|
|
Een keerpunt! Daarbij staan we vandaag
dus stil.
Allereerst naar aanleiding van een keerpunt in
de levensgeschiedenis van een vrouw, die Hanna (Channa moet het volgens
het Hebreeuws eigenlijk zijn), heette. “Genadig, God is genadig”, betekent
haar naam.
Maar zo heeft zij zelf de betekenis van haar
naam niet altijd beleefd. Dat kwam pas veel later!
Ze was de vrouw van Elkana. Maar niet de enige,
zoals dat toentertijd nog al eens voorkwam. Elkana had nog een vrouw: Peninna,
wier naam “parel" betekende. Een man met twee vrouwen dus! Menselijk gezien
een moeilijke situatie. We kennen er wel meer in de Bijbel. Enne…. nou
ja, misschien wordt het nu ook nog wel eens beleefd.
Rivaliteit, jaloersheid zullen bij Hanna en Peninna
wel hun rol hebben gespeeld. Want wie is hun man? En hoe gaat hij met hen
om?
Uit het verhaal wordt wel duidelijk, dat Elkana
Hanna eigenlijk meer liefhad, dan Peninna. Maar Peninna had hem kinderen
geschonken en Hanna niet. Want Hanna was onvruchtbaar. En dit werd als
niets minder dan een “vloek, een straf van Godswege” beschouwd. En Peninna
heeft als een echte rivale dit feit nogal eens uitgebuit en Hanna enorm
"gekrenkt", gehoond….
En dat deed ze vooral als Elkana met zijn hele
familie zijn jaarlijkse bezoek aan de tempel in Silo bracht. Dan waren
ze samen onderweg en moesten ze dicht bij elkaar blijven. “Zo vaak ze naar
het huis van de Heer op weg waren, krenkte Peninna Hanna. Hanna huilde
dan en at niets.” Elkana probeerde haar dan te troosten, maar het hielp
weinig. Hanna was eigenlijk weerloos tegenover Peninna.
Tja, de ene mens reageert zo, de andere zus!
Menige vrouw uit onze tijd zou zich hebben kwaadgemaakt,zou
strijdlustig geworden zijn, gescholden hebben of zoiets. Maar Hanna niet.
Ze zat maar, zwijgend, gedeprimeerd. Niet in staat zich te verweren, ook
niet met woorden. Wat een leed!!
Kinderloosheid kan voor een vrouw sowieso al een
groot verdriet zijn. Wat wordt er in onze tijd al niet daartegen ondernomen
met kunstmatige bevruchting, adoptie en zo. Maar in de oudtestamentische
tijd was het – vooral psychisch gezien – een nóg grotere belasting.
Omdat het, zoals we al vernamen, ook als een "vloek, een straf van God"
werd beschouwd.
En Peninna is dan ook dubbelhard, als ze Hanna
ook of juist "in het huis van God" krenkt. Een plaats waar je zou verwachten
dat normen en waarden het menselijke gedrag zouden markeren. Hanna zit
daar dus maar, huilt, en wil niets gebruiken van de feestelijke maaltijd,
zoals gebruik was na de offerceremonie.
Later gaat ze nog eens alleen naar de tempel.
Ze gaat zwijgend zitten in de buurt van de priester Eli. En zachtjes, stil
voor zich heen, begint ze te bidden. Fluisterend, alleen met zichzelf en
voor zichzelf, een gebed betrokken op haar diepste leed.
En ze realiseert zich wat ze later in haar loflied
nog eens extra accentueren zal: "want niet door zijn eigen kracht is de
mens sterk." (1 Samuel 2: 9.)
En zo is het soms.
Hoe diep moet soms het leed inslaan in het leven,
dat je tot deze conclusie komt. “De mens is niet altijd sterk door zijn
kracht.” Want het is toch normaal en gezond, als je in momenten van vertwijfeling
eerst bij jezelf de krachten zoekt. En meestal vestig je dan, als het niet
anders kan, eerst nog de hoop op hulp van medemensen. Maar, waar haal je
tenslotte de krachten vandaan als er überhaupt geen "menselijke hulp
meer baat"?
Ja, dan hebben sinds onheuglijke tijden mensen
toch gedaan, wat Hanna deed. En gelukkig de mens, die dán deze weg
nog kent: "De weg zoeken naar God." En de weg naar God is: het gebed!
Maar bidden? Is dat zo eenvoudig? Bidden = een
dialoog, een gesprek met God aangaan. D.w.z. een gesprek met een onzichtbare,
zo moeilijk herkenbare, tegenover je.
De rabbijnen zeggen, maar dat geldt voor ieder
gebed: ”Een gebed moet altijd eerbiedig zijn, maar boven alles ook eerlijk”.
En dat betekent: het moet uit het hart komen. Anders helpt het niet.
Nou, uit het innerlijk van Hanna’s hart zal haar
gebed zeker zijn gekomen. Zij bidt, dat God haar ellende zien zal, en haar
schoot zal openen. En zij verplicht zich dan daarbij tot het volgende:
Als God haar een mannelijke nakomeling zal schenken, dan wil ze hem voor
zijn hele leven aan God wijden. Maar dat betekende in die tijd, dat je
je kind na de borstvoeding ook letterlijk aan de tempel, aan de priesters
afstond.
Dat alles overweegt Hanna in haar gebed in de
tempel, zoals gezegd, stil voor zich heen fluisterend. Wat voor Eli, de
priester, die haar lang gadesloeg aanleiding was te denken, dat ze dronken
was. Als hij haar dit zegt, antwoordt Hanna (vs 15) met: “U vergist U,
mijnheer, ik hem geen wijn of sterke drank gedronken. Ik ben bedroefd en
heb mijn hart voor God uitgestort.“
Nou ja.
Haar bede zal worden vervuld. Haar bede heeft
haar tot het grote keerpunt in haar leven gebracht. Als ze thuiskomt vanuit
de tempel in Silo, bekent ze haar man. En Samuel wordt geboren.
Samuel = "God is de naam". Zo noemt Hanna – want
de moeders zijn de naamgevers in het oude Israël - haar zoon. En Channa
brengt haar zoon toen hij de borst ontwend was naar de tempel, zoals ze
beloofd had. Stelt U zich voor, wat dat ondanks alles voor haar betekend
zal hebben!
Maar dán zingt ze daar ook het “lied van
haar levenskeerpunt”. Het lied dat in betekenis uiteindelijk ver boven
haar persoonlijk belang uit zal stijgen. Wat au fond een lied – ook – het
levenskeerpunt voor haar volk zou worden. En eigenlijk wordt het een "levenskeerpunt-lied"
voor menselijk samenleven überhaupt, al wordt het als zodanig in de
levenspraktijk van de mensen in de loop van de tijd soms nauwelijks herkend.
Omdat dit 3000 jaar oude lied gedachten bevat, die heel belangrijke ‘bewustzijnswaarden’
inhouden, ook nog - of misschien wel juist - voor het samenleven hier en
nu.
Door Samuel is in zijn tijd veel van het gedachtegoed
van dit lied gerealiseerd. Hij werd een belangrijke leidersfiguur in Israel,
zowel wereldlijk als geestelijk leider. Israel was in die tijd maar een
marginale gemeenschap, steeds onder de dreiging van de Filistijnen. Moreel
stelde het niets voor. Maar Samuel stichtte het koningschap en fundeerde
het. Ons koningschap gaat in feite daarop terug. En het stond model voor
het hele Messiaanse verwachten in latere tijd. Zo beleefde Israel destijds
een grootse tijd van bloei, met name onder koningen als Saul, David en
Salomo. De tempel werd gebouwd en de grote dromen van vrede, van Sjaloom
voor alle volkeren werden gedroomd. Verwachtingsbeelden, die nog steeds
ons denken, mede dankzij kunstenaars, inspireren.
Dank zij het lied van de Levenswende, dat Hanna
zong en dat voor het eerst in die tijd, ‘de maatstaven Gods voor het leven
en samenleven van mensen’ verwoordt.
Ik ontleen aan Hanna’s lied enkele van deze gedachten.
(1 Samuel, hfd 2 vs 1 t/m 10)
Nu juicht mijn hart dank zij de Heer,
fier heft mijn hoofd zich op, dank zij de Heer,
mijn mond spreekt vrijmoedig tegen mijn vijanden
want dank zij uw hulp beleef ik vreugde.
Geen is er heilig als de HEER
er is geen andere God dan u,
geen rots is er als onze God.
Gebruik toch geen grote woorden,
blaas niet zo hoog van de toren,
want de Heer is een alwetende God:
door hem worden onze daden gewogen.
De boog van de helden is gebroken,
maar wie wankelen weten zich gesterkt.
Die genoeg hadden, verkopen zich voor brood,
en wie hongerden zijn verzadigd.
De onvruchtbare baart zeven zonen,
en wie veel kinderen heeft, verwelkt.
De HEER doet sterven en doet leven,
zendt naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog.
De HEER maakt arm en hij maakt rijk,
vernedert diep en heft hoog op.
De zwakke en de arme helpt hij overeind,
hij haalt hen uit het stof en uit het slijk.
Tussen de edelen zet hij hen neer,
hij houdt een ereplaats voor hen vrij.
Van de HEER zijn de pijlers der aarde
waarop hij de wereld heeft vastgezet.
Die hem trouw zijn, behoedt hij op hun pad,
maar de zondaars komen om in het duister.
Ontoereikend is de menselijke kracht:
wie het opneemt tegen de HEER wordt gebroken,
vanuit de hemel dondert hij hun toe:
De HEER spreekt recht over heel de aarde,
hij geeft macht aan de koning, die hij kiest
en verhoogt het aanzien van zijn gezalfde.
Samengevat kan men zeggen:
God, de Heer des levens, verleent die mensen zijn
kracht, die zich aan Hem en zijn geboden toevertrouwen. Dan herstelt hij
gerechtigheid, waar onrecht heerst. Gerechtigheid is namelijk het grote
item van dit lied. En daarom kan dit lied van Hanna nog een ‘wende’, een
keerpunt in het denken teweeg brengen.
Een wende in het machtsdenken van de wereld.
Een wende in het hoogmoedsdenken onder de mensen,
Een wende in het ik-gerichte denken.
Het is een levens-corrigerend lied, door Hanna’s
zoon Samuel in veel opzichten voor zijn tijd gerealiseerd.
In de afgelopen 3000 jaar is het verder gezongen.
Niet altijd! Het is dikwijls weer vergeten, verdrongen,
weggerationaliseerd.
Maria, Jezus’ moeder heeft het wellicht 2000
jaar geleden opnieuw gezongen, toen weer een keerpunt in de geschiedenis
van een deel van de mensheid op handen was. Ook zij was een eenvoudige,
aanvankelijk onbekende vrouw, die haar eigen lot te dragen had en misschien
– als Hanna – wel leed aan wat mensen uit onbegrip of wat dan ook elkaar
in het leven aan kunnen doen. Wat echter in een klein, individueel leven
van een mens mogelijk is, zou ook in een groter gemeenschapsleven waar
kunnen worden. D.w.z. kansen voor een keerpunt zijn er altijd.
Als, zo zegt dit verhaal, mensen maar tot inzicht
komen, dat de mens niet altijd sterk is door eigen kracht, en dientengevolge
nog tot bidden komen. Dat wil zeggen een hogere autoriteit van het leven
erkennen en daarnaar luisteren willen, zoals Hanna dat deed en later Maria
en vele anderen.
Daardoor werkten zij mee aan zegenrijke levenskeerpunten
in het leven der mensheid, zoals wij deze maand er weer één
zullen gedenken.
Amen.
Overweging Parkstraatgemeente
Arnhem op 10 december 2006 |
|
|
|
|
|
|
|