Homepage
Bundel Mijnke
Webmaster

Fride Bonda (1960) is remonstrants predikante in Zwolle, daarvoor werkte zij tien jaar vanuit de gereformeerde kerk, nu PKN

Genesis 3

door Fride Bonda
 
De verboden vrucht spreekt sinds eeuwen tot de verbeelding van mensen. 
Adam en Eva die schuldbewust eten van de appel, het is één van de oerverhalen van de joodse en christelijke cultuur; een verhaal dat vooral in de christelijke traditie diepe sporen heeft achtergelaten. Door dit verhaal zijn vrouwen eeuwenlang als bron van verleiding getekend. Het is het verhaal dat voor velen seksualiteit een duister stempel gaf, en in zijn algemeenheid weerspiegelde het de slechtheid van de mens.
Het is niet zozeer het verhaal zelf dat al deze gedachten oproept. Eerder de interpretaties ervan, zoals dominante stromingen binnen de kerk het gebracht hebben.
Hoe dan ook, er gebeurt wel iets wezenlijks, er verandert iets in de verhoudingen van man en vrouw onderling, de mens en God en de mens ten opzichte van de aarde.
Er gaat iets verloren. Iets dat goed en harmonieus was, iets dat geborgenheid gaf, lijkt voorbij.
De mythe vertelt: zo is het gekomen dat wij mensen pijn en moeite kennen.
Eva en Adam die van de verboden vrucht eten en inzicht krijgen in goed en kwaad.
Door hun handeling ‘zonde’ te noemen word er een oordeel gegeven, alsof het altijd beter is dat eenheid niet verstoord wordt.
Maar er zijn meer mogelijkheden om naar dit verhaal te kijken.
Een joodse gedachtegang benadrukt de gelijkwaardigheid tussen God de schepper en de mens.
Het eten van de boom van kennis van goed en kwaad is niet een val naar het kwade, maar verandert het bewustzijn van mensen en hun werkelijkheidservaring. Zij worden zich bewust van zichzelf, van hun vrije wil, van nieuwe ongekende mogelijkheden. Ze zijn niet als dieren die hun instinct volgen.
Mensen kunnen keuzes maken. En daarvoor zijn ze verantwoordelijk, of die keuze nu goed of slecht uitpakt.
Het eten van de vrucht heeft een breuk veroorzaakt. Dat is een verlies, maar we winnen er ook bij. Het geeft spanning en ontwikkeling. Adam en Eva in de tuin, het lijkt erop dat de grenzen van harmonie en geborgenheid verzadigd zijn. In ieder geval worden die grenzen ter discussie gesteld in het gesprek van de vrouw met de slang. En daar begint het verlangen om verder te kijken dan wat bekend is. Op zichzelf beschouwd is dat een drijfveer voor ontwikkeling. Er gebeurt niet veel als mensen altijd tevreden zijn met de bestaande situatie.
De slang wijst op mogelijkheden om te onderzoeken. Zij is niet alleen een kruiperig serpent dat het slechte in mensen wakker roept. De slang, de slimste van de dieren, is vanouds een symbool van wijsheid. En symbool van vernieuwing. Immers de slang dat naakte dier, vernieuwt steeds haar huid. Het oude schudt ze af, laat ze achter en een nieuwe huid komt tevoorschijn. Het lijkt een gegeven van het leven: oud laat je achter en nieuw wordt je. Het is de ontwikkelingsgang van mensen.
Gelukkig dat velen dan het verlangen kennen om te kunnen kiezen voor een ander leven dan het bekende. Mensen hebben levensdrang en zin om te veranderen. 
Zoals ik las in de eerste regels van een gedicht van Gerrit Kouwenaar:
Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit:
het zacht maken van stenen,
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst.
Daarin klinkt een wereldbeeld door waar tegenstellingen als goed en kwaad en hard en zacht als uitdaging worden gezien om een goed leven te creëren voor al wat leeft.
 
Deze preek heb ik gehouden in een soort basisgemeente in Amersfoort, i.v.m het thema 'schaduw en licht'. Niet lang daarna werd ik predikant in de remonstrantse gemeente Zwolle. Het jaarthema van de Remonstranten in 2004 was: Verlegen met het kwaad; typisch vrijzinnig? Een kans om deze vrucht van mijn arbeid nogmaals ten gehore te brengen. Die zondagmorgen in de trein naar Zwolle, overviel me een gevoel van paniek. Vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voor hun handelen zijn remonstranten helemaal niet bezig met de vraag naar kwaad en schuld en zonde. Met deze preek verraad ik mijn gereformeerde achtergrond en zal blijken dat ik helemaal geen aansluiting heb bij de remonstrantse geloofsbeleving. Met lood in mijn schoenen besteeg ik de kansel om toch maar dit verhaal te houden. Tot mijn opluchting kon men deze uitleg juist wel waarderen. En later bedacht ik dat het andersom was: dat dit soort preken niet zo welkom waren bij het geloofsbeeld van veel gereformeerden. Om toch wat opheldering te krijgen over remonstranten en het kwaad  vroeg ik aan een ouder gemeentelid:  'Jullie zijn toch niet zo bezig met schuldbewustzijn en zo?', 'Ja, zei hij geheimzinnig, we doen graag alsof we daar niet mee bezig zijn, maar we weten wel wat schuldgevoel is, hoor ...'
Voor mijzelf werd vooral de slang van betekenis: die oude huid die ze achterlaat en er nooit meer naar terug gaat .... Het inspireerde me om het verleden los te laten, en vooral om héél véél weg te gooien: oude brieven, oude aantekeningen en verslagen,  preken waar de moeizaamheid van druipt ... Wat gaf dat een opgeruimd gevoel.
 
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 31/03/2007