Homepage
Bundel Mijnke
Webmaster

Geertrui Westerouen van Meeteren (1923) was o.a. remonstrants predikant in Vlaardingen, Rotterdam, Nijmegen en Lochem-Zutphen.

Job

door Geertrui Westerouen van Meeteren
 
Want ieder blijven Gods woorden vreemd
behalve hem die ze van God zelf verneemt.
M.Nijhoff


De preek der preken…? Voor deze oud-gediende, - meer consument dan producent - blijft dat, mede dankzij moderne uitleggers, met name: prof. Ellen van Wolde c.s.-, de preek die Job van Godzelf te horen kreeg.
De God, door de zwaar beproefde Job ter verantwoording geroepen, laat zich kennen (Job 38-40:2), soms niet zonder een zeker sarcasme (38:4,18,21).
Hoe begrijpelijk voor ons ook de diepe teleurstelling van Job in zijn (voormalige) god moge zijn, God blijkt hem niet af te vallen (42:7) maar toonde Job wél een nieuwe toegang tot zichzelf als Ondoorgrondelijk Mysterie. En toch kenbaar: als Degeen die heel de werkelijkheid draagt, voortstuwt; én in een soms zeer angstaanjagende wereld ook paal en perk stelt aan de nog altijd aanwezige chaosmachten.

Met deze troost mag en kan Job het doen. En hoe verrassend blijkt die confrontatie in haar uitwerking! In het verhaal van Job blijkt deze niet te zijn overdonderd, wel tot de werkelijke orde geroepen. Hem is niet de mond gesnoerd maar hij blijkt - in een nieuw zicht op God - een ander mens te zijn geworden. Vooreerst: een nieuwe vader, die genieten kan ook van zijn dochters! Dochters, zelfs nu nog zo vaak gezien en behandeld als bijvangst van masculiene potentie… Job toont zich bevrijd van die krampachtige paniekerigheid (Job 1:4-6) die hem vroeger in de ban had; want hij moest immers steeds proberen Gods eventuele toorn vóór te zijn? Nú kan Job –in groot inlevingsvermogen- dierbare koosnaampjes voor zijn dochters bedenken: Duifje, Bloesemtak, Poederdoosje, aldus de betekenis die in de Hebreeuwse namen doorklinkt. En kennelijk houdt Job hen ook voor verstandig genoeg om hun een volwaardig deel van zijn nalatenschap toe te vertrouwen… Job blijkt een nieuw mens geworden!

Met grote inzet gaf Mijnke jarenlang veelomvattende zorg aan de geloofsgemeenschap, onmisbaar instrument om - in het spoor van die onvergetelijke Mens uit Nazareth en met het bewaren van andere “vernomen woorden” - dienstbaar te zijn aan de vermenselijking van persoon én samenleving. Moge onze Karmozijne Spin-in-’t-webje een goede nieuwe levensfase tegemoet gaan: met meer tijd en ruimte tot genieten - ook van/met man en kroost - en tot voortgaande inzet in nieuwe kaders voor de zo noodzakelijke échte vermenselijking van het leven op aarde.
 

 
naar boven


voor het laatst bijgewerkt: 24/04/2007