|
Terug
naar Overzicht Preken
Preek
DoRem-dienst
op zondag 26 juni 2011
Voorganger
drs. J. van Houte uit Enschede.
Lezingen:Jeremia
29; 1, 4-14; Mattheus 10; 32-42
Gemeente,
Karima
en Krishna horen er echt bij! Dat kopte Tubantia gistermorgen
breeduit op de voorpagina!
Het
gaat over twee Afghaanse zusjes die met het hele gezin in
Nederland mogen blijven. Ballingen, verbannen uit Afghanistan,
waar ze niet meer mochten of konden leven. Babel, 2700 jaar
geleden, ballingen uit Juda waar de Judeeërs niet meer mochten
zijn wie zij waren. Zo ver weg en zo dichtbij in de tijd zijn
de teksten van deze morgen.
We
beginnen ver weg in de tijd Jeremia, JHWH verheft betekent dat,
stamt uit een profetengeslacht uit de buurt van Jeruzalem. Zijn
carrière als je het zo mag noemen liep allesbehalve soepel. Hij
verzette zich tegen zijn roeping tot profeet waar hij moest afzien
van huwelijk en kinderen.
Hij maakte het verval en
ondergang mee van de laatste min of meer laatste gelukkige tijd
van de stam van Juda. Gevolg was een voortdurend conflict van
Jeremia met Zedekia, de door de Babyloniers aangestelde regent in
Juda, oom van de naar Babel weggevoerde koning van Juda Jojachim.
De hoogoplopende conflicten leidden tot arrestaties en aanslagen
op het leven van Jeremia.
Jeremia werd door koning
Nebukadnezar van Babylon met respect behandeld, maar niet door een
groep achtergebleven Judeeërs, die hem niet vertrouwden, dwars
zaten en uiteindelijk meevoerden op hun vlucht naar Egypte waar
hij onder verdachte omstandigheden stierf.
Jeremia
was een man die in conflict leefde met zichzelf, met zijn tijd en
met de Eeuwige. Hij beklaagt zich in bittere termen over God
tijdens de aanvallen op Juda en Jeruzalem door de Babyloniers.
Maar ook is hij de man die na de ondergang van volk en Tempel
de verlossing aankondigt. Dat doet hij in de profetie die wij
zojuist lazen.
Een
verlossing na 70 jaar ballingschap weliswaar. Een verlossing
die de huidige generatie verbannen Judeeërs niet zal meemaken.
Het is een verlossing op lange termijn voor generaties die nog
moeten komen. Een verlossing ook die verdiend moet
worden. Door bijvoorbeeld in te burgeren in het land van
verbanning. Een inburgeringscursus dus, avant la
lettre. Integreren, lichtbrengen in het gastland ook al is dat
het land van de vijand, dat is de boodschap. Niet denken dat de
ballingschap morgen over is zoals valse profeten volgens Jeremia
beweren en maar niets doen. Nee, er voluit voor gaan.
Niet
bij de pakken neerzitten, maar de draad van de toekomst
oppakken. En niet alleen jouw toekomst, maar ook die van de
maatschappij waartoe je behoort. Geen achteruitgang, maar
werken aan vooruitgang dat is zijn boodschap. Door uitbreiding
van de bevolking en deelnemen aan het economisch leven.
De
ballingschap wordt als een van de drie pijlers gezien in de joodse
geschiedenis. De eerste was de bevrijding uit Egypte. De
tweede is de tijd van de grote koningen. De derde is de periode
van ballingschap.
In de
ellende van de ballingschap worden de verschillen tussen rijk en
arm weggevaagd. Men vindt elkaar terug als broeders en zusters
en herontdekt vergeten waarden. JHWH kan nu geen God meer zijn
die zich verbindt aan uiterlijke dingen zoals een tempel of een
nationale staat. JHWH wordt een God van mensen. Hij is te
vinden in het hart van de mens en Hij is van alle mensen, de
schepper van hemel en aarde.
Nu het
land en de tempel er niet meer zijn, ontstaan de synagogen, de
'leerhuizen' en de oude verhalen die daar opnieuw verteld worden
zijn van het grootste belang. De naam Judeeërs, Joden, komt
in gebruik. Geen wonder dat de ballingschap zo'n grote rol
gespeeld heeft bij het tot stand komen van de Bijbel! De
bezinning op de situatie van verbanning leidde tot inzichten,
waarin de godsdienst van Israël zich ontwikkelde tot een strikt
monotheïstische godsdienst op basis van de Tōrā. Om
uitdrukking te geven aan de nieuwe inzichten die tijdens de
ballingschap waren opgedaan werden de overleveringen over de
aartsvaders aangevuld met verhalen over de schepping, de zondeval
en de oergeschiedenis, waarmee de geschiedenis van Israël in een
breder kosmisch kader kwam te staan. Zo ontstond door
herbronning nieuwe en rijke literatuur. Literatuur: verhalen die
mensen in verwarring bijeenhield.
De
opdracht van Jeremia voor het volk was om zich in te spannen om
echt bij te horen, ook als ballingen, zoals Karima en Krishna zo
zijn ingeburgerd dat ze er echt bij horen. In een commentaar
wordt gesproken over de opdracht voor het volk om licht te
brengen, ook in het land van ballingschap.
Het inburgeren
is ook de insteek van Jezus die zijn leerlingen toespreekt. Ze
zijn er klaar voor om de wereld in te gaan. Zij zullen de
mensen in de wereld moeten leren om in te burgeren in het
koninkrijk van vrede ooit. En dat dit een lastige klus is
geeft Jezus aan in felle bewoordingen waarin de eigen
familieverhoudingen op het spel gezet worden.
We schrikken
daarvan. In plaats van vrede wordt het zwaard gepresenteerd. Dat
is een zware aanslag op ons voorstellingsvermogen. We kennen
Jezus die de verkondiging van vrede als zijn kernboodschap brengt.
En nu zegt hij niet met vrede gekomen te zijn maar met het
zwaard.
In de commentaren op deze passage worden allerlei
theorieën aangedragen over wat dit te betekenen heeft. Wat
mij betreft kijk ik hoopvol naar Jeremia en zijn volk in
ballingschap en hoop op een uitleg hiervan. De ballingschap
kwam niet vanzelf. In de ogen van Jeremia had het volk de
ellende zelf over zich afgeroepen door zich over te geven aan een
zorgeloos leven. Een leven waar de zorg voor elkaar moet wijken
voor de zorg om jezelf. Dit betekent in theologische
opvattingen dat er voor de goddelijke opdracht van naastenliefde,
omzien naar elkaar, geen plaats meer was. Geen plaats voor
de medemens en dus geen plaats voor God. Wat volgde was een
periode van ontreddering en chaos, waar toekomstgedachten niet
gericht werden op vrede, maar op chaos. In die chaos paste de
verovering van Juda door Nebudkadnezar. En wat volgde was de
ballingschap, het wegvoeren van de elite van het land naar het
land van de veroveraar.
Wat Jeremia meegeeft is de oproep
om juist in ballingschap, als zekerheden wegvallen, als we in de
woorden van Jeremia de verkeerde zekerheden nalopen, valse
profeten: elkaar opnieuw te zoeken, te herbronnen, na te
denken over waarmee we bezig zijn. Het is de oproep om weer mens
te worden door te werken aan een echte toekomst, de oproep om in
te burgeren in de situatie van ballingschap.
En we leven
ieder op haar of zijn wijze in landen van ballingschap. De
ballingschap in het oord van verdriet en gemis, als gaten
geslagen worden in ons bestaan en hechte banden worden verbroken.
De ballingschap in het land van een ziekte die ons beheerst,
als we geen zeggenschap meer hebben over ons gaan en staan. De
ballingschap van eenzaamheid die niet doorbroken wordt. De
ballingschap van de slechte boodschap die ons verdooft en
beheerst.
Wat
kunnen we daarmee? Hoe burgeren we in zo’n land in?
Misschien
bedoelt Jezus wel dat we geroepen worden om de lastige en soms
heftige strijd aan te gaan tegen wat ons belaagt en beheerst, de
strijd tegen wat ons in ballingschap drijft. Misschien komt
zijn heftige reactie voort uit ongerustheid. Misschien is het een
heilig vuur om ons, dwalende en dolende mensen te behoeden voor
onheil waar we met open ogen inlopen.
De
strijd om een beetje toekomst te ontdekken als het leven ons zwaar
valt, de strijd om de neerwaartse spiraal waarin je kunt
terecht komen te doorbreken, de strijd om nieuwe keuzes en soms
ongemakkelijke keuzes te maken in een ontredderd leven is een
zware strijd waar lieve woorden niet helpen. Maar net als
tijdens de ballingschap van Judeeërs in Babel, kan onze
ballingschap tot een verrijking in ons leven leiden door nieuwe
inzichten bijvoorbeeld. Ondanks de beperkingen die opdoemen.
We
kunnen andere keuzes maken zodat een ernstige ziekte je leven niet
volledig gaat beheersen, maar er openingen blijven voor zinvolle
alternatieven, samen met mensen om je heen. Keuzes die de
kwaliteit in je relatie met de ander stimuleren. Naar een
Joodse opvatting brengt elke knoop die wij in ons leven ontwarren,
ieder stukje overwinning van onszelf, ons een beetje
dichterbij vrede. Vrede in onszelf, vrede voor de medemens,
vrede met de Eeuwige. Vrede om licht te brengen ook in het
land van onze persoonlijke ballingschap.
Amen
naar
boven
|