Terug naar Overzicht Preken

Preek

zondag 06 april 2008


Voorganger ds. H. van den Berg

Lezingen: Jesaja 43, 1-12 en Johannes 21,1-14

Gemeente,

Vandaag is de laatste dag van de week van de psychiatrie. Dit jaar is het motto: Een andere psychiatrie?! Er aandacht besteed aan behandelingen die je niet zo snel verbindt met de geestelijke gezondheidszorg, zoals Lichtenergie, Acupunctuur, Hartcoherentie, Running therapy, (Emotioneel) Lichaamswerk, Yoga, Meditatie, Mindfulness, Bachbloesems. Het is een greep uit de namen en voorbeelden van alternatieve of aanvullende benaderingen op de ‘gewone’ geestelijke gezondheidszorg (GGz). Als we op het terrein aanbelanden van de alternatieve en aanvullende benaderingen komen we ook op het terrein van zingeving, geloof en spiritualiteit. De Werkgroep die de week van de psychiatrie organiseert, constateert dat er een grote behoefte is om niet alleen vanuit de reguliere geneeskunde te kijken naar geestelijke gezondheid en genezing. Cliënten van de GGz ervaren dat er vaak te weinig plaats is voor de mens-in-zijn-geheel, voor zingevingvragen, voor bezieling in de psychiatrie. Veel cliënten ontlenen steun aan hun geloof en aan spiritualiteitbeleving. De werkgroep Week van De Psychiatrie erkent ook het belang van geloofsbeleving en zingevingvragen. Vandaag staat de dienst in het teken van de Stichting Labyrint in perspectief. Een stichting die familieleden en andere nabijen van mensen met een psychiatrische aandoening wil ondersteunen.

Door de psychische aandoeningen van mensen in onze nabijheid, kan het leven zich bizar en grillig aan ons voordoen. Hoe ga je met de situatie om. Hoe benader je je partner, je kind, je vader of moeder? Maar in de diepte van ons eigen gemoed ligt een andere vraag. Hoe hou ik contact met mijzelf. Hoe hou ik contact met God. Hoe kom ik aan mijn geestelijk voedsel als mijn netten leeg blijven?

Juist deze laatste vragen, die woelen in de ziel, laten zien hoe belangrijk het is in therapie ook geloofsvragen en spiritualiteit te betrekken. De therapie is gericht op het ziektebeeld. De alternatieve benaderingen, waaronder het pastoraat, is gericht op heel de mens in relatie met wat haar of hem heilig is. In het evangelieverhaal van vandaag is dit precies het punt. Hoe houd je contact met de levende Heer als verdriet en teleurstelling de overhand krijgen in je leven.

De leerlingen van Jezus hebben na Golgotha deze vraag. Hoe moeten ze terugkijken op hun tijd met Hem die zij de Messias noemden? Hebben ze al die tijd opgetrokken met een godsdienstwaanzinnige? Zijn ze bedrogen door een religieuze charlatan? Hebben ze hun hoop op een betere toekomst geprojecteerd op een charmante bedrieger die ervan genoot mensen onder zijn invloed te krijgen? Nee, deze typeringen kwamen van de tegenstanders van Jezus. Zij hebben zelf ervaren hoe hun leven in een stroomversnelling raakte toen ze geroepen werden door die charismatische leraar Jezus van Nazareth. Ze gingen met hem mee op weg en leerden het geheim kennen van Gods aanwezigheid onder ons mensen. Dat geheim was al in de wet en in de profeten onder woorden gebracht. We lazen die mooie tekst uit Jesaja. Maar Jezus wijdde hen in, legde de wet en de profeten uit, en leefde zelf vanuit dat geheim. Jezus leerde zijn vrienden wat het betekent als er staat geschreven: "Ik zal er zijn". Hij kon lyrisch vertellen over de woorden uit Jesaja "Ik heb je bij je naam geroepen." Hij was Gods levende gestalte met een naam en een gezicht. Die ervaring, dat God onder hen aanwezig was, door die mens met een naam als een vis, was zo sterk dat ze alles opzij hebben gezet om hem te volgen naar Jeruzalem. Zij waren ervan overtuigd dat nu het Rijk van recht en vrede zou aanbreken, het Messiaanse Rijk. Maar wat een bizarre toestand werd het. Jezus werd gevangen genomen, vals beschuldigd en door toedoen van een opgehitste menigte en bange bestuurders gekruisigd.

De vrienden dropen teleurgesteld af naar Galilea. Niks geen Paasjubel, dat komt pas veel later. Desillusie, teleurstelling. Het gewone leven weer proberen op te pakken. Ik ga vissen zegt Petrus. Wij ook, zeggen de anderen. Maar het lukt niet. Hoe herkenbaar. Als je leven op z'n kop staat, als je meegesleurd wordt in die draaikolk van verdriet, in die mallemolen van emoties, dan komt er niets meer uit je handen. Het net blijft leeg. Zij gingen met de moed der wanhoop op weg, gingen aan boord, maar die nacht vingen zij niets. Dat lege net verbeeldt de onvervuldheid van het leven dat een geheel andere wending neemt dan je had gehoopt of gedacht. Als ons verlangen naar heelheid en recht en vrede niet wordt vervuld, kan zich in ons binnenste een diep verdriet nestelen. In hulpverlenerjargon zeggen we tegen elkaar dat je verdriet "een plekje moet geven". Maar aan verdriet kun je niets doen. Er bestaat geen handeling die je verdriet doet verdwijnen. Die leerlingen kunnen er ook niets aan doen. Hoe ze ook geloven, hopen, liefhebben, ze zijn hun vriend en meester kwijt. Hun levensdroom ligt aan scherven. We kunnen ons zelf voorhouden dat we er vast beter uit zullen komen, dat we ervan moeten leren of dat we zullen helen, maar dat is nu nog niet. Nu is ons vissen in de nacht een hulpeloze vertoning met alleen een leeg net als resultaat.

Dat lege net, dat deprimerende symbool van onze stukgeslagen dromen, dat net verwijst ook naar de oerervaring dat ons bestaan uit zichzelf onvoldoende vervuld is. De heelheid, waarnaar wij zo hartstochtelijk kunnen verlangen, kunnen wij ons zelf niet geven. Hier eindigt therapie en begint de zoektocht naar een alternatief. Naar een signaal uit een andere laag van ons bestaan. Naarmate wij ons eigen verdriet en de onvervuldheid van ons bestaan beter beseffen en leren aanvaarden, kunnen wij ook meer openstaan voor geluiden die vanuit die andere laag op ons toe komen. Signalen van God. Wat zijn dan die signalen? Jesaja schrijft het zo: Ik kondig aan, red, laat van mij horen. Volgens het Johannesevangelie gaat het verhaal dat Jezus aan de oever stond.

Die signalen, die je als een stem in de stilte van je ziel kunt waarnemen, roepen op tot actie. Gooi het net aan stuurboord uit, dan lukt het wel.’ Waarin verschilt dit signaal van al die goed bedoelde adviezen die je krijgt als er iets vreselijks is gebeurd in je leven. “Je moet je leven weer oppakken hoor”. “Ga er eens uit met vrienden dat zal je goed doen”. “Je moet gewoon stoppen met piekeren, denk liever aan vrolijke dingen”. Die stem zegt iets anders. Als je je diepste verdriet hebt gevoeld heb je de neiging om het bijltje erbij neer te gooien, want dat net blijft maar leeg. Je kunt het gevoel krijgen dat het geen zin meer heeft om je verlangen nog ergens op te richten. De stem roept op om door te gaan. Blijf je leven leven, maar gooi het over een andere boeg. Houd vast aan je verlangen naar heelheid, juist als je daar de zin niet meer van inziet. Blijf zoeken naar volkomenheid. Blijf zoeken naar die God die heeft gezegd “Ik zal er zijn”, want die God is ook op zoek naar jou.

Het activeren van je eigen verlangen is eigenlijk je opnieuw openstellen voor het heilige in ons alledaagse leven. Dat openstellen wordt in het verhaal prachtig uitgebeeld door het net dat barstensvol is, maar niet scheurt. Dat volle net verwijst naar de rijkdom van je innerlijk dat vrijkomt als je je kunt of durft toe te vertrouwen aan dat wat is. Een rijkdom die aanwezig is vlak naast de leegte van het verdriet. Dat zijn de momenten waarvan mensen achteraf vertellen dat ze de hand van God in hun leven hebben ervaren. Dat ze werden opgetild. Dat ze even in het licht mochten zijn. Dat ze in een fractie van een seconde, heel even, zeker wisten: “Het is de Heer”. In het verhaal is dat het moment dat de leerlingen ervaren dat ze ondanks de gruwelijke marteldood van hun vriend en meester en hun diepe verdriet hierover, niet waren afgesloten van hun verlangen. Dat verlangen naar heelheid, naar dat Messiaanse Rijk, dat Jezus tijdens zijn leven bij hen had gewekt, dat verlangen bleef ook na zijn dood in hen leven. De leerlingen en na hen de eerste christengemeenten, hadden begrepen wat Jezus hen had voorgeleefd. Zij hadden begrepen dat zij bij elkaar het verlangen levend moesten houden. Dat deden ze door elkaar verhalen te vertellen, door met elkaar te zingen, en vooral door met elkaar de maaltijd te vieren, want daar geeft Jezus zichzelf. In de maaltijd is het verlangen dat hij heeft gewekt, aanwezig. In het evangelieverhaal wordt dat in een enkele pennenstreek geschreven: Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en hij gaf hun ook vis.

Ook vandaag komen wij nog steeds bij elkaar als leerlingen die hun verlangen niet kunnen onderdrukken. In de liturgie stellen wij God present in ons midden, en wij proberen met ons diaconaat duidelijk te maken dat de wereld met al haar noden niet van God los is. In de Jeruzalemse Talmud staat dat wie een woord spreekt in de naam van de oorspronkelijke spreker, zich voor moet stellen dat die spreker voor hem staat. Zo kunnen wij de verschijningsverhalen van Jezus opvatten. In ons spreken over Jezus en wat hij ons heeft voorgeleefd, stellen wij hem aanwezig. Verschijnt hij aan de oever, waar wij grond onder onze voeten krijgen.

Amen

 

 

naar boven