Homepage
Bundel Mijnke
Webmaster

Anniek Lenselink (1972) is remonstrants predikant in Dordrecht.

God in de akkerrand (Ruth 2)

door Anniek Lenselink
 
Op 14 september 2003 heeft deze preek een traditie in gang gezet in de gemeente Dordrecht: op de startzondag in september staat een van de glas in lood-ramen centraal. Deze eerste keer was het raam van Ruth aan de beurt. De stoelopstelling was niet ‘kanselgericht’, maar ‘raamgericht’.


Ruth trekt met haar schoonmoeder naar een haar onbekend land en neemt de bijbehorende godsdienst aan. In Bethlehem aangekomen, toont Ruth opnieuw initiatief. Er moet brood op de plank komen, en Ruth stelt voor aren te gaan lezen. De akker waar ze zich een plaatsje zoekt, blijkt van ene Boaz te zijn. En deze Boaz komt toevallig ook nog langs op het moment dat Ruth daar bezig is. In deze ontmoeting komt alles aan het rollen. Boaz ziet een onbekende vrouw op zijn akker en informeert wie dat is; bij wie zij hoort. Dít is nou de vrouw die met Noomi is meegekomen, wordt hem verteld. 

De loyaliteit die Ruth aan de dag heeft gelegd voor haar schoonfamilie heeft indruk op Boaz gemaakt. De zorg die Ruth naar een familielid van hem heeft getoond, betoont hij nu aan haar: Als ze dorstig is, kan ze wat water drinken, en hij nodigt haar zelfs uit om mee te eten. Ruth en Boaz zijn beleefd tegen elkaar, maar ondertussen begint er iets te kriebelen. Uiteindelijk wenst Boaz Ruth Gods zegen toe: Laat de heer, de God van Israel je belonen voor wat je hebt gedaan.

Alles wijst erop dat het iets gaat worden tussen Boaz en Ruth. Het verhaal is ingenieus geconstrueerd, de ontmoetingen van Boaz en Ruth staan centraal, de spanning wordt langzaam opgebouwd. 

Een van de thema’s in dit verhaal is de betrokkenheid van God bij het menselijk leven. Hoe dat zit?

Ruth stelt zich actief op. Zij maakt keuzes en aanvaardt haar verantwoordelijkheid. God is op het eerste gezicht niet zichtbaar aanwezig. Noömi heeft zelfs het gevoel dat God zich van haar heeft afgekeerd. Niets blijkt minder waar. God werkt op een andere manier dan wij - met Noömi - denken. Vanuit de zijlijn slaat hij de mens gade. Toch is zijn hand in de gebeurtenissen heel herkenbaar - want hangt het verhaal niet van de zogenaamde toevalligheden aan elkaar? Zou Ruth bij toeval op de akker van Boaz terecht zijn gekomen?  En Boaz die ook op dat moment net langskomt? Nee, daar zien we Gods hand. Maar om op Boaz’ akker terecht te komen, moet Ruth eerst van huis gegaan zijn. En dat is het kenmerkende in dit verhaal: De daden van de mens en God staan in elkaars verlengde, zij vullen elkaar aan. We zien dat ook in de zegen die Boaz aan Ruth toewenst: dat God Ruth rijkelijk mag belonen voor hetgeen zij voor haar schoonmoeder gedaan heeft. Terwijl hij deze woorden spreekt, weten Ruth en hij nog niet dat juist hijzelf de invulling van deze wens zal zijn. Ook hier klinkt God door in het verhaal.

De mensen in Moab en Bethlehem laten de gebeurtenissen in hun leven niet ‘zomaar gebeuren’, maar maken keuzes, dragen hun verantwoordelijkheden en proberen er het beste van te maken. Dat God een oogje in het zeil houdt, en af en toe een ‘toevalligheid’ creërt, dat mag ook ons moed geven. Het mag ons ook vertrouwen geven, dat als we ons inzetten voor waarden als trouw, loyaliteit en er zijn voor mensen die dat nodig hebben, dat een levenshouding is met perspectief.
 

 
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 19/04/2007