|
|
Verslag Studieweek
Remonstrantse en Unitarische predikanten uit Transsylvanië – 18-25
april 2005 in Nederland
I. INLEIDING
In de afgelopen jaren en lang daarvoor zijn er
steeds incidentele contacten geweest vanuit de Remonstrantse Broederschap
met de Unitarische kerk van Transsylvanië in Roemenië. Van een
formele binding tussen deze twee kerkgenootschappen is tot op heden geen
sprake geweest. De Remonstrantse Broederschap heeft zich vanuit haar theologische
traditie niet eenzijdig op een Unitarisch standpunt kunnen stellen. De
zg. Openbaringstriniteit bleef kern van belijden. De christelijke Unitarische
kerk van Transsylvanië spreekt daarentegen niet van een christologie
maar van een leer aangaande Jezus, zijn leven en werken. De nadruk ligt
immers op de Eenheid (Unitas)
van God. Vandaar dat zij als Unitarische kerk,
gesticht in 1568, de geschiedenis is ingegaan.
De wortels van deze autentieke vrijzinnige christelijke
kerk liggen inderdaad in Transsylvanië. Met momenteel nog zo’n kleine
70.000 leden, kinderen meegerekend
vanaf 14 jaar (konfirmatie). In de 18e en 19e
eeuw zien we een enorme groei overzee
in Amerika, vanuit de emigratiebeweging van Europees
vastenland. Zij maken zich voor een deel los van hun christelijke roots.
In de tweede helft van de 20e eeuw fuseren zij in alle vrijheid met de
zg.Universalisten.
Theologische uitwisseling en wederzijdse inspiratie
van de UU is er steeds geweest maar vanuit Transsylvanië niet van
harte. Zij wilde vasthouden aan haar geloof: geworteld in de bijbelse traditie.
De moederkerk in Transsylvanië kent een
geschiedenis van vier eeuwen onderdrukking en ontkenning. Zij zijn, ondanks
zichzelf, steeds als ketters gezien. Met hun afwijzing van de Triniteit
en nadruk op de mens Jezus stelden zij zich immers op buiten de hoofdstroom
van de christelijke traditie.
Deze ontwikkeling van traditie en christelijke
cultuur ook in Oost Europa, waarbij we moeten bedenken dat Transsylvanië
tot aan het verdrag van Trianon in 1922 tot Hongarije en dus het Midden
van Europa heeft behoord, betekende een klimaat, godsdienstig en vooral
ook theologisch, gekenmerkt door een groot isolement.
De Unitarische kerk van Transsylvanië is
niet Roemeens maar behoort in Roemenië tot de Hongaarse minderheid.
De Hongaarse taal, die nog steeds in grote delen
van Transsylvanië de voertaal is, vergrootte dit isolement nog meer.
Vanuit deze benauwde positie is met grote regelmaat
contact gezocht met andere christelijk vrijzinnige bewegingen. Dus ook
met de Remonstranten.
Unitarische en andere christelijke vrijzinnige
groeperingen elders in Europa zijn steeds heel erg klein gebleven. De Remonstranten
leken een gelijkwaardige partner.
Maar vanwege vermeende onoverbrugbare theologische
verschillen zijn de incidentele contacten formeel niet uitgegroeid tot
vriendschap en partnership, zoals bij de PKN en Reformatuskerk in Transsylvanië
wel is gebeurd.
Tijdens de studieweek zijn over dit thema van
toenadering en ontmoeting in het verleden zeer boeiende lezingen gehouden
door kerkhistoricus Kovacs Sandor en Eric Close, met resultaten van nieuw
onderzoek.
Na de Wende in 1989 zijn de UU (Unitariërs
en Universalisten) vanuit de VS uiterst actief geweest om hun moederkerk
te redden van de ondergang. Ook nog eens 40 jaar communisme was bijna teveel
voor deze sterke maar kwetsbare vrijzinnig christelijke kerk. Sterk in
hun autentieke traditie, kwetsbaar door hun theologisch en cultureel isolement.
Binnen een paar jaar waren alle 125 Unitarische
gemeenten gekoppeld aan een UU partnergemeente in de VS. Zij hebben veel
financiële ondersteuning gegeven, door oa. jaarlijks studiebeurzen
aan te bieden. De Transsylvaanse collega’s en gemeenten hebben hieraan
veel te danken, maar docenten van het Seminarium en de leiding van de kerk
wilden hun belangstelling voor christelijke vrijzinnigheid dichter bij
huis niet loslaten. Men was nieuwsgierig geworden naar de recente ontwikkelingen
binnen de theologische traditie van de Remonstranten en haar positie binnen
de oecumene. Dit waren mijn bevindingen tijdens de interviews met diverse
Unitarische predikanten en docenten in Transsylvanië. De resultaten
van dit onderzoek zijn gepubliceerd door de Remonstrantse Broederschap
in 2002 onder de titel: “Tochtgenoten in Vrijzinnigheid.”
Omdat ikzelf door de interviews zeer onder de
indruk was gekomen van hun traditie, eigen kracht en thelogische reflectie,
leek het mij de moeite waard intensere toenadering en contact mogelijk
te maken.
Een aantal gemeentecontacten van Remonstranse
gemeenten met Unitarische gemeenten in Transsylvanië bleken ook daartoe
eveneens inspirerend te zijn.
Bovendien was er nu zoveel meer mogelijk dan
voorheen. Het taalisolement, van twee kanten overigens, was doorbroken
doordat het Engels ook daar heel snel tweede taal is geworden. De digitale
mogelijkheden zijn in snel tempo toegenomen, de Europese ontwikkelingen
in een hogere versnelling gekomen, mogelijke toetreding van Roemenië
tot de EU in 2007 een realiteit. Het oecumenisch werkveld heeft zich daarbij
zeer verbreed. Kortom een spannende tijd met nieuwe uitdagingen.
II. DE VOORBEREIDINGEN
Aanvankelijk was het plan om, analoog aan de
PKN predikantenreizen, een studiereis te organiseren vanuit het Remonstrants
Convent naar Transsylvanië. Omdat het potentieel aan predikanten binnen
de Remonstrantse Broederschap niet groot is was er niet voldoende deelname,
al was de datum van de studieweek eind april 2005 een half jaar van te
voren bekend. Gezien de enthousiaste inzet van beide kanten wilden we het
initiatief voor een studieweek toch niet loslaten. Zo besloten een aantal
predikanten vanuit het Remonstrants Convent de zaak om te keren en Unitarische
predikanten uit te nodigen hierheen te komen voor een studieweek. Dat was
in december 2004.
Tien Unitarische predikanten en vijf docenten
bereidden zich voor elk met een korte lezing. Ook hier werden Remonstrantse
docenten en predikanten uitgenodigd een bijdrage te leveren aan de studieweek.
Alle Remonstrantse predikanten, emeriti en pastoraal
werkers zijn vervolgens persoonlijk uitgenodigd voor de studieweek. De
fondswerving is met spoed verlopen. Het aanbod aan de Transsylvaanse collega’s
was, dat wij de reis en verblijfskosten zouden betalen. 10.000,- was er
nodig en dat is er op tijd gekomen!
Natuurlijk waren er ook gastadressen nodig in
het midden van het land. De studieweek zou op verschillende locaties plaatsvinden
zodat de lezingen ook door collega’s die verspreid door het land wonen
goed bezocht zouden kunnen worden.
De CoZa werd op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.
Er verscheen twee keer een vooraankondiging in AdRem. Een groot aantal
Remonstrantse gemeenten werd voorzien van kopij voor hun kerkblad met uitleg
en aankondiging van de studieweek. De lezingen werden opengesteld voor
belangstellenden.
Ook het hoofdbestuur van NPB en VVP werd geïnformeerd.
Van hieruit zijn alle NPB voorgangers eveneens voor de lezingen uitgenodigd.
De voorbereidingsgroep bestond uit:
Ds. Greteke de Vries, ds. Peronne Boddaert, ds.
Jan van Nieuwenhuijzen, ds. Tina Geels en Maarten Doude van Troostwijk.
Vanuit eigen internationale ervaringen organiseerde Maarten alles rond
het reizen. Hij is vertaler- Engels van beroep en bekwaam in het Hongaars.
Dankzij de snelle werking van de e mail was het mogelijk in korte tijd
een evenwichtig programma samen te stellen met gelijkwaardige bijdragen
vanuit de Remonstranten als ook van de kant van de Unitarische kerk van
Transsylvanië.
De studieweek werd gehouden in Groningen, Utrecht,
Nieuwkoop, Leiden, Zwolle
en Utrecht (afsluiting). Op elke locatie was
een contactpersoon aanwezig van de ontvangende Remonstrantse gemeente.
Deze contactpersoon was verantwoordelijk voor de lunch en organisatie van
de avondmaaltijd.
III.DE STUDIEWEEK
Maandagavond 18 april waren we met een aantal
van de gastadressen op Schiphol om de groep welkom te heten en af te halen.
Natuurlijk was het spannend, voor beide kanten. Greteke had vijftien mappen
klaargemaakt met daarin: het programma, een samengestelde liedbundel, plattengrond
van de verschillende steden en wat zakgeld.
Het zag er feestelijk uit.
Dinsdag – dagvoorzitter: Peronne Boddaert.
Al vroeg in de morgen reisden we met de trein naar Groningen, de vijftien
gasttheologen uit Transsylvanië samen met een aantal van de gastadressen.
In de Doopsgezinde kerk werden we gastvrij ontvangen met koffie door de
WIC (Werkgroep Internationale Contacten) van de Rem. gemeente Groningen.
Er was voldoende belangstelling van Remonstrantse predikanten en andere
belangstellenden. De sfeer was wat onwennig. De lezingen werden stevig
neergezet. (Zie Programma). De bijdrage van Ferenczi Eniko met als thema:
bijbelse theologie maakte veel indruk op mij.
Tijdens de lunchpauze was er een stadswandeling
georganiseerd en een bezoek aan de Unitarische bibliotheek van de RU van
Groningen.
Toen we na de thee besloten een kring te vormen
voor het gesprek kwam echt contact tot stand. Er werd met passie gesproken
en over en weer werden tal van vragen gesteld.
We gebruikten diner in een eenvoudige locatie
op de Vismarkt. Er werd gelachen en gedronken. Het ijs was gebroken. Moe
en voldaan reisden we terug naar de gastadressen.
Woensdag – dagvoorzitter: Maria Dijkshoorn
(Lid van de Taakgroep Europese Contacten). Na een hartelijke ontvangst
op het Landelijk Bureau in Utrecht staken we van wal met een aantal deglijke
lezingen, nu van de bisschop zelf, Arpad Szabo en Johan Goud. Thema was
voor deze dag: basis van het geloof en belijden.
De nieuwe proeve van belijden, als ook de belijdenis
van 1940 waren door Maarten in het Engels vertaald en beschikbaar evenals
het Credo van de Unitarisch kerk van Transsylvanië. Uiteraard werd
het vooral boeiend rond de passages over Jezus- Christus.
Openheid en begrip van beide kanten kenmerkten
het ochtend programma.
De lezingen zijn opgenomen in de Congresbundel,
die in juni beschikbaar zal zijn.
Tijdens de lunch introduceerde Tom Mikkers het
moderamen van het Convent met een korte uitleg.
De eerste lezing van het middagprogramma: over
Etiek van Wibren van der Burg maakte veel los. Onze collega’s waren verbaasd
over de positie in het maatschappelijk leven vanuit de christelijke vrijzinnigheid.
Hier was volstrekt geen isolement te bespeuren.
Wat een voorrecht, wat een ruimte. Het werd een
van de leidende thema’s van de studieweek.
De salades bij de avondmaaltijd smaakten heerlijk,
er werd goed gedronken en veel gelachen.
‘s Avonds hielden we een soort “tussenevaluatie”
met behulp van een rollenspel.
De Transsylvanen waren Remonstranten geworden
en omgekeerd. Vanuit onze rol stelden we elkaar vragen. Verpakt in humor
lieten de gasten weten teleurgesteld te zijn in het gering aantal remonstrantse
collega’s dat zij tot nu hadden kunnen ontmoeten.
Kwam dat soms, doordat het ze zo goed gaat, dat
ze niet open staan voor mensen die wel een steun in de rug kunnen gebruiken?
Van de andere kant werd gevraagd: wat kunnen jullie ons bieden? Hoe kunnen
we dichter bij elkaar komen? Wat is het verschil tussen: ik geloof en wij
geloven? De geworden Remonstranten vroegen zich af wat de Transsylvanen
eigenlijk gemeenschappelijk hadden met de Unitariërs in Amerika?
Maybe once I will go to Transsylvania when I
have time… Andere kritische vragen gingen over: het (on-) nut van het vasthouden
aan eigen kerkelijke tradities ( hoe kun je traditioneel en tegelijk eigentijds
zijn als geloofsgemeenschap), over het samenvallen van christelijke en
nationale identiteit van de gasten, over oecumene en over nog veel meer.
Op verborgen wijze kwam veel van onze gasten
aan het licht, zaken die later in de week werden aangevuld. Aan de ene
kant verwachtten ze veel van de studieweek:
Zij hadden voor hun presentaties op beamers gerekend.
Maar wij hadden geen beamers. Een aantal van hen was voor studie in Hongarije
of de VS geweest. Anderen hadden veel gereisd voor internationale conferenties.
Het waren beslist geen arme boertjes van buuten. En toch zijn ze arm: geen
verzekeringen, geen pensioenen, armoede thuis, geen kader in de gemeenten
etc…
En een andere kerkstructuur, kortom een ander
maar zeer boeiend verhaal.
Donderdag – dagvoorzitter: Maria Dijkshoorn.
Op tijd was iedereen present in het oude kerkje van de Remonstrantse gemeente
van Nieuwkoop. De koffie stond klaar. Men was al bezig met de voorbereidingen
voor de lunch. Weer een flink aantal lezingen. Maar kort elk van ongeveer
20 min. Met daarna gelegenheid tot gesprek.
Praktische theologie en systematische theologie
stonden op het programma.
Er werd over de kerkdiensten gesproken. Een van
de predikanten had zijn toga meegenomen, een zwierige zwarte cape. Wij
moesten in gebreke blijven. We spraken met elkaar over de traditie van
de liturgie, doop en avondmaal. We zongen met elkaar en luisterden naar
prachtige, oude Hongaarse hymnen.
Pastoraat en supervisie kwamen aan de orde… We
hadden nog veel langer door willen praten. Veel meer tijd willen hebben,
want aan echte gesprekken met elkaar kwamen we niet toe. Een heerlijke
wandeling door Nieuwkoop in de zon met een heuse fotograaf die ons op de
foto zette, getuigde ook hier van een grote inzet vanuit de Remonstrantse
gemeente. Zelfs de avondmaaltijd was verzorgd door eigen gemeenteleden.
Kortom: een inspirerende dag.
Vrijdag – dagvoorzitter: Tina Geels (‘s
morgens) en Maria Dijkshoorn (‘middags).
De Lokhorstkerk verleende gastvrijheid voor deze
laatste studiedag.
Wonderlijk goed sloot de lezing van Marius van
Leeuwen over: “Remonstranten en Christus” en die van Maria Pap over de
“persoon van Jezus”aan bij de woensdagochtend.
Christologie van beneden, the true man, image
of God… bleken sleutelwoorden te zijn.
Vanuit de bijbeltekst: Who do you say I am? (Mc.
8: 27) vroeg Maria aan ons een eigen antwoord op deze vraag op te schrijven
op uitgedeelde briefjes. (rabbi, profeet, true man, image of God, liefde,
hoop…) Met deze eigen bijdrage van ons aanwezigen besloot zij haar boeiend
betoog.
De heerlijke, deels Hongaarse lunch, zag er geweldig
uit en was verzorgd door een actief lid van de Remonstrantse gemeente in
Leiden, die zelf een Hongaarse moeder had. De laatste lezingen hadden betrekking
op de plaats van vrijzinnig christenen in de samenleving, hun taak en opdracht
binnen de oecumene. Na een heerlijk diner: op naar zee en uiwaaien aan
het strand in Katwijk.
Zaterdag – Kerkendag in Zwolle.
Niet alle gasten waren hierbij. De vermoeidheid
ging hen parten spelen. Voor de meeste van hen was een verblijf in Nederland
ook de eerste keer en zeer enerverend met een veelheid aanindrukken.
Maar voor wie er wel was: een happening in de
Ijsselhallen met zo’n 4000 kerkmensen overal vandaan. Men was onder de
indruk maar ook enigszins verzadigd.
Een uitnodiging voor de lunch bij een Hongaarse
PKN/ Reformatus collega in Zwolle, Janos Herman, sloeg de groep niet af.
Men bleek elkaar goed te kennen.
Het werd een feestelijke maaltijd, een stukje
eigen Hongaarse cultuur op een zonnige dag in het noorden van Nederland.
Er werd gelachen, gegeten, gezongen en gedronken.
In de middag vrij en wat winkelen en nog steeds
genieten van het mooie lenteweer.
De zaterdagavond werd doorgebracht in de gastgezinnen.
Er werd gecombineerd gegeten. Vooral de delegatie in Amsterdam had het
erg gezellig met elkaar!
Zondag - Zijn de gasten zoveel mogelijk
ter kerke gegaan daar waar zij logeerden.
Dat betekende: een aantal in Amsterdam naar de
Rem. kerk, een aantal in Utrecht, enkelen op de Heuvelrug naar een gecombineerde
NPB dienst, in Naarden- Bussum, NBP Bilthoven en in Amesfoort.
Om vier uur kwamen we bij elkaar in de Geertekerk,
zoveel mogelijk met de gastgezinnen en anderen die gedeeltelijk meegereisd
waren gedurende de studieweek.
De evaluatie werd ingeleid door Greteke. Met
een rondedans om een grote tafel zochten wij met zo’n 35 aanwezigen een
ansichtskaart uit met een afbeelding die bij ieders beleving van dez week
pastte. In de kring deelden we van onze ervaringen.
Enkele impressies vanuit de Unitarische predikanten:
wij zijn samen op weg; electriciteit doorgeven; wij zijn eenzaam; hoop;
verloren; waar zijn wij?; in gesprek; inspirerend;
een historisch moment.
Enkele impressies van Remonstrantse zijde: luisteren
over en weer; ontmoeting; nieuwsgierig; geluk; indringend- doorgaan; samen;
zon; een nieuw boek; geraakt;
thuiskomen.
Uit het gesprek wat hierop volgde: Dit was een
introductie, een begin. Er was teveel informatie met teveel lezingen. Toch
was dit nodig. Te weinig tijd voor gesprek.
Een eerste stap. Inspirerend. Geraakt door de
passie waarmee jullie (Transs). predikant zijn. Voldaan. De studie week
was erg belangrijk. Een historische stap die vraagt om een vervolg in Transsylvanië,
volgend jaar… Veel dank.
Na deze evaluatie maakten we ons klaar voor de
slotviering, die in de trein tussen Amesfoort en Zwolle ( en terug) was
voorbereid. De kaarsen, de stilte; een overdenking
over de wijngaard van Nabot, en opnieuw klonk
psalm 25, ... “Here maak mij uwe wegen door uw Woord en Geest bekend”,
in het Hongaars en in het Nederlands, evenals aan het begin van de studieweek.
Het piano- en saxofoonspel door de man en kleine zonen van Fride Bonda,
de gebeden en de zegen…
Er was heerlijk gekookt door gemeenteleden van
de Remonstrantse gemeente van Utrecht, salades en taart. Met een gevoel
van weemoed genoten we van dit laatste samen zijn. Er werd nagepraat en
e- mial adressen uitgewisseld.
Maandag – vroeg op Schiphol. Afscheid nemen
en vertrek. Tot weerziens.
IV. TERUGBLIK
De voorbereiding- Heeft veel werk en tijd
gekost. Maar door de kleine voorbereidingscie. met een enorme trouw en
inzet, lukte het ons veel te doen in korte tijd:vanaf januari tot begin
april.
Het aantal uitgenodigde predikanten en docenten,
vijftien was veel maar goed.
Voor een kleiner gezelschap haal je niet zoveel
uit de kast.
Het programma- In een vroeg stadium waren
er van onze kant al een aantal sprekers gevraagd. Toen de Transilvaanse
predikanten graag ook met vijftien bijdragen mee wilden doen was het programma
ineens vol. (Alle 125 dienstdoende Unitarische predikanten zijn gevraagd
om een bijdrage in te sturen. Uit de dertig reacties is een selectie van
deelnemers gemaakt).
Van Remonstrantse zijde was alsnog aanvulling
gewenst om het lezingen aanbod opnieuw in evenwicht te krijgen. Zo groeide
het programma gestaag… maar de week werd hierdoor wel te vol. Per dag een
thema heeft goed gewerkt al kon dit niet strikt worden doorgevoerd. De
praktische theologie had meer ruimte kunnen krijgen.
Hoe ben je predikant in zulke verschillende situaties?
Vragen naar de oecumene en de opleiding. Met daarbij de vraag naar de identiteit
van de pastor/ predikant.
Er kwam steeds meer op tafel.
Maar je kunt niet alles in een keer. Uit de evaluatie
bleek ook dat het programma als te vol was ervaren. Toch was veel informatie
van beide kanten ook gewenst.
Men was nieuwsgierig over en weer.
Betrokkenheid – we hadden meer betrokkenheid
verwacht van de Remonstrantse predikanten. We moesten herhaaldelijk uitleggen
hoe gefragmenteerd het leven hier is, ook dat van een predikant en hoe
vol de agenda steeds is. Bij de vele kleine aanstellingen binnen de Remonstrantse
Broederschap is er ook veel ander werk dat wacht. De Transsylvanen kennen
geen parttime predikanten. Ieder werkt steeds fulltime en gaat gewoon elke
zondag voor, vaak ‘s middags ook nog in andere hele kleine gemeenten. Zij
waren de hele week met vijftien predikanten overal present. Het is niet
gelukt om daar steeds vijftien Remonstrantse predikanten naast te zetten.
De Unitarische predikanten waren teleurgesteld over de afwezigheid van
hun Rem. collega’s. Na herhaaldelijke uitleg groeide er begrip. Ook zagen
zij dat er toch steeds verschillende Rem. predikanten en belangstellenden
aanwezig waren. Dit leverde een apart groepsgroces op. Er zijn in totaal
ongeveer 20 Rem. predikanten, die wisselend een gedeelte van de studieweek
hebben meegemaakt.
De betrokkenheid op afstand was groter dan feitelijk
zichtbaar, gezien de vele berichten van afmelding en verontschuldiging.
De betrokkenheid van de ontvangende Rem. gemeenten
was zeer groot. Enthousiast trof men op de verschillende locaties de nodige
voorbereidingen voor de ontvangst en het verzorgen van de maaltijden. Men
was hierbij ook financieel royaal.
Publiciteit – Er was twee keer een vooraankondiging
in AdRem, dankzij Mijnke Bosman. Daarnaast een aankondiging in een groot
aantal van de kerkbladen van Remonstrantse en samenwerkingsgemeenten.
Het programma met een uitnodiging is ook toegestuurd
aan het bestuur van NPB en VVP. Maar wij hebben geen reactie ontvangen.
Door fondswerving elders, oa. de Bond van predikanten, was de studieweek
in een bredere kring bekend dan alleen bij de Remonstranten. De Bond verwacht
een verslag voor het blad: “Predikant en Samenleving”. Via informele contacten
is de PKN op de hoogte gesteld.
Via internet is de studieweek door de Unitarische
kerk de wereld in gestuurd.
Zij zijn internationaal oa. aangesloten bij ICUU
(International Council for Unitarians and Universalists). In de week vorafgaand
aan de studieweek kreeg ik aanvragen om informatie uit Noorwegen en Spanje.
Financiën – De begroting is op 10.000,-
gesteld. Via fondsweving en particuliere giften is er ruim 11.000,- binnengekomen.
De Diaconieën van de grote Remonstrantse
gemeenten zijn eveneens aangeschreven en hebben ook een bijdrage gegeven.
Er is een volledig financieel overzicht beschikbaar.
Hoewel bekend is dat Unitarische predikanten
in Transsylvanië wel heel weinig inkomsten hebben, was men bij een
aantal gastgezinnen verbaasd over het feit dat enkele predikanten toch
een behoorlijk aantal dollars bij zich hadden. Waarschijnlijk zakgeld,
vanuit de partnergemeente in de VS meegekregen.
Het bleek dat deze financiële support ook
zeer ongelijk was… Misschien hadden we toch een eigen financiële bijdrage
kunnen vragen. Nu hebben we alles voor hen betaald.
Al met al zijn we er financieel heel goed uitgekomen.
Met een klein overschot waarvan we de Congresbundel kunnen bekostigen.
Ten slotte – werkt een dergelijk bezoek
ook voor ons als een spiegel. Ieder die heeft deelgenomen van Remonstrantse
zijde heeft hiervan zijn en haar eigen ervaringen.
Wat opvalt is- Voor een deel heeft de Unitarische
kerk van Transsylvanië een andere internationaal netwerk. Remonstranten
en Transsylvanen zijn wel allebei vertegenwoordigd in de IARF. Remonstranten
maken daarnaast veel sterker deel uit van de grote oecumene. Lid van de
Wereldraad, Warc, CEC en andere organisaties. De Unitarische kerk van Transsylvanië
is lid van de ICUU en maakt geen deel uit van de Wereldraad van Kerken.
Aanvankelijk projecteerden de Unitarische predikanten
hun positie van isolement op de situatie van de Remonstranten. Met hun
verbazing over onze sterke oecumenische context hielden zij ons een spiegel
voor, hoe riant onze positie is in kerkelijk Nederland. Tegelijk was het
voor hen moeilijk te geloven dat je met zo weinig leden als momenteel bij
de Remonstranten het geval is nog voluit kerk kunt zijn. Wij hadden hen
ook veel uit te leggen aangaande de kerkelijke situatie in Nederland. De
lezing van Wibren van der Burg heeft op hen veel indruk gemaakt.
Hoe wij hier deel uitmaken van de oecumene was
voor hen weer een spiegel. Zo kan het ook. De open houding tussen PKN en
Remonstranten biedt nieuwe mogelijkheden voor de toekomst van de Remonstranten.
Gezien de vele contacten die er vanuit de PKN met de Reformatuskerk in
Transsylvanië zijn, alleen al zo’n 450 gemeentecontacten, kan de ontwikkeling
van de christelijke vrijzinnigheid in Nederland van invloed zijn op de
ontwikkeling van de protestantse oecumene in Transsylvanië. De sterke
opmars van de rechterflank van de Reformatuskerk zet daar nieuwe processen
in gang. Een deel van de Reformatuskerk voelt zich niet thuis bij deze
ontwikkeling en zal in de nabije toekomst mogelijk meer open staan voor
de Unitarische Kerk.
Valt hier niet een parrallel waar te nemen met
kerkelijke ontwikkelingen in eigen land? Wanneer de Remonstranten op een
of andere manier zullen aanschuiven bij de PKN, dan kan door internationaal
contact met de Unitarische kerk van Transsylvanië de veelkeurigheid
van onze autentieke Remonstrantse traditie worden versterkt. Het zou een
prachtige dubbele beweging kunnen zijn.
Wat in de toekomst wederzijds tot verrijking
kan dienen, zal zijn oecumenische uitwerking niet missen. Er valt veel
van elkaar te leren, vanuit een parallelle en toch andere christelijke
vrijzinnige traditie.
En misschien kunnen we vanuit onze overvloed
en riante positie, waarbij alles beschikbaar is wat we maar wensen op gebied
van scholing en reflectie, zelfs spreken van een taak die op ons wacht.
Er valt nog veel te doen.
Een tegenbezoek, als vervolg van deze eerste
studieweek, lijkt dan ook het eerste concrete plan wat om uitwerking vraagt.
Utrecht, 12 mei 2005
Namens de voorbereidingscie. Tina Geels
|
|
|
|
|
|
|
|