Homepage
Bundel Mijnke
Webmaster

Wietske Tinga-Bosma (1945) is remonstrants predikant in Leeuwarden en Groningen.

Dialoog voor twee personen 

door Wietske Tinga-Bosma
 
Voor de viering op 10 december 2006 in
de Remonstrantse Gemeente Leeuwarden.
 
(Diezelfde middag gingen we met de kinderen van de Noodopvang te Witmarsum naar het Natuurmuseum in Leeuwarden, om hun een leuke en onbezorgde schoolreisjes-achtige middag te bezorgen; met pannenkoeken in het Pannenkoekenschip als feestelijke afsluiting. In de Noodopvang zitten -bijna- uitgeprocedeerde asielzoekers, die in aanmerking zouden kúnnen komen voor het Generaal Pardon.)

1.
(Komt op met een boodschappentas/-mand met rollen kerstpapier, een kerstslinger etc. - een volgeladen winkelwagentje zou nóg mooier zijn...)
Heerlijk! Heerlijk! Ik kan toch altijd zó genieten van de feestdagen! Zo gezellig: met het hele gezin aan een feestelijk gedekte tafel met lekkere gerechten, mooie muziek op de CD-speler en de kerstnachtdienst voor TV. Ik zie het al helemaal vóór me! (kijkt verheerlijkt omhoog).  Dit jaar ga ik helemaal voor goud: placemats met goudlamé, borden met een gouden randje, een kerstboom met gouden ballen, menukaartjes met gouden letters. (zwijmel..)
Ik moet alleen nog op zoek naar een recept voor tweede kerstdag. (kijkt peinzend omhoog)

2.
(Komt op) Hallo daar! (1. kijkt verbaasd om.) Ik wil je prettige kerstgedachten niet ver-sto-ren, hoor, maar ík ben helemáál niet blij. Gezellig? Weet je wel wat er is de wereld al-le-maal mís is!? (Haalt een krant te voorschijn) Hier: motorrijder neergeschoten na verkeers-ruzie. En hier: jongetje op school neergestoken; dader blijkt een bekende van de politie te zijn. Of dit: kabinet neemt met afschuw kennis van het aannemen van de motie over het ge-neraal pardon. En volgens de hedendaagse Herodessen is de motie niet uitvoer-baar. Moet ik nog doorgaan?!

1.
(een beetje van zijn/haar stuk gebracht) Eh, ...  ja, ... eh... Nou ja, zó kun je het ook zien, natuurlijk. Maar ik ben gewoon blij met wat we hebben. En daar geniet ik graag van, samen met mijn familie. Met de kinderen en kleinkinderen. En wie weet is straks ons nieuwe klein-kind er wel! Dat is toch iets om je op te verheugen?

2.
Ja natuurlijk. En wat ik al zei: ik wil je plezier niet vergallen. Ik gun het je van harte. Maar als jij het hebt over je kleinkinderen, dan krijg ik die beelden maar niet van mijn netvlies van aids-wezen in Afrika, van kindsoldaten in Burundi, Somalië, Irak en noem maar op. En wat te denken van de kinderen van vluchtelingen. Kinderen die hier geboren zijn, maar hier geen rechtmatige plaats krijgen, en van het land van hun ouders totaal geen weet hebben. Kinderen, die voor hun ouders bij de dokter moeten tolken en geconfronteerd worden met grote-mensen-zorgen in plaats van zorgeloos te kunnen spelen. Trouwens: speelgoed hebben ze ook al niet...
Heb je je wel eens afgevraagd, in wat voor wereld die kleinkinderen, en straks dat nieuwe kleinkind van jou, moeten opgroeien?
Het is vandaag nota bene de dag van de rechten van het kind: elk kind heeft recht op:

  • leven, echt leven, zonder dreiging van oorlog, ziekte en hongersnood
  • op liefde en bescherming
  • op vrijheid; van mening, van levensovertuiging
  • en op zorg: onderwijs, gezond voedsel en onderdak.
Nou, dat is nog lang niet voor elk kind weggelegd, dát kan ik je wél vertellen!

1.
Nee, dat weet ik. En gelukkig kunnen wíj onze kinderen dat wél geven: liefde en zorg en een veilig, warm thuis.  Maar ja: soms bekruipt ook mij wel eens de angst en denk ik: wat zal er van hun terechtkomen? Zullen ze de verleiding van drugs kunnen weerstaan? Of de aantrekkingskracht van loverboys. Vooral nu onze oudste kleindochter zo langzamerhand gaat puberen. Ik weet dat dit eigenlijk een luxe-probleem is. Maar ja, je maakt je toch het meest zorgen om degenen die je het naast staan - toch? En dan is het des te fijner als je ge-zellig samen kunt zijn om te genieten van al het goede van het leven! Even je zorgen opzij te kunnen zetten en je te koesteren in de warmte en de liefde.

2.
Weet je, het leven lijkt wel wat op het schilderij dat hier staat: allerlei kleuren en vormen wisselen elkaar af. Licht en donker, regelmatig en grillig. (Wijst wat vlakken aan)
Ik geef toe: zelf kijk ik toch het meest naar de donkere, grillige plekken in het leven. En die kan ik dan niet rijmen met zulke optimistische liederen die jullie hier zingen. Of met al die kerstglitter en engelenzang en kaarsen en sterren. en dan maar zingen van 'vrede op aarde, in mensen een welbehagen'... Nou, vrede zie ík nog niet op aarde dalen, en van de mensen heb ik ook niet zo'n hoge pet op. Lees de krant er maar op na (slaat de krant weer open). Hier: nóg zo'n donker brokstuk: 45 vrouwen verbrand in een ontwenningskliniek in Mos-kou. Nooddeuren zaten op slot en het personeel sprong uit het raam zonder alarm te slaan...

1.
Ja, ik begrijp wat je bedoelt. En natuurlijk lees ik ook de kranten, ik zie ook het Journaal. En zoals ik al zei: ook mij slaat de schrik wel eens om het hart. Toegegeven: ik probeer misschien teveel om mijn ogen daarvoor te sluiten. Ik kijk maar liever naar de lichte vlak-ken. In de hoop, het donker buiten de deur te kunnen houden.

2.
Maar daarmee houd je jezelf toch voor de gek? En wát, als dat donker desondanks je leven binnenkomt? Ga je dan stil in een hoekje zitten met je ogen dicht, wachten tot het overgaat? (beetje schamper)

1.
Dat klinkt inderdaad verleidelijk. En ik kan me voorstellen dat mijn manier van kerst vie-ren daar voor jou veel van weg heeft: de boze buitenwereld buitengesloten, de blik naar binnen gericht, gefocust op eigen geluk; even geen hongerige kindertjes op de buis. Alsof datgene waar je je ogen voor sluit ook niet bestaat. Maar zo bedoel ik het niet. Juist omdat er zoveel donker is in de wereld, en dat donker ook misschien wel onder onze deur door naar binnen probeert te kruipen, juist dáárom wil ik me concentreren op het lícht. Omdat dat me houvast geeft. Je zei net zelf dat het leven lijkt op dit schilderij (wijzen). En ik denk dat je gelijk hebt. Maar voor mij springt die ster eruit! (aanwijzen)
Er is veel donker en dreiging, onzekerheid, zorgen en verdriet. Maar hoog daar bovenuit straalt een ster. Die zegt me dat ik mag vertrouwen dat het licht het áltijd weer zal winnen van het donker. In mijn persoonlijke leven, maar uiteindelijk ook voor de wereld. Omdat die ster voor mij verwijst naar God die beloofd heeft, zijn wereld niet in de steek te laten; naar Jezus, die met zijn manier van leven heeft laten zien dat het kán! Daarom vind ik mezelf geen idealist of een utopist, maar een realistische óptimist. Die ster geeft me de gelegenheid om feest te vieren met mijn geliefden, en te genieten. Maar die ster geeft me ook de kracht om in verzet te komen tegen alles wat het licht bedreigt. Om de kinderen van vluchtelingen niet uit te leveren aan de hedendaagse Herodessen, hoe die ook mogen heten.
(even stil, dan:) Ja, ik ga zéker voor goud, deze kerst!

EINDE


Het schilderij waarnaar in de dialoog wordt verwezen.
(Geschilderd door een gemeentelid, Wil van Veen)

 
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 20/04/2007