Homepage
Bundel Mijnke
Webmaster

Don Mader (1948) is remonstrants predikant met bijzondere opdracht.

Jona

door Don Mader
 
Deze preek werd twee keer gehouden- in Engels en Nederlands - op mijn staplaats in de secular city, de Pauluskerk oude-stijl, met haar ‘zwervende’ gemeente - niet alleen de vertrouwde Pauluskerk ‘bezoekers’, maar ook veel ‘zoekers’, christelijk en niet-christelijk. (Wij moeten nog zien wat de Pauluskerk nieuwe-stijl, na-Visser, inhoudt.) Dus, als ook tijdens mijn jaren in Brooklyn, gaan mijn preken vaak verhalend over praktische kern-waarheiden.
  ‘Hoi Jona, ik heb werk voor jou!’ Wie was de man die deze oproep hoorde? Wij hebben slechts een historisch bewijsstuk. Het vertelt ons dat Jona een hofprofeet was – de evenknie van de veilige en vertrouwde dominees die de zegen geven aan het begin van een nationale bijeenkomst van het CDA...

Hoe zit het dan met het boek dat zijn naam draagt? Blijkbaar bevat het geen historische feiten. Maar dat betekent niet dat het niet waar is – omdat het ons precies de stand van zaken vertelt tussen God en de mens. Waarom draagt dit boek de naam van Jona? Misschien omdat de Jona uit de geschiedenis wel de laatste man was die de oproep had willen horen... 

Wat was deze? ‘Ga naar de grote stad Ninive...’ ‘Ninive! Jij stad vol bloed, vol leugen en bedrog.’ (Nahum 3.1) God roept Jona op de kwaadaardigheid van Ninive aan te klagen. Maar daarin zit ook de verborgen mogelijkheid van bekering en genade.

Hoe reageert hij?... In de Schrift staat er dat Jona omlaag gaat... Hij daalt af naar Jafa... nog eens verder af, onder het dek in het scheepsruim.... en, plons, gaat Jona een stap verder omlaag, tot in het diepst van de zee...

Maar God stuurt een grote vis om hem te halen, en op het strand neer te zetten waar hij van vertrokken was. Verbeeld je het tafereel: stinkend en met kwade blik staat Jona in een plas van vissenbraaksel, om opnieuw de oproep te horen. Deze keer gaat Jona wel... Nu komt het wonderbaarlijkste onderdeel van het verhaal: een groter wonder dan de vis: de mensen van Ninive horen Jona en geloven hem!

Jona is boos... ‘God, ik wist wel dat u dit zou doen! Dat is precies waarom ik hier niet wilde komen!’... Nu hij aan het woord is geweest, trekt Jona naar buiten de muren van Ninive, weg van de plaats waar verlossing heerst. Zo laten wij Jona achter – en het volk van Ninive achter, gespaard omwille van hun vertrouwen.

Er is een gelijkenis van Jezus die dezelfde waarheid leert. Gewoonlijk heet hij de gelijkenis van de verloren zoon. Maar wie is hier de verloren zoon?

De jongste zoon is er met zijn gehele erfenis vandoor gegaan... verbrast alles... lijdt honger... besluit naar het ouderlijk huis terug te keren. Maar: toen hij zijn erfenis opeiste en vertrok, heeft hij zijn vader letterlijk behandeld alsof hij al overleden was. Waarom zou zijn vader hem niet net zo behandelen?... Als hij bij het huis van zijn vader aankomt, komt zijn vader rennend het huis uit. Een oosterse patriarch rent nooit! – maar zijn vader komt rennend het huis uit om hem te verwelkomen, en nog verbazingwekkender, neemt hem terug als zoon. Nu komt de oudste zoon aan het woord. Hij heeft bezwaar tegen de goedheid die zijn vader aan zijn broer tentoonspreidt, wil het feestje niet bijwonen. Hij blijft buiten de plaats waar vergeving heerst en waar gevierd wordt. Ook komt zijn vader voor hem naar buiten – maar aan het einde van de gelijkenis zit hij nog buiten – net als Jona.

Net als Jona, of de oudste zoon, kunnen wij onze levens gestalte geven door te eisen wat wij verdiend hebben – en dat andere mensen ook krijgen wat zij verdiend hebben. De oudere broer wilde slechts dat zijn rechtlijnigheid beloond zou worden. Jona wilde slechts gerechtigheid. Zit daar niets verkeerds in. Maar Jezus leert ons in zijn gelijkenis – en ook de gelijkenis van de verloren profeet leert ons – dat dat de manier is waarop wij zeker kunnen zijn dat wij buiten zullen blijven, ver van de plaats van genade en viering. Als wij genade aan anderen weigeren, snijden wij ook onszelf daarvan af. Aldus W.H. Auden:

Ensnared in our revenge
we die until
we claim the privilege
of sharing His
unerring mercy.
Of, net als de jongste zoon, of het volk van Ninive, kunnen wij reiken naar een genade die wij niet verdiend hebben.... Wij kunnen op zo’n manier in vertrouwen en hoop leven – en als wij dat durven, zullen wij verlossing en leven vinden...
 
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 24/04/2007