ARCHIEF REMONSTRANTSE GEMEENTE LEEUWARDEN
 
 
Inhoud archief
In memoriam
Overdenkingen
Gedachten
Jubileum
Terugblik op diensten

In memoriam

In memoriam mevrouw Z.A. Krikke-Zuidhof
Op 10 augustus 2007 is overleden mevrouw Z.A. Krikke-Zuidhof, Remonstrants theologe. De oudgedienden onder ons herinneren zich hoe zij in de periode van samenwerking tussen Doopsgezinden en Remonstranten in de eredienst is voorgegaan. De uitvaartplechtigheid werd geleid door  mevrouw ds. E.W.H. Laman Trip- Kleinstarink, studiegenote en sindsdien goede vriendin van de overledene. Een deputatie van de kerkenraad heeft de drukbezochte dienst bijgewoond. Mevrouw Laman Trip citeerde haar vriendin uit hun laatste gesprek:”Mijn uitgangspunt is dat God liefde is; dat hebben wij toch allebei altijd gepreekt!” Wij gedenken haar met respect.

In memoriam Wil van Veen
14 februari 2007 is op 84 jarige leeftijd in het MCL overleden: Wil van Veen.
Wil is voor de meesten van ons op z’n minst een goede bekende geweest.
Zij was vele jaren lang in en met onze Remonstrantse gemeenschap in Leeuwarden verbonden en heeft hierin voortdurend een belangrijke rol vervuld. De ene periode trad zij op de voorgrond, de andere periode wat meer op de achtergrond, maar steeds was Wil duidelijk aanwezig als inspirator voor vele anderen. Zij nam ook zelf vaak het voortouw bij de uitvoering van allerlei activiteiten en contacten.
Tot 1986 was Wil een aantal jaren voorzitster van de toenmalige Remonstrantse Kring.
Daarna heeft zij, wat meer op de achtergrond, vele hand- en spandiensten verricht in de periode van de werkgroep.
Toen in 1994 de Gemeente werd opgericht was het Wil die zich spontaan beschikbaar stelde voor het kerkenraadswerk, eerst als penningmeester en vanaf eind 1996 was zij weer onze voorzitster.
De laatste jaren was zij enthousiast actief in de Estafettegroep en dank zij haar waren de artikelen van de Wereldwinkel vaak achterin de kerk uitgestald en te koop.
Het leven van Wil heeft veel verdriet  gekend, maar zij bleef een optimistisch mens en een steun voor velen.
Behalve alles wat Wil voor onze geloofsgemeenschap heeft gedaan heeft zij ook nog vele andere maatschappelijke functies vervuld. Zij nam tot op hoge leeftijd nieuwe taken op zich.
Velen zullen haar vriendschap en inspiratie heel erg missen. Dat bleek ook wel bij de uitvaart op 19 februari in Goutum, waar een groot aantal mensen uit de diverse gemeenschappen waarvan Wil deel uitmaakte gekomen waren om haar de laatste eer te bewijzen.

Namens de kerkenraad,
Lex van Gorcum

Terug naar Inhoudsopgave


Overdenkingen

Toekomst

april 2008

Over toekomst ging het op 8 maart 2008 tijdens de Beraadsdag in de vinex-wijk Vathorst te Amersfoort. De Beraadsdag had als thema: Toekomst van de kerk, kerk van de toekomst. In verschillende workshops kon er over dit thema nagedacht en gediscussieerd worden. Het meest in het oog springende van deze dag was, dat een deel van de workshops plaatsvond in De Kamers. Een beetje oneerbiedig zou je De Kamers een buurthuis kunnen noemen. Voor elke activiteit is er een aparte 'kamer'. In de eetkamer kunnen mensen aanschuiven voor een maaltijd, in de theaterzaal kan theater gemaakt worden of een film bekeken, waar men vervolgens in de huiskamer met elkaar over kan praten. Ook is er ruimte voor spiritualiteit: schrijvers komen vertellen over hun religieuze zoektocht, het magazine 'Happinez' verzorgt middagen. En op zondag houden Remonstranten er hun kerkdienst, als ik het goed begrepen heb. De kerk van de toekomst zou heel goed op deze manier aanwezig kunnen zijn in 'de wereld'. Al is er ook niets op tegen om een eigen plek - kerkgebouw - te hebben. Zo wordt er in Amersfoort vlak bij De Kamers dan ook een nieuw kerkelijk centrum gebouwd. En het kán haast niet anders of deze buren zullen elkaar over en weer wel weten te vinden.
Nu is Vathorst een nieuwbouwwijk en dat betekent ruimte voor activiteiten die in een bestaande situatie minder goed van de grond komen.  Toch denk ik dat er ook voor bestaande situaties wel inspiratie te putten is uit dit concept. Niet om het klakkeloos na te doen. Dat is niet zinvol en gaat niet werken. Maar misschien kan de kerk van de toekomst voor een deel zo'n multifunctionele ruimte zijn, waar maatschappij, cultuur en levensbeschouwing elkaar ontmoeten.
In een van de workshops op de Beraadsdag werd ons gevraagd om uit te beelden hoe we de kerk op dit moment zagen en hoe we ons de kerk van de toekomst voorstelden. Elke groep deed dat uiteraard weer anders, maar de kernwoorden waren toch wel: brug, warmte, verbondenheid, openheid, ruimte, respect, omzien naar elkaar, ontmoeting, sprankelende bron.
Hoewel we in Leeuwarden maar een kleine gemeente vormen, zijn we met elkaar toch heel dapper op weg naar de toekomst. En de moed om ongebaande wegen te gaan is beslist aanwezig. Al willen we ook de traditie niet uit het oog verliezen. Wat zich de eeuwen door als waardevol heeft bewezen, hoeven we niet overboord te zetten. Integendeel. Dat kan juist de basis zijn, de springplank, om het eens anders-dan-anders te doen. Iets wat we o.a. in onze estafettediensten gestalte kunnen geven. Volgens mij zijn we daarmee op de goede weg en hebben we wel degelijk toekomst.
Laten we gewoon maar die sprankelende bron zijn. Wie weet zijn er dan toch telkens weer mensen die daar een spettertje van willen opvangen.
 
Een bron komt zomaar te voorschijn,
Gaat almaar door met stromen.
Het water voedt alle planten, 
het graan op het land en de bomen.

Een bron komt zomaar te voorschijn ,
nooit houdt zij op met geven.
Bij U, bij U is de bron,
bij U is de bron van het leven.

En in Uw licht zien wij het licht, 
het licht wat alles overwon.
Bij U, bij U is de bron,
bij U is de bron van het leven.

Wietske Tinga



’t Oog omhoog…

januari 2008

Zo begon vroeger een kerklied: ’t oog omhoog en ’t hart naar boven, hier beneden is het niet.
Inmiddels zijn we wat aardser gaan denken en is het over het algemeen hier beneden goed toeven, althans in ons deel van de wereld. En we zijn geneigd, meer om ons heen te kijken, op ooghoogte, waardoor we in ieder geval - hopelijk - onze medemens zien, de ander in de ogen kunnen kijken. In een maatschappij die gekenmerkt wordt door individualisme is dat een goede zaak.
Toch kan het ook goed zijn om zo af en toe eens omhoog te kijken, gewoon, letterlijk. Want soms zijn daar bijzondere dingen te ontdekken. Dingen waar je gemakkelijk aan voorbijloopt, maar die toch de moeite waard zijn.
Zo ook bovenstaande gevelsteen. Het zou een aardige quizvraag zijn: waar is deze gevelsteen te vinden? En voordat u verder leest, kunt u hier voor uzelf even over nadenken. Komt hij u bekend voor? Is hij u wel eens opgevallen?
Misschien wel, misschien ook niet. Want deze gevelsteen bevindt zich boven de ingang van de Waalse kerk aan de Grote Kerkstraat in Leeuwarden. Wie dan min of meer probeert te doen wat er op deze gevelsteen geschreven staat, kan maar beter níét omhoog kijken, want er is een steile stoep te beklimmen. Bovendien heeft de steen een bescheiden afmeting, waardoor men hem gemakkelijk over het hoofd ziet.
De steen bevat een Franstalige bijbeltekst: Jesaja 2, vers 3. ‘Komt, laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van de god van Jakob.’ Een toepasselijke tekst voor een kerkgebouw, een godshuis, in een land zonder bergen. In bijbelse termen was een berg een goede plek om te bidden, om je dichter bij god te voelen. Ook een kerkgebouw kan zo’n plek zijn. Al zeg ik daar meteen bij dat god ook overal elders te ervaren is en dichtbij kan zijn, soms ook juist in de díépte van een mensenleven. Maar hopelijk is óók een kerkgebouw zo’n plek. Een plek waar mensen elkaar ontmoeten en samen ontdekken - soms, even - dat god gebeurt, inspireert en bemoedigt.
Op de gevelsteen wordt god omschreven als de Eeuwige, groter dan wij kunnen bevatten. Maar ook als de god van Jakob, een god die met mensen meegaat. Die ook ons aanspoort: gá maar, dan ga Ik met je mee. Dat is niet te bevatten, niet te beredeneren. Het gaat ons verstand te boven. Maar het is wél te ervaren. Ook ‘hier beneden’.

Ik wens ons allen veel inspiratie toe.

Wietske Tinga



Schatgraven

november 2007

Als kind kwam ik vaak op de woonark van Tjerk Vermaning, een amateur-archeoloog, die het later nog zwaar te verduren zou krijgen door aantijgingen van enkele hooggeleerde heren. Deze Tjerk Vermaning stelde op zijn woonark van alles ten toon wat hij in de bodem had gevonden: fossielen, dierenbotten, stenen gereedschap. Achter elk voorwerp op die overvolle woonark zat een verhaal. Die voorwerpen vertelden over de aarde, de dieren en de mensen die de aarde bewoonden. Soms mocht je zo'n voorwerp voorzichtig aanraken. En dan voelde ik me verbonden met al die duizenden jaren vóór mij. Ik begreep lang niet alle verhalen, en ik wist niet hoe die werktuigen waren gebruikt of waar voor ze gediend hadden. Of de voorwerpen allemaal echt waren of niet, die vraag kwam niet bij me op en voor mij deed dat er ook niet toe. Wat telde, was de erváring van al die duizenden jaren, een ervaring die té groots was om geheel te beseffen.
Later mochten we als biologen-in-de-dop ook zelf in de modder wroeten of een brok gesteente splijten, in de hoop een fossiel te vinden. Een spannend moment was het telkens weer als je op het punt stond de steen te splijten. En wat een opwinding als je echt iets vond! Ook al stelde het in de ogen van de professor niet zoveel voor, het was jóúw vondst, jóúw schat, waar je samen met je medestudenten van kon genieten.

Soortgelijke ervaringen kunnen mensen ook opdoen als de Bijbel geopend wordt en onbekende verhalen tot leven komen. Maar ook de bekende verhalen kunnen op een andere manier worden belicht, waardoor ze opnieuw gaan spreken, bijvoorbeeld door te ontdekken wat namen of getallen kunnen betekenen. Of een verhaal nu 'waar gebeurd' is of niet, dat is niet zo belangrijk. Elk verhaal bevat waarheid en kan betekenis krijgen voor ons eigen leven. Wie dat ervaart, voelt zich als een schatgraver die onverwacht een prachtige vondst heeft gedaan. Voor theologen-wetenschappers wellicht onbeduidend, maar voor de ontdekker van onschatbare waarde.
Ik wens ons allen toe dat we nog veel van deze schatten zullen ontdekken.

Wietske Tinga

En wat een opwinding als je echt iets vond!



Wat zal ik schrijven…

september 2007

Wat zal ik eens schrijven bij het begin van het nieuwe seizoen? Het vinden van een onderwerp is soms een hele toer. Het mag over van alles gaan. Dus mogelijkheden te over. Maar dat is nu juist ook een deel van het probleem. Mijn gedachten springen alle kanten op en er is niets wat daarin enige richting aangeeft. Bij de voorbereiding van een dienst is er  naast de bijbel altijd nog het Gemeenschappelijke Leesrooster. Ik hoef me er niet aan te houden, maar het zet de gedachten wel op een spoor. Maar voor inleidingen en wijdingswoorden zijn er geen richtlijnen. Dus vraag ik me af: kan het over actualiteiten gaan? Op het moment dat ik dit schrijf is de brief van Wilders bijvoorbeeld het gesprek van de dag. Maar tegen de tijd dat u dit stukje leest, is de komkommertijd voorbij en is hopelijk gebleken dat zijn schrijfsel eigenlijk zelfs niet geschikt was voor toiletpapier.
Geen recent verleden dus. De nabije toekomst dan maar: traditiegetrouw is de derde week van september gewijd aan de vrede. IKV en Pax Christi leveren ook dit jaar weer veel materiaal, met als thema ‘Vechten voor Vrede’. Dat lijkt met elkaar in tegenspraak. Bij vrede denken we juist niet aan vechten. Maar om vrede dichterbij te brengen is er toch soms een gevecht nodig: het gevecht in en met ons zelf. Dat gevecht wordt in de Islam de grote strijd - de grote jihad -genoemd. Vechten tegen de donkere kanten in jezelf is de moeilijkste strijd die gestreden kan worden. Een strijd die eigenlijk een mensenleven lang duurt. En volgens moslims mag men pas aan de kleine jihad (strijd) beginnen als de grote jihad gestreden is. Maar ja, de kleine jihad is zóveel gemakkelijker - ook al maakt hij veel slachtoffers en draagt hij niet positief bij aan vrede. Niet in de wereld en niet in de harten van de mensen.
Vrede vraagt - merkwaardig genoeg - om strijd. Om mensen die zich er voor in durven zetten, hun nek durven uit te steken en de strijd, ook met zichzelf, niet uit de weg gaan. Daarom tot slot een gedicht van Coen Poort.

Vrede, vreugde en alle goeds,

Wietske Tinga



Mensen gevraagd

Mensen gevraagd om de vrede te leren
waar geweld door de eeuwen model heeft gestaan,
mensen gevraagd die de wegen markeren
waarop alles wat leven heeft verder kan gaan.

Mensen gevraagd om de noodklok te luiden
en om tegen de waanzin de straat op te gaan,
mensen gevraagd om de tekens te duiden
die alleen nog moedwillig zijn mis te verstaan.

Mensen gevraagd om hun nek uit te steken
voor een andere tijd en een nieuwe moraal
mensen om ijzer met handen te breken
ook al lijkt het ondoenlijk en paradoxaal.

Mensen gevraagd om hun stem te verheffen
verontrust door een wapen dat niemand ontziet,
mensen die helder de waarheid beseffen
dat wie mikt op een ander zichzelf ook beschiet.

Mensen gevraagd die in naam van de vrede
voor behoud van de aarde en al wat daar leeft,
wapens het liefst tot een ploeg willen smeden
voor de oogst die aan allen weer overvloed geeft.

Mensen gevraagd,
er worden mensen gevraagd,
dringend mensen gevraagd,
mensen temidden van mensen gevraagd.



De Weg

juni 2007

Mensen van de Weg, zo werden de eerste christenen aangeduid. Er was nog geen instituut, geen gevestigde orde. Maar er waren mensen die wilden gaan in de voetsporen van Jezus van Nazareth. Ze hadden de moed om die nog ongebaande weg stap voor stap te gaan. Een beweging te zijn en in beweging te komen voor en door het goede nieuws dat evangelie heet.
Inmiddels zijn er vele eeuwen verstreken en hebben er vele kerkvergaderingen - concilies en synodes en assemblees - plaatsgevonden. Zo af en toe lijkt het er op dat die weg een platgetreden pad is geworden met op elk punt van verwarring een richtingaanwijzer voor de enig juiste route. Dogma's als Tom-Tom voor de levensweg...
Om dan nog op avontuur te durven gaan en de voorge-schreven route te verlaten en zonder Tom-Tom op weg te gaan, daar is moed voor nodig. Want wie weet waar je in verzeild raakt. Hoeveel leeuwen en beren je op je weg tegenkomt. Of wat er ruist in het struikgewas. Of hoeveel sloten er zijn waar je tegelijk in kunt lopen.
Maar aan wie dat tóch durft te wagen kunnen onvermoede en onverwachte verrassingen ten deel vallen. Een leeuw graast met het lam, het geruis van de bladeren fluistert, dat vrede - sjaloom - mogelijk is. En over de sloten zijn bruggetjes geslagen zodat je over het water kunt lopen.
Toegegeven, als je vertelt over zo'n ontdekkingstocht, word je niet altijd begrepen. Maar misschien wordt er ééntje gegrepen door jouw enthousiasme. Misschien krijgen twee of drie de moed om ook op ontdekkingstocht te gaan, hun eigen weg te vinden, hun eigen ontdekkingen te doen.

Vele wegen kent het leven,
maar van al die wegen
is er een die jij te gaan hebt.
Die ene is voor jou. Die ene slechts.
En of je wilt of niet, die weg heb jij te gaan.
De keuze is niet de weg, want die koos jou.
De keuze is de wijze hoe die weg te gaan.
Met onwil om de kuilen en de stenen,
met verzet omdat de zon een weg
die door ravijnen gaat, haast niet bereiken kan,
of met de wil om aan het einde van die weg
milder te zijn, en wijzer dan aan het begin.
De weg koos jou, kies jij hem ook?

 (naar 'Levensweg' van Dag Hammerskjold)

Vrede, vreugde en alle goeds,

Wietske Tinga



'Ze hebben daar zeker wat te vieren...'

april 2007

Jaren geleden alweer hoorde ik deze uitspraak. Het was in Utrecht, waar we ons een hele zaterdag hadden beziggehouden met Experimenten met Kerkdiensten.
De dag werd afgesloten met een liturgische viering, waarin allerlei elementen uit de workshops van die dag terugkwamen. Als afsluiting zongen we een lied: 'Ga - tot de einden der aarde, tot het uiterste, daar zal liefde zijn. Ga!'
Al zingend verlieten we de kerk om zodoende datgene wat we daarbinnen hadden geleerd en ervaren, mee te nemen de wereld in. En zo kwam er op die zaterdagmiddag in Utrecht een stroom zingende mensen met blije gezichten die kerk uit.
Een jong stel dat op een brommer aan kwam rijden en voor het verkeerslicht moest stoppen om ons te laten oversteken, bekeek het fenomeen met enige verbazing. Het ontlokte hun bovengenoemde verwonderde uitspraak: "Ze hebben daar zeker wat te vieren..."
Jammer dat we die verwondering niet vaker weten wakker te roepen. Want we hebben in de kerk zéker wat te vieren. Niet alleen bij bijzondere gelegenheden of op speciale dagen. Dat zouden we wellicht wel wat meer mogen uitstralen.
Al is dat tegelijkertijd gemakkelijker geschreven dan gedaan...
In ieder geval kunnen we dat op 22 april laten zien, want dan hebben we inderdáád iets te vieren: ons koperen jubileum als gemeente. Een Gemeente waarin nog veel experimenten mogelijk zijn. Niet omwille van  het experiment, maar ten dienste van de vreugde van het Gemeente zijn, de saamhorigheid en vooral om datgene dat groter is dan onszelf, om Diegene die liefde is. Dat vieren we, en daar gaan we ook mee door ná 22 april. Zodat er zo af en toe iemand met verwondering kan zeggen: "Ze hebben daar zeker wat te vieren..."

Veel vreugde, vrede en alle goeds,

Wietske Tinga

Terug naar Inhoudsopgave


Gedachten

Een “historische” vriendin
Begin november 2007 ontving onze penningmeester een zakelijk schrijven uit Drachten. Mevrouw R. Schippers gaf aan dat gezien haar hoge leeftijd (90 jaar) Leeuwarden wat buiten haar bereik lag, en dat zij zich prettig voelde bij de Doopsgezinde Gemeente in Drachten. Zij had ons dat al eerder gemeld, maar vanwege de hartelijke toon van deze brief leek een telefoontje op zijn plaats. Dat werd een verrassend contact. Mevrouw Schippers is voor onze Remonstrantse Gemeente Leeuwarden een echt stukje historie:
De Remonstrantse Kring Leeuwarden, die voor de oorlog bestond maar gedurende de oorlogsjaren in feite niet, is na de oorlog heropgericht en mevrouw Schippers is vanaf 1948 een aantal jaren haar voorzitter geweest. Namens de kerkenraad ging uw verslaggever bij haar op bezoek: zo’n kans op een duik in het verleden van onze geloofsgemeenschap krijg je niet elke dag!
Natuurlijk doken we niet alleen in het verleden van de Remonstranten in Leeuwarden.
De geschiedenis van onze hele Broederschap hangt immers aan elkaar van verhalen over boeiende levens, (vaak vrouwenlevens!) waarin èrgens het Remonstrants gedachtegoed  wist te inspireren, en waarin dat dan van weeromstuit onze gemeenschap weer ten goede kwam. Hiervan is het verhaal van mevrouw Schippers een sprekend voorbeeld.
Haar studie Wis- en Natuurkunde in Leiden werd in 1942 letterlijk tussen de verhuisdozen met een doctoraal examen afgerond: een week later sloot de Universiteit. In december 1944 werd zij benoemd aan de Gemeentelijke HBS voor Meisjes in Leeuwarden. Arriveerde daar ondervoed en uitgeput op de fiets; bleef er tot 1963.
Ze schreef vervolgens nog een succesvolle paragraaf aan haar beroepsleven in Amsterdam en keerde als jonge Vutter terug naar Friesland.
Bij de Remonstranten was mevrouw Schippers een zij-instromer, niet uit een Remo-nest dus, maar via een ‘bruikbaar ogende’ cathechisatie. Goede vriendinnen van haar in Leeuwarden pakten na de oorlog de Kring weer op, àls er al eens een dienst te regelen was, huurden ze de Waalse Kerk en mocht de dominee bij hen overnachten. Ze waren met 10 à 12 personen, met een zeer bindende secretaris; dan heb je alleen nog een voorzitter nodig, en wat zullen ze met mevrouw Schippers in hun schik zijn geweest!
Diep in gedachten reed uw verslaggever terug. Geschiedenis herhaalt zich niet, maar bevat wel lessen voor heden en toekomst. Die zijn niet altijd even makkelijk te ontsluiten. Helpt u mee?

IJda Blüm

Met de deur in huis
De Tilburgse pastoor mag van de rechter des morgens om 7.15 uur zijn (luide) kerkklok  luiden, ook al worden er dan naburige personen door gewekt. “Dat is ook precies de bedoeling,” sprak de pastoor,” want dan is ’s mensen eerste gedachte bij de nieuwe dag, dat er weldra de eerste kerkdienst is.”
We stellen vast dat dit in het Katholieke Brabant kennelijk heel gewoon is. Toch valt het dan op, dat in Friesland, en bij de Remonstranten dat klokgelui op de vroege ochtend niet zo vanzelfsprekend is. Onze Pavlov-reactie: er beiert een klok, wij moeten dus terstond naar de kerk, is in onze kringen wat onder-gesneeuwd.
Er zit nog een interessant politiek probleempje aan verbonden: Hoe tolerant kunnen wij, geboren en getogen Nederlanders, zijn, als de luidruchtige moskee zijn scherpe geluiden, 5 x per dag (of vaker) over stad-en-land uitstrooit?  Is daar een grens en zo ja, waar ligt hij dan?

Terug naar Inhoudsopgave


Jubileum


Doorgaan?  Doorgaan!
12½ jaar Remonstrantse Gemeente Leeuwarden

We vierden op 22 april 2007 ons 12½ jarig jubileum onder het motto Doorgaan? Doorgaan! Jan Klijnsma, predikant van het eerste uur en Wietske Tinga, predikant van nu,

Predikanten W. Tinga en J. Klijnsma
gingen voor in de dienst die in het teken stond van: Maskers, gezicht naar de toekomst. In de dienst werd ons gevraagd dat gezicht vorm te geven.
Laat je gezicht zien en zet je oren open
Na de dienst togen de ongeveer 60 kerkgangers naar het St. Anthony Gasthuis, waar onder het genot van een kopje koffie en oranjekoek de voorzitter van de kerkenraad, Lex van Gorcum, iedereen welkom heette. De jubilerende Gemeente werd feestelijk toegesproken door vertegenwoordigers van de kleine oecumene in Leeuwarden (Doopsgezinden, Lutheranen en VVG), van de Remonstrantse Gemeente in Groningen en van de Coza. Mevrouw de Vries uit IJlst was wel een heel bijzondere jubilaris: zij vierde het feit dat zij 75 jaar remonstrant is en bood ons ter gelegenheid daarvan heerlijke hapjes aan bij het aperitief!
Oranjekoek
Tijdens de lunch kon men aanmoedigingen, wensen of andere woorden op quiltlapjes schrijven, die tezamen straks een kleed of loper zullen vormen. Hendrik ten Hoeve, stadskenner bij uitstek, heeft ons mooie verhalen verteld over de Waalse Kerk en over het St. Anthoon, waarna wij nog een blik mochten werpen in de deftige voogdenkamer en door de prachtige tuin konden wandelen. Als aandenken was er voor onze leden, vrienden en gasten een leeslint met in koper de symbolen van geloof, hoop en liefde.
Boekenleggers Geloof, Hoop en Liefde
Extern steunen wij als Gemeente graag ‘de arme kant van Leeuwarden’ d.m.v. de collecte.
Wij mogen terugkijken op een geslaagde dag met stralend weer, goede sfeer, de wil en de wens dat het waarachtig wel zal lukken om door te gaan.

Anna Christien Piebenga

Graag geven wij u het citaat van ds Roessingh (1886-1925) mee dat mevrouw de Vries-Kruyt aanhaalde bij ons jubileum, waarbij zij herdacht dat zij 75 jaar geleden toetrad tot de Remonstrantse Broederschap:
“Dat wij geloven berust erop dat God ons gevonden heeft,
God heeft in ons een bron gewekt die ons dagelijks brood is,
in de stilte en in de uitdaging, dat ons vertrouwen in het goede van dit leven gedragen wordt door God.
Dit is de rust die blijft.”

Terug naar Inhoudsopgave


Terugblik op diensten

Dienst van 11 november
Deze estafettedienst was een doe-het-zelf dienst,  waar, onder het gehoor van gesproken teksten, de aanwezigen gevraagd werd van een suikerbiet (in meditatieve stilte) iets te maken waar m.b.v. een waxinelichtje iets uitstraalde.
Dienst van 11 november 2007
Dienst van 11 november 2007
Dienst van 25 november
In deze sfeervolle dienst (samen met de VVG) waarin de overledenen van het afgelopen jaar werden herdacht, was de tafel verlicht met de aangestoken kaarsen.
Dienst van 25 november 2007
Als openingsgedicht werd gelezen:

Wees Niet Bang

wees niet bang
je mag opnieuw beginnen
vastberaden doelbewust
of aarzelend op de tast
houd je aan regels
volg je eigen zinnen
laat die hand maar los
of houd er juist een vast

wees niet bang
voor al te grote dromen
ga als je het zeker weet
en als je aarzelt wacht
hoe ijdel zijn de dingen
die je je hebt voorgenomen
het mooiste overkomt je
het minste is bedacht

wees niet bang
voor wat ze van je vinden
wat weet je van een ander
als je jezelf niet kent
verlies je oorsprong niet
door je te snel te binden
het leven lijkt afwisselend
maar zelfs de liefde went

wees niet bang
je bent een van de velen
en tegelijk is er
maar een als jij
dat betekent
dat je vaak zult moeten delen
en soms zult moeten roepen
laat me vrij
                                                 Freek de Jonge