Homepage
Bundel Mijnke
Webmaster

Jan Daan Noest (1934) was o.a. remonstrants predikant in Oosterbeek en Nijmegen.

Ik geloof. Kom mijn ongeloof te hulp

door Jan Daan Noest
 
Marcus 9: 24 


“Het meest echte, ware deel van mijzelf zwijgt altijd”, las ik bij een door mij zeer gewaardeerde Franse schrijver. Hij zegt dit in een passage waarin hij schrijft over de merkwaardige mogelijkheid dat wij mensen een gesprek kunnen voeren met onszelf. Er is een sprekende “ik”die confidenties doet aan een luisterende “ik”. Deze verdubbeling verontrust hem. Het lijkt er soms op alsof er een vreemdeling in hem is, de luisteraar (het luisterende “ik”), dat er op uit is hem te bespioneren. En het meest ware van mijzelf wijst die confidenties die mijn ik in tweeën delen terug, zegt hij.
Wat hij nu precies bedoelt met het meest ware deel van mijzelf zegt hij niet met zoveel woorden. Maar het lijkt er op, dat hij naast de vragende en twijfelende kant een zwijgende vastere grond in zich voelt. Die vaste grond zwijgt, want die voelt geen vragen en twijfels, maar die, zo lijkt het althans, is zich wat minder bewust van zichzelf, die is er zonder meer.

Die vader van de zoon met epilepsie, waar het evangelie van Marcus van vertelt, roept het uit: Ik geloof. Kom mijn ongeloof te hulp. Het lijkt wel alsof hij op het moment waarop hij beseft, dat hij de majesteit van God zal gaan ervaren, toch nog even met zichzelf in gesprek is. Hij vraagt zich af: geloof ik of geloof ik niet. Het meest ware deel van hem, dat altijd zwijgt, maar nu niet langer kan zwijgen, zegt: ik geloof. De andere ik, de ondervrager en ondergraver, stort zich als het ware onmiddellijk over deze onverwachte uitroep heen en wil niet accepteren dat er alleen maar geloof zou kunnen bestaan, zonder aanvechtingen.

Ik geloof. Kom mijn ongeloof te hulp. Het zijn woorden die ons direct aanspreken, wij herkennen veel in die uitroep. Natuurlijk, want wij leven allemaal in die tegenstelling van geloof en ongeloof. Wij voelen ons erkend in onze menselijke situatie.
Maar dat meest ware deel van onszelf, dat altijd zwijgt, komt kennelijk tot spreken, als God zich direct en onmiddellijk aan ons meedeelt. Dat moet de vader van de epileptische zoon hebben beleefd, toen op dat moment de kaders van de tijd werden verbroken en heel even de eeuwigheid heerste. Zijn verzet verdampte en hij riep: Ik geloof. Kom mijn ongeloof te hulp. Dat zoiets met ons mensen kan gebeuren, dat is evangelie.
Dat zijn zoon ook nog werd genezen is in het licht van wat hij beleefde - hij zag God aan het werk van aangezicht tot aangezicht – eigenlijk bijna een logisch gevolg.

Voor Van Stilte en Strijd september 2006

 
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 29/04/2007