Homepage
Bundel Mijnke
Webmaster

Els van Dunné-de Bijll Nachenius (1966) is remonstrants predikant in Vlaardingen.

‘God die met ons is, is de God die ons verlaat’

door Els van Dunné-de Bijll Nachenius 
 
Jozua 4:19-24 en
Markus 8:27-9:1
 
Zo spreekt Bonhoeffer over God die ons verlaat en hoe Hij dán zichtbaar wordt. Hij drukt ons op het hart om aards te leven, uit te gaan van déze wereld, niet te vluchten. Vluchten is ook God gebruiken als stoplap voor grote levensvragen naar zin en betekenis, waar we geen antwoord op hebben. Uitgaan van deze wereld: God heeft zelf de hand in deze ontgoddelijking en lijkt een ouder die opvoedt om zichzelf grotendeels overbodig te maken.

Dat brengt onzekerheid met zich mee. Bonhoeffer, die in gevangenschap schrijft, beschrijft zijn ervaring, nog niet wetend waar het op uitloopt.

De wijze waarop we onze verantwoordelijkheid opnemen, tekent onze mondigheid. Aards leven, deelnemen aan het bestaan van de ander, God serieus nemen. Bonhoeffer schetst een indrukwekkend en intrigerend Godsbeeld. Het enige en tegelijkertijd meeste dat hij heeft is God die lijdt aan de wereld en ons roept tot verantwoordelijkheid.

Jozua leidt het volk, dat na de tocht door de woestijn een bestaan opbouwt in Kanaän. Hij gaat het volk voor op de weg van bevrijding, die in Kanaän doorgaat. Dit wordt gemarkeerd met stenen, die vertellen dat mensen gehoor hebben gegeven aan de stem die hen nodigde tot hun en zijn toekomst. Onderweg zijn naar beloofd land, toekomst en plaats tegelijk om bevrijd mens te zijn; dit te herinneren en te markeren is levensopdracht geworden.

Jezus vertelt wat in Jeruzalem met hem gaat gebeuren. Petrus’ onbegrip is aanleiding om te duiden wat het betekent om Jezus te volgen. Markus wil dit zó vertolken, dat zijn lezers er deel van uit gaan maken. Het contrast en de beweging in de ontmoeting tussen Jezus en Petrus draagt daar aan bij. De dramatische wending onderstreept wat het betekent los te laten om verder te kunnen gaan.
Het komen van en proeven van vrede en gerechtigheid moet Petrus en de andere leerlingen over hun schrik heen tillen. Wat in eerste instantie een forse afstraffing lijkt, wordt een houvast om verder te gaan.
‘God die met ons is, is de God die ons verlaat’. De schrik, het onzeker zijn, het verlangen, zijn in Petrus menselijk met elkaar verweven. Gerard Reve verwoordt het als volgt:

”Eigenlijk geloof ik niets
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft
dan denk ik dat Gij liefde zijt en eenzaam
en dat, in zelfde wanhoop,
Gij mij zoekt zoals ik U.”
Jozua en Jezus laten ons zien, hoe belangrijk onze gang door grote overgangsmomenten is; Petrus wordt gezien, gekend, het woord is nu aan hem.
In de zeer goede zin van het woord heeft het evangelie hier wel een begin, maar geen einde.
Amen
 
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 29/05/2007