Homepage
Bundel Mijnke
Webmaster

Ytje Poppinga (1957) is remonstrants predikant in Alkmaar.

Blijft Europa christelijk?

door Ytje Poppinga
 
Lucas 20:9-19 


Onlangs werd ik getroffen door een artikel op de voorkant van de Volkskrant (23-3-2007). Een moslimvrouw in Duitsland vraagt echtscheiding op grond van mishandeling. De rechter wijst deze niet toe. Binnen godsdienst en cultuur van deze vrouw is tuchtiging, zo oordeelt de rechter, niet ongebruikelijk, nee zelfs algemeen geaccepteerd. Een stroom van kritiek komt op gang: Erkenning van de sharia? Islamisering van het recht?
Het is niet vanzelfsprekend dat het Christendom in Europa blijft. Bladerend in ‘Wegwijzer in de Bijbel’, een eenvoudig doch verhelderend boekje van Prof. H.J. Heering lees ik deze zin bij zijn toelichting op de paralleltekst in Mattheus 21:33-44.  Het heil kan ook van een mens, een volk worden afgenomen en aan een ander gegeven. Hij haalt hierbij Prof. v.d. Leeuw aan, die in zijn boek ‘Balans van het Christendom’ eraan herinnerde: Gaven het Klein-Azië van Paulus en het Noord-Afrika van Augustinus het evangelie niet prijs? En schrijft dan als laatste zin bij dit bijbelgedeelte: “het is niet vanzelfsprekend dat het Christendom in Europa blijft”.
Waar het me vooral om gaat is het volgende: na te denken over onze samenleving en ons zijn daarin. Ik wil niet op voorhand oordelen, maar ik denk dat wij ook voor een duivels dilemma staan in onze westerse wereld. Ooit heb ik beweerd, dat het recht op vrijheid van godsdienst zich tegen ons kan keren.
De vrijheden en rechten vastgelegd in onze grondrechten bestonden altijd in een zeker uitgekristalliseerd evenwicht tot elkaar en tot onze democratische rechtsstaat. Als er sprake is van botsing van (grond)rechten of als een grondrecht strijdig was met onze rechtstaat, lag daar een grens. Ook kon en kan men heel ver gaan. Zo hoeft een christelijke school geen homoseksuele leraar te benoemen, als dat strijdig is met haar christelijke visie en er sprake is van aanvaarding binnen eigen kring.
Zo prevaleert vrijheid van godsdienst in haar slipstream de vrijheid van onderwijs boven het gelijkheidsbeginsel.
Op basis van ditzelfde principe is er nu in Duitsland geoordeeld. Hier doemt het door mij voorziene probleem op. Zolang tradities, regels en gewoonten samen zijn ontstaan en erkend, is er een evenwicht, hoe kwetsbaar af en toe ook.
Maar mishandeling, de erkenning dat de ene mens de ander mag aantasten in een persoonlijke integriteit raakt onze eigen regels dieper. Omdat het in onze ogen een weg, een stap terug is?
De vraag die ik ook mezelf dwing te stellen, zoals Jezus natuurlijk zijn volk vragen stelde: wat zijn je waarden, waar staan deze voor? Ten aanzien van de normen: Welke regels hebben geen waarde meer, omdat ze het leven geweld aandoen?
Moeten wij ook niet terug naar bezinning op onze eigen waarden, voor een belangrijk deel christelijke waarden, al zijn ze al lang opgenomen in een politiek paradigma.
Hoe vertalen wij, kinderen van christendom en Verlichting, als vrijzinnigen in het bijzonder, onze idealen opnieuw naar een samenleving die tot dusver ieder mens in zijn waarde wil laten, waarin ieder individu telt. Waarin mensen niet meteen al slachtoffer zijn van het (ongelijkheids)systeem waarin ze geboren worden? Hoe ver gaan wij in het toelaten dat ze nooit kunnen emanciperen omdat ons rechtssysteem deze ongelijkheid als een cultureel (godsdienstig) gegeven blijft erkennen?
Met deze rechterlijke uitspraak is mogelijk welbewust een voorzet gegeven, die vraagt te worden opgepakt, wat is daarop uw of mijn antwoord?

 
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 29/04/2007