Homepage
Bundel Mijnke
Webmaster

Sabine du Croo de Jongh (1964) is remonstrants predikant in Haarlem.

De bruiloft van Kana

door Sabine du Croo de Jongh
 
Johannes 2 


Er wordt een groot bruiloftsfeest gehouden, met heel veel genodigden. Ook Jezus is gekomen met zijn leerlingen. Maar halverwege het feest blijkt dat de wijn op is. Er zijn meer gasten gekomen dan verwacht en er is meer gedronken. Wat nu? De moeder van Jezus port Hem om iets te doen, maar Jezus gaat er niet op in. Dan fluistert zijn moeder de bedienden in dat ze Hem moeten gehoorzamen, moeten doen wat hij zegt. En Jezus zegt tegen de bedienden op het feest; ‘Vul de vaten met water’. Er stonden zes grote vaten waarin de onversneden wijn bewaard werd. En ze vulden ze met water tot de rand. Toen zei hij; ‘Schep er wat uit en proef‘. Het water bleek wijn geworden te zijn.

Jezus spoort niet alleen de bedienden aan maar ook ons. Hij zegt ‘doe die kruiken vol water’. Dat wil zeggen; ga aan het werk, doe wat je te doen staat, doe wat er gedaan moet worden. Het zet ons aan het werk. Ieder van ons heeft toch werk, niet noodzakelijker wijze betaald maar wel iets of iemand waar je verantwoordelijk voor bent? Soms valt dat werk ons zwaar, soms is het ook zwaar. Maar zolang we in deze nog onvolkomen wereld leven, van zes dagen, zes vaten, overvraagt het werk ons niet. We hoeven immers alleen maar water in de vaten te doen. Wij hoeven geen wijn te geven. God geeft de wijn. De rijke fonkelende wijn staat voor Gods zegen over het werk, voor de vreugde, voor het rijke leven, voor de dankbaarheid en het welslagen van ons werk. Dat geeft God, daar kunnen en hoeven wij niets aan te doen. Wij moeten doen wat we wèl kunnen doen; de vaten vullen met water. En God bidden om wijn, ‘Opdat Gij, psalm 90, bevestigt het werk onzer handen’. Zo wordt onze schepping die Uw schepping is voltooid.

Haarlem, 1 april 2007

   
 
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 25/05/2007