|
|
Voor de viering op 10 december 2006
in
de Remonstrantse Gemeente Leeuwarden.
(Diezelfde middag gingen we met de kinderen van
de Noodopvang te Witmarsum naar het Natuurmuseum in Leeuwarden, om hun
een leuke en onbezorgde schoolreisjes-achtige middag te bezorgen; met pannenkoeken
in het Pannenkoekenschip als feestelijke afsluiting. In de Noodopvang zitten
-bijna- uitgeprocedeerde asielzoekers, die in aanmerking zouden kúnnen
komen voor het Generaal Pardon.)
1.
(Komt op met een boodschappentas/-mand met
rollen kerstpapier, een kerstslinger etc. - een volgeladen winkelwagentje
zou nóg mooier zijn...)
Heerlijk! Heerlijk! Ik kan toch altijd zó
genieten van de feestdagen! Zo gezellig: met het hele gezin aan een feestelijk
gedekte tafel met lekkere gerechten, mooie muziek op de CD-speler en de
kerstnachtdienst voor TV. Ik zie het al helemaal vóór me!
(kijkt
verheerlijkt omhoog). Dit jaar ga ik helemaal voor goud: placemats
met goudlamé, borden met een gouden randje, een kerstboom met gouden
ballen, menukaartjes met gouden letters. (zwijmel..)
Ik moet alleen nog op zoek naar een recept voor
tweede kerstdag. (kijkt peinzend omhoog)
2.
(Komt op) Hallo daar! (1. kijkt verbaasd
om.) Ik wil je prettige kerstgedachten niet ver-sto-ren, hoor, maar
ík ben helemáál niet blij. Gezellig? Weet je wel wat
er is de wereld al-le-maal mís is!? (Haalt een krant te voorschijn)
Hier: motorrijder neergeschoten na verkeers-ruzie. En hier: jongetje op
school neergestoken; dader blijkt een bekende van de politie te zijn. Of
dit: kabinet neemt met afschuw kennis van het aannemen van de motie over
het ge-neraal pardon. En volgens de hedendaagse Herodessen is de motie
niet uitvoer-baar. Moet ik nog doorgaan?!
1.
(een beetje van zijn/haar stuk gebracht)
Eh, ... ja, ... eh... Nou ja, zó kun je het ook zien, natuurlijk.
Maar ik ben gewoon blij met wat we hebben. En daar geniet ik graag van,
samen met mijn familie. Met de kinderen en kleinkinderen. En wie weet is
straks ons nieuwe klein-kind er wel! Dat is toch iets om je op te verheugen?
2.
Ja natuurlijk. En wat ik al zei: ik wil je plezier
niet vergallen. Ik gun het je van harte. Maar als jij het hebt over je
kleinkinderen, dan krijg ik die beelden maar niet van mijn netvlies van
aids-wezen in Afrika, van kindsoldaten in Burundi, Somalië, Irak en
noem maar op. En wat te denken van de kinderen van vluchtelingen. Kinderen
die hier geboren zijn, maar hier geen rechtmatige plaats krijgen, en van
het land van hun ouders totaal geen weet hebben. Kinderen, die voor hun
ouders bij de dokter moeten tolken en geconfronteerd worden met grote-mensen-zorgen
in plaats van zorgeloos te kunnen spelen. Trouwens: speelgoed hebben ze
ook al niet...
Heb je je wel eens afgevraagd, in wat voor wereld
die kleinkinderen, en straks dat nieuwe kleinkind van jou, moeten opgroeien?
Het is vandaag nota bene de dag van de rechten
van het kind: elk kind heeft recht op:
-
leven, echt leven, zonder dreiging van oorlog, ziekte
en hongersnood
-
op liefde en bescherming
-
op vrijheid; van mening, van levensovertuiging
-
en op zorg: onderwijs, gezond voedsel en onderdak.
Nou, dat is nog lang niet voor elk kind weggelegd,
dát kan ik je wél vertellen!
1.
Nee, dat weet ik. En gelukkig kunnen wíj
onze kinderen dat wél geven: liefde en zorg en een veilig, warm
thuis. Maar ja: soms bekruipt ook mij wel eens de angst en denk ik:
wat zal er van hun terechtkomen? Zullen ze de verleiding van drugs kunnen
weerstaan? Of de aantrekkingskracht van loverboys. Vooral nu onze oudste
kleindochter zo langzamerhand gaat puberen. Ik weet dat dit eigenlijk een
luxe-probleem is. Maar ja, je maakt je toch het meest zorgen om degenen
die je het naast staan - toch? En dan is het des te fijner als je ge-zellig
samen kunt zijn om te genieten van al het goede van het leven! Even je
zorgen opzij te kunnen zetten en je te koesteren in de warmte en de liefde.
2.
Weet je, het leven lijkt wel wat op het schilderij
dat hier staat: allerlei kleuren en vormen wisselen elkaar af. Licht en
donker, regelmatig en grillig. (Wijst wat vlakken aan)
Ik geef toe: zelf kijk ik toch het meest naar
de donkere, grillige plekken in het leven. En die kan ik dan niet rijmen
met zulke optimistische liederen die jullie hier zingen. Of met al die
kerstglitter en engelenzang en kaarsen en sterren. en dan maar zingen van
'vrede op aarde, in mensen een welbehagen'... Nou, vrede zie ík
nog niet op aarde dalen, en van de mensen heb ik ook niet zo'n hoge pet
op. Lees de krant er maar op na (slaat de krant weer open). Hier:
nóg zo'n donker brokstuk: 45 vrouwen verbrand in een ontwenningskliniek
in Mos-kou. Nooddeuren zaten op slot en het personeel sprong uit het raam
zonder alarm te slaan...
1.
Ja, ik begrijp wat je bedoelt. En natuurlijk
lees ik ook de kranten, ik zie ook het Journaal. En zoals ik al zei: ook
mij slaat de schrik wel eens om het hart. Toegegeven: ik probeer misschien
teveel om mijn ogen daarvoor te sluiten. Ik kijk maar liever naar de lichte
vlak-ken. In de hoop, het donker buiten de deur te kunnen houden.
2.
Maar daarmee houd je jezelf toch voor de gek?
En wát, als dat donker desondanks je leven binnenkomt? Ga je dan
stil in een hoekje zitten met je ogen dicht, wachten tot het overgaat?
(beetje
schamper)
1.
Dat klinkt inderdaad verleidelijk. En ik kan
me voorstellen dat mijn manier van kerst vie-ren daar voor jou veel van
weg heeft: de boze buitenwereld buitengesloten, de blik naar binnen gericht,
gefocust op eigen geluk; even geen hongerige kindertjes op de buis. Alsof
datgene waar je je ogen voor sluit ook niet bestaat. Maar zo bedoel ik
het niet. Juist omdat er zoveel donker is in de wereld, en dat donker ook
misschien wel onder onze deur door naar binnen probeert te kruipen, juist
dáárom wil ik me concentreren op het lícht. Omdat
dat me houvast geeft. Je zei net zelf dat het leven lijkt op dit schilderij
(wijzen).
En ik denk dat je gelijk hebt. Maar voor mij springt die ster eruit! (aanwijzen)
Er is veel donker en dreiging, onzekerheid, zorgen
en verdriet. Maar hoog daar bovenuit straalt een ster. Die zegt me dat
ik mag vertrouwen dat het licht het áltijd weer zal winnen van het
donker. In mijn persoonlijke leven, maar uiteindelijk ook voor de wereld.
Omdat die ster voor mij verwijst naar God die beloofd heeft, zijn wereld
niet in de steek te laten; naar Jezus, die met zijn manier van leven heeft
laten zien dat het kán! Daarom vind ik mezelf geen idealist of een
utopist, maar een realistische óptimist. Die ster geeft me de gelegenheid
om feest te vieren met mijn geliefden, en te genieten. Maar die ster geeft
me ook de kracht om in verzet te komen tegen alles wat het licht bedreigt.
Om de kinderen van vluchtelingen niet uit te leveren aan de hedendaagse
Herodessen, hoe die ook mogen heten.
(even stil, dan:) Ja, ik ga zéker
voor goud, deze kerst!
EINDE
Het schilderij waarnaar in de dialoog wordt
verwezen.
(Geschilderd door een gemeentelid, Wil van
Veen)
|
|
|
|
|
|
|
|