|
|
Lucas 20:9-19
Onlangs werd ik getroffen door een artikel
op de voorkant van de Volkskrant (23-3-2007). Een moslimvrouw in Duitsland
vraagt echtscheiding op grond van mishandeling. De rechter wijst deze niet
toe. Binnen godsdienst en cultuur van deze vrouw is tuchtiging, zo oordeelt
de rechter, niet ongebruikelijk, nee zelfs algemeen geaccepteerd. Een stroom
van kritiek komt op gang: Erkenning van de sharia? Islamisering van het
recht?
Het is niet vanzelfsprekend dat het Christendom
in Europa blijft. Bladerend in ‘Wegwijzer in de Bijbel’, een eenvoudig
doch verhelderend boekje van Prof. H.J. Heering lees ik deze zin bij zijn
toelichting op de paralleltekst in Mattheus 21:33-44. Het heil kan
ook van een mens, een volk worden afgenomen en aan een ander gegeven. Hij
haalt hierbij Prof. v.d. Leeuw aan, die in zijn boek ‘Balans van het Christendom’
eraan herinnerde: Gaven het Klein-Azië van Paulus en het Noord-Afrika
van Augustinus het evangelie niet prijs? En schrijft dan als laatste zin
bij dit bijbelgedeelte: “het is niet vanzelfsprekend dat het Christendom
in Europa blijft”.
Waar het me vooral om gaat is het volgende: na
te denken over onze samenleving en ons zijn daarin. Ik wil niet
op voorhand oordelen, maar ik denk dat wij ook voor een duivels dilemma
staan in onze westerse wereld. Ooit heb ik beweerd, dat het recht op vrijheid
van godsdienst zich tegen ons kan keren.
De vrijheden en rechten vastgelegd in onze grondrechten
bestonden altijd in een zeker uitgekristalliseerd evenwicht tot elkaar
en tot onze democratische rechtsstaat. Als er sprake is van botsing van
(grond)rechten of als een grondrecht strijdig was met onze rechtstaat,
lag daar een grens. Ook kon en kan men heel ver gaan. Zo hoeft een
christelijke school geen homoseksuele leraar te benoemen, als dat strijdig
is met haar christelijke visie en er sprake is van aanvaarding binnen eigen
kring.
Zo prevaleert vrijheid van godsdienst in haar
slipstream de vrijheid van onderwijs boven het gelijkheidsbeginsel.
Op basis van ditzelfde principe is er nu in Duitsland
geoordeeld. Hier doemt het door mij voorziene probleem op. Zolang tradities,
regels en gewoonten samen zijn ontstaan en erkend, is er een evenwicht,
hoe kwetsbaar af en toe ook.
Maar mishandeling, de erkenning dat de ene mens
de ander mag aantasten in een persoonlijke integriteit raakt onze eigen
regels dieper. Omdat het in onze ogen een weg, een stap terug is?
De vraag die ik ook mezelf dwing te stellen,
zoals Jezus natuurlijk zijn volk vragen stelde: wat zijn je waarden, waar
staan deze voor? Ten aanzien van de normen: Welke regels hebben geen waarde
meer, omdat ze het leven geweld aandoen?
Moeten wij ook niet terug naar bezinning op onze
eigen waarden, voor een belangrijk deel christelijke waarden, al zijn ze
al lang opgenomen in een politiek paradigma.
Hoe vertalen wij, kinderen van christendom en
Verlichting, als vrijzinnigen in het bijzonder, onze idealen opnieuw naar
een samenleving die tot dusver ieder mens in zijn waarde wil laten, waarin
ieder individu telt. Waarin mensen niet meteen al slachtoffer zijn van
het (ongelijkheids)systeem waarin ze geboren worden? Hoe ver gaan wij in
het toelaten dat ze nooit kunnen emanciperen omdat ons rechtssysteem deze
ongelijkheid als een cultureel (godsdienstig) gegeven blijft erkennen?
Met deze rechterlijke uitspraak is mogelijk welbewust
een voorzet gegeven, die vraagt te worden opgepakt, wat is daarop uw of
mijn antwoord?
|
|
|
|
|
|
|
|