extra aandacht die deze groepen vragen, is er minder tijd voor de overige
gedetineerden. Bovendien vergt de toename van het aantal cellen nieuw en
soms minder ervaren personeel. Ook dat gaat ten koste van de tijd en aandacht
voor gedetineerden en dat kan de nodige spanning oproepen.
‘Buiten’ ontstaat er vooral nood als gedetineerden
onverwacht vervroegd worden vrijgelaten. Zij hebben vaak geen huis en geen
werk (meer), familie en vrienden willen niets meer van hen weten. Ook ex-gedetineerden
die van harte een nieuw bestaan op willen bouwen komen onder grote druk
te staan. Een plotselinge invrijheidstelling is een groot risico.”
Ondervangen van het risico
“Het risico kan ondervangen worden als ex-gedetineerden
in beeld blijven. Om na de detentie hun bestaan op een goed spoor te krijgen
zijn (o.a.) de volgende twee aspecten belangrijk: goed contact van en met
de geestelijke verzorging binnen, evenals goed contact met een vrijwilliger
die tijdens de detentie al kennismaakt zodat een vertrouwensband kan ontstaan.
Deze vrijwilliger gaat met de exgedetineerde mee in een ‘interventietraject’;
dit kan een gesprek op regelmatige basis inhouden, maar b.v. ook begeleiding
van hele praktische zaken als het aanvragen van een uitkering en het zoeken
van woonruimte.”
Jacques van Houte is bezig met een scriptie over
het welbevinden van exgedetineerden en vrijwilligers tijdens een interventietraject.
Wat houdt vrijwilligers gaande als mensen soms ineens weg zijn en je dus
niets meer voor ze kunt doen of als de hulp niets uithaalt?
“Je moet idealistisch zijn. Voor mij betekent
dat: een kans geven aan wat ogenschijnlijk onmogelijk is. Daarbij is gezond
verstand onmisbaar. Uiteraard moeten mensen op eigen benen staan. Maar
soms heeft iemand, die graag een nieuw en ander bestaan wil opbouwen, hulp
nodig bij de eerste stappen die gezet moeten worden. De keren dat dat goed
gaat zijn een enorme bron van inspiratie. Je kunt heel concreet iets betekenen
voor een ander. Voor ex-gedetineerden is het
contact met vrijwilligers ook inspirerend. Iemand
die met je omgaat als mens en je niet direct benadert als crimineel of
verslaafde, als iemand die problemen veroorzaakt, is voor de meesten een
openbaring. Vrijwilligers kunnen iets van herinnering wakker roepen aan
hoe het vroeger was.”
Jacques van Houte wil graag geestelijke zorgverlening
een plaats geven buiten de beschermende muren van de gevangenis, in de
nazorg. Deze vorm van zorgverlening zou ex-gedetineerden kunnen helpen
bij het vinden van een andere bestaansgrond. Ook kan geestelijke zorgverlening
duidelijk maken hoe mensen vanuit geloof/kerk bejegend kunnen worden. Dat
kan ook voor de kerken iets inhouden: veranderen van beeldvorming, maar
ook facilitering van het vrijwilligerswerk en daadwerkelijke financiële
steun.
Els van Dunné-de Bijll Nachenius, taakgroep
Binnenlands Diaconaat
(uit: ADREM
van januari 2004)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
naar boven |
|
|
|
|
|
|
|
|
voor het laatst bijgewerk 08/02/2008 |