|
|
Onderstaand gebed maakte ik ooit
voor een oecumenische dienst in de St. Jan in Gouda ter gelegenheid van
30 jaar bevrijding. Bij hoge uitzondering mocht ik toen op de kansel. De
St.Jan is van de Gereformeerde Bond. Is daarom op zondag alleen open voor
2 kerkdiensten en vrouwen op die preekstoel waren in 1975 ongewenst.
Heer, onze God, onze verwachting is op U…
En daarom durven wij U te bidden voor allen onder
ons voor wie deze dag geen ongestoorde feestdag is of een nietszeggende
vrije dag, maar een dag vol herinneringen aan de jaren ’40-’50.
Wij bidden U voor al diegenen die het na kunnen
vertellen; al het bittere, al het goede, al het leed, al het geluk van
bevrijding en verlossing.
Wij bidden U voor al diegenen voor wie het nooit
voorbij is, wier dromen bevolkt worden door angst en pijn, een nooit ophoudend
verdriet.
Wij bidden U, die wees en weduwe staande houdt:
wees met de vrouwen en kinderen van “toen”, van de slachtoffers, en van
hen die uit ons midden zijn verdwenen, omdat zij slachtoffers maakten.
Wij bidden U ook voor al die mannen, vrouwen
en kinderen die oorlog aan den lijve ondervinden, die ook wees en weduwe
zijn geworden, die versleept worden over onze aarde, opgejaagd en bedreigd.
Heer, onze God, U die de gevangen losmaakt. Wij
bidden u voor allen die weten wat het is om de vrijheid te moeten ontberen;
zij die opgesloten waren in gevangenissen en concentratiekampen: bevrijd
hen van de hen achtervolgende droombeelden, van hun schuldgevoelens tegenover
de levenden en de doden.
Wij bidden U ook voor hun vervolgers: bevrijd
hen van de hen onvrij-makende waanideeën over ras, bloed en bodem.
Wij bidden U ook voor allen die nu nog datzelfde
lot delen: politieke gevangenen, slachtoffers van een totalitair regime,
zij die om hun geloof, hun huidskleur, hun inzet voor vrijheid, verdraagzaamheid
en gerechtigheid worden afgegrendeld van de levenden.
Heer, onze God, die hongerigen brood geeft…
Wij bidden U voor allen die weten wat het is
om honger te hebben gehad; dat wij niet zo onvergeeflijk slordig omspringen
met drank en voedsel, met de schatten van bodem, lucht en water; dat wij
leren delen van het vele met wie niet hebben en nog niet zelf kunnen produceren.
Wij bidden U voor allen die hun handen uitstrekken naar brood en levenskracht:
dat wij hun verwachting niet beschamen, dat wij hen niet kleineren, maar
ons inspannen om met U mee te werken om de hongerigen brood te geven en
de verdrukten recht te verschaffen. |
|
|
|
|
|
|
|