|
|
Heine
Siebrand,
Mooi weer spelen,
Over religie en verandering
ISBN 9055736783
Prijs: € 16,90
176 pagina's
Een vrijzinnige beschouwing over religie.
Uitgeverij
Damon, Budel
Toelichting
Veel twijfel over de vraag of er 'Iets' bestaat
hoor je momenteel niet. Eerder het omgekeerde: er moet 'Iets' zijn, vertelt
men, en een kerk is ervoor om mensen bij te staan in het aanbrengen van
meer vorm en structuur in wat zij al geloven.
Religie zelf is niet statisch en onveranderlijk
– het is een levend geheel, een dynamisch verschijnsel, zo wisselvallig
en ongrijpbaar als het leven zelf. Religie raakt aan iets wat niet samenvalt
met zichzelf. Mooi weer spelen gaat over religie en verandering. Het boek
behandelt diverse hedendaagse opvattingen over geloof en spiritualiteit
en maakt een tocht langs religieuze teksten, rituelen, vormen en gewoonten
die veel meer te betekenen hebben dan waar ze op het eerste gezicht voor
staan.
Daarnaast handelt dit boek over vrijzinnige religie,
een manier van omgaan met geloof en overtuiging die niet vlucht in vroomheid
of theologie, maar die de spanning tussen ons denken, ons voelen en wat
wij persoonlijk geloven wil helpen overbruggen. Het is daarmee geschikt
voor iedereen die zich bezighoudt met de vraag naar zin.
Recensie
In adRem
van april 2006 stond over dit boek de volgende recensie van de hand van
Foeke
Knoppers.
Mooi weer spelen
In Mooi weer spelen, voert Heine Siebrand
op een niet anders dan gepassioneerd te noemen wijze een pleidooi voor
een vrijzinnige stijl van geloven die nu al ‘getuige de instroom van nieuwe
mensen die op gang gekomen is’ bewezen heeft niet alleen bij machte te
zijn om mensen te enthousiasmeren maar ook gemeenschapstichtend te werken.
Het is een spiritualiteit waarmee je, dat lijkt de titel toch te suggereren,
kunt pronken en dat doet Siebrand dan ook op een aanstekelijke wijze.
Vele getuigen roept hij op om zijn visie te onderbouwen
en inzichtelijk te maken maar het zijn vooral de theologen Schleiermacher
(1768-1834) en Kuitert (geb. 1923), en de schrijver John Coetzee die, zoals
Siebrand in zijn voorwoord formuleert, ‘iets heel bijzonders te vertellen
hebben waar voor ons vandaag een sterk aanzuigende werking vanuit gaat’.
Waarom in dit voorwoord niet ook de naam van Willem Zuurdeeg (1906-1963)
wordt genoemd voor wie in dit boek meer plaats wordt ingeruimd dan voor
Kuitert of Coetzee is mij niet duidelijk. Siebrand schrijft een heel mooi
hoofdstuk over Zuurdeeg en ik zou de lezers van zijn boek eigenlijk willen
adviseren met dat hoofdstuk en het daarop volgende (Mooi weer spelen met
geen ander geloof) te beginnen.
‘Voor God moeten we bij de mensen zijn’
Wat zijn de kenmerken van de door Siebrand bepleite
vrijzinnige stijl van geloven en wat is het bijzondere dat Schleiermacher,
Kuitert en Coetzee in dit verband te vertellen hebben? Ik noem de volgende
drie:
-
God staat niet meer tegenover de werkelijkheid;
we kunnen niet meer spreken over een God die ‘objectief’ bestaat, zegt
Siebrand Schleiermacher na. Geloof berust op een ‘diepe subjectieve bewogenheid’.
‘De diepte en verborgenheid van het menselijk bewustzijn is het ondeelbare
centrum van Gods aanwezigheid’ en daarom moeten wij voor God ‘bij de mensen
zijn’. Er moet ‘Iets’ zijn en een kerk is ervoor om mensen bij te staan
bij het aanbrengen van meer vorm en structuur in wat zij al geloven.
-
De mens is er met zijn gehele existentie bij betrokken;
hij is ‘overtuigd’ (Zuurdeeg) en kan dat overtuigd zijn niet op een rationele
wijze inzichtelijk maken noch aan zichzelf noch aan een ander. In dit verband
wordt ook Kuitert genoemd met zijn pleidooi voor het herwinnen van ‘subjectiviteit,
verbeelding, creativiteit en bevindelijkheid’ in de religie.
-
De vrijzinnige stijl wordt gekenmerkt door een
grote beweeglijkheid. Een belangrijk woord in het boek van Siebrand
is het woord ‘communicatie’. Er is niet alleen de communicatie met God,
het antwoord dat de mens geeft op de ‘lokkende aanwezigheid van God’ waardoor
onze spiritualiteit gevormd wordt, er is ook de communicatie met de medemens.
‘Wij vallen niet met onszelf samen’ zegt Siebrand meer dan eens. Wij kunnen
ons in een ander verplaatsen en andere posities innemen. In dit verband
haalt hij Coetzee aan in een niet eenvoudig hoofdstuk, waarin hij probeert
duidelijk te maken dat ‘humanisme’ en ‘christendom’ in onze tijd ook grootheden
zijn die in beweging zijn: ‘Een moderne humanist is minder geneigd het
bestaan van God te ontkennen terwijl binnen de moderne christelijke spiritualiteit
godsbeelden worden gerelativeerd…’
Uit deze drie kenmerken vloeien de volgende opmerkingen
van Siebrand min of meer voort:
-
een discussie over het bestaan van God is volstrekt
zinloos. Een dergelijke discussie is naar het woord van Schleiermacher
‘slechts lege mythologie’. Wie zich waagt aan deze eenzijdig intellectuele
onderneming ‘heeft er blijk van gegeven dat hij het terrein waar het eigenlijk
om gaat al lang volledig achter zich heeft gelaten’;
-
ethiek is niet de core business van godsdienst;
‘religie is de verhouding tot een geheim en geeft bezieling maar door haar
aderen stromen niet normen en waarden’. Siebrand ontkent uiteraard niet
dat er wel een relatie is tussen geloof en ethiek;
-
de kerk is ervoor om mensen bij te staan bij het
aanbrengen van meer vorm en structuur in wat zij al geloven.
Siebrand verwijt in zijn boek Kuitert dat deze de
waarheidsvraag achter zich laat. Hij noemt dit zelfs een tragische vergissing
van Kuitert. Mij is het niet helemaal duidelijk hoe Siebrand zelf met die
waarheidsvraag omgaat. De beantwoording van die vraag moet ook voor hem,
denk ik, wat lastig zijn. Hoe ga je met die vraag om als je stelt: ‘Belangrijker
dan de exacte omschrijving van de inhoud van het geloof is het complex
van keuzes waarbij men zich betrokken voelt’ (p. 151).
De belezenheid van Siebrand is indrukwekkend.
Het nadeel voor de lezer is dat het hem wel eens duizelt als er weer een
‘jonge briljante’ filosoof wordt opgevoerd. De associaties van Siebrand
zijn voor wie niet bekend is met hun werk niet altijd even goed te volgen.
Daarom mijn al eerder gegeven advies om met de
laatste twee hoofdstukken te beginnen. Wat Siebrand voorstaat wordt in
deze hoofdstukken op de meest toegankelijke wijze beschreven.
Van Holk
Het boek besluit met een mooi artikel van de
heer Baart de la Faille over een avondmaalsliturgie van prof. Van Holk.
Men kan begrijpen waarom Siebrand dit aan het eind van zijn boek heeft
gezet. Voor Siebrand is Van Holk een voorbeeld van die stijl van vrijzinnig
geloven die hij zelf met zoveel passie uitdraagt. Een stijl waaruit niet
alleen een ‘diepgewortelde religiositeit’ spreekt maar ook een ‘scherp
intellect’ en een krachtig ‘esthetisch besef’.
F. Knoppers,
Remonstrants predikant te Naarden-Bussum
|