|
Preek Paasmorgen 2008 zondag 23 maart
In de laatste Vrijzinnig, het blad van de Arminiusgemeente,
staat een verslag van de Remonstrantse jongerendag in februari.
Deze dag had als thema Jezus is van ons. Andries Knevel en Johan
Goud discussieerden over de betekenis van Jezus. Op die dag zei
Andries Knevel: als hij niet is opgestaan houd ik er mee op! Dat zinnetje zit nu al weken in mijn hoofd. Laat ik eerlijk
zeggen dat ik dertig jaar geleden datzelfde zei. Voor mij was de
opstanding de kern van het geloof, dus als de opstanding niet
waar zou zijn, dan had het geloof geen enkele zin. Voor veel
vrijzinnigen geldt het omgekeerde. Een mens kan nu eenmaal niet
uit de dood opstaan, dus Pasen heeft voor hen geen betekenis.
Ik ben veranderd. Ik heb in de loop van de jaren de zin leren
zien van Pasen. Voor mij is de betekenis van Pasen zelfs veel
rijker dan Kerstmis. Ik heb de opstandingverhalen leren verstaan
als existentiële verhalen, niet als registraties van
gebeurtenissen. Het begint er mee dat je leert zien dat de
opstanding nergens wordt verteld. De evangelisten vertellen hoe
de kruisiging van Jezus en zijn dood gebeurden. Over de
opstanding vertellen zij niets. De leerlingen van Jezus treffen
een leeg graf en engelen zeggen dat Jezus is opgestaan. In het verhaal van Johannes is mooi te zien hoe de
werkelijkheid van het lege graf langzaam doordringt, zoals dat
ook in mijn eigen leven langzaam is doorgedrongen. Eerst komt
Maria en ziet dat de steen weg is. Een gapend gat in het donker
van de nacht. Ze loopt terug en gaat Petrus en de andere
leerling halen. De andere leerling komt als eerste aan, maar
gaat niet naar binnen. Dan komt Petrus, hij ziet van alles in
dat graf maar hij kan er niets mee. Dan gaat de andere leerling
het graf in en gelooft, maar wat hij gelooft is nog niet
duidelijk. Later krijgt Maria van Magdala een verschijning van
Jezus. Zij krijgt in de gaten wat het betekent dat het Woord een
menselijke gedaante heeft gekregen en dat het onder ons leeft.
Wij zijn geen godverlaten mensen maar kinderen van God. Daar is
tijd voor nodig om die weg van buiten naar binnen te gaan. De
omslag van opstanding als historisch feit, naar het besef dat ik
zelf met Christus ben opgestaan in een nieuw leven. De perioden
van wanhoop, leegte en gemis, die wij allen wel kennen, hoeven
niet de toon van ons leven te bepalen. De Paaservaring is dat we
verbonden zijn met de krachtbron van het leven. Nu kan ik zonder gêne zeggen: de Heer is waarlijk opgestaan.
Ik hoop dat u even onbevangen kunt antwoorden: Halleluja. Amen
|