|
|
Waar: Oude Wetering.
Waarom: geïnspireerd door redactielidmaatschap
adRem.
En aantal jaren geleden ontstond er in de
redactie van adRem een discussie over de gelijkenis van de werkers in de
wijngaard (Matth. 20:1-16). Hoe eerlijk is dat nu, dat alle werkers in
de wijngaard even veel krijgen, of ze nu vroeg of laat begonnen zijn? Ik
herinner me nog dat de discussie hoog opliep. (…)
Het is met het koninkrijk van de hemel als met
een landheer die er bij het ochtendgloren op uittrekt om dagloners voor
zijn wijngaard te zoeken. De landheer staat centraal en met hem is het
nodige aan de hand. Want hoe vreemd gaat hij om met de arbeiders die hij
voor zijn wijngaard zoekt.
Met de eerste groep maakt hij nog duidelijke
afspraken: een dagloon van een denarie, een heel gebruikelijke dagvergoeding
in die tijd. Maar een volgende groep krijgt te horen: de betaling zal rechtvaardig
zijn. En de laatste groep krijgt over een betaling niets meer te horen.
Maar voor allen geldt dat ze komen werken in
zijn wijngaard. En dat het een wijngaard is, dat moet de hoorder op het
spoor zetten. Want de wijngaard is meer dan mogelijkheid tot economisch
gewin. In de bijbelse beeldspraak verwijst de wijngaard naar het volk van
Israël voorzover dat God toebehoort en naar het land Gods waar de
mens mag werken voor Zijn aangezicht. En de heer van de wijngaard? God
zelf, zijn liefde wordt in en door die landheer werkelijkheid.
‘Kom werken in mijn wijngaard’, die uitnodiging
krijgt nu een heel bijzondere klank. Die klinkt niet eenmalig, alleen op
het allervroegste moment van de dag. Nee, die uitnodiging wordt steeds
herhaald, zonder onderscheid des persoons. (…)
En dan komt het moment van uitbetaling. Wat ligt
er meer voor de hand dan dat eerst aan hen wordt betaald die op grond van
een overeenkomst het werk hebben aanvaard en het meeste gedaan hebben bovendien?
Tja, inderdaad, maar in deze vreemde wereld van de heer van de wijngaard
gebeurt het omgekeerde. De werkers van het elfde uur krijgen als eersten
uitbetaald en nog wel hetzelfde als de arbeiders van het eerste uur. Wie
zou daar nu niet verontwaardigd over zijn! Maar beseft de kritische luisteraar
wel dat hier Gods liefde aan de orde is en hoe die werkt? Ieder ontvangt
het zijne, niemand krijgt te kort. Maar het is verrassend ruimhartig en
dat maakt de hoorder onrustig.
|
|
|
|
|
|
|
|