|
|
Bijbellezing: Mattheus 20:1-16
In Turkije, kun je overal hangers kopen tegen
het 'Boze oog' om je te vrijwaren en tegen allerlei onheil.
Het is treffend, dat het oog wordt gezien als
bron van kwaad. Want wat kan een blik niet te weeg brengen. Het kan ons
dieprampzalig maken, onzeker, onvrij, maar ook dolgelukkig! Begint een
liefdesrelatie niet vaak met een blik?
Dat geldt ook in figuurlijke zin: Wat mensen
in elkaar zien, hoe zij naar elkaar kijken, heeft invloed op hen zelf en
op hun relatie.
Dat er boze machten zijn die mensen in hun greep
kunnen houden dat is in deze wereld maar al te duidelijk. Mensen die eens
vredig samenleefden veranderen in bittere vijanden en zien in elkaar een
bedreiging.
Het verhaal van de arbeiders in de wijngaard
druist in tegen ons rechtvaardigheidsgevoel. Geen enkele werkgever in onze
tijd zou het moeten wagen een dergelijke willekeur ten toon te spreiden.
Maar juist in het feit dat de arbeiders geen
loon naar werken krijgen zit de pointe van de gelijkenis, n.l. dat wij
ook op een andere manier naar anderen moeten kijken. Op de wijze van de
heer in de gelijkenis, voor wie alle mensen gelijk zijn en die hij allen
nodig heeft om in zijn wijngaard te werken en waarvan hij er nooit genoeg
kan hebben.
De gelijkenis nodigt ons uit om te kijken met
de ogen van die mensen: de mensen die al zo vaak zijn teleurgesteld in
hun leven en telkens maar weer worden overgeslagen. En nu is er iemand
die hen ziet staan, die hen nodig heeft! Over geld wordt niet gepraat.
Het is al geweldig dat zij werken mogen en erbij horen. En de heer van
de gelijkenis geeft hen niet waar zij recht op hebben, maar wat zij nodig
hebben. Hij ziet naar hen om in genade (zie gezang 487:1).
Genade is een woord dat bij ons weerstand oproept.
Het is vaak gebruikt om mensen klein te maken. Terwijl het juist om het
omgekeerde gaat; om mensen volop te laten leven.
We leven in een genadeloze wereld. Maar in de
gelijkenis wordt een andere wereld zichtbaar: De gelijkenis leert ons ook
op een nieuwe wijze kijken naar God: niet als naar een strenge rechter,
die mensen doet naar hun werken, maar als een God van liefde en genade.
Waar het om gaat is dat wij onze boze ogen van afgunst en angst vervangen
door genadige ogen. Beseffend dat God zo omziet naar ons.
Preek gehouden in de Parkstraatgemeente
in Arnhem in 1993 |
|
|
|
|
|
|
|