Terug naar Overzicht Preken

Preek

Pinksteren, zondag 31 mei 2009


Voorganger ds. H. van den Berg

Gemeente,

Als ik van Hengelo naar Enschede fiets kom ik in de buurt van de universiteit langs een sandwichbord waarop staat dat God waarschijnlijk niet bestaat, dat ik zelf moet nadenken en dat ik moet genieten van het leven. Het Nieuwe Atheïsme in Nederland roert zich. Deze straatcampagne is daar een uiting van maar er komt ook een pamflet waarin onder andere de vraag wordt gesteld: Hoe komen we van religie af? Religie wordt in dit pamflet gezien als onwaar en verderfelijk. Het is een virus, waarvan de mensheid genezen moet worden. Een opvallend tegengeluid in een tijd dat religie in de mode is.

In het Pinksterverhaal is ook sprake van zo’n tegengeluid. Midden in de religieuze drukte van het pinksterfeest, waarin een groepje mensen extatisch getuigenis aflegt van hun messiaanse geloof klinkt de spot. Ze zijn dronken. Even onwaar en verderfelijk. Ik vraag mij dan af hoe het kan dat religie een dergelijke heftige tegenreactie oproept. Als het echt onwaar en verderfelijk is, dan hoef je je niet druk te maken. Er zit kennelijk iets heel krachtigs in het geloof in een God en ik wil de verhalen van deze morgen bevragen op dit punt. Wat is dat dan? Waar bestaat die kracht uit?

Laten we beginnen met het verhaal uit handelingen 2. (plaatje van schilderij van Titiaan) U ziet hier op dit schilderij van Titiaan de traditionele weergave van het pinksterverhaal. De uitstorting van de heilige Geest. Van buiten dringt door het venster een oogverblindend licht naar binnen en in dit licht vliegt een duif de ruimte in. Boven de hoofden van de figuren staan onduidelijke friemels geschilderd, die wij natuurlijk onmiddelijk herkennen als de vurige tongen. Verder valt op dat Titiaan de vrouwen die als eerste bij het graf waren hier een prominente plaats heeft gegeven. Opvallend, want het verhaal uit handelingen 2 noemt de vrouwen niet. Het geeft wel mooi aan hoe het pinksterverhaal in het westen gelezen wordt. Het is de voltooiing van het leven van Jezus. Na de gebeurtenissen van witte donderdag, goede vrijdag, paasmorgen en hemelvaart is de gave van de geest de afsluiting van het geheel. Jezus heeft zijn leerlingen beloofd dat hij hen niet als wezen achter zou laten en dat hij de trooster zou sturen. Die belofte wordt nu vervuld. Dus Jezus is in deze leeswijze de schenker van de geest. De kracht en inspiratie die tijdens zijn leven op deze aarde van hem is uitgegaan blijft voelbaar, ook al is hij niet meer bij ons. Daarin schuilt de kracht van dit verhaal. Er is een aanwezigheid van liefde en trouw die wij met elkaar kunnen ervaren. Als volgelingen van Jezus van Nazareth kunnen we iets voelen van het messiaanse elan dat de wereld heeft veranderd. Ondanks al ons gestrompel en geblunder is er in de loop van de geschiedenis iets zichtbaar geworden van een tegenkracht tegen de hebzucht en ik-gerichtheid. Deze messiaanse werkzaamheid verdiept ons denken en kleurt ons genieten. Woorden en beelden schieten hier tekort, hakkelend en stamelend zeggen we dan: uitstorting van de heilige Geest.

Ik zei u al dat de christelijke traditie in het westen het pinksterverhaal vanuit Jezus heeft gelezen. De westerse theologie zegt dan dat de Geest van God én van Jezus de zoon is uitgegaan. In de oosterse kerk ziet men dat anders. Als uitdrukking daarvan laat ik u een pinksterikoon zien uit de grieks orthodoxe traditie. Hij staat ook op de voorkant van het boekje. Op de ikoon zien we ook twaalf figuren. Zij zitten in een halve cirkel. Boven hen is een halve cirkel in een onbestemde ruimte waaruit twaalf stralen uitkomen, voor ieder een straal. De twaalf hebben allen een vurig tongetje boven hun hoofd. Het verschil met Titiaan is in de eerste plaats dat hier geen vrouwen zijn afgebeeld. Een tweede opmerkelijk verschil is dat deze twaalf figuren niet de twaalf leerlingen van Jezus zijn, maar de twaalf eerste leiders van de kerk. Zo staan op deze ikoon Paulus, en de vier evangelisten die niet voorkomen in het verhaal van handelingen 2. In de oosterse kerk is pinksteren een apart feest, waarin gevierd wordt dat God zijn geest stuurt om een nieuwe messiaanse gemeenschap op gang te brengen en te bezielen. De gave van de geest wordt dan niet betrokken op Jezus maar op de profetieën uit het oude testament, vooral de profeet Joël. Deze ikoon laat zien dat pinksteren de vervulling is van Gods belofte, gedaan aan de profeten. Aan de apostelen de taak om deze belofte van God door hun verkondiging vorm en inhoud te geven in deze wereld. Die verkondiging wordt op de ikoon uitgebeeld door de kleine boekrollen die de figuren vasthouden Het is de heilige Geest, zo zegt de ikoon, die de kerk opbouwt en samenhoudt in de eenheid van de verkondiging van de eerste apostelen. Het is deze geestelijke nalatenschap waarop de kerk is gebouwd en waarvan de wereld, die in duisternis wandelt, het moet hebben. Die duistere wereld staat namelijk ook op de ikoon. Onderaan zien we een donkere halve cirkel met daarin een figuur met een kroon die een doek over zijn armen draagt. Dit is koning Kosmos die de lijkwade van Christus draagt. Op die lijkwade zien we weer de twaalf rollen. De geestelijke nalatenschap van Christus zoals die door de eerste apostelen is doorgegeven aan een donkere wereld.

Die koning Kosmos zijn we vandaag al eerder tegengekomen in het verhaal van de Toren van Babel. Ik laat u hier een eigentijdse variant zien van de nederlandse schilder en schrijver Jean Thomassen. Wat maakt die kosmos zo duister? Jesaja had het er ook al over “Het volk dat in duisternis rondloopt...”. Wat is er dan zo duister? Daarvoor moeten we het verhaal van de toren eens goed bekijken. Er zijn twee elementen die opvallen. Er is één taal en er is nieuwe technologie. Dat er één taal wordt gesproken maakt de mens machtig. Het kan plannen maken en een grote massa op de been brengen om deze plannen uit te voeren, want iedereen begrijpt wat er gezegd wordt. En er is technologie. De mens hoeft geen rotsblokken meer te verzamelen om daarmee gammele hutten te bouwen. Het kan blokken maken van leem die allemaal even groot zijn en deze stevig aan elkaar plakken met pek en zo grote en hoge gebouwen maken. De mens kan snode plannen smeden en ze nog uitvoeren ook. De mens vat het plan op te worden als God. De mens streeft naar beheersing van zijn eigen leefomstandigheden. Het wil macht over leven en dood. God verijdelt dit streven door verwarring te stichten in de taal. De mensheid raakt zijn eenheid kwijt en versnippert in groepjes over heel de aarde die door hun tegengestelde belangen nooit meer één geheel zullen worden.

Het gelouwerde boek van Dimitri Verhulst, u weet wel, over “die” dagen op “die” bol, gaat verder waar het verhaal van de toren stopt. In dat boek wordt het streven naar macht niet gestopt door God. De technologie ontwikkelt zich in hoog tempo met als onwaarschijnlijke uitkomst dat de mens (Verhulst duidt hem aan met “ ’t”) zelfs de atoomkrachten beheerst en deze in een explosie van licht en vernietigingskracht kan gebruiken om zijn eigen doelen te realiseren. Het boek van Verhulst eindigt zo: “Nu ’t in de dampkring kan blazen wat ’t in de dampkring wenst te blazen, ’t in de mogelijkheid verkeert die hele klotebol vol klotevolk met één welgeprepareerde bom te verbrokkelen, nu, ’t als ’t dat zou willen, met één simpele druk op de knop de complete kosmos vele megaparsecs diep de zwartste existentiële nacht inschiet, heeft ’t van de goden de controle overgenomen. Eindelijk. Meester, van en over alles.”

Zo diep is de duisternis waarin koning kosmos zich bevindt. Op deze ikoon zien we de duisternis, maar meteen de kracht van het pinksterverhaal.
Koning Kosmos die in het donker verblijft draagt het symbool van de paasboodschap. De lijkwade van Christus met daar bovenop de rollen met de geestelijke testamenten van de steunpilaren van de kerk. Die geestelijke nalatenschap komt eigenlijk neer op drie woordjes die Paulus voor het eerst heeft opgeschreven. 'Christus is verrezen'. Met deze drie woorden, zo schrijft Willem Jan Otten, bracht Paulus een culturele revolutie op gang die tot op vandaag invloed heeft. De kracht van Paulus’ woorden bestaat hierin dat hij zelf heeft ervaren hoe Christus in hem is opgestaan. Als een explosie van licht werd Paulus getroffen door iets wat hij kon bevatten. Het besef drong later pas tot hem door. Hij gaf er woorden aan. Nieuwe woorden voor de wijde wereld. Hij besefte dat Christus weliswaar niet meer onder ons is, maar dat Gods geest, in de gestalte van Christus over hem, Paulus, vaardig was geworden. En als hij dit kon ervaren, dan kon iedereen dit ervaren, Jood, Griek, slaaf, vrije, man, vrouw. Er is “in Christus” geen onderscheid meer. Iedereen is gelijk. In Christus is er dus weer sprake van één mensheid, één van taal. Iedereen kan deelnemen aan deze ene gedachte: 'Christus leeft in mij'.

In de westerse traditie is pinksteren dus de afsluiting van de verhalen over Jezus. In de oosterse traditie zijn pasen en pinksteren meer gescheiden.
Pasen is het feest van God-met-ons. Pinksteren is het feest van God-in-ons. Dat laatste drukte Paulus uit met zijn beroemde woorden: niet ik leef, maar Christus leeft in mij. Met dit verhaal van pinksteren en deze woorden van Paulus staan wij in de donkere kosmos. Wij ontmoeten schampere en spottende tegengeluiden. Er bestaat waarschijnlijk geen God...
Als we het feest van God-in-ons vieren en de woorden Christus leeft in mij tot ons door laten dringen, dan komen we haast vanzelf tot een belijdenis.
Ik geloof dat er een God is die als een tegenover, mijn machtsdenken corrigeert door een ontwapenende liefde en die mij laat genieten van zijn nabijheid, die dichterbij is dan mijn eigen adem. Deze nabijheid is als een lamp voor mijn voeten en een licht op mijn pad. In het donker van de kosmos is deze nabijheid als een explosie van licht.
Amen

Bronnen:
Marius van Leeuwen, Van feest naar feest
Jan Willem Otten, Als ik, dan iedereen (Trouw 30 mei 2009)
Dimitri Verhulst, Godverdomse dagen op een godverdomse bol




 

 

naar boven