|
Preek zondag 3 februari 2008
Preek Gemeente, Je kunt goede redenen hebben om niet in opstand te komen
tegen onrecht. De Chinese mensenrechtenactivist Hu Jia en zijn
gezin zijn jarenlang geïntimideerd door de geheime politie. Hu
Jia is afgelopen week opgepakt. Zijn vrouw en 2 maanden oude
kindje hebben huisarrest. Zo hopen de autoriteiten zijn
opstandig gemoed te breken en anderen te weerhouden hun stem te
verheffen tegen de schending van mensenrechten in het gastland
voor de Olympische spelen. Is Hu Jia nu gelukkig? Je gemoed kan knakken als riet, door het geweld van een
dictatoriale macht, door de haat die opvlamt in een
burgeroorlog, door de vernederende armoede die voor iedereen
zichtbaar is, door machtsmisbruik van corrupte bestuurders, door
seksueel geweld dat wordt gelegitimeerd of doodgezwegen, door
discriminatie openlijk of onderhuids. In ontreddering, chaos en
onmacht is jouw zachtmoedigheid aan je opgedrongen. Je kunt je
niet verzetten. Jouw nederigheid is niets anders dan je
stomgeslagen mond. Je zou er toch van gaan vloeken als je in
deze duisternis te horen krijgt dat je gelukkig zult zijn. Wordt hier het onrecht goed gepraat? Het lijkt erop dat we
met de gelukkigprijzingen van hen die lijden, in het gebied zijn
aangeland dat het zwaarst onder geschut ligt van de
godsdienstkritiek Het lijden van de mens wordt goedgepraat met
een belofte van geluk in het hiernamaals. Stil maar als je nu
vernederd bent, wacht maar als je nu treurt of honger hebt.
Straks, ooit eenmaal kom je in de hemel. De boom waaraan deze
vruchten van zachtmoedigheid groeien is gekapt en ligt
troosteloos te vergaan. De vruchten verpletterd of uitgedroogd.
Jezus ziet natuurlijk ook dat de samenleving meer lijkt op
een gerooid bos dan op een weelderige boomgaard. Hij ziet de
dolende massa die aanhaakt bij hem en zijn leerlingen, in de
hoop een antwoord te vinden hoe te leven. Het zijn de op drift
geraakte Kenianen. De wanhopige bewoners van de Gazastrook. Het
is de mens in al haar onbeschermdheid, in al zijn gewoonheid,
zoals de naakten van Lucian Freud. Jezus gaat het gebergte in
met zijn leerlingen, zoals eens Mozes met de oudsten van het
volk de Sinaï opging. De massa blijft achter, in gespannen
afwachting. Zoals Mozes gezicht straalde nadat hij God
ontmoette, zo was Jezus vervuld van Gods Geest. Vanuit die
inspiratie geeft hij les aan zijn leerlingen. Jezus had zijn
tekst niet zelf bedacht, toen hij zijn leerlingen voorhield dat
de zachtmoedigen de aarde zullen beërven. De profeet Sefanja
schrijft dat de Heer zich zal wenden tot hen die niet meer
hoogmoedig zijn. Maar nog duidelijker staat het in psalm 37. Wie
nederig zijn, zullen het land bezitten en gelukkig leven in
overvloed en vrede. De profeten en de psalmdichters zijn nu niet
bepaald het toonbeeld van zachtmoedigheid. De psalmdichter
bijvoorbeeld plaatst in die typerende parallelle zinnen de
zondaar, de slechterik, tegenover wie nederig is. Luister maar:
De profeet en de psalmist nemen het op voor de mensen die
steeds het onderspit delven, want naar hen gaat de aandacht van
de Heer uit. Dat maakt hen tot mensen die hopen op de Heer. Zij
zullen het land bezitten. Natuurlijk, de realiteit is zoals die
is, maar onze chaos is geen status quo. Er is iemand die chaos
schiep tot mensenland. Dat mensenland is niet het land van Ooit,
de hemel of het hiernamaals. Het mensenland is de bloedrode
grond, de aarde, de adama, waar de mens van vlees en bloed, de
adam, mag leven onder de leefregels van een goddelijk bestuur.
In dat land wordt je leven niet voortijdig beëindigd door een
autobom, of door een buurman die opeens je vijand wordt omdat
hij van een andere stam is. In dat land mag ieder de vruchten
plukken van zijn wijnstok en zitten onder zijn eigen vijgenboom,
door niemand opgeschrikt (Micha 4,4). De profeet, de psalmist, rabbi Jezus, ze wisten natuurlijk
allemaal dat het hier op aarde nooit volmaakt zal worden. Daarom
dat element van de hoop. De hoop op God, dat is de droom van een
land van melk en honing, de droom van een leven in vrede en
gerechtigheid. Deze droom werkt als een stormwind die het
smeulende, heilige ongenoegen over hoe het nu is, huizenhoog
laat opvlammen. Het besef dat we in de vervolmaking van deze
wereld niet minder zijn dan Gods partner, zorgt voor een
Messiaanse stuwkracht. Een enthousiast duwen en trekken in de
richting van het Godsrijk op aarde. Dat duwen en trekken is
leven volgens de thora, het nastreven van gerechtigheid in
concrete daden van naastenliefde. Maar als we weten hoe het moet, waarom komt dat rijk van God
dan geen millimeter dichterbij? In het Jodendom leefde een sterk
besef dat het strikt volgen van de thora, een wettische manier
van leven, niet voldoende was om het Godsrijk dichterbij te
brengen. Ik noem als voorbeeld een uispraak van rabbi Jochanan.
Na de val van Jeruzalem in 70 na chr. vroegen veel Joodse
geleerden naar het waarom van deze ramp. Rabbi Jochanan zei:
Jeruzalem is alleen maar verwoest, omdat ze daar volgens het
recht van de wetgeving rechtspreken. Je zou zeggen dat dat toch
precies de bedoeling moest zijn. Rabbi Jochanan bedoelde met
zijn provocerende uitspraak dat de regels op het scherp van de
snede werden toegepast. Als de samenleving wil groeien in de
richting van het Rijk van God, dan zal er sprake moeten zijn van
een overvloedige gerechtigheid. Dat betekent in de praktijk dat
je niet altijd aanspraak moet maken op wat je rechtens toekomt,
als je alleen dan een conflict kunt voorkomen. Dat je je niet
altijd moet laten voorstaan op je gelijk (ook al heb je het!),
als je alleen dan tot verzoening kunt komen. Je maakt jezelf dus
kleiner om de kwaliteit van het leven groter te maken. Dit diepe inzicht leerde Jezus aan zijn leerlingen. Om echt
mens te worden hoef je geen watje te worden of een softie. Om
echt mens te worden moet je in voorkomende gevallen over je
eigen schaduw heen kunnen springen. Een sprong aan de hoogmoed
voorbij. Een sprong in de richting van de armen, de treurenden,
de hongerenden die door hun situatie al in die lage staat van
nederigheid leven. In zijn leer en leven heeft Jezus laten zien
dat overvloedige gerechtigheid altijd verbonden is met het
openstaan voor de liefde van God. De naaste liefhebben kan
alleen als God zijn thora in ons hart zal schrijven (Jer 31,33).
Met andere woorden: ons toewenden tot de naaste is een
uitvloeisel van de overstromende liefde van God die ons hart
vervult. In de dikke Van Dale staat bij het woord
zachtmoedigheid een mooi citaat van Greshoff: “van een nieuwe
waardigheid vervuld, denkt hij zachtmoedig aan zijn
evennaasten.” Hoe ziet de boom eruit waaraan de vruchten van
zachtmoedigheid en nederigheid groeien? De vruchten zijn zo
zwaar dat de takken zich buigen tot op de grond, maar de stam
staat waardig rechtop, stevig geworteld in de aarde en hoopvol
toegroeiend naar de hemel.
|