Homepage
Bundel Mijnke
Webmaster

Bert Dicou (1960) is predikant van de Doopsgezinde-Remonstrantse Gemeente Hoorn en van de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente Wormerveer; e-pastor van de Virtuele Gemeenschap Studenten en Twintigers.

Elia en Elisa

door Bert Dicou
 
Preek (fragment) bij 1 Koningen 19,19-21 
 
Elia was een man van weinig woorden. Nadat hij zijn mantel over de boerenzoon Elisa heen had gegooid en nadat hij gezegd had “Doe wat je wilt, ik dwing je nergens toe”, vond hij dat hij zich wel weer voldoende communicatief had betoond. Toen Elisa zich bij hem voegde, kwam er geen woord over zijn lippen. Elisa liep met hem op, maar hij, Elia zweeg. Elisa op zijn beurt was dermate onder de indruk van de gestalte van de oude profeet en van de gebeurtenis die hem tot zijn opvolger maakte, dat hij het niet waagde de stilte te verbreken.
Drie dagen gingen ze zwijgend voort. Toen hield Elisa het niet langer uit. Tijdens een pijnlijk stille rustpauze nam hij het woord.

- U wilt dus dat ik u opvolg?
- Ja
- U wilt ermee ophouden?
- Binnenkort ja
- Waarom eigenlijk?
- Ik houd het niet meer vol. Ik heb er schoon genoeg van. Wat een hondenbaan. Nou eens iemand anders aan de beurt. Jij dus.
- Meester, vergeef me: dat begrijp ik niet. U had toch juist het grootste succes uit uw loopbaan behaald? U in uw eentje tegenover 450 profeten van Baäl? Die met al hun lofzang, klaagzang, koorzang en privé-zang, met al hun bidden en smeken, met al hun roepen hun god niet tot enige reactie wisten te bewegen? Terwijl u na een eenvoudig gebed een teken uit de hemel ontving, dat niet voor tweeërlei uitleg vatbaar was. Heel het volk was duidelijk dat die voorstelling van die profeten één grote loze vertoning was en dat die god van hen helemaal niets voorstelt. Volgens mij is iedereen nu wel duidelijk geworden, dat er helemaal geen “god van de vruchtbaarheid” is. Dankzij u.
- Ja, dat was ze toen wel duidelijk. Alleen waren ze het een dag later weer vergeten.
- Nou ja ..
- En Izebel was uit op wraak. Mijn kop moest eraf. En denk je dat er nog iemand was die mij steunde?
- Nou ..
- Niet dus. Toen wist ik: ze leren het nooit. Hier is geen beginnen aan. Ik dacht dat ik het zou kunnen, maar ik heb alles gedaan wat ik kon en het haalt toch niets uit.
- Ik was enthousiast! Mijn vrienden ook! 
- Niemand steunde mij. Niemand gelooft nog waar ik in geloof. 
- Wat u altijd verkondigde: dat geloven iets anders is dan het afdwingen van gunsten van een geheimzinnig-gevaarlijke natuurmacht, dat de ene God, anders dan men van die nepgoden denkt, niet te paaien is met offers, maar iets heel anders van ons vraagt, rechtvaardigheid, openheid voor de ander, aandacht voor de zwakken .. dat sprak mij nu juist altijd zo aan! En mijn vrienden ook! En in de stad trouwens ook heel wat mensen!
- Niemand gelooft nog waar ik in geloof. Het kon niemand iets schelen. Er was niemand aan wie ik iets had. Ik dacht: bekijk het allemaal maar. Ik stop ermee. 
- Terwijl wij allemaal stonden te juichen vanwege uw ongelofelijke succes. We dachten dat u blij zou zijn, dat u nu de kracht zou hebben om door te pakken, om nu eens echt goed te zeggen hoe het zit! Wij dachten dat dit uw moment was, we verwachtten heel veel van u.
[..]
 

 
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 26/03/2007