Terug naar Overzicht Preken

Preek

zondag 3 februari 2008


Voorganger ds. H. van den Berg
 
Lezingen:

Sefanja 3
9 Dan zal ik de lippen van de volken rein maken,
zij zullen de naam van de HEER aanroepen,
ze zullen hem dienen, zij aan zij.
10 Van over de rivieren van Nubië
zullen zij die ik verstrooid heb
mij komen vereren
en mij hun offergaven brengen.
11 Op die dag hoef je je niet meer te schamen
voor alle daden waarmee je tegen mij in opstand kwam.
Wie van overmoed vrolijk is laat ik uit je midden verdwijnen,
op mijn heilige berg zul je niet meer hoogmoedig zijn.
12 Ik zal een arm en zwak volk binnen je muren achterlaten
dat in de naam van de HEER een toevlucht vindt.
13 Wie er van Israël overblijven, zullen niet langer onrecht doen,
ze zullen geen leugens spreken,
uit hun mond zal geen bedrieglijke taal meer klinken.
Ze zullen weiden en rustig liggen, en niemand die ze stoort.

Matteus 5
1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.
2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:
3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
4 Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
5 Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
7 Gelukkig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.
9 Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.
12 Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.
 

Preek

Gemeente,
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’
Dat is de tekst waar ik wat meer over wil zeggen.
Aan de vruchten kent men de boom. Als de vrucht zachtmoedigheid is, of nederigheid, hoe zou de boom er dan uitzien? Zachtmoedigheid staat tegenover opstandigheid. Wie geen verzet pleegt, wie niet in opstand komt, wie geen grote mond opzet, is een gelukkig mens. Zo zou je de tekst uit Matteus kunnen lezen. U voelt misschien al wel aan dat deze kerntekst uit het evangelie gemakkelijk tot allerlei misverstanden kan leiden.

Je kunt goede redenen hebben om niet in opstand te komen tegen onrecht. De Chinese mensenrechtenactivist Hu Jia en zijn gezin zijn jarenlang geïntimideerd door de geheime politie. Hu Jia is afgelopen week opgepakt. Zijn vrouw en 2 maanden oude kindje hebben huisarrest. Zo hopen de autoriteiten zijn opstandig gemoed te breken en anderen te weerhouden hun stem te verheffen tegen de schending van mensenrechten in het gastland voor de Olympische spelen. Is Hu Jia nu gelukkig?

Je gemoed kan knakken als riet, door het geweld van een dictatoriale macht, door de haat die opvlamt in een burgeroorlog, door de vernederende armoede die voor iedereen zichtbaar is, door machtsmisbruik van corrupte bestuurders, door seksueel geweld dat wordt gelegitimeerd of doodgezwegen, door discriminatie openlijk of onderhuids. In ontreddering, chaos en onmacht is jouw zachtmoedigheid aan je opgedrongen. Je kunt je niet verzetten. Jouw nederigheid is niets anders dan je stomgeslagen mond. Je zou er toch van gaan vloeken als je in deze duisternis te horen krijgt dat je gelukkig zult zijn.

Wordt hier het onrecht goed gepraat? Het lijkt erop dat we met de gelukkigprijzingen van hen die lijden, in het gebied zijn aangeland dat het zwaarst onder geschut ligt van de godsdienstkritiek Het lijden van de mens wordt goedgepraat met een belofte van geluk in het hiernamaals. Stil maar als je nu vernederd bent, wacht maar als je nu treurt of honger hebt. Straks, ooit eenmaal kom je in de hemel. De boom waaraan deze vruchten van zachtmoedigheid groeien is gekapt en ligt troosteloos te vergaan. De vruchten verpletterd of uitgedroogd.

Jezus ziet natuurlijk ook dat de samenleving meer lijkt op een gerooid bos dan op een weelderige boomgaard. Hij ziet de dolende massa die aanhaakt bij hem en zijn leerlingen, in de hoop een antwoord te vinden hoe te leven. Het zijn de op drift geraakte Kenianen. De wanhopige bewoners van de Gazastrook. Het is de mens in al haar onbeschermdheid, in al zijn gewoonheid, zoals de naakten van Lucian Freud. Jezus gaat het gebergte in met zijn leerlingen, zoals eens Mozes met de oudsten van het volk de Sinaï opging. De massa blijft achter, in gespannen afwachting. Zoals Mozes gezicht straalde nadat hij God ontmoette, zo was Jezus vervuld van Gods Geest. Vanuit die inspiratie geeft hij les aan zijn leerlingen. Jezus had zijn tekst niet zelf bedacht, toen hij zijn leerlingen voorhield dat de zachtmoedigen de aarde zullen beërven. De profeet Sefanja schrijft dat de Heer zich zal wenden tot hen die niet meer hoogmoedig zijn. Maar nog duidelijker staat het in psalm 37. Wie nederig zijn, zullen het land bezitten en gelukkig leven in overvloed en vrede. De profeten en de psalmdichters zijn nu niet bepaald het toonbeeld van zachtmoedigheid. De psalmdichter bijvoorbeeld plaatst in die typerende parallelle zinnen de zondaar, de slechterik, tegenover wie nederig is. Luister maar:
Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten.
Nog even, en verdwenen is de zondaar, ...Wie nederig zijn, zullen het land bezitten....

De profeet en de psalmist nemen het op voor de mensen die steeds het onderspit delven, want naar hen gaat de aandacht van de Heer uit. Dat maakt hen tot mensen die hopen op de Heer. Zij zullen het land bezitten. Natuurlijk, de realiteit is zoals die is, maar onze chaos is geen status quo. Er is iemand die chaos schiep tot mensenland. Dat mensenland is niet het land van Ooit, de hemel of het hiernamaals. Het mensenland is de bloedrode grond, de aarde, de adama, waar de mens van vlees en bloed, de adam, mag leven onder de leefregels van een goddelijk bestuur. In dat land wordt je leven niet voortijdig beëindigd door een autobom, of door een buurman die opeens je vijand wordt omdat hij van een andere stam is. In dat land mag ieder de vruchten plukken van zijn wijnstok en zitten onder zijn eigen vijgenboom, door niemand opgeschrikt (Micha 4,4).

De profeet, de psalmist, rabbi Jezus, ze wisten natuurlijk allemaal dat het hier op aarde nooit volmaakt zal worden. Daarom dat element van de hoop. De hoop op God, dat is de droom van een land van melk en honing, de droom van een leven in vrede en gerechtigheid. Deze droom werkt als een stormwind die het smeulende, heilige ongenoegen over hoe het nu is, huizenhoog laat opvlammen. Het besef dat we in de vervolmaking van deze wereld niet minder zijn dan Gods partner, zorgt voor een Messiaanse stuwkracht. Een enthousiast duwen en trekken in de richting van het Godsrijk op aarde. Dat duwen en trekken is leven volgens de thora, het nastreven van gerechtigheid in concrete daden van naastenliefde.

Maar als we weten hoe het moet, waarom komt dat rijk van God dan geen millimeter dichterbij? In het Jodendom leefde een sterk besef dat het strikt volgen van de thora, een wettische manier van leven, niet voldoende was om het Godsrijk dichterbij te brengen. Ik noem als voorbeeld een uispraak van rabbi Jochanan. Na de val van Jeruzalem in 70 na chr. vroegen veel Joodse geleerden naar het waarom van deze ramp. Rabbi Jochanan zei: Jeruzalem is alleen maar verwoest, omdat ze daar volgens het recht van de wetgeving rechtspreken. Je zou zeggen dat dat toch precies de bedoeling moest zijn. Rabbi Jochanan bedoelde met zijn provocerende uitspraak dat de regels op het scherp van de snede werden toegepast. Als de samenleving wil groeien in de richting van het Rijk van God, dan zal er sprake moeten zijn van een overvloedige gerechtigheid. Dat betekent in de praktijk dat je niet altijd aanspraak moet maken op wat je rechtens toekomt, als je alleen dan een conflict kunt voorkomen. Dat je je niet altijd moet laten voorstaan op je gelijk (ook al heb je het!), als je alleen dan tot verzoening kunt komen. Je maakt jezelf dus kleiner om de kwaliteit van het leven groter te maken.

Dit diepe inzicht leerde Jezus aan zijn leerlingen. Om echt mens te worden hoef je geen watje te worden of een softie. Om echt mens te worden moet je in voorkomende gevallen over je eigen schaduw heen kunnen springen. Een sprong aan de hoogmoed voorbij. Een sprong in de richting van de armen, de treurenden, de hongerenden die door hun situatie al in die lage staat van nederigheid leven. In zijn leer en leven heeft Jezus laten zien dat overvloedige gerechtigheid altijd verbonden is met het openstaan voor de liefde van God. De naaste liefhebben kan alleen als God zijn thora in ons hart zal schrijven (Jer 31,33). Met andere woorden: ons toewenden tot de naaste is een uitvloeisel van de overstromende liefde van God die ons hart vervult. In de dikke Van Dale staat bij het woord zachtmoedigheid een mooi citaat van Greshoff: “van een nieuwe waardigheid vervuld, denkt hij zachtmoedig aan zijn evennaasten.”

Hoe ziet de boom eruit waaraan de vruchten van zachtmoedigheid en nederigheid groeien? De vruchten zijn zo zwaar dat de takken zich buigen tot op de grond, maar de stam staat waardig rechtop, stevig geworteld in de aarde en hoopvol toegroeiend naar de hemel.

 

naar boven