|
Terug naar Overzicht Preken
Preek
zondag
16 maart 2008
Palmzondag
Voorganger ds. H. van den Berg
Lezingen:
Jesaja 50
4 God, de HEER, gaf mij een vaardige tong,
waarmee ik de moedeloze kan opbeuren.
Elke ochtend wekt hij mijn oor,
zodat het toegerust is om aandachtig te horen.
5 God, de HEER, heeft mijn oren geopend
en ik heb geen verzet geboden,
ik ben niet teruggedeinsd.
6 Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars,
wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan.
Ik heb mijn gezicht niet verborgen
toen ze mij beschimpten en bespuwden.
7 God, de HEER, zal mij helpen,
daarom word ik niet gekwetst
en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots,
want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan.
Elke morgen klinkt in de oren van profeten een dwingend
appèl: sta op, verrijs, ga over land en zee om mijn woord te
verbreiden. Verzeng het mensenhart ermee.
Profeten bieden geen verzet. Ze trekken zich niet terug in de
rust en luwte van een geregeld leven. Ze zijn niet uit op
erkenning en waardering. In hun authenticiteit zijn ze juist
mikpunt van spot, door hun radicale stellingnamen zijn ze prooi
voor vervolgers. Dat schrikt hen niet af. Ze staan pal voor hun
idealen. In hen brandt een heilig vuur.
Nuriye Kesbir was altijd al koppig. Als meisje van twaalf wilde
ze niet uitgehuwelijkt worden. Ze werd een voorvechtster van
Koerdische vrouwenrechten en sloot zich aan bij de PKK. Toen zij
in 1988 de beelden zag van de straten van Halabja, waar
duizenden Koerden de dood vonden door het gifgas van Sadam
Hussein, maakte ze de radicale keuze af te zien van een man en
van kinderen. Ze wilde haar leven geven voor de
onafhankelijkheid van haar volk. In 2001 werd ze op Schiphol
gearresteerd vanwege een vals paspoort. Drie jaar zat ze in een
Nederlandse cel, te wachten op uitlevering aan Turkije.
Plotseling werd ze vrijgelaten, maar asiel kreeg ze niet en het
land verlaten kon ook niet. In het diepste geheim weet ze naar
Noord Irak te reizen, waar ze haar leven van verzetstrijdster
weer oppakt. Daar in de modder van de bergen is ze gelukkiger
dan in de comfortabele Nederlandse huizen waar ze na haar
vrijlating werd opgevangen door vrienden. Daar alleen kan ze de
roepstem volgen die elke dag in haar oren klinkt. Daar heeft ze
een nieuwe naam: Sozdar; zij die haar belofte nakomt.
Haar kleine gestalte biedt als een schamele woning onderdak aan
een groots ideaal, leven in vrijheid en rechtvaardigheid. Een
heilig vuur dat ondanks alle tegenslag niet is gedoofd.
Mat 26
1 Toen Jezus deze laatste rede had uitgesproken, zei hij tegen
zijn leerlingen:
2 ‘Over twee dagen is het, zoals jullie weten, Pesach. Dan wordt
de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.’
3 Ondertussen kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk
bijeen in het paleis van de hogepriester, Kajafas.
4 Daar beraamden ze het plan om Jezus door middel van een list
gevangen te nemen en hem te doden.
5 ‘Maar niet op het feest, ‘zeiden ze, ‘want dan komt het volk
in opstand.’
6 (6-7) Toen Jezus in Betanië in het huis van Simon-degene die
aan huidvraat had geleden-aanlag voor een maaltijd, kwam er een
vrouw naar hem toe. Ze had een albasten flesje met zeer kostbare
olie bij zich en goot die uit over zijn hoofd.
7
8 De leerlingen ergerden zich toen ze dit zagen en zeiden: ‘Wat
een verspilling!
9 Die olie had immers duur verkocht kunnen worden, dan hadden we
het geld aan de armen kunnen geven.’
10 Jezus hoorde het en zei: ‘Waarom vallen jullie deze vrouw
lastig? Zij heeft iets goeds voor mij gedaan.
11 Want de armen zijn altijd bij jullie, maar ik zal niet altijd
bij jullie zijn.
12 Door die olie over mij uit te gieten, heeft ze mijn lichaam
voorbereid op het graf.
13 Ik verzeker jullie: waar ook ter wereld het goede nieuws
verkondigd zal worden, zal ter herinnering aan haar verteld
worden wat zij heeft gedaan.’
De herinnering aan de onbekende vrouw is inderdaad tot op
vandaag levend gebleven. Vreemd, omdat zo vele bekende en
getalenteerde vrouwen uit onze geschiedeniscanon verdwenen zijn.
Deze vrouw, die Jezus met dure olie zalft, laat op een heel
andere manier zien hoe het woord verbreidt kan worden. Zij is
profetes, zij voorziet het komende sterven van Jezus en zij ziet
het Messiaanse van de opstanding. De zalving is een
begrafenisritueel, maar ook de proclamatie van de Messiaanse
koning. Deze vrouw ziet helder waar het om gaat.
Zij laat zich niet van de wijs brengen door de opmerkingen van
de mannen die hun hekel aan dit soort autonome vrouwen verpakken
in politiek correcte statements.
In 1988 verscheen het boek “In Memory of Her”, van Elizabeth
Schüssler Fiorenza. De titel verwijst naar het bijbelgedeelte
dat we net lazen. Waar het evangelie wordt verkondigd zal ter
herinnering aan haar, worden verteld wat zij gedaan heeft.
Schüssler Fiorenza grijpt terug op de wortels van onze
christelijke traditie en laat zien hoe de positie van vrouwen in
de oudste gemeenten gelijkwaardig is aan die van mannen. De
profetische taal van het christendom heeft niet alleen een
innerlijke transformatie op het oog, maar ook een uiterlijke.
Overal waar de waardigheid van mensen in het geding is heeft de
kerk de taak profetisch te spreken. Je zou zeggen dat in
Nederland gelijkheid tussen man en vrouw geen probleem meer is,
maar schijn bedriegt. Juist nu blijkt de gelijkwaardigheid een
probleem. De Harvard hoogleraar Harvey C. Mansfield pleitte bij
de presentatie van zijn boek Manlines, voor een herwaardering
van de rollen waartoe man en vrouw zijn voorbestemd. De
natuurlijke orde wordt omarmd als het nieuwe evangelie dat
duidelijkheid verschaft in onzekere tijden.
De herinnering aan haar, de vrouw die Jezus zalfde, zou ons
argwanend moeten maken. Voeten wassen of oliën was de taak van
de slaven. Slaven waren de non-personen. Zij waren eigendom.
Niet vrij. In navolging van Jezus nam de vrouw zonder naam de
positie in van mensen zonder bestaan en groeide daarmee uit tot
één van de onvergetelijke figuren uit onze traditie. Deze vrouw
doet ons blijven herinneren aan het begin van de Jezusbeweging,
waarin geen onderscheid werd gemaakt in man- en vrouwrollen. In
Christus is noch man, noch vrouw, noch slaaf noch vrije, zou
Paulus later schrijven.
In de oren van profetessen en profeten klinkt een stem die een
andere orde beschrijft; de orde van recht en vrede. Dat is de
rechte weg waarop wij mogen gaan.
Mat 26
14 Daarop ging een van de twaalf, die met de naam Judas Iskariot,
naar de hogepriesters
15 en zei: ‘Wat krijg ik van u als ik hem aan u uitlever?’ Ze
betaalden hem dertig zilverstukken.
16 Vanaf dat moment zocht hij een gunstige gelegenheid om hem
uit te leveren.
Judas houdt de gemoederen nog steeds bezig. Riemer Roukema en
Hans van Oort hielde afgelopen week lezingen in Amerika over de
figuur van Judas. Volgens Hans van Oort blijkt Judas een held.
Rouwkema is wat voorzichtiger en hun Amerikaanse collega April
DeConick beweert dat het manuscript verkeerd vertaald is en dat
Judas een soort demon is, en de recent gevonden tekst geen
evangelie maar een satire. Laten wij maar bij ons verhaal
blijven.
Judas Iskariot meldt zich als verklikker bij de hogepriesters en
krijgt dertig zilverstukken als voorschot. Geen commentaarstem
die hem prijst of veroordeelt. Het is ook erg dubbelzinnig. Het
is voorspeld dat het zo zou gaan maar degene die niet anders kan
dan het verraad uitvoeren gaat daarmee nog niet vrijuit.
Het vreemde is dat verklikken in onze maatschappij een deugd aan
het worden is. Er zijn allerlei telefoonnummers waar je anoniem
misstanden kunt melden. Alleen al het telefoonnummer van de
kliklijn Meld Misdaad anoniem werd 80.000 keer gebeld. Als er op
die manier misdaden kunnen worden opgelost is er niets aan de
hand, maar juist het anonieme zorgt ervoor dat allerlei donkere
krachten bovenkomen. Mensen geven anderen aan uit wraak, of om
er zelf beter van te worden. Iets anders is dat de kliklijnen
laten zien hoe groot ons onvermogen is om elkaar aan te spreken.
Bijvoorbeeld het pesten op scholen. Vaak weet een grote groep
leerlingen en soms ook leerlingen dat er iemand wordt gepest,
maar dat niemand durfde in te grijpen uit angst het zwarte
schaap te worden.
Mensen die vanuit hun burgerplicht misstanden aan de kaak
stellen worden vaak vanuit hun eigen organisatie als verklikker
gezien, maar in het publieke heten zij nu klokkenluiders.
Verklikkers verdienen minachting, klokkenluiders verdienen
bescherming.
Hoe zat het met Judas Iskariot? Werd hij gedreven door hebzucht?
Was hij ongeduldig geworden omdat Jezus steeds maar geen
aanstalten maakte om het Romeinse regime omver te gooien. Werd
hij gechanteerd door de tempelautoriteiten?
We weten het allemaal niet. Volgens Matteus kreeg hij spijt,
smeet de zilverstukken weg en hing hij zichzelf op. Volgens
Handelingen stierf hij vanwege zijn verraad een onnatuurlijke
dood. Waarschijnlijk is hij op de vlucht geslagen en heeft hij
zich nooit meer aan zijn medediscipelen laten zien. Het
profetische Woord had ook zijn innerlijk geraakt, maar hij wist
geen raad met zijn roeping. In zijn angst heeft hij wellicht
geprobeerd de roepstem tot zwijgen te brengen. Hij was geen
verklikker of klokkenluider. Eerder een slachtoffer van zijn
eigen levensangst. In zijn val sleurde hij zijn meester en
vriend met zich mee.
Mat 26
17 Op de eerste dag van het feest van het Ongedesemde brood
kwamen de leerlingen naar Jezus toe en vroegen: ‘Waar wilt u dat
wij voorbereidingen treffen zodat u het pesachmaal kunt eten?’
18 Hij zei: ‘Ga naar de stad en zeg tegen de persoon die jullie
bekend is: “De meester zegt: ‘Mijn tijd is nabij, bij jou wil ik
met mijn leerlingen het pesachmaal gebruiken.’”’
19 De leerlingen deden wat Jezus hun had opgedragen en bereidden
het pesachmaal.
20 Toen de avond was gevallen, lag hij samen met de twaalf aan
voor de maaltijd.
21 Onder het eten zei hij tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: een
van jullie zal mij uitleveren.’
22 Dit bedroefde hen zeer, en de een na de ander vroegen ze hem:
‘Ik toch niet, Heer?’
23 Hij antwoordde: ‘Hij die samen met mij zijn brood in de kom
doopte, die zal mij uitleveren.
24 De Mensenzoon zal heengaan zoals over hem geschreven staat,
maar wee de mens door wie de Mensenzoon uitgeleverd wordt: het
zou beter voor hem zijn als hij nooit geboren was.’
25 Toen zei Judas, die hem zou uitleveren: ‘Ik ben het toch
niet, rabbi?’ Jezus antwoordde: ‘Jij zegt het.’
26 Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed
uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden:
‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’
27 En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de
beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit
In Schouwen-Duiveland heeft men ook een cartoonrel . Wat is
het geval? Er zou voor de herdenking van 400 jaar reformatie een
subsidie van 750 euro uit de gemeentekas worden verstrekt. Omdat
de subsidiepot op slot zat moest elders geld vandaan gehaald
worden. Men vond nog ergens 400 euro in een gemeentepost die
daar helemaal niet voor bedoeld was. Bij een artikel over deze
subsidie perikelen tekende de cartoonist Arie Roon een cartoon
met daarop een dominee en twee avondmaalgangers. De dominee heft
met een troosteloze blik een glas op en zegt; “drink deze
menglimonade, want het is mijn bloed”. De christelijke lezers
van het gratis weekblad Wereldregio, klommen zwaar beledigd in
de pen. Het regende klachten uit Schouwen-Duiveland en toen het
landelijk nieuws werd namen de protesten in alle hevigheid toe.
Het avondmaal is een heilig sacrament voor christenen, daar mag
je niet mee spotten!
De evangelisten vertellen allen over de laatste keer dat Jezus
Pesach vierde met zijn vrienden. Zoals duizenden pelgrims een
plekje hadden gevonden in de stad, zo hadden ook Jezus en zijn
vrienden een ruimte gevonden in een huis waar zij met elkaar
Pesachmaal konden houden. Deze keer lag er een donkere schaduw
over de doorgaans zo feestelijke maaltijd. Hij was trouw
gebleven aan zijn roeping. Hij had alles gegeven om het
mensenhart met Gods woord te verzengen en nu zaten de
autoriteiten hem op de hielen. Hij wist dat de arrestatie op
handen was. Zijn eigen lichaam zou gebroken worden. Zijn bloed
zou vloeien. Later, na zijn dood, zouden volgelingen het breken
van het brood en het uitschenken van de wijn in verband brengen
met de verzoeningsgedachten, die door sommige Joodse stromingen
is ontwikkeld. Wie zijn leven geeft in Gods naam bewerkt op
symbolische wijze verzoening voor Israël. Jezus zelf heeft zijn
eigen dood waarschijnlijk niet zo geduid. De gedachte van het
verzoenende offer is van Paulus. Die gedachte ontwikkelde zich
alsmaar verder tot een soort magie, waarin brood en wijn
werkelijk lichaam en bloed werden. De reformatie heeft deze
gedachte losgelaten, maar ook wij kunnen ons nog niet echt
ontspannen bij het avondmaal.
Dit is mijn lichaam en dit is mijn bloed zijn uitdrukkingen
waarin het naderende einde van Jezus doorschemert. Dat is het
drama van de profeet die zijn rug blootstelt aan zijn folteraars
en zijn wang aanbiedt aan wie hem de baard uittrekken. De
profeet die trouw blijft aan zijn roeping kan niet anders dan de
weg tot het einde toe gaan.
naar boven
|