Homepage
Bundel Mijnke
Webmaster

Harry Brandsma (1955) is predikant in de Justitiële Jeugdinrichting Doggershoek in Den Helder en in de Doopsgezinde-Remonstrantse gemeente in Hoorn.

Elisa

door Harry Brandsma
 
2 koningen 2:19-25 


Er zijn verhalen waarvoor we weglopen of anders gezegd waar we ons zo weinig mogelijk mee bezig willen houden. Zo ook snellen we voorbij aan het verhaal van het eerste optreden van de Profeet Elisa. De naam betekent God is mijn redding. Dat is mooi denk je dan maar als je verder leest dan zie je dat de consequenties van de redding voor 42 kinderen nogal gruwelijk uit vallen.

Nog nooit heb ik een preek gehoord over dit bijbelgedeelte. En komaan dacht ik laat ik het nu eens op oudjaar over de tekst hebben. Als je onderzoek doet dan is de enige uitleg die je vindt, en het maakt niet uit of je dan bij liberale theologen gaat luisteren of bij meer orthodoxe, is bij beiden: Met een profeet spot je niet en zo is de dood van de kinderen de wraak van God, pas op, kijk uit voor je woorden. Nico ter Linden wijdt er bijvoorbeeld slechts drie regels aan in zijn ’Het verhaal gaat’ (pag. 239 deel 3): "Een grimmig sprookje dat vertelt hoe het de kinderen Israëls zal vergaan die God en zijn profeet slechts minachten …", nu dat is het dan. Veel creativiteit komt bij zo'n uitleg niet naar voren. Je kan zeggen hij weet zich er geen raad mee en noemt het maar een sprookje.

Ik stel een andere lezing voor, een lezing in het licht van de paradox, het paradigma van de paradox wordt gegeven in het verhaal wat hier aan voor af gaat. ‘Breng een nieuwe schaal met zout er op en het zout wordt in de bron gegooid. Zout wat wij geschieden houden van het water om het drinkbaar te houden wordt gebruikt om levend water te maken. Er gebeurt dus iets ongewoons. Iets tegenstrijdigs. Binnen dit kader wil ik het vervolg van het verhaal lezen.

De tweede manier van lezen die ik voorstel komt voort uit het leren luisteren. Oftewel luisteren naar verhalen heeft te maken met hoe wij als mensen onze geschiedenis construeren en hoe wij door de geschiedenis individueel maar ook als collectief worden gevormd. Dit construeren gaat nooit rechtlijnig maar gaat samen met een spel van verdichting - situaties vallen samen in tijd, worden samen gebald tot een situatie - of verschuiving - de inhoud van het verhaal centreert zich rond een ander moment dan dat we eerst dachten. En verhalen maken gebruik van pakkende beelden en lijken een coherent verhaal - wat niet zo hoeft te zijn want het gaat om de verwijzingen binnen het verhaal.

Terug naar Elisa. Hij komt net terug van zijn eerste klus als profeet. Hij heeft een stad leven gegeven kun je zeggen. Water wat niet meer te drinken is wordt dorstlessend water. In de tekst valt op dat er een combinatie gemaakt wordt tussen het slechte water en de misgeboorten die in de stad plaats vinden. De ligging is mooi maar wat heb je er aan als kinderen geen toekomst hebben. De stad heeft toekomst en Elisa gaat er heen.

Hij is op weg naar Bethel wat betekent het huis van God, of de plaats waar de hemel de aarde heeft geraakt. Bethel, waar Abraham voor het eerst tenten opsloeg toen hij Kanaan binnen kwam (Gen. 28:19). Bethel waar de hemel open gaat als Jacob angstig als hij is na het bedrog van zijn broer Ezau (Gen. 28). Elisa is dus op weg naar die plek en net voordat hij binnen gaat wordt hem nageschreeuwd:

"Kaalkop, kaalkop! Zet 'm op, zet 'm op"

In de symboliek van dit verhaal gaat het mijn inziens om de moeilijke weg naar volwassenheid en de tegenstrijdigheden die dit met zich meebrengt. Het kind zijn zou je kunnen zeggen plaats je bij de primaire gevoelens. Van veel jongeren waar ik mee werk kun je zeggen dat ze niet welkom waren, er was geen plaats voor hen, niet in de herberg en zeker vaak niet thuis. Je groeit dan op met een groot gemis en vanuit dit gemis duid je de wereld. Het gemis wil je opheffen. Daarnaast zie je in het geloof ook ontwikkelingen. Daar waar een kind nog magisch gelooft. Heksen, engelen, het gebed, wat plotseling de wereld om haar/hem weer goed maakt (de wereld van het sprookje) wordt als je ouder wordt ingewisseld voor een geloof waarin verantwoordelijkheid en daarmee eigen handelen een rol speelt. Kortom kinderen en hun primaire gemis tegenover het handelend optreden. Dit beide hebben we altijd bij ons. Soms reageren we primair vanuit de onderbuik en dan weer meer reflectief. Het gaat om hier om afstand nemen van het primaire, bijvoorbeeld van het gemis, niet om dat op te vullen, dat kan nooit meer, maar om het naar leven te transformeren. Daarvoor zijn soms beren en bos nodig om die gevoelens weg te scheuren. De Teddybeer wordt tot verscheurende beer.

Ik zie en hoor dat in mijn werk waar zij huilt en zegt: ik wil voor mijn moeder zorgen, zij kan het niet zonder mij. Als kind al op negen jarige leeftijd voor je moeder leren zorgen, volwassen zijn zonder het te worden: “Ik wil bij haar zijn, dominee, ‘Kunnen we daarvoor bidden?’”

Daar sta je dan: een vraag die voortkomt uit gebrek en een vraag die vraagt naar een gebaar, een hocus-pocus, om het gebrek op te heffen. Zij als kleine vrouw wil in haar werk liefde vragen van haar moeder. En ik, ik wil met haar op reis gaan, stap voor stap voorzichtig haar loswekend van de symbiose met haar moeder. Ik ben haar beer als het ware. Nooit zal ze door haar werk het gebrek kunnen opvullen en de liefde krijgen maar door langzaam naar het huis van de Heer te lopen kan ze er misschien achter komen wat gewenst zijn betekent. En dit lopen gaat met verscheurdheid gepaard.

Ten leven keren betekent mijn inziens losgescheurd worden van datgene wat je ten dode vasthoudt, loskomen van je gevangen zijn in het gebrek, je afkomst die schreeuwt om de moeder. Leven is het aanvaarden van het gebrek en het hopen op een beter leven. Voor een alleen maar weten dat de hemel er nog niet is maar af en toe op onze weg naar volwassenheid mag inbreken. Vaak ondanks onszelf als genade maar vaak ook als de verscheurende pijn van twee beren.

Amen
 

  
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 25/05/2007