|
Terug
naar Overzicht Preken
Preek
zondag 08 november 2009
Voorganger
drs. J van Houte
Lezingen: Spreuken 6;
6-11, Marcus 4; 26-34, Psalm 67
Overdenking
Dienst in de Industriële
Samenleving
namens de Kerken,Afgekort: Disk
Nooit van gehoord misschien, of
toch
wel?
Soms haalt het Ad Rem; Disk gaat over oecumenisch
arbeidspastoraat.
Acht kerken doen er aan mee,
waaronder
onze eigen de remonstrantse broederschap en wel via het binnenlands
diaconaat van Geloof en Samenleving.
In de hoedanigheid van lid van het
binnenlands diaconaat mocht ik namens de broederschap een aantal
jaren deel uitmaken van het bestuur van Disk.
In de praktijk betekenen de
activiteiten van Disk het verzorgen van vorming en toerusting rond
maatschappelijke aspecten van arbeid zorg en inkomen.
Bijvoorbeeld door liturgische
ideeën
aan te dragen voor een dienst als vanmorgen rond een thema zoals
dankdag voor het gewas.
Of: door maatschappelijke thema’s
voor het voetlicht van de politiek te brengen en discussies aan te
zwengelen.
Disk betekent de presentie van
kerken
in de wereld van arbeid en economie.
Het klinkt allemaal misschien wat
weinig warme en spiritueel en daar komen we toch voor naar de kerk.
Maar het gaat wel over
vraagstukken
als:
-
de arme kant van Nederland,
-
De 24-uurs economie,
-
het EVA project, (Economie,
Vrouwen en Armoede).
Wat verhevener gezegd: Het gaat
over
werken aan een duurzame kerk!
Duurzaamheid gedefinieerd als de
balans
tussen geld, medemens en de natuur.
Over Diaconie dus, zonder
diaconie,
zonder zorg voor de medemens en natuur geen duurzame kerk: einde
verhaal.
Diaconaal zijn de mieren uit de
lezing
uit Spreuken zeker.
“Ga naar de mieren gij luiaard en
bekijk haar gedrag en wordt wijs.” staat er in de Willibrord
vertaling.
Het gaat vermoedelijk om een
lokale
mierensoort dat graankorrels verzamelt en opslaat.
Door goed rentmeesterschap zijn
zij in
staat te overleven als de nood aan de man komt.
Deze mieren gaan voor duurzaamheid.
De luiaard in Spreuken wordt
aangesproken op zijn gedrag.
Er zijn veel verklaringen voor dit
verhaal.
Ik zal u de mijne voorleggen.
De eerste negen hoofdstukken uit
Spreuken vormen een soort drieluik.
De activiteiten van de mieren zijn
het
middelste en bekendste luik.
Links en recht daarvan gaat het om
allerlei vermaningen.
Het boek Spreuken begint met:
“Mijn zoon, luister naar de lessen
van je vader, verwaarloos niet wat je moeder je leert, hun lessen
zijn een sierlijke krans om je hoofd, ze zijn een ketting om je
hals”.
(Ik vraag mij af hoe dit in
moderne
gezinnen overkomt)
En die lessen gaan over allerlei
maatschappelijke zaken, over lenen en onderpand, over vrouwe
wijsheid, inzicht over stelen en goedmaken.
Maar hoe dichter je bij de passage
over
mieren komt, hoe meer het gaat over verleidelijke vrouwen.
Ja, ik kan het ook niet helpen,
het
zijn de vrouwen die het doen en de mannen die erin trappen.
Vrouwen die je het hoofd op hol
brengen
door je een kortstondig genot aan te bieden.
Zo’n man verliest zich in
zichzelf,
heeft geen oog voor iets anders, voor de ander.
Gefocusseerd als hij is op dat ene.
Maar dat soort genot moet je
ernstig
bezuren. Alles heeft zijn prijs.
Voor je het weet wordt je
ingeruild
voor een ander.
Gebrek aan duurzaamheid, heeft
geen
toekomst.
Binnen de kortste keren sta je met
lege
handen na een uitstapje op straat.
Een uitstapje waar je niet mee
thuis
hoeft te komen.
Allemaal ellende, geween en
tandengeknars.
Nee, dan de mieren. Zij werken aan
duurzaamheid, ieder doet zijn taak, zonder chef, zonder heerser staat
er in de Willibrord.
Samenwerking, voedsel wordt
verzameld
en opgeslagen.
De luiaard is in de betekenis van
dit
verhaal niet iemand die niets doet, maar iemand die nalaat het goede
te doen.
In dit verband kijk ik even rond
naar
de foto’s uit het leven in Afganistan die om u heen hangen.
Neemt u daar rustig de tijd voor,
nu of
beter misschien na de dienst.
De kinderen moeten water halen,
omdat
hun werkeloze vaders het nalaten.
De verantwoordelijkheid voor
water: een
primaire basisbehoefte, een levensvoorwaarde, wordt op de schouders
van kinderen gelegd.
Dat zijn de verkeerde schouders.
Geen tijd voor school, een
basisbehoefte voor de toekomst van de gemeenschap, voorwaarde voor
duurzaamheid.
Ga naar de mieren, vaders van deze
kinderen, bekijk haar gedrag en wordt wijs.
En misschien moeten wij de vaders
helpen.
Wat nodig is nalaten, de verkeerde
dingen doen, de gemakkelijke weg kiezen, dat is de luiheid waar
Prediker het over heeft.
Prediker legt zijn woorden in de
mond
van vaders en moeders, bedoeld om de dochters en zonen op het rechte
pad te krijgen of te houden.
In Prediker geeft De Eeuwige deze
woorden van de moeders en vaders door aan zijn kinderen, aan zijn
schepselen, aan ons.
Woorden om te doen.
Een opdracht die Disk namens
de
kerken
inhoud probeert te geven:
Een balans brengen
tussen
geld, medemens en natuur.
Een balans op weg naar het
koninkrijk
van God. Marcus heeft het daar vaak over, over het koninkrijk van
God. Het koninkrijk van God vertaal ik
voor
het gemak als de hemel op aarde.
Dat staat wat dichter bij ons, in
ieder
geval bij mijn voorstellingsvermogen.
Volgens mij sla je de plank dan
niet zo
ver mis.
Waar we de warmte en
spiritualiteit een
beetje denken te missen als we het over arbeidspastoraat hebben, over
God in de industrie, brengt Marcus ons toch weer terug.
Jezus spreekt over het koninkrijk
van
God, de hemel op aarde, als een mens.
Een mens die zaad
uitstrooit op de aarde.
Een mens, geen
korte
termijndenker, maar iemand die verder kijkt, een toekomst zoekt.
Een mens die werkt
aan
duurzaamheid.
De mens werkt, met zijn blote
handen en
ondertussen voltrekt zich een mysterie.
Hij zaait, het zaad ontkiemt,
schiet
op, en de mens weet niet hoe.
Wat je doet, iets wat we ergens
zomaar
zeggen, een gebaar, een telefoontje, een mailtje, zo’n klein zaadje
wat je uitstrooit kan onverwacht en ongewild grote gevolgen hebben.
Een voorbeeld:
Harma, mijn dierbare echtgenote
was
gisteren als vrijwilligster, aanwezig in de kerkdienst in de
gevangenis. Er speelde een gitarist van buiten en iemand die op een
soort trommel probeerde wat mee te drummen.
Het was een vlak en
ongeïnspireerd
gebeuren.
Vanuit haar ooghoek zag Harma
naast
haar een man van Surinaamse afkomst zachtjes mee trommelen op zijn
knieën. Ze vroeg aan hem of hij drummer was. “Ja”was het
antwoord.
Harma stond op en ging naar voren
met
de mededeling dat er een echte drummer onder de gedetineerden
aanwezig was.
Tegelijkertijd stonden de
Surinaamse
heer en de amateur drummer op, en zonder een woord te wisselen
wisselden ze van plaats en toen sloeg de Geest toe.
Het laatste lied werd een laaiend
gebeuren, de drummer liet de gitarist boven zichzelf uitstijgen en de
hele groep gedetineerden raakten in vervoering en klapte mee.
Het werd een stukje koninkrijk van
God,
een beetje hemel op aarde.
Zo dichtbij is het.
En zo gaat het ook in ons
dagelijks
leven.
Iets wat gezegd of gezwegen wordt
in
deze dienst of daarna, een lied, een zin uit een gebed, gezegd door
een vriend, bekende of zomaar iemand kan later, veel later soms,
ontkiemen en
opschieten, al weten we niet hoe.
Het werk van onze hand, van mond
en
hart, een mengeling van arbeid en mysterie, doet het graan rijpen in
de aar.
Maar het wordt nog mysterieuzer:
Jezus vervolgt: Het koninkrijk van
God,
onze hemel op aarde, is als het zaadje van een mosterdplant.
Een zaadje zo klein, dat het in de
oudheid gold als het kleinst waarneembare grootheid.
En dat piepkleine zaadje brengt de
grootste van de toenmalige tuinbouwgewassen voort: de mosterdplant.
Zo rond de 1,5 meter op het open
veld
tot 3 meter aan het meer van Gennesaret.
Het wordt een struik met
schaduwrijke
grote takken en daardoor een hemel op aarde voor vogels.
Het mosterdzaad werd gebruikt voor
de
inmaak van groenten en voor medicinale doeleinden.
Gewassen in het teken van
duurzaamheid.
Jezus leert ons kijken naar mensen
die
je over het hoofd ziet, omdat we ze maar nietig en onbelangrijk
vinden, naar mensen die zich heel klein voelen, naar de minsten onder
ons.
Zij kunnen het koninkrijk van God,
de
hemel op aarde dichtbij halen.
Wij kunnen die mensen zijn.
Wijzelf kunnen een hemel op aarde
zijn
betekenen voor de ander.
In mijn optiek mag het ook een
klein
hemeltje zijn.
Liever een klein hemeltje dan geen
hemel. We zijn immers ieder naar onze eigen aard geschapen.
Werken aan duurzaamheid, aan een
balans
tussen geld, medemens en natuur gaat in kleine stapjes.
De mieren dragen zonder leiding
korrel
voor korrel het graan naar hun voorraadschuren.
De aarde brengt uit zichzelf
vrucht
voort.
Het kleinste onder de kleinsten
groeit
uit tot wonderbaarlijke grootte en draagt vrucht.
En zodra de vrucht het toelaat, ik
herhaal: zodra de vrucht het toelaat, mag de mens er de
sikkel inslaan, want pas dan is tijd voor de oogst.
Dan is er balans, dan is er
duurzaamheid.
Dan is er alle reden tot
dankbaarheid
voor de vruchten van het veld, voor de vrucht van onze arbeid, voor
de vrucht van de Geest.
Lezen we tot slot psalm 67,
de
psalm
van deze dag:
2 God,
wees ons genadig en zegen ons, laat
het licht van uw gelaat over ons schijnen, sela
3 dan
zal men op aarde uw weg leren kennen, in
heel de wereld uw reddende kracht.
4 Dat
de volken u loven, God, dat
alle volken u loven.
5 Laten
de naties juichen van vreugde, want
u bestuurt de volken rechtvaardig en
regeert over de landen op aarde. sela
6 Dat
de volken u loven, God, dat
alle volken u loven.
7 De
aarde heeft een rijke oogst gegeven, God,
onze God, zegent ons.
8 Moge
God ons blijven zegenen, zodat
men ontzag voor hem heeft tot
aan de einden der aarde.
Amen
naar boven
|