| Inhoud archief |
| In memoriam |
| Overdenkingen |
| Gedachten |
| Jubileum |
| Terugblik op diensten |
In memoriam Wil van Veen
14 februari 2007 is op 84 jarige leeftijd in het MCL overleden: Wil
van Veen.
Wil is voor de meesten van ons op z’n minst een goede bekende geweest.
Zij was vele jaren lang in en met onze Remonstrantse gemeenschap in
Leeuwarden verbonden en heeft hierin voortdurend een belangrijke rol vervuld.
De ene periode trad zij op de voorgrond, de andere periode wat meer op
de achtergrond, maar steeds was Wil duidelijk aanwezig als inspirator voor
vele anderen. Zij nam ook zelf vaak het voortouw bij de uitvoering van
allerlei activiteiten en contacten.
Tot 1986 was Wil een aantal jaren voorzitster van de toenmalige Remonstrantse
Kring.
Daarna heeft zij, wat meer op de achtergrond, vele hand- en spandiensten
verricht in de periode van de werkgroep.
Toen in 1994 de Gemeente werd opgericht was het Wil die zich spontaan
beschikbaar stelde voor het kerkenraadswerk, eerst als penningmeester en
vanaf eind 1996 was zij weer onze voorzitster.
De laatste jaren was zij enthousiast actief in de Estafettegroep en
dank zij haar waren de artikelen van de Wereldwinkel vaak achterin de kerk
uitgestald en te koop.
Het leven van Wil heeft veel verdriet gekend, maar zij bleef
een optimistisch mens en een steun voor velen.
Behalve alles wat Wil voor onze geloofsgemeenschap heeft gedaan heeft
zij ook nog vele andere maatschappelijke functies vervuld. Zij nam tot
op hoge leeftijd nieuwe taken op zich.
Velen zullen haar vriendschap en inspiratie heel erg missen. Dat bleek
ook wel bij de uitvaart op 19 februari in Goutum, waar een groot aantal
mensen uit de diverse gemeenschappen waarvan Wil deel uitmaakte gekomen
waren om haar de laatste eer te bewijzen.
Namens de kerkenraad,
Lex van Gorcum
Toekomst
april 2008
Over toekomst ging het op 8 maart 2008 tijdens de Beraadsdag
in de vinex-wijk Vathorst te Amersfoort. De Beraadsdag had als thema: Toekomst
van de kerk, kerk van de toekomst. In verschillende workshops kon er over
dit thema nagedacht en gediscussieerd worden. Het meest in het oog springende
van deze dag was, dat een deel van de workshops plaatsvond in De
Kamers. Een beetje oneerbiedig zou je De Kamers een buurthuis kunnen
noemen. Voor elke activiteit is er een aparte 'kamer'. In de eetkamer kunnen
mensen aanschuiven voor een maaltijd, in de theaterzaal kan theater gemaakt
worden of een film bekeken, waar men vervolgens in de huiskamer met elkaar
over kan praten. Ook is er ruimte voor spiritualiteit: schrijvers komen
vertellen over hun religieuze zoektocht, het magazine 'Happinez' verzorgt
middagen. En op zondag houden Remonstranten er hun kerkdienst, als ik het
goed begrepen heb. De kerk van de toekomst zou heel goed op deze manier
aanwezig kunnen zijn in 'de wereld'. Al is er ook niets op tegen om een
eigen plek - kerkgebouw - te hebben. Zo wordt er in Amersfoort vlak bij
De Kamers dan ook een nieuw kerkelijk centrum gebouwd. En het kán
haast niet anders of deze buren zullen elkaar over en weer wel weten te
vinden.
Nu is Vathorst een nieuwbouwwijk en dat betekent ruimte voor activiteiten
die in een bestaande situatie minder goed van de grond komen. Toch
denk ik dat er ook voor bestaande situaties wel inspiratie te putten is
uit dit concept. Niet om het klakkeloos na te doen. Dat is niet zinvol
en gaat niet werken. Maar misschien kan de kerk van de toekomst voor een
deel zo'n multifunctionele ruimte zijn, waar maatschappij, cultuur en levensbeschouwing
elkaar ontmoeten.
In een van de workshops op de Beraadsdag werd ons gevraagd om uit te
beelden hoe we de kerk op dit moment zagen en hoe we ons de kerk van de
toekomst voorstelden. Elke groep deed dat uiteraard weer anders, maar de
kernwoorden waren toch wel: brug, warmte, verbondenheid, openheid, ruimte,
respect, omzien naar elkaar, ontmoeting, sprankelende bron.
Hoewel we in Leeuwarden maar een kleine gemeente vormen, zijn we met
elkaar toch heel dapper op weg naar de toekomst. En de moed om ongebaande
wegen te gaan is beslist aanwezig. Al willen we ook de traditie niet uit
het oog verliezen. Wat zich de eeuwen door als waardevol heeft bewezen,
hoeven we niet overboord te zetten. Integendeel. Dat kan juist de basis
zijn, de springplank, om het eens anders-dan-anders te doen. Iets wat we
o.a. in onze estafettediensten gestalte kunnen geven. Volgens mij zijn
we daarmee op de goede weg en hebben we wel degelijk toekomst.
Laten we gewoon maar die sprankelende bron zijn. Wie weet zijn er dan
toch telkens weer mensen die daar een spettertje van willen opvangen.
| Een bron komt zomaar te voorschijn,
Gaat almaar door met stromen. Het water voedt alle planten, het graan op het land en de bomen. Een bron komt zomaar te voorschijn ,
En in Uw licht zien wij het licht,
|
![]() |
Wietske Tinga
januari 2008
Zo begon vroeger een kerklied: ’t oog omhoog en ’t hart naar boven,
hier beneden is het niet.
Inmiddels zijn we wat aardser gaan denken en is het over het algemeen
hier beneden goed toeven, althans in ons deel van de wereld. En we zijn
geneigd, meer om ons heen te kijken, op ooghoogte, waardoor we in ieder
geval - hopelijk - onze medemens zien, de ander in de ogen kunnen kijken.
In een maatschappij die gekenmerkt wordt door individualisme is dat een
goede zaak.
Toch kan het ook goed zijn om zo af en toe eens omhoog te kijken, gewoon,
letterlijk. Want soms zijn daar bijzondere dingen te ontdekken. Dingen
waar je gemakkelijk aan voorbijloopt, maar die toch de moeite waard zijn.
Zo ook bovenstaande gevelsteen. Het zou een aardige quizvraag zijn:
waar is deze gevelsteen te vinden? En voordat u verder leest, kunt u hier
voor uzelf even over nadenken. Komt hij u bekend voor? Is hij u wel eens
opgevallen?
Misschien wel, misschien ook niet. Want deze gevelsteen bevindt zich
boven de ingang van de Waalse kerk aan de Grote Kerkstraat in Leeuwarden.
Wie dan min of meer probeert te doen wat er op deze gevelsteen geschreven
staat, kan maar beter níét omhoog kijken, want er is een
steile stoep te beklimmen. Bovendien heeft de steen een bescheiden afmeting,
waardoor men hem gemakkelijk over het hoofd ziet.
De steen bevat een Franstalige bijbeltekst: Jesaja 2, vers 3. ‘Komt,
laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van de god
van Jakob.’ Een toepasselijke tekst voor een kerkgebouw, een godshuis,
in een land zonder bergen. In bijbelse termen was een berg een goede plek
om te bidden, om je dichter bij god te voelen. Ook een kerkgebouw kan zo’n
plek zijn. Al zeg ik daar meteen bij dat god ook overal elders te ervaren
is en dichtbij kan zijn, soms ook juist in de díépte van
een mensenleven. Maar hopelijk is óók een kerkgebouw zo’n
plek. Een plek waar mensen elkaar ontmoeten en samen ontdekken - soms,
even - dat god gebeurt, inspireert en bemoedigt.
Op de gevelsteen wordt god omschreven als de Eeuwige, groter dan wij
kunnen bevatten. Maar ook als de god van Jakob, een god die met mensen
meegaat. Die ook ons aanspoort: gá maar, dan ga Ik met je mee. Dat
is niet te bevatten, niet te beredeneren. Het gaat ons verstand te boven.
Maar het is wél te ervaren. Ook ‘hier beneden’.
Ik wens ons allen veel inspiratie toe.
Wietske Tinga
november 2007
Als kind kwam ik vaak op de woonark van Tjerk Vermaning, een amateur-archeoloog,
die het later nog zwaar te verduren zou krijgen door aantijgingen van enkele
hooggeleerde heren. Deze Tjerk Vermaning stelde op zijn woonark van alles
ten toon wat hij in de bodem had gevonden: fossielen, dierenbotten, stenen
gereedschap. Achter elk voorwerp op die overvolle woonark zat een verhaal.
Die voorwerpen vertelden over de aarde, de dieren en de mensen die de aarde
bewoonden. Soms mocht je zo'n voorwerp voorzichtig aanraken. En dan voelde
ik me verbonden met al die duizenden jaren vóór mij. Ik begreep
lang niet alle verhalen, en ik wist niet hoe die werktuigen waren gebruikt
of waar voor ze gediend hadden. Of de voorwerpen allemaal echt waren of
niet, die vraag kwam niet bij me op en voor mij deed dat er ook niet toe.
Wat telde, was de erváring van al die duizenden jaren, een ervaring
die té groots was om geheel te beseffen.
Later mochten we als biologen-in-de-dop ook zelf in de modder wroeten
of een brok gesteente splijten, in de hoop een fossiel te vinden. Een spannend
moment was het telkens weer als je op het punt stond de steen te splijten.
En wat een opwinding als je echt iets vond! Ook al stelde het in de ogen
van de professor niet zoveel voor, het was jóúw vondst, jóúw
schat, waar je samen met je medestudenten van kon genieten.
Soortgelijke ervaringen kunnen mensen ook opdoen als de Bijbel geopend
wordt en onbekende verhalen tot leven komen. Maar ook de bekende verhalen
kunnen op een andere manier worden belicht, waardoor ze opnieuw gaan spreken,
bijvoorbeeld door te ontdekken wat namen of getallen kunnen betekenen.
Of een verhaal nu 'waar gebeurd' is of niet, dat is niet zo belangrijk.
Elk verhaal bevat waarheid en kan betekenis krijgen voor ons eigen leven.
Wie dat ervaart, voelt zich als een schatgraver die onverwacht een prachtige
vondst heeft gedaan. Voor theologen-wetenschappers wellicht onbeduidend,
maar voor de ontdekker van onschatbare waarde.
Ik wens ons allen toe dat we nog veel van deze schatten zullen ontdekken.
Wietske Tinga

september 2007
Wat zal ik eens schrijven bij het begin van het nieuwe seizoen? Het
vinden van een onderwerp is soms een hele toer. Het mag over van alles
gaan. Dus mogelijkheden te over. Maar dat is nu juist ook een deel van
het probleem. Mijn gedachten springen alle kanten op en er is niets wat
daarin enige richting aangeeft. Bij de voorbereiding van een dienst is
er naast de bijbel altijd nog het Gemeenschappelijke Leesrooster.
Ik hoef me er niet aan te houden, maar het zet de gedachten wel op een
spoor. Maar voor inleidingen en wijdingswoorden zijn er geen richtlijnen.
Dus vraag ik me af: kan het over actualiteiten gaan? Op het moment dat
ik dit schrijf is de brief van Wilders bijvoorbeeld het gesprek van de
dag. Maar tegen de tijd dat u dit stukje leest, is de komkommertijd voorbij
en is hopelijk gebleken dat zijn schrijfsel eigenlijk zelfs niet geschikt
was voor toiletpapier.
Geen recent verleden dus. De nabije toekomst dan maar: traditiegetrouw
is de derde week van september gewijd aan de vrede. IKV en Pax Christi
leveren ook dit jaar weer veel materiaal, met als thema ‘Vechten voor Vrede’.
Dat lijkt met elkaar in tegenspraak. Bij vrede denken we juist niet aan
vechten. Maar om vrede dichterbij te brengen is er toch soms een gevecht
nodig: het gevecht in en met ons zelf. Dat gevecht wordt in de Islam de
grote strijd - de grote jihad -genoemd. Vechten tegen de donkere kanten
in jezelf is de moeilijkste strijd die gestreden kan worden. Een strijd
die eigenlijk een mensenleven lang duurt. En volgens moslims mag men pas
aan de kleine jihad (strijd) beginnen als de grote jihad gestreden is.
Maar ja, de kleine jihad is zóveel gemakkelijker - ook al maakt
hij veel slachtoffers en draagt hij niet positief bij aan vrede. Niet in
de wereld en niet in de harten van de mensen.
Vrede vraagt - merkwaardig genoeg - om strijd. Om mensen die zich er
voor in durven zetten, hun nek durven uit te steken en de strijd, ook met
zichzelf, niet uit de weg gaan. Daarom tot slot een gedicht van Coen Poort.
Vrede, vreugde en alle goeds,
Wietske Tinga
Mensen gevraagd om de vrede te leren
waar geweld door de eeuwen model heeft gestaan,
mensen gevraagd die de wegen markeren
waarop alles wat leven heeft verder kan gaan.
Mensen gevraagd om de noodklok te luiden
en om tegen de waanzin de straat op te gaan,
mensen gevraagd om de tekens te duiden
die alleen nog moedwillig zijn mis te verstaan.
Mensen gevraagd om hun nek uit te steken
voor een andere tijd en een nieuwe moraal
mensen om ijzer met handen te breken
ook al lijkt het ondoenlijk en paradoxaal.
Mensen gevraagd om hun stem te verheffen
verontrust door een wapen dat niemand ontziet,
mensen die helder de waarheid beseffen
dat wie mikt op een ander zichzelf ook beschiet.
Mensen gevraagd die in naam van de vrede
voor behoud van de aarde en al wat daar leeft,
wapens het liefst tot een ploeg willen smeden
voor de oogst die aan allen weer overvloed geeft.
Mensen gevraagd,
er worden mensen gevraagd,
dringend mensen gevraagd,
mensen temidden van mensen gevraagd.
juni 2007
Mensen van de Weg, zo werden de eerste christenen aangeduid. Er was
nog geen instituut, geen gevestigde orde. Maar er waren mensen die wilden
gaan in de voetsporen van Jezus van Nazareth. Ze hadden de moed om die
nog ongebaande weg stap voor stap te gaan. Een beweging te zijn en in beweging
te komen voor en door het goede nieuws dat evangelie heet.
Inmiddels zijn er vele eeuwen verstreken en hebben er vele kerkvergaderingen
- concilies en synodes en assemblees - plaatsgevonden. Zo af en toe lijkt
het er op dat die weg een platgetreden pad is geworden met op elk punt
van verwarring een richtingaanwijzer voor de enig juiste route. Dogma's
als Tom-Tom voor de levensweg...
Om dan nog op avontuur te durven gaan en de voorge-schreven route te
verlaten en zonder Tom-Tom op weg te gaan, daar is moed voor nodig. Want
wie weet waar je in verzeild raakt. Hoeveel leeuwen en beren je op je weg
tegenkomt. Of wat er ruist in het struikgewas. Of hoeveel sloten er zijn
waar je tegelijk in kunt lopen.
Maar aan wie dat tóch durft te wagen kunnen onvermoede en onverwachte
verrassingen ten deel vallen. Een leeuw graast met het lam, het geruis
van de bladeren fluistert, dat vrede - sjaloom - mogelijk is. En over de
sloten zijn bruggetjes geslagen zodat je over het water kunt lopen.
Toegegeven, als je vertelt over zo'n ontdekkingstocht, word je niet
altijd begrepen. Maar misschien wordt er ééntje gegrepen
door jouw enthousiasme. Misschien krijgen twee of drie de moed om ook op
ontdekkingstocht te gaan, hun eigen weg te vinden, hun eigen ontdekkingen
te doen.
Vele wegen kent het leven,Vrede, vreugde en alle goeds,
maar van al die wegen
is er een die jij te gaan hebt.
Die ene is voor jou. Die ene slechts.
En of je wilt of niet, die weg heb jij te gaan.
De keuze is niet de weg, want die koos jou.
De keuze is de wijze hoe die weg te gaan.
Met onwil om de kuilen en de stenen,
met verzet omdat de zon een weg
die door ravijnen gaat, haast niet bereiken kan,
of met de wil om aan het einde van die weg
milder te zijn, en wijzer dan aan het begin.
De weg koos jou, kies jij hem ook?(naar 'Levensweg' van Dag Hammerskjold)
Wietske Tinga
april 2007
Jaren geleden alweer hoorde ik deze uitspraak. Het was in Utrecht, waar
we ons een hele zaterdag hadden beziggehouden met Experimenten met Kerkdiensten.
De dag werd afgesloten met een liturgische viering, waarin allerlei
elementen uit de workshops van die dag terugkwamen. Als afsluiting zongen
we een lied: 'Ga - tot de einden der aarde, tot het uiterste, daar zal
liefde zijn. Ga!'
Al zingend verlieten we de kerk om zodoende datgene wat we daarbinnen
hadden geleerd en ervaren, mee te nemen de wereld in. En zo kwam er op
die zaterdagmiddag in Utrecht een stroom zingende mensen met blije gezichten
die kerk uit.
Een jong stel dat op een brommer aan kwam rijden en voor het verkeerslicht
moest stoppen om ons te laten oversteken, bekeek het fenomeen met enige
verbazing. Het ontlokte hun bovengenoemde verwonderde uitspraak: "Ze hebben
daar zeker wat te vieren..."
Jammer dat we die verwondering niet vaker weten wakker te roepen. Want
we hebben in de kerk zéker wat te vieren. Niet alleen bij bijzondere
gelegenheden of op speciale dagen. Dat zouden we wellicht wel wat meer
mogen uitstralen.
Al is dat tegelijkertijd gemakkelijker geschreven dan gedaan...
In ieder geval kunnen we dat op 22 april laten zien, want dan hebben
we inderdáád iets te vieren: ons koperen jubileum als gemeente.
Een Gemeente waarin nog veel experimenten mogelijk zijn. Niet omwille van
het experiment, maar ten dienste van de vreugde van het Gemeente zijn,
de saamhorigheid en vooral om datgene dat groter is dan onszelf, om Diegene
die liefde is. Dat vieren we, en daar gaan we ook mee door ná 22
april. Zodat er zo af en toe iemand met verwondering kan zeggen: "Ze hebben
daar zeker wat te vieren..."
Veel vreugde, vrede en alle goeds,
Wietske Tinga
IJda Blüm
Met de deur in huis
De Tilburgse pastoor mag van de rechter des morgens om 7.15 uur zijn
(luide) kerkklok luiden, ook al worden er dan naburige personen door
gewekt. “Dat is ook precies de bedoeling,” sprak de pastoor,” want dan
is ’s mensen eerste gedachte bij de nieuwe dag, dat er weldra de eerste
kerkdienst is.”
We stellen vast dat dit in het Katholieke Brabant kennelijk heel gewoon
is. Toch valt het dan op, dat in Friesland, en bij de Remonstranten dat
klokgelui op de vroege ochtend niet zo vanzelfsprekend is. Onze Pavlov-reactie:
er beiert een klok, wij moeten dus terstond naar de kerk, is in onze kringen
wat onder-gesneeuwd.
Er zit nog een interessant politiek probleempje aan verbonden: Hoe
tolerant kunnen wij, geboren en getogen Nederlanders, zijn, als de luidruchtige
moskee zijn scherpe geluiden, 5 x per dag (of vaker) over stad-en-land
uitstrooit? Is daar een grens en zo ja, waar ligt hij dan?
Doorgaan? Doorgaan!
12½ jaar Remonstrantse Gemeente Leeuwarden
We vierden op 22 april 2007 ons 12½ jarig jubileum onder het motto Doorgaan? Doorgaan! Jan Klijnsma, predikant van het eerste uur en Wietske Tinga, predikant van nu,




Anna Christien Piebenga
Graag geven wij u het citaat van ds Roessingh (1886-1925) mee dat mevrouw
de Vries-Kruyt aanhaalde bij ons jubileum, waarbij zij herdacht dat zij
75 jaar geleden toetrad tot de Remonstrantse Broederschap:
“Dat wij geloven berust erop dat God ons gevonden heeft,
God heeft in ons een bron gewekt die ons dagelijks brood is,
in de stilte en in de uitdaging, dat ons vertrouwen in het goede van
dit leven gedragen wordt door God.
Dit is de rust die blijft.”


Wees Niet Bang
wees niet bang
je mag opnieuw beginnen
vastberaden doelbewust
of aarzelend op de tast
houd je aan regels
volg je eigen zinnen
laat die hand maar los
of houd er juist een vast
wees niet bang
voor al te grote dromen
ga als je het zeker weet
en als je aarzelt wacht
hoe ijdel zijn de dingen
die je je hebt voorgenomen
het mooiste overkomt je
het minste is bedacht
wees niet bang
voor wat ze van je vinden
wat weet je van een ander
als je jezelf niet kent
verlies je oorsprong niet
door je te snel te binden
het leven lijkt afwisselend
maar zelfs de liefde went
wees niet bang
je bent een van de velen
en tegelijk is er
maar een als jij
dat betekent
dat je vaak zult moeten delen
en soms zult moeten roepen
laat me vrij
Freek de Jonge