| Homepage
Bundel Mijnke Webmaster |
![]() |
||||||||||||||||
Antje van der Hoek (1961) is remonstrants predikant in Haarlem. |
|||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||
Van duisternis naar licht ... |
|||||||||||||||||
| door Antje van der Hoek | |||||||||||||||||
|
Overweging n.a.v. De Afdaling
van Ida Gerhardt.
Stille Zaterdag, Dordrecht, 2000 “Op de Elisabeth van Maasbracht”: het eerste gedicht roept een oer Hollands beeld voor ogen. Een beeld dat hier in Dordt en omgeving ook volop te zien is. Het is het beeld van het Hollandse rivierenlandschap, van de Merwede, de IJssel, Maas en Waal. Het landschap waar Ida Gerhardt, geboren in Gorcum, zo verknocht aan was. Je ziet het voor je: de ik-persoon bevindt zich op de "Elisabeth van Maasbracht" en vaart de Maas af. Op een plek waar de Maas een sterk verval heeft. Tussen "Maastricht en Grave" gaat het naar fors beneden. Sluizen regelen er de waterstand. Het tafereel wordt vrij realistisch neergezet. In de eerste strofe lijken we nog in de wereld van de alledaagse, nuchtere werkelijkheid te zijn. Maar hoe alledaags en nuchter de eerste strofe op het eerste gehoor mag klinken, er blijkt ook nog iets anders aan de hand. "Trappen van water" klinkt het dichterlijk. Hier lijkt het gedicht al op een grotere afstand te komen van de dagelijkse realiteit. We lezen er van het water. Is het als metafoor bedoeld? Als beeld voor het leven, zoals dat ook in andere gedichten van Gerhardt voorkomt? Kunnen we het zo zien? Is de tocht van "de Elisabeth van Maasbracht" het beeld van onze levensreis of onze reis naar binnen? Dat althans waren de associaties tijdens ons voorgesprek speurend naar de betekenislagen van dit gedicht. Ook de getallen, die ook in deze eerste strofe al worden gebruikt, doen vermoeden dat het nog om iets anders gaat.Om meer dan een impressie van een tochtje op de Maas. "Drie nachten en drie dagen heb ik gevaren" horen we de ik figuur zeggen. Bijbelse associaties dringen zich onvermijdelijk op. Het lijkt niet geforceerd om ze erin mee te laten klinken. "Drie nachten, drie dagen" heeft de ik- persoon gevaren. "Drie nachten, drie dagen" was ook de duur van Jezus' lijden en sterven en opstaan . Die opstanding "ten derde dage" wordt in het Markus-evangelie ook nog eens driemaal aangekondigd. "Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen, en zij zullen Hem bespotten en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, en na drie dagen zal Hij opstaan”. Aldus Markus. En ... "drie dagen en nachten" was Jona in de buik van een grote vis. Drie dagen en nachten in de diepte. Jona heeft het ervaren als een "worp in de afgrond", een "afdaling in de onderwereld". Hij moet in grote nood hebben verkeerd toen hij uitriep: "Luister naar mijn stem! Gij hebt mij in de afgrond geworpen, in het hart van de zee; stromen water omgeven mij; al uw brekers, al uw golven slaan over mij heen." (Jona 2:4).Totdat de Eeuwige ingreep en de vis Jona op het droge spuwde en op z'n bestemming bracht. Na drie dagen en nachten in grote nood hervindt Jona zichzelf en weet hij wat hij met zijn leven moet doen: op reis naar Ninevé. En "veertig meter" gaat het omlaag tussen de beide plaatsen, Maastricht en Grave. Ook dat getal is vast niet willekeurig. Wie beetje thuis is in de bijbel, hoort referenties aan verhalen over Mozes, Elia, Jezus. Het getal veertig staat er in verband met een beproevingsperiode, een proeftijd. De moeizame uittocht uit Egypte, Jezus' gevecht met de duivel ... De levensreis van de ik- persoon uit dit gedicht gaat blijkbaar niet alleen over rozen ... "Met de Elisabeth van Maasbracht" ...: we zijn bij de tweede strofe aanbeland. Opnieuw die refrein achtige herhaling. “Op de Elisabeth van Maasbracht”, “met de Elisabeth van Maasbracht”: alle vier strofen beginnen er mee. Gerhardts' gedicht krijgt er een eigenaardig ritme door. Een dansend ritme, de beweging van het water misschien? Die tweede strofe, neemt ons nog verder de diepte in ... Hier zet de "afdaling" pas goed in. De wereld van het alledaagse, nuchtere ligt nu ver achter ons. Een droomachtige nacht wereld komt er voor in de plaats. Hier heerst "het ancestrale", hier heerst een duistere overmacht. Hier gaat het "tot in de dood en zijn krochten omlaag". Het roept de associatie op met de nederdaling in het dodenrijk. De afdaling in het dodenrijk: waar het van oudsher op de dag van vandaag, Stille Zaterdag, om ging. Bij die neerdaling wekte Jezus de gestorven heiligen op en bevrijdde hen van hun ketenen. Hier zijn we beland in de donkere onderwereld waarvan Jona zoëven sprak. Een wereld waarin men ondergedompeld is in eigen verdriet: het verdriet om het verlies van een dierbare, het verdriet om de gemiste kansen, het verdriet om het verlies van kracht, energie, gezondheid. Hier in deze onderwereld is men verstrikt in eigen problemen. Hier is men in een wereld waarin men z'n bestemming niet kent, waarin men het spoor bijster is. Hier strijdt men tegen duistere machten. Hier ziet men geen uitkomst, geen verlossing meer ...”Op de Elisabeth van Maasbracht ...”: opnieuw die refreinachtige herhaling. In deze derde strofe is de nacht is voorbij, het is inmiddels dag geworden. "Wolkengevaarten" worden zichtbaar. "Trappen van water" worden "trappen van raadselen". Deze strofe is inderdaad raadselachtig te noemen.Wat heeft de dichteres willen zeggen? Gesmaad is zij, haar leven lang, "door wie een naam met haar dragen". Welke krenkingen heeft op haar levensreis moeten ervaren? Juist van haar allernaasten? Het blijft gissen ... Wat leest U er in? “Met de Elisabeth van Maasbracht ...”: hier klinkt de laatste strofe. De afdaling is ten einde. Eindelijk: de kade, de waterkant! Er daalt een vrede neer. De levensreis van de ik- persoon ging door een diep dal, maar zij is haar verdriet te boven gekomen. De tocht van Maastricht tot Grave bleek een doortocht te zijn. "Als alle tranen zijn afgewist" staat er in Openbaring (21:4). Tot slot een schuchtere aanduiding naar een sleuteltekst uit het Nieuwe Testament. Verwijzing naar die nieuwe hemel en aarde, waarin alle tranen zijn afgewist, en de dood is overwonnen ...Hier is de omslag in de gang van dood naar leven, van duisternis naar licht definitief. |
|||||||||||||||||
| naar boven | |||||||||||||||||
|
voor het laatst bijgewerkt: 29/03/2007 |
|||||||||||||||||