home
beginpagina G&S
webmaster
 
`

Taakgroep Binnenlands Diaconaat

 

Gedetineerd zijn doe je
niet alleen

Het inhoudelijke deel van de jaarlijkse plenaire bijeenkomst van Geloof en Samenleving (op 16 november 2007) stond in het teken van gedetineerden en de relatie tot hun familieleden. Uit de bijdragen van Winnie van Hanekamp en Jacques van Houte blijkt dat er veel verborgen leed is, juist ook bij de familie en vrienden. Wij zijn hier soms direct of indirect bij betrokken maar het valt niet mee hierover te spreken en gevoelens van onmacht en verdriet te delen. Daarom vindt Geloof en Samenleving het belangrijk verslag te doen van deze bijeenkomst. Lees verder >>>

Integratie

Integratie van mensen met een handicap

De Interkerkelijke Commissie Integratie Gehandicapten (ICIG) is een project waar de Taakgroep Binnenlands Diaconaat al jaren een financiële bijdrage aan geeft. Sinds 1981 nemen de remonstranten deel aan deze commissie. Steekwoorden voor het werk van de ICIG zijn: gelijkwaardigheid, emancipatie, participatie, advisering, toerusting, mentaliteit, eigenheid en dienstverlening. Zo overlegt en adviseert ICIG gevraagd en ongevraagd de diaconale organen van de kerken. In brochures en artikelen gaat ICIG in op de omgang met en de zorg voor mensen met een handicap. Voor dit project vragen wij dit jaar extra aandacht, niet alleen in de vorm van financiële bijdragen, maar ook door in uw eigen kerk te letten op beperkingen voor mensen met een handicap.

Steekwoorden
Voor de deelname aan het kerkelijk leven van mensen met een handicap zijn de volgende uitgangspunten essentieel.
Gelijkwaardigheid
Mensen met een handicap zijn gelijkwaardig aan alle andere mensen. Zij hebben een handicap maar zijn vooral en in de eerste plaats mens. Ook in de kerk.
Participatie
Mensen met een handicap kunnen heel veel, al is er vaak enige aanpassing voor nodig. Ook in de kerk.
Advisering
Mensen met een handicap willen serieus worden genomen. Zij willen dat er naar hun mening wordt gevraagd en dat er naar hen wordt geluisterd. Ook in de kerk.
Toerusting
Mensen met een handicap zijn ervaringsdeskundigen. Zij weten waar ze over praten en kunnen anderen daarmee toerusten en wijzer maken. Ook in de kerk.
Eigenheid
Mensen met een handicap bewegen vaak anders, zien er vaak anders uit. Maar zij komen op voor hun eigenheid en voor hun zelfstandigheid. Ook in de kerk.

Drempel verlagen
Wat kan de kerkelijke gemeente doen om de drempel te verlagen voor participatie van mensen met een beperking?
Slechthorend en doof
Men kan de liturgie en de preek in grote lijnen op papier zetten. De mond van de voorganger moet goed zichtbaar zijn en niet schuil gaan achter een microfoon. Een goede lichtval en iemand die de regels van de liederen aanwijst zijn ook van belang.
Rolstoel en rollator
Goede doorgangsmogelijkheden. Hellingbaan bij ingang en bij een verhoogd liturgisch centrum. Geen drempels. Een aangepast toilet en/of rolstoeltoilet.
Rugklachten
Enkele comfortabele stoelen verspreid zodat men niet ‘apart’ hoeft te zitten. Steun of standaard waarop het liedboek neergelegd kan worden.
Slechtziend en blind
Obstakelvrije doorloop (ribbeltegels). Liedboek met grote letter of vergrote kopieën van de te zingen liederen. Liturgie en tekst in extra groot lettertype.
Dyslexie
Tekst (bondig) in groot en helder lettertype, eventueel met ondersteunend beeldmateriaal. Tekst die uitdaagt tot verder lezen, die nieuwsgierig maakt.

Wat kan ICIG voor uw gemeente doen?
ICIG bestaat uit mensen die of zelf een handicap hebben of op een of andere manier bij mensen met een handicap betrokken zijn. Zij weten in elk geval waar het over gaat. ICIG ontwerpt materiaal voor de toerusting van gemeenteleden. Ook zijn leden van de commissie bereid over hun werk verhalen te vertellen waar mensen daarom vragen.

En verder…
Ga met elkaar na of er met simpele en kleine veranderingen in uw kerk aanpassingen wenselijk en mogelijk zijn. Kijk kritisch naar uw eigen omgeving. Zaken lijken soms zo vreselijk vanzelfsprekend. Neem ICIG op in uw collecterooster.

ICIG, p/a Dienstenbureau Christelijk Gereformeerde Kerken in Nederland Postbus 334, 3900 AH Veenendaal, telefoon 0318 58 23 69

(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving, in: ADREM, januari 2008)


Memory-project
De Taakgroep Binnenlands Diaconaat vraagt uw aandacht voor het Memory-project van Stichting De Vrolijkheid.
Aanleiding
Jonge vluchtelingen leven in bijzondere omstandigheden. Ze wonen in Nederland, maar hun bestaan is zeer onzeker: mag ik blijven, of niet. Hun herinneringenzijn vaak getekend door oorlog en geweld. De Vrolijkheid wil hen nieuwe ervaringen bieden om hun veerkracht te versterken.
Lees verder >>>

Gedetineerd zijn doe je niet alleen
Jacques van Houte is sinds 10 jaar werkzaam in het justitiepastoraat als nazorgpastor. Els van Dunné interviewt hem over de gevolgen van detentie voor de familie van de gedetineerde.
‘Twee voorbeelden om te laten zien wat detentie van bijvoorbeeld. een partner voor de omgeving betekent.
Een oudere man is gedetineerd; zijn vrouw moet vanwege de oplopende kosten voor juridische bijstand hun huis verkopen en is verhuisd naar een kleine flat. De kleinkinderen (niet betrokken in de zaak) worden bij opa weggehouden. De vrouw woont in een kleine plaats. Mensen ontwijken haar, spreken haar regelmatig erop aan dat ze niet van haar man scheidt of gunnen haar niet dat ze staande blijft. Eén goede vriendin is gebleven.
Een jonge knul heeft een vriendin, die tijdens zijn detentie is bevallen. Hij heeft erg veel moeite zich te hechten aan zijn kind. De geestelijke verzorging heeft bemiddeld met als resultaat dat zijn vriendin vaker met de baby op bezoek mag komen.’

Hoe kom je in contact met familie van gedetineerden?
‘Mensen lopen er niet mee te koop. Familie van gedetineerden kan zelf contact zoeken met een hulpgroep. Vaker is het een geestelijk verzorger die het contact legt, omdat die door gesprekken met gedetineerden inzicht heeft in de omstandigheden thuis. De geestelijk verzorger kan b.v. een vrijwilliger vragen om iemand voor bezoek aan de gedetineerde partner te willen rijden of om iemand thuis een bezoek te brengen.
Om gedetineerden heen zie je altijd een cirkel van mensen met problemen: financieel, de kinderen worden gepest, of iemand moet op zijn werk uitleggen waarom hij op andere tijden wil werken om bij zijn partner op bezoek te kunnen gaan. Detentie kan dus voor de partner/ familie heel ontwrichtend zijn en leiden tot een isolement. Schuldgevoelens en schaamte spelen daarbij vaak een grote rol. In dit soort situaties kan contact met een vrijwilliger van grote betekenis zijn om er emotioneel weer bovenop te komen.’

Wat is er nodig?
‘Dat is heel individueel bepaald, omdat bij iedereen de problemen en daarmee de behoeften anders zijn. Om dan toch een gemene deler te noemen: partners/andere familieleden van gedetineerden kunnen vaak nergens terecht en veel, zo niet alle sociale contacten vallen weg. Dan is doorbreken van het sociale isolement door gewone medemenselijkheid het belangrijkste. Vaak hebben partners/familieleden van gedetineerden tijd nodig om met een vrijwilliger een vertrouwensband op te bouwen. Daarom zal een vrijwilliger soms merken dat de problemen groter zijn dan mensen in eerste instantie aangeven.
Als je de partner of familie van een gedetineerde wilt ondersteunen, ga dan niet opnieuw het wiel uitvinden of zelf pionieren. Er is een landelijk netwerk van groepen die gedetineerden en of hun partners ondersteunen; deze groepen hebben met elkaar een schat aan ervaring en expertise. Neem met een nazorggroep contact op; die helpen je verder.’

Welke rol zie je voor de kerken weggelegd?
‘De rol van de kerk zie ik als een open mind en een echte open deur en actief in het zoeken van de doelgroep, bijvoorbeeld via een lokale Kerk met Stip.’

Els van Dunné-de Bijll Nachenius
Secretaris Taakgroep Binnenlands Diaconaat
 

Voor meer informatie over ondersteuning van (ex-)gedetineerden en hun familie: Stichting Exodus www.stichtingexodus.nl of tel 071 516 19 50. Hier vindt u o.a. informatie over het Ouders Kinderen en Detentieproject (OKD) en over Kerken met Stip.

(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving, in: ADREM, september 2007)


Minderjarige asielzoekers
Ook minderjarige asielzoekers worden uitgezet. Remonstranten kunnen iets voor ze doen. Informatie over het ‘Afscheidsproject Memory’.

Elk afscheid is de geboorte van een herinnering

Bij het schrijven van dit artikel is juist bekend dat een krappe meerderheid in de Tweede Kamer (75 tegen 72 stemmen) heeft bereikt dat het uitzetten van asielzoekers zonder status, binnengekomen voor 2001, voorlopig – voor een op dit moment nog niet exact bekende categorie van deze asielzoekers – wordt stopgezet. Wanneer u dit stuk leest, is ongetwijfeld meer duidelijk over de gang van zaken. Er zullen in ieder geval nog steeds asielzoekers, waaronder minderjarige, worden uitgezet die later zijn binnengekomen. Sommigen van hen zijn ook al jaren in Nederland en het afscheid zal hen niet gemakkelijk vallen.

Persoonlijk aandenken
Voor de taakgroep Binnenlands Diaconaat was de column van Anje van Noorden in ADREM (april 2006) aanleiding om iets te gaan ondernemen, met name voor minderjarige asielzoekers die in detentie verblijven. Om tot iets te komen binnen haalbare kaders bleek geen sinecure. Een plan om hun een vakantieperiode aan te bieden, bijvoorbeeld op de Hoorneboeg, was onhaalbaar. De taakgroep is dan ook verheugd u nu een concreet plan voor te kunnen leggen, waarbij wij hopen op een inbreng van uw kant. Overleg met en steun van de Nationale Stichting ter Bevordering van de Vrolijkheid – bij velen van u reeds bekend – was daarbij zeer welkom.
De BV Vrolijkheid – zoals de stichting kortweg genoemd wordt – heeft een ‘Afscheidsproject Memory’ ontwikkeld en in de praktijk reeds veelvuldig gebruikt. Het project bestaat uit het samen met jongeren werken aan een persoonlijk aandenken aan de plek die zij achter moeten laten en de mensen van wie zij afscheid moeten nemen bij een niet meer tegen te houden uitzetting. Het persoonlijk aandenken bestaat uit een koffertje, gevuld met herinneringen. Dit kunnen foto’s, tekeningen, een gedroogde bloem of andere hele gewone zaken zijn. Waar mogelijk wordt met een aantal jongeren een groep gevormd. Voor zo’n groep start en eindigt het project met een feestdag. Van belang is dat de groep veilig en vertrouwd is en dat de kinderen in de groep de ruimte krijgen om zich te uiten.

Vrijwilligers gevraagd
Voor de ‘workshops’ zijn vrijwilligers nodig: personen die stevig in hun schoenen staan en mentaal tegen een stootje kunnen. Daarvoor kloppen wij bij u aan. Per groep zijn er tien workshops. Wanneer iemand a zegt, zullen b, c en de rest moeten volgen. Daadwerkelijk meedoen vraagt dus – naast een zekere mate van geschiktheid – ook tijd. Wie meedoet, zal moeten reizen naar verschillende uitzetcentra of plaatsen van detentie. (Of voor dit project ruimte door het gevangeniswezen zal worden gegeven is op dit moment nog niet duidelijk. Het gevangenispastoraat wordt hierbij vanzelfsprekend betrokken). De BV Vrolijkheid beschikt over een profiel voor workshopleiders en is bereid om te helpen bij selectiegesprekken en trainingen. Ook staat ‘Vrolijkheid’ te zijner tijd klaar als ‘achtervang’ voor tips, advies enz. Niet iedereen zal gelegenheid hebben om aan de workshops mee te doen. Voor het ‘Afscheidsproject Memory’ is ook financiële steun nodig voor de aanschaf van werkboeken, koffertjes en creatief materiaal. Beschikbaar zijn voor vervoer en andere hulp ‘op afstand’ is eveneens een zeer welkome bijdrage aan het afscheidsproject.

Kortom: meldt u aan bij de Taakgroep Binnenlands Diaconaat met opgave waarvoor u zich beschikbaar kunt én wilt stellen. En eigenlijk kan iedere remonstrant in enige vorm een bijdrage leveren. Het is niet mogelijk om in het bestek van dit artikel alles te vertellen, uit te leggen of op te sommen. Maar telefoon en e-mail van de leden van de taakgroep Binnenlands Diaconaat zijn beschikbaar. Lager kan de drempel om mee te doen nauwelijks zijn. Wij rekenen op u.

Taakgroep Binnenlands Diaconaat
Hein Heuff, 020  620 46 25
e-mail: hauadam@xs4all.nl
Els van Dunné, 010  473 66 04
e-mail: els@vandunne.com
Willem van Spaendonck, 026  443 51 19
e-mail: willem.vanspaendonck@wolmail.nl

(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving, in: ADREM, januari 2007)


Zwerfjongeren 
In 2005 heeft de taakgroep Binnenlands Diaconaat besloten om de Stichting Zwerfjongeren Nederland tot een van haar speerpunten te maken in het kader van de portefeuille Jongeren. Een gesprek met Hella Massuger over deze stichting.

Zwerfjongeren moeten een veilige plek krijgen

Voor de verbetering van de situatie van zwerfjongeren heeft de Stichting Zwerfjongeren Nederland drie doelstellingen, aldus Hella Massuger.
‘Wij stimuleren initiatieven op het gebied van Wonen-Leren-Werken. In de opvanghuizen is momenteel plaats voor 1 op de 10 jongeren. De Stichting streeft naar een regionaal dekkend aanbod van voorzieningen, dat aansluit bij de vraag en behoefte van jongeren.
Ons tweede doel is stimuleren van kennisbundeling en deskundigheidsbevordering. Hiertoe hebben wij dit jaar de website www.zwerfnet.nl opgezet. Uitgangspunt daarbij is de behoefte van hulpverleners en beleidsmakers aan het bundelen van kennis en ervaring op het gebied van dak- en thuisloze jongeren. Zwerfnet moet op termijn uitgroeien tot een kennisnet. De website is door deskundigen geheel belangeloos opgezet.
Tenslotte willen wij de problematiek van zwerfjongeren aan de orde stellen in het publieke debat en zo de publieke opinie en de politiek beïnvloeden.
In het Plan van aanpak Maatschappelijke Opvang van de overheid wordt 170 miljoen euro uitgetrokken voor volwassen dak- en thuislozen. Zwerfjongeren komen er in het rapport bekaaid af, terwijl hun aantal groeit. Eind 2005 meldde de Algemene Rekenkamer dat er ruim 5000 zwerfjongeren zijn in Nederland en dat naar verwachting dit aantal zal toenemen.
De wachttijd voor een vaste slaapplek voor deze jongeren (15-23 jaar) is drie maanden. Dan pas kan met adequate opvang worden gestart. Wij willen dat zwerfjongeren als een aparte doelgroep worden beschouwd en dat er voor hen meer opvangmogelijkheden komen met kortere lijnen naar de hulpverlening.’
 
‘Mijn vader zette mij op mijn elfde het huis uit omdat ik niet kon opschieten met zijn nieuwe vriendin. Ik kwam in de volwassenengevangenis terecht, tussen moordenaars!
In het pension heb ik de rust om alles op een rij te zetten.’
Paula

Motivatie
Hella Massuger noemt als persoonlijke motivatie om bij Stichting Zwerfjongeren Nederland te werken het feit dat zij enorm geschrokken is van het aantal dakloze jongeren. ‘Ik vind dat je als je jong bent bezig moet zijn met toekomstplannen. Daarom moeten jongeren een veilige omgeving hebben waar ruimte is voor experimenten en waarin ze fouten mogen maken en durven twijfelen. Maar voor zwerfjongeren bestaat zo’n omgeving niet. Door omstandigheden zijn ze gedwongen zich juist in allerlei onveilige situaties te begeven, waardoor ze niet meer kunnen geloven dat perspectief en zin in leven ook voor hen bestaan. Het is van groot belang dat deze jonge mensen zo snel mogelijk een veilige plek krijgen waar naar ze wordt geluisterd en waar ze vertrouwen in de toekomst krijgen.
De politiek is inmiddels op de hoogte van het bestaan van dak- en thuisloze jongeren. Maar om te zorgen dat deze jongeren de zorg krijgen die ze nodig hebben moet er steeds opnieuw aandacht worden voor ze worden gevraagd. Zij vallen tussen wal en schip, omdat zij zich bevinden op het grensvlak van jeugdzorg en maatschappelijke opvang. Over de jeugdzorg heeft de provincie de regie en de gemeente voert de regie over de maatschappelijke opvang. Aan de basis van alle knelpunten ligt de gebrekkige samenwerking tussen de betrokken partijen en het gebrek aan goede informatie over zwerfjongeren.
Wat wij om ons heen zien is dat de projecten die worden opgezet vooral uit het veld geïnitieerd worden. Wij hopen op meer toegespitste inzet van de overheid en ook niet te vergeten van het bedrijfsleven en woningcorporaties. Zodat een sluitende aanpak in het verschiet komt.’

Remonstrantse gemeenten
Wat kunnen remonstrantse gemeenten doen? ‘Zij kunnen in ieder geval collecteren. Veel pensions kunnen geld gebruiken voor de aanschaf van verzorgings- en starterspakketten. Deze pakketten worden uitgereikt aan jongeren die in de pensions terecht komen of juist zelfstandig gaan wonen. Daarnaast is immateriële steun mogelijk, bijvoorbeeld door buddy te worden. Meer informatie hierover staat op onze website: www.zwerfjongeren.nl. Ook kunnen individuele gemeenteleden donateur worden.’
De taakgroep Binnenlands Diaconaat ondersteunt de Stichting Zwerfjongeren Nederland met een bedrag van € 1.750,00.

Willem van Spaendonck,
taakgroep Binnenlands Diaconaat
 
Wie worden zwerfjongeren?
De helft van de jongeren is door de ouders op straat gezet.
Het gaat mis door
• conflicten met (stief) ouders
• criminele of verslaafde ouders
• overlijden ouder
• een streng (religieus) regime
• incest, mishandeling of verwaarlozing
Zwerfjongeren komen uit alle lagen van de bevolking.

(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving, in: ADREM, september 2006)


Begeleiding ex-gedetineerden
en hun familie
Jacques van Houte, lid van de Remonstrantse Gemeente Twente, begeleidt al enige jaren ex-gedetineerden. Hij begon hiermee in het kader van een ISNA (Interkerkelijke Stichting voor Nazorg aan ex-gedetineerden)-groep; tegenwoordig is ISNA de sector Vrijwilligers en kerkzaken van de Stichting Exodus Nederland.

Veel behoefte aan contact

De behoefte aan begeleiding ‘buiten’ is groot; veel gedetineerden zijn angstig zodra de invrijheidsstelling dichterbij komt. Pastores van ‘binnen de muren’ doen dan een beroep op de vrijwilligers. Dit is de laatste jaren sterker geworden omdat de reclassering partij is geworden; deze rapporteert nu en beheert b.v. elektronisch huisarrest. Bovendien richt de reclassering zich steeds sterker op een zeer beperkte groep ex-gedetineerden die een goede kans maakt zelf een goed bestaan op te bouwen. Veel mensen vallen hier buiten.

Werkterrein breidt uit
“Ik zie het als mijn opdracht om ook aandacht te geven aan de impact die een detentie heeft op de familie van een gedetineerde,” zegt Jacques van Houte. Soms moet vanwege claims het woonhuis worden verkocht en niet zelden vereenzamen mensen omdat de buren je ineens raar aankijken en familie niets meer met je te maken wil hebben.

Hoe kan deze aandacht concreet vorm krijgen?
“Het is belangrijk om de partners van gedetineerden meer in beeld te krijgen, hier zit veel verborgen leed. Schuld en schaamte spelen daarbij een grote rol.” Jacques van Houte beschouwt dit als een terrein waar echt iets moet gebeuren. De familie van een gedetineerde is vaak eenzaam; er is veel behoefte aan contact zodat mensen minder geïsoleerd hoeven te leven. Het contact kan b.v. bestaan uit: iemand naar een gemeente- of parochieavond brengen, iemand begeleiden naar de plek waar de partner gedetineerd is, zorgen dat kinderen hun vader kunnen bezoeken of  regelmatig een praatje maken. Jacques wil het daadwerkelijke contact via diaconieën en andere kerkvrijwilligers laten oppakken. Hij heeft ondervonden dat een concrete contactvraag die neergelegd wordt bij een gemeente of parochie, zonder dat alles uit de doeken gedaan hoeft te worden, eigenlijk altijd wel goed uitpakt. 
In het leggen van contact ziet Jacques een belangrijke rol weggelegd voor de geestelijk verzorgers in de Penitentiaire Inrichtingen: “Meestal gaat het gesprek met de gedetineerde over zijn persoonlijke situatie. Ik denk dat ook steeds de vraag gesteld moet worden: en hoe gaat het thuis?”. 

Lotgenotencontact
Het valt Jacques op hoeveel behoefte er is aan lotgenotencontact. “Er is een enorm hoge drempel om op iemand af te stappen als je partner of iemand anders uit je familie gedetineerd is.”  Jacques wijst op de werkgroep ‘Schuld en schaamte’ die ervaring heeft met het op het spoor komen van mensen, die ook familie hebben die gedetineerd is en die ook met lotgenoten van gedachten zouden willen wisselen.

Ex-gedetineerden naar de kerk?
Jacques wijst ook op het initiatief ‘Kerken met Stip’; Het gaat daarbij om kerken, die het op een laagdrempelige manier mogelijk maken dat ex-gedetineerden de kerk bezoeken. Dat ex-gedetineerden er dan zonder al te veel plichtplegingen naar toe kunnen en een praatje kunnen maken.

Els van Dunné-de Bijll Nachenius
Taakgroep Binnenlands Diaconaat

 
Kerken met Stip inventariseert gastvrije, laagdrempelige  parochies en gemeenten waar ex-gedetineerden welkom zijn en zich op zondag en door de week kunnen thuis voelen. Kerken met Stip is een initiatief van enkele Justitiepastores om mensen ook na hun detentie geestelijk gesproken een dak boven hun hoofd te geven en een gemeenschap die steun biedt. Informatie: www.gevangenispastor.nl/zandschrift; scroll naar: Berichten.
 
Als u als familielid van een gedetineerde behoefte hebt aan lotgenotencontact of iemand behulpzaam zou kunnen zijn met het leggen van contact, neemt u dan contact op met de geestelijke verzorging van de inrichting waar de partner gedetineerd is.
 

Maar toch...
De taakgroep Binnenlands Diaconaat is met o.a. de burgerlijke gemeenten bezorgd over de positie van de uitgeprocedeerde asielzoekers die op straat komen te staan.
Ongedocumenteerden is een nieuw, afstandelijk begrip, door de overheid in toenemende mate gebruikt. Het probleem is daarmee niet minder complex. Een nieuwe woordkeus om nog duidelijker te zijn en niet steeds beladen benamingen als vluchteling, asielzoeker, uitgeprocedeerde of illegaal te bezigen. De minister bijt door met haar beleid, commotie, signalen en vragen ten spijt. Ik zou niet graag in haar schoenen staan. Het is a hell of a job. Bij de eerstkomende verkiezingsronde zal mogelijk blijken of ook zij op deze portefeuille is aan- of opgebrand. Denk aan haar voorgangers. Maar toch…

Appels en peren
Het wegvoeren van o.a. kinderen in de Tweede Wereldoorlog: van de ene op de andere dag een lege plaats in een schoolbank. Telkens de confrontatie voor klas– of schoolgenoten op een onverwacht moment. Vragen die maalden en die thuis mogelijk wel gesteld konden worden. Maar toch … zelfs voor ouders vaak moeilijk goed uit te leggen. Waarom, waarheen, voor hoe lang? En dan schoolkinderen anno 2005. Een school waar na de vakantie 26 leerlingen niet in de klas terugkeren. Dat wil zeggen: het is ze aan het begin van dit nieuwe schooljaar een dag toegestaan om van de school afscheid te nemen. Over en weer. Kinderen zijn een heel stuk mondiger dan in de jaren 40/45. Zeker ook al op de basisschool. Ze zien en horen meer dankzij kinderjournaals of beelden die ze bij het grote-mensen journaal oppikken. Ze weten in doorsnee met betrekking tot ‘actualiteit’ verschrikkelijk veel meer dan kinderen toen. Maar toch …
Uitgeprocedeerde ouders, murw, moedeloos. Voor de kinderen een onbekende bestemming, waar nauwelijks eigen beelden of ervaringen aan hangen. Hooguit iets uit verhalen van ouders, familie of anderen. Is het thuisland werkelijk veilig? Vergelijk ik te ongenuanceerd appels met peren? Misschien wordt mij een hang naar effectbejag verweten? Maar toch …

Komkommertijd voor het nieuws?
Berichten van de afgelopen twee, drie maanden waaruit een willekeurige greep.
Bijstand 11.8: Verschillende steden hebben de afgelopen dagen besloten gezinnen zonder verblijfsvergunning bijstand te verlenen als zij daarom vragen. De bijstand is alleen bedoeld voor de kinderen. Gemeenten mochten aanvragen van illegalen niet in behandeling nemen. De Koppelingswet staat dat niet toe. Op 9 augustus oordeelde de Centrale Raad van Beroep in een zaak uit Zaanstad dat deze wet strijdig is met het Internationaal Verdrag voor de rechten van het Kind.
Gemeenten 11.8: Alle 467 gemeenten hebben problemen met Verdonks (zie foto) aanpak. Elke gemeente heeft tenminste twee klachten bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gedeponeerd. De aanpak van de minister werkt niet. Steeds vaker verdwijnen uitgeprocedeerden op straat. Gemeenten vinden dat ze een zorgplicht hebben voor deze mensen. De minister heeft met de gemeenten afgesproken dat uitgeprocedeerden niet op straat terecht zullen komen, maar dat blijkt niet altijd te lukken. Om hoeveel personen van de 26.000 het gaat is niet bekend en ook niet na te gaan.
Uit de praktijk: “Veel huisartsen, tandartsen en vroedvrouwen weigeren patiënten zonder verblijfsvergunning te helpen. Ze vinden het teveel gedoe. De in 1998 in het leven geroepen Stichting Koppeling zorgt dat gemaakte kosten voor verleende diensten bij eerstelijnshulp door huisartsen, tandartsen en vroedvrouwen betaald worden. Na 2001 is de sfeer verhard als het gaat om allochtonen in het algemeen en illegalen in het bijzonder. […] Wat ik zorgelijk vind is dat de verantwoordelijke bewindspersonen volhouden dat niemand die ziek is in de problemen hoeft te komen en dat voor illegalen opvang is geregeld. Dat blijkt in de praktijk helemaal niet zo te werken.” [Huisarts Maria van Muijsenbergh, Nijmegen]
“Maar een illegaal mag hier per definitie niet zijn?” “Niemand is illegaal. Dat bestaat niet. Die man heeft geen geldige verblijfspapieren, maar hij is gewoon een bewoner van deze aardbol en heeft net zoveel recht op zorg als wij.” [Huisarts Kea Fogelberg, Leiden]

Maar toch…wat kunnen we doen?
Zodra iemand of een gezin uit een uitzetcentrum verdwijnt, ontstaat er een financieel probleem. Hoe kom ik aan een bed, een dak boven m’n hoofd, eten, kleding enzovoort? Vluchtelingenwerk Nederland kan daar geen hulp meer bieden. Wel bij voorbeeld bij de circa 3000 ‘29d-cliënten’. Dit verwijst naar het betreffende artikel in de Vreemdelingenwet. Een groep waar de overheid van vindt dat terugkeer mogelijk is: de situatie in het thuisland is veilig! De risico’s voor vervolging op verschillende gronden zijn echter nooit of in te onvoldoende mate onderzocht en/of getoetst. Ook de verschillende mensenrechtenorganisaties hebben hierbij zeer grote en onderbouwde twijfels. Voor deze groep kent Vluchtelingenwerk een apart ‘Steunfonds 29-d-cliënten’ (giro 1234888 o.v.v. ‘Steunfonds 29-d cliënten’).
Voor hen die de illegaliteit zoeken om welke reden dan ook: zij verdwijnen letterlijk met lege handen uit zicht. Lokaal bestaan er wel acties of stichtingen die zich op die groep richten bij het verlenen onder andere van financiële hulp. Een landelijke organisatie hiervoor bestaat echter (nog) niet. Alertheid vanuit diaconale commissies om eventueel bij te springen wanneer men kennis krijgt van dit soort hulpverlening kan, om het eufemistisch te zeggen, geen kwaad.

Hein Heuff
Taakgroep Binnenlands Diaconaat

(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving, in: ADREM, september 2005)


Armoede

Bondgenoot worden van mensen in armoedesituaties


Ook in het nog altijd welvarende Nederland zijn er mensen die weinig middelen tot hun beschikking hebben, zeg maar arm zijn. Door maatregelen van de huidige regering bestaat de kans dat zij nog armer worden, al heeft het kabinet inmiddels gelukkig wel besloten mensen die leven van een sociaal minimum in de volgende bezuinigingsronde te ontzien. Toch staan er nog allerlei maatregelen op stapel die de situatie van mensen in armoedesituaties kunnen verslechteren. Een belangrijke factor daarbij is dat allerlei regelingen, die tot dusverre landelijk werden uitgevoerd, gedecentraliseerd worden naar het niveau van de gemeenten. Daardoor zullen er bij de uitvoering van regelingen grote verschillen ontstaan. Wat in de ene gemeente wel wordt toegekend, zal de andere weigeren. Dit heeft ook te maken met de financiële situatie van de gemeenten. Deze krijgen een rijksbijdrage voor de uitvoering van verschillende wetten, zoals de Wet Werk en Bijstand (2003) en de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning, die in 2006 van kracht wordt. Deze bijdrage komt niet binnen als doeluitkering en kan dus ook voor andere gemeentelijke taken worden gebruikt. De taakgroep Binnenlands Diaconaat heeft aan de diaconale commissies de vraag voorgelegd of zij bondgenoot willen worden van mensen in armoedesituaties. Daartoe worden vier stappen onderscheiden: nagaan welke vragen op de eigen diaconale commissie afkomen, contact zoeken met diaconieën van andere kerkelijke gemeenten, contacten leggen met belangengroepen, bijvoorbeeld cliëntenraden van gemeentelijke sociale diensten; de gemeentelijke overheid regelmatig benaderen om de armoedeproblematiek onder de aandacht te brengen.

Bondgenoot met de Vierde Wereld
Geloof en Samenleving geeft landelijk het bondgenootschap met mensen in armoedesituaties vorm door aandacht voor ATD-Vierde Wereld, (ATD: Aide à toute Détresse), een organisatie die zich vooral richt op gezinnen die het meest lijden onder armoede en sociale uitsluiting. Het gaat meestal om gezinnen die ‘erfelijk’ in deze situatie verkeren. De armoedesituatie gaat over van ouders op kinderen en zij ervaren deze vaak als een onontkoombaar lot. Het gaat niet alleen om gebrek aan geld, maar ook om onzekerheid op verschillende levensgebieden: geen of slecht betaald werk, weinig kans op goed onderwijs, slechte behuizing en woonomgeving, hun gezondheid laat veel te wensen over. Ook moeten vele van deze gezinnen vechten om niet uit elkaar te vallen. Door dit alles kunnen zij nauwelijks deelnemen aan het maatschappelijk leven, laat staan aan recreatie en toerisme. Dit verschijnsel komt in alle ontwikkelde landen voor ongeacht de economische situatie. Geschat wordt dat 3% à 5% van de bevolking zucht onder dit lijden. ATD-Vierde Wereld probeert deze gezinnen uit hun isolement te halen o.a. door een vakantieweek op de vakantieboerderij ’t Zwervel in Wijhe aan te bieden. Het is vaak hun eerste vakantie! Daar komen zij in contact met lotgenoten en wordt er een begin gemaakt met de bewustwording dat zijzelf iets aan hun situatie kunnen doen. Met deze gezinnen wordt ook na deze week contact gehouden. De kosten van één vakantieweek voor een gezin van vier personen bedragen ongeveer EUR 850,00.

Nadere informatie is te verkrijgen bij ’t Zwervel, tel. 0570-521999; e-mail:
atd.wijhe@hetnet.nl . Giro 3577454 tnv. ATD- ’t Zwervel te Wijhe.
Of bij Ries Kassens. E-mail: kasberk@hetnet.nl

(Ook gepubliceerd in: Katern Geloof & Samenleving, in: ADREM, september 2004)


Vakantie
Margreet Jonkers bericht over een unieke camping voor mensen mèt èn zònder beperkingen en hun familieleden of vrienden op het Île d'Oléron, een eiland ten noorden van Bordeaux.

Camping l'Accolade

Nauwelijks was ik deel gaan uitmaken van de taakgroep 'binnenlands diaconaat' van Geloof & Samenleving of ik mocht beslissen waar het geld bestemd voor 'integratie gehandicapten' in 2003 naartoe zou gaan. Geen moment aarzelde ik: "naar camping L'Accolade!" Waarom? Omdat daar de mogelijkheid voor mensen mèt èn zònder beperkingen om met elkaar te communiceren zo prachtig aanwezig is.
L'Accolade betekent letterlijk 'de omhelzing' en is de naam van een door mevrouw Monique Schieman met behulp van vrijwilligers uit de grond gestampte camping voor gehandicapte mensen en hun familieleden of vrienden op l' Île d'Oléron, een eiland ten noorden van Bordeaux dat evenveel zon heeft als de Middellandsezeekust. De camping ligt vlakbij zee en dichtbij een gezellig Frans dorpsmarktje. Als je flink doorrijdt vanuit Nederland ben je er in één dag. Er is een groot magazijn met hulpmiddelen zoals tilliften en er zijn vrijwilligers die de dagelijkse verzorging over kunnen nemen. Zo heeft iedereen vakantie! De bungalows en staplaatsen voor caravans hebben privacy terwijl het verwarmde zwembad temidden van terrassen een soort plein vormt waar men elkaar kan ontmoeten.

Openluchttheatertje
Er is een klein openluchttheatertje, L'Accolise, waar elke dag alle aanwezige kinderen een uurtje worden voorgelezen en waar zij een toneelstuk voorbereiden. Behalve gewone schommels is er ook een rolstoelschommel. De camping ligt 500 m. van zee en er ligt een nylon tapijt op het strand waardoor je zelfs met een electrische rolstoel op het zand kunt rijden.
Toen mijn man en ik er een weekje gebivakkeerd hadden nam ik een rijke schat aan ervaringen mee naar huis. In de bungalow naast ons logeerde een meisje van 5. Ze had behalve een electrisch rolstoeltje een trippel- en een gewone rolstoel. Ze kon moeilijk spreken, maar oefende hard op het ene zinnetje in het toneelstuk, dat ze als prinses moest uitspreken. Gehuld in tule gelukte het de prinses! Vaak kwam ze even buurten bij ons, want ik – volwassen vrouw in een electrische rolstoel – was een soort rolmodel voor haar.

Niet gesubsidieerd
Ik zwom elke dag in het zwembad. Een paar tienermeiden met een vader die spierdystrofie had gingen nogal wild te keer in het water. Ik hoefde maar één zinnetje te zeggen of ze begrepen dat ze in mijn buurt voorzichtig moesten zijn. Er was een jongen met spierdystrofie met zijn ouders die zich nooit onder de mensen begaf. Op een dag had hij een lekke band. Twee vrijwilligers – stagiaires verpleegkundigen – repareerden z'n stoel in de werkplaats vlakbij het zwembad. Ik hoorde hen zeggen, wijzend op mij: "gisteren zijn we met die mevrouw in zee geweest; dat willen we ook wel met jou, hoor, en dan sleutelen we net zo lang aan de kussens in je stoel tot je goed zit". De volgende dag trof ik de jongen voor het eerst in het zwembad! Er was een oude meneer uit een verpleeghuis die met zijn dochter en haar gezin voor het eerst na jaren op vakantie was. Toen hij al die kinderen plezier zag maken, realiseerde hij zich wat een goed leven hij achter de rug had…
Natuurlijk wilde ik de rolstoelschommel uitproberen, maar mijn echtgenoot vond dat ik me niet als een kind aan moest stellen. De volgende dag kwam een ander buurmeisje, 3 jaar oud, die met haar moeder naar de wasserette ging, langs de schommel en vroeg aan mij of ik erin wilde gaan, zodat zij het touw kon bedienen. Dan ga je dus toch…! Zo wemelde het van de grote en kleine communicatieve ervaringen, en dat alles in een vakantiesfeer van vrijheid en blijheid.
L'Accolade wordt niet gesubsidieerd. Jaarlijks gaat er een ploeg vrijwilligers onderhoud plegen voor het seizoen begint. Door het arsenaal hulpmiddelen hoeven mensen niet zelf met een vrachtauto op vakantie te gaan en door de hulp van vrijwilligers wordt het mogelijk dat alle gezinsleden van de vakantie kunnen genieten!

Margreet Jonkers

Informatie over L'Accolade is te krijgen bij: Stichting L'Accolade, Postbus 181, 6860 AD Oosterbeek, tel. 026 44 56 800, rek.nr. ING bank 66.79.84.712.

(uit: ADREM van maart 2004)


Interview
Interview met Jacques van Houte, vrijwilliger bij ISNA, die pleit voor nazorg ‘buiten de muren’.

Nazorg aan ex-gedetineerden

“Vrijwilligerswerk voor ex-gedetineerden ligt niet voor iedereen voor de hand. Toch is het van groot belang om het op te pakken.” Volgens Jacques van Houte is de nood - binnen en buiten de muren van de gevangenis - zeer hoog. “Er tekent zich op allerlei terreinen in de maatschappij een verharding in beeldvorming en bejegening af, en dat zie je ook ‘binnen’. Het aantal gedetineerden uit zwakkere groepen stijgt: allochtonen, mensen met een psychische stoornis of met drugsgerelateerde delicten. Door de extra aandacht die deze groepen vragen, is er minder tijd voor de overige gedetineerden. Bovendien vergt de toename van het aantal cellen nieuw en soms minder ervaren personeel. Ook dat gaat ten koste van de tijd en aandacht voor gedetineerden en dat kan de nodige spanning oproepen.
‘Buiten’ ontstaat er vooral nood als gedetineerden onverwacht vervroegd worden vrijgelaten. Zij hebben vaak geen huis en geen werk (meer), familie en vrienden willen niets meer van hen weten. Ook ex-gedetineerden die van harte een nieuw bestaan op willen bouwen komen onder grote druk te staan. Een plotselinge invrijheidstelling is een groot risico.”

Ondervangen van het risico
“Het risico kan ondervangen worden als ex-gedetineerden in beeld blijven. Om na de detentie hun bestaan op een goed spoor te krijgen zijn (o.a.) de volgende twee aspecten belangrijk: goed contact van en met de geestelijke verzorging binnen, evenals goed contact met een vrijwilliger die tijdens de detentie al kennismaakt zodat een vertrouwensband kan ontstaan. Deze vrijwilliger gaat met de exgedetineerde mee in een ‘interventietraject’; dit kan een gesprek op regelmatige basis inhouden, maar b.v. ook begeleiding van hele praktische zaken als het aanvragen van een uitkering en het zoeken van woonruimte.”
Jacques van Houte is bezig met een scriptie over het welbevinden van exgedetineerden en vrijwilligers tijdens een interventietraject. Wat houdt vrijwilligers gaande als mensen soms ineens weg zijn en je dus niets meer voor ze kunt doen of als de hulp niets uithaalt?
“Je moet idealistisch zijn. Voor mij betekent dat: een kans geven aan wat ogenschijnlijk onmogelijk is. Daarbij is gezond verstand onmisbaar. Uiteraard moeten mensen op eigen benen staan. Maar soms heeft iemand, die graag een nieuw en ander bestaan wil opbouwen, hulp nodig bij de eerste stappen die gezet moeten worden. De keren dat dat goed gaat zijn een enorme bron van inspiratie. Je kunt heel concreet iets betekenen voor een ander. Voor ex-gedetineerden is het
contact met vrijwilligers ook inspirerend. Iemand die met je omgaat als mens en je niet direct benadert als crimineel of verslaafde, als iemand die problemen veroorzaakt, is voor de meesten een openbaring. Vrijwilligers kunnen iets van herinnering wakker roepen aan hoe het vroeger was.”
Jacques van Houte wil graag geestelijke zorgverlening een plaats geven buiten de beschermende muren van de gevangenis, in de nazorg. Deze vorm van zorgverlening zou ex-gedetineerden kunnen helpen bij het vinden van een andere bestaansgrond. Ook kan geestelijke zorgverlening duidelijk maken hoe mensen vanuit geloof/kerk bejegend kunnen worden. Dat kan ook voor de kerken iets inhouden: veranderen van beeldvorming, maar ook facilitering van het vrijwilligerswerk en daadwerkelijke financiële steun.

Els van Dunné-de Bijll Nachenius, taakgroep Binnenlands Diaconaat

(uit: ADREM van januari 2004)
 

 
naar boven


voor het laatst bijgewerk 08/02/2008